Xios Theses
Not a member yet
1062 research outputs found
Sort by
Ontwerp en configureer een test suite voor TR-069 protocol
Als onderdeel van het laatste jaar professionele bachelor elektronica-ICT heb ik ervoor gekozen een stage te voltooien bij Testronic Labs Belgium, op het Wetenschapspark in Diepenbeek.
Testronic Labs is een bedrijf dat zich richt op het testen van software en hardware. Binnen Testronic Labs Belguim zijn er verschillende afdelingen zoals Game testing, Certificatie en Digitale TV testing. Mijn taak bestond erin om in de divisie "Digitale TV testing" een autoconfiguratieserver te implementeren en te controleren of deze kon communiceren over een TR069 protocol.
Er was een computer met Debain Squeeze, een distributie van het besturingsysteem Linux, beschikbaar, waar ik mijn server op kon installeren en testen met het TR069-protocol. De server is geschreven in de programmeertaal Perl en moet verschillende acties kunnen ondernemen. Hij moet in staat zijn om een bericht van een settopbox te ontvangen, maar ook kunnen achterhalen of je de parameters van de settopbox kunt overschrijven of niet. Wanneer de parameters niet overschrijfbaar zijn, moet de server ook een foutbericht geven. De server moet tevens de mogelijkheid bieden om periodiek informatieberichten te ontvangen waar enkele belangrijke parameters in staan. Ten slotte moet alles geregistreerd worden in een bestand. Het testen van de server gebeurde eerst op een test cliënt, die geprogrammeerd werd in de programmeertaal Java. Op die manier viel te achterhalen waar er veranderingen moesten worden aangebracht in de server.
Om dit alles te verwezenlijken heb ik gebruikgemaakt van documentatie, zoals het TR069- amendement van de non-profitorganisatie Broadband forum. Met behulp van het internet heb ik een opensource autoconfiguratieserver geïmplementeerd en geconfigureerd voor het testen van een settopbox van Kabel Deutschland. Als resultaat kan deze server nu geïmplementeerd worden in het bestaande testnetwerk
Windows 8 app voor het monitoren van energie-efficiëntie van productiemachines
De dag van vandaag is het belangrijk om zoveel mogelijk te produceren, maar hoe zit het met het energieverbruik? Gaan we hier zuinig genoeg mee om of niet? Om deze vraag te kunnen oplossen had het onderzoeksteam, Xmain, nood aan een OEMS (Overall Energy Monitoring System).
De taak van dit OEMS bestaat uit het monitoren van productiemachines om zo tot een doordachte selectie van aandrijfcomponenten te komen voor een gereduceerd energieverbruik.
Een aandrijfsysteem bestaat uit een last of toepassing (transportbanden, pompen, compressoren), een elektrische motor/generator (inductiemachine, permanente magneet machine, netgekoppeld), een mechanische reductor (tandwielkast, riemoverbrenging), de montage en het onderhoud (lagers, smering).
Om tot een doordachte selectie van aandrijfcomponenten te komen heeft men kennis nodig van de last, een correcte selectie van de aandrijfcomponenten en een economische analyse.
Zo is het bij de last belangrijk om te weten of het proces kan worden aangepast, of de aandrijfsystemen zijn overgedimensioneerd en dergelijke meer. Bij de selectie van aandrijfcomponenten gaat men kijken of er data beschikbaar is voor een perfecte evaluatie en welke softwaretools er zijn van de leverancier. Tijdens de economische analyse kijkt men naar de levensduur van een toepassing en wat een aanvaardbare payback periode is.
Door het gebruiken van een OEMS krijgt het onderzoeksteam hier een beter inzicht op.
Verder heeft men gekozen om dit OEMS uit te brengen als een mobiele applicatie op het Windows 8 platform. Binnen de applicatie kan men aandrijfcomponenten beheren en testopstellingen creëren.
Het project is ontwikkeld als een moderne Windows-applicatie binnen Visual Studio 2012 in XAML en C#. Voor versiebeheer is er gekozen voor git met github for Windows als visuele omgeving. De data wordt op dit ogenblik lokaal opgeslagen binnen een SQLite-bestand, maar dit wordt later uitgebreid naar een cloud-service. Als architectuur is er gekozen voor MVVM (Model View ViewModel). Dit patroon zorgt voor een strikte afscheiding van businessklassen en design.
 
De ontwikkeling van smartphone applicaties voor biosensor uitlezing
De laatste jaren is er een grote interesse voor point-of-care (POC)-systemen. Dit
omdat ze medische tests van grote laboratoria met zware en dure apparatuur en
lange wachttijden naar de patiënt verplaatsen en vervangen door hand held,
mobiele apparaten. Hedendaagse smartphones en tablet pc\u27s zijn de ideale
toestellen om deze tests mee uit te voeren, wat ook te merken is aan de vele
recente ontwikkelingen op dit gebied.
Recente ontwikkelingen op het vlak van biosensoren kunnen het
toepassingsgebied van POC-systemen sterk vergroten. Deze sensoren zijn
gebaseerd op een biologische herkenningslaag die een chemische binding omzet
naar een meetbaar signaal. Ze bestaan al geruime tijd, maar met de
ontwikkeling van synthetische moleculair imprinte polymeren (MIP\u27s) en DNAsensoren
zijn er veel meer mogelijkheden beschikbaar geworden voor de POCmarkt.
In dit werk zijn twee manieren uitgewerkt om biosensoren via een smartphone
uit te lezen. Eén manier werkt via het principe van de impedantie-spectroscopie
en gaat chemische binding in de biosensor via een impedantieverandering
opmeten. Deze techniek werd geverifieerd op biomimetische MIP-sensoren. De
tweede manier werkt via het opmeten van de thermische weerstand van een
sensorlaag en is toepasbaar op DNA-denaturatiesensoren. Verder werd een
concept ontwikkeld om bestaande biosensormeetapparatuur op afstand te
kunnen bedienen en monitoren door gebruik te maken van een smartphone
RFID uitleessysteem voor biosensoren
De afgelopen jaren is er een sterke stijging waarneembaar in de menselijke interesse voor de "meten is weten" trend. Dit geldt zowel voor industrieën en hun processen als voor Jan Modaal en zijn thermostaat in de woonkamer. Hiervoor wordt in deze thesis onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een RFID uitleessysteem voor biosensoren. Deze omschrijving omvat meteen de twee belangrijkste eigenschappen van het uitleessysteem: het "meten is weten" principe zal hier gebeuren op basis van biosensoren en doordat gebruik gemaakt wordt van de RFID technologie zal de uitlezing draadloos verlopen.
De behandelde biosensoren zijn gebaseerd op het MIP-principe en zullen hun voornaamste toepassing vinden in de verpakkingsindustrie. Ze worden specifiek ontwikkeld voor welbepaalde moleculen en zullen gebruikt worden om toezicht te houden op de voedselkwaliteit. Dit wordt bereikt door de MIP-sensoren te integreren in passieve RFID tags zodat ze samen kunnen zorgen voor de in situ controle. Zo zal het mogelijk zijn de aanwezigheid van ongewenste stoffen binnenin de voedselverpakking te detecteren. Hierdoor zal men bovendien een grotere duidelijkheid kunnen scheppen met betrekking tot de eetbaarheid van producten dan de vage en verwarrende "ten minste houdbaar tot" en "te gebruiken tot" termen.
De eerste stap in de ontwikkeling van het uitleessysteem bestond erin een oplossing te bedenken die in staat was de RFID tags uit te lezen. Hiervoor werd gekozen voor een PCB in combinatie met een Vector Network Analyzer. De tweede stap was om de afmetingen van het uitleessysteem te verkleinen zodat het geheel een handheld oplossing zou kunnen worden. Hiervoor werd gekeken naar andere methodes dan zeefdrukken om de RFID tags te produceren. De derde stap zou het realiseren zijn van een stand alone meettoestel zodat het uitleessysteem niet meer aan een computer of laptop dient te hangen maar mobiel is. Hiervoor werd een mogelijke oplossing gevonden maar deze is door externe factoren niet getest kunnen worden
Gevelrestauratie hoofdgebouw mijnsite Waterschei
Het hoofdgebouw van de mijnsite van Waterschei zal in de toekomst een nieuwe functie krijgen binnen het herbestemmingsplan van de stad Genk. De hele mijnsite zal immers worden omgebouwd tot een nieuw wetenschapspark waarin het hoofdgebouw een centrale rol zal spelen. Het indrukwekkende gebouw heeft echter lange tijd leeg gestaan waardoor de historische gevels heel wat schade geleden hebben en aan herstelling toe zijn.
De doelstelling van deze masterproef bestaat erin een restauratieoplossing te zoeken en uit te werken voor de restauratie van de gevels van het hoofdgebouw. Hiervoor wordt er eerst een grondige analyse gemaakt van de schade die zich anno 2012 stelt aan de verschillende gevelmaterialen waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen het baksteenmetselwerk, de betonstenen en de pleisterornamenten.
Vervolgens wordt er gekeken naar de achterliggende oorzaken die aan de basis liggen van de slechte staat waarin het gebouw zich vandaag bevindt. Zo zijn leegstaande gebouwen ideale speelruimtes voor vocht en temperatuurswisselingen wat nadelige gevolgen heeft voor de gevelmaterialen. Daarnaast blijkt dat foute materiaalkeuzes en restauratie-ingrepen uit het verleden vaak aan de basis liggