Xios Theses
Not a member yet
1062 research outputs found
Sort by
Prefab sandwich betonpanelen
Prefab beton heeft de laatste jaren een plaats gekregen in de utiliteitsbouw. In vele
gevallen worden enkel de draagwanden, balken en kolommen prefab vervaardigd
en is de gevel- en binnenafwerking uitgevoerd in situ.
Het betonbedrijf Prefaco heeft zich in deze materie verdiept en een bouwsysteem
ontwikkeld waarbij de gehele woning prefab wordt vervaardigd. De wanden worden
uitgevoerd in sandwich betonpanelen, bestaande uit twee betonplaten die
gescheiden zijn door een laag isolatie. De buitenzijde van het paneel wordt prefab
afgewerkt met baksteenstrips om de uitstraling van de traditionele woning met
bakstenen te behouden. De gehele constructie van het bouwsysteem bestaat uit
beton. Maar bij de uitvoering van een hellend dak wordt wel hout als
draagstructuur toegepast.
Deze scriptie is een onderzoek naar de mogelijkheid om het hellend dak ook uit te
voeren in sandwich betonpanelen. Dit product maakt niet enkel het bouwsysteem
van Prefaco compleet, maar het is ook een goed alternatief ten opzichte van een
traditioneel houten hellend dak.
Bij het constructieve ontwerp wordt aangenomen dat het sandwichpaneel zich als
composiet gedraagt. Met composietwerking wordt bedoeld dat de twee betonplaten
samenwerken als één geheel. Deze keuze is gemaakt aangezien het constructief de
meest efficiënte oplossing is doordat de plaatdikte en materiaalgebruik beperkt
kunnen blijven. Er is echter geen zekerheid over de effectieve composietwerking.
Daarenboven is het reële effect van de thermische spanningen moeilijk in te
schatten. Uit de berekening op basis van de eurocode blijkt dat de doorbuiging
steeds een probleem zal vormen omwille van de thermische krachtwerking. De
berekening aan de hand van een alternatieve rekenmethode levert een sterk
uiteenlopend resultaat op en vormt geen probleem qua doorbuiging. Uit de
resultaten van de berekeningen op het vlak van de doorbuiging kan geen
eenduidige conclusie worden gemaakt, maar ze sluit het gebruik van een
sandwichbeton paneel voor een hellend dak niet uit. Teneinde hier met zekerheid
uitsluitsel over te kunnen geven, dienen er in een volgende fase proeven te worden
uitgevoerd.
I
De Rotterdam: stabiliteitsberekening van toren midden
Het gebouw De Rotterdam is de nieuwe eyecatcher van Rotterdam stad. Dit ca.
150m hoge gebouw van architect Rem Koolhaas zal met zijn oppervlakte van
160.000m2 het grootste gebouw van Nederland worden. De Rotterdam bestaat uit 3
afzonderlijke torens, gebouwd op een gemeenschappelijke basis.
Elke toren wordt gekenmerkt doordat het bovenste deel (de highrise) zich enkele
meters uitkraagt boven het onderste deel van de toren (de lowrise). Deze scriptie
beschrijft een gedeeltelijke stabiliteitsberekening van de middenste toren (toren
midden) van het gebouw. Het spreekt voor zich dat bij een uitkraging op zulke
hoogte (ca. 85m) heel wat komt kijken.
Om te weten of de stabiliteit gegarandeerd is, wordt van de betonnen constructie
enkele modellen getekend in het eindige-elementenprogramma RFEM. Er wordt
een model gemaakt van het eigengewicht, de mobiele lasten, de windlasten en een
van de toren zonder uitkraging waarop dezelfde windlasten gegenereerd worden.
Om dit tot een goed einde te brengen moet er eerst een analyse gemaakt worden
van het grondonderzoek. Met deze waarden worden de eigenschappen van de grond
gesimuleerd in de eindige elementen-modellen. Vervolgens worden de mobiele en
permanente lasten ingevoerd volgens de norm. De windlasten worden gegenereerd
volgens de resultaten bekomen uit de windtunneltesten.
De bouwvolgorde wordt ook besproken alsmede een uitleg over het
voorspansysteem dat wordt toegepast om de uitkraging tijdens de bouwfase stabiel
te houden. Uiteindelijk worden de waardes van de RFEM-modellen vergeleken met
de werkelijke gemeten waardes
Dimensionering van de bouwput \u27De Rotterdam\u27
In het kader van de constructie \u27De Rotterdam\u27 is het noodzakelijk een stevige basis
te creëren. De bedoeling van deze scriptie is het herconstrueren van de bouwput en
al wat in de bouwput gerealiseerd is voordat de ruwbouwfase kan gestart worden.
Zo dienen de damwandconstructie en het stempelraam goed gedimensioneerd te
zijn om de solliciterende belastingen van de omgeving te kunnen verdragen.
Daarnaast moet de paalfundering zodanig geconstrueerd zijn dat deze het project
kan dragen en de functie van dit project niet in het gedrang komt. Ten slotte is een
spanningsbemaling noodzakelijk om de uitgraving in veiligheid te houden.
De damwandconstructie en het stempelraam worden berekend met behulp van de
eindige-elementenmethode DSHEET. Daarmee krijgen we een realistisch beeld hoe
de grond zich gaat gedragen bij de uitgraving en wat het effect is op de damwanden
en de stempels, die de damwanden ondersteunen. DSHEET berekent voor een
bepaalde damwandconstructie de minimale inbeddingdiepte en op deze manier kan
een bouwkundig correcte damwand op een zo economisch mogelijke manier
gekozen en uitgerekend worden. Ook zijn knikcontroles voor de stempels van
belang. Vervolgens zijn controles op onderspoeling met behulp van de methode van
Lane en methode van Mandel noodzakelijk om uit te zoeken of er door
grondwaterstroming onder de damwanden de bouwput in gevaar is en dit water de
bouwput vult.
De paalfundering is manueel berekend met de methode van Koppejan. Met behulp
van sonderingen uit het grondonderzoek is een realistisch draagvermogen van een
funderingspaal bepaald.
De berekening van de spanningsbemaling sluit de thesis af. De gegevens die via
peilbuizen zijn afgelezen, geven een beeld van de opwaartse waterdruk onder
afsluitende lagen. Om de spanningsbemaling te bepalen, is het noodzakelijk het
totale gewicht van de bovenliggende lagen te kennen en dit te controleren met de
opwaartse druk.
Via al deze berekeningen is de bouwput op een zo economisch mogelijke manier
gedimensioneerd
Working remotely
This thesis is an extensive description of my internship at Janssen Pharmaceuticals in Beerse. During a period of 9 weeks I have worked at the Pharmaceutical Research and Development Information Technology department.
Computational scientists at Janssen Pharmaceuticals carry out research on drugs using computer analysis in order to discover new medicines. Since it has become a common practice that scientists are working from home at least one day a week, the objective of my internship was to investigate this. How these scientists can work efficiently from different settings and to what extent working remotely affects their everyday job.
The following cases are handled in this regard:
1. A brief introduction of the company Janssen Pharmaceuticals.
2. The approach and the goal of this internship are described. These are based on a survey conducted of the scientists about the possibilities, impossibilities, needs, usability etc. when working remotely.
3. Creating, duplicating and copying a virtual machine of the company\u27s standard operating systems are compared for different tools. On these virtual machines, are the standard tools available and working on remote locations? Are the Centrify user accounts still working?
4. Accessing Janssen Pharmaceuticals\u27 network via their virtual private network connection from different operating systems.
5. On a Windows computer, different tools for remote access and file sharing that can be used when using the virtual private network remotely.
6. On a Linux computer, different tools for remote console access and file sharing that can be used when using the virtual private network remotely.
7. Various tools for remote desktop sharing on different operating systems are tested and compared.
8. The performance and usability of working from home is measured by running jobs with different sets of data at work and at home. The results are plotted and compared.
Different tools to work remotely are proposed. Their advantages and disadvantaged are compared for different setups.
9. The available possibilities to continue a job that has been launched previously are discussed.
10. When working remotely, data needs to be secure according to the guidelines of the company.
11. The scientific tools for data analysis mentioned by scientists are defined.
The final goal would be to empower scientists so they can spend more time on important issues, instead of searching for tools that fit their needs to work more efficiently. Therefore, I hope that this thesis benefits the company in its constant innovation by providing information about the possibilities of home-based worker
TETRA-project: HTML5 onderzoek naar de performantie en features van multimedia
Het TETRA-project is opgestart om te onderzoeken of HTML5 nu al dan niet \u27the Holy Grail\u27 is voor webapplicaties. Er zijn net zoveel tegenstanders als voorstanders die elkaar met voor en nadelen proberen te overtuigen zonder één wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning. Ook hebben heel wat bedrijven interesse in een onderzoek naar HTML5, maar hiervoor niet de middelen. Het is duidelijk dat het een goedkopere oplossing is, maar is het ook een even of meer performante oplossing dan een native geïnstalleerde applicatie? Dit zijn dan ook de voornaamste redenen dat dit project is opgestart.
Mijn deelname in het project bestaat uit het creëren van proof-of-concepts (POC\u27s). Dit zijn kleine programma\u27s die een feature van HTML5 behandelen. Dit betekent dat er voor elke feature indien mogelijk een Android-, Phonegap-, HTML5- of web-applicatie geschreven wordt om daarna deze programma\u27s uit te testen en met elkaar te vergelijken.
De features die ik heb vergeleken zijn Google Maps, de native camera, het fotoalbum en de video-audio-implementatie. De resultaten zijn gedocumenteerd en er zijn handleidingen geschreven om elk programma op een device te kunnen installeren als iemand verdere testen zou willen uitvoeren.
Ik heb tijdens mijn stage vooral gebruik gemaakt van Eclipse om de Android- en Phonegap- applicaties te schrijven; HTML5-webapplicaties zijn geschreven in Notepad++. Phonegap en HTML5 maken beide gebruik van Javascript en css
Data Gloves & Kinect
These days, companies all over the world are trying massively to create input devices
for computers, which diverge from the standard mouse-and-keyboard setup. While ev-
erybody is getting more and more familiar with the charms of handheld tablets and
their very intuitive input method, there is still a world of desktop computers, game con-
soles and other devices that are not handheld and need to be controlled from a certain
distance.
The Rovaniemi University of Applied Sciences is located in the capital city of Lapland,
Finland\u27s northernmost region. Its Information Technology department has a laboratory,
pLAB, where students and employers work on various projects, ranging from research
for the university to complete products for the university\u27s clients. We are two of the
students working in this laboratory, doing research on some new (and not so new)
input technologies: the CyberGlove (by CyberGloveSystems) and Microsoft\u27s Kinect.
The CyberGlove is a glove with a number of sensors which return angle values to the
computer it is connected to. Based on these values, it is possible to construct a visual
presentation of the hand. Kinect is a combination of an infra-red transmitter/receiver
and a regular RGB camera, which are used to capture full body movements. Because
Kinect is not accurate enough to recognize exact angles of a hand\u27s joints, the university
has asked us to experiment with collaboration between the two. Additionally, we are
combining Kinect and the CyberGlove with the Unity 3D engine.
The reason for this research is fairly basic: the university currently owns a very old and
slightly broken CyberGlove device, and is thinking of buying a new one. Buying such a
device would cost tens of thousands of euros, so they want to be absolutely sure whether
this would be worth it. The aim of the project is to decide whether the CyberGlove, in
combination with Kinect and Unity, can be a useful asset in future projects. This paper
is where we describe our ndings
Vergelijkende studie van de richtlijnen voor geometrisch en structureel wegontwerp
Deze masterproef behandelt de richtlijnen van het structureel en geometrisch wegontwerp.
Daar de richtlijnen voor geometrisch wegontwerp alsook voor structureel wegontwerp in Vlaanderen zeer gefragmenteerd zijn, is deze vergelijking almaar meer van belang.
De bestaande richtlijnen zijn niet altijd coherent en laten nog een ruime keuze in de parameters toe. Door middel van een vergelijkend onderzoek wordt getracht om één geharmoniseerde richtlijn op te stellen.
Meer specifiek hebben we onderzoek gedaan naar de bestaande richtlijnen. We hebben deze kritisch bekeken in de hoop hier passende conclusies uit te kunnen trekken.
Als besluit tonen we een overzicht van de geselecteerde richtlijnen met betrekking tot geometrisch en structureel wegontwerp. Hiermee kunnen wegbeheerders hun wegen dimensioneren op geometrisch en structureel vlak.
Er is zeker nog verder onderzoek mogelijk naar verbeterde en nieuwe richtlijnen. Ook bestaat de mogelijkheid om onderzoek te verrichten naar het toepassen van \u27self-explaining roads\u27 op onze wegen
Invloed van staalvezels op krimpscheuren bij jong zelfverdichtend beton
Algemeen wordt zelfverdichtend beton gekarakteriseerd door zeer voordelige eigenschappen ten opzichte van standaardbeton, waaronder een snellere en minder arbeidsintensieve manier van plaatsen. Daarentegen kan deze betonsoort wel gevoeliger zijn voor krimp ontstaan in een vroeg stadium van het verhardingsproces. Vaak is deze krimp te wijten aan de bijzondere samenstelling, die bekomen wordt met behulp van superplastificeerders en een hoeveelheid fijne vulstoffen. Ook de water/cement-factor blijkt een belangrijke invloed te hebben.
Van zodra de krimpbeweging verhinderd wordt, zullen er trekspanningen in het jonge beton ontstaan. Met scheurvorming als gevolg indien ze te hoog oplopen. Deze krimpscheuren kunnen een groot probleem vormen met betrekking tot de sterkte, duurzaamheid en esthetiek van betonconstructies. Enerzijds is er de mogelijkheid tot indringing van kooldioxide uit de lucht of andere schadelijke stoffen, wat zal leiden tot betonrot. Anderzijds is er het klassieke voorbeeld van een betonkelder die door deze schade zijn waterdichtheid niet meer kan garanderen. Scheurvorming kan dus taboe zijn wanneer het de kwaliteit van het beton doet afnemen en daardoor de levensduur of functionaliteit van de constructie sterk doet verminderen.
Deze thesis heeft als doel te onderzoeken of krimpscheuren in zelfverdichtend beton beheerst kunnen worden door toepassing van staalvezels. Om de invloed van de staalvezels op de verhinderde betonkrimp na te gaan, zal de ring-test aangewend worden. Deze testmethode, waarbij de vervorming van het beton verhinderd wordt door een stalen ring, maakt het mogelijk om het scheur en relaxatievermogen van het materiaal op te volgen. Bijkomend worden ook nog een reeks andere proeven (elasticiteitsmodulus, druksterkte, vrije krimp en treksterkte) uitgevoerd om de materiaaleigenschappen van het zelfverdichtend staalvezelbeton in kaart te brengen, waarmee vervolgens de spanningsontwikkeling in het betonelement kan voorspeld worden.
Volgende resultaten werden bereikt:
Het toevoegen van staalvezels aan zelfverdichtend beton zorgt ervoor dat (macro-)scheurvorming pas in een later stadium ontstaat.
De staalvezels beperken de scheurwijdte doordat ze de spanning (her)verdelen over de scheur.
Kortere staalvezels (35 mm) blijken efficiënter te zijn met betrekking tot het beheersen van scheurvorming dan de lange staalvezels (60 mm).
De ring-test is een goede en eenvoudige proefmethode om verhinderde krimp(scheurvorming) en relaxatie onder trek bij beton te onderzoeken
Educatieve modules voor building automation
Als uitbreiding van het opleidingsonderdeel building automation zullen er nieuwe labo opstellingen gemaakt worden. Deze labo opstellingen worden stelselmatig uitgebreid met nieuwe modules die communicatie leggen via verscheidene protocollen. Ten slotte zal er een labo cursus worden uitgeschreven voor de studenten om zo proefondervindelijk kennis te maken met nieuwe communicatie protocollen van Beckhoff.
Het doel van deze stage bestaat uit het uitbreiden van het labo lokaal met 2 extra Beckhoff PLC modules. Door samenwerking met het bedrijf Chemoplast in Houthalen zal er een communicatie gelegd worden tussen Beckhoff en een draadloze temperatuur module (JUMO) via MODBus TCP. Ook zal er communicatie worden gelegd tussen 2 Beckhoff PLC\u27s, hiervoor zal er gebruikt gemaakt worden van het ADS protocol. Ten slotte zal er een print worden ontworpen om daarmee communicatie te leggen tussen Beckhoff en verscheidene modules die gestuurd wordt door RS232 protocol.
Op het einde van de stage is het mogelijk communicatie te leggen tussen een Beckhoff PLC en specifieke modules door gebruik te maken van verschillende communicatie protocollen. Deze protocollen zijn uitgeschreven in een cursus voor de docent en studenten om te gebruiken tijdens de labo lessen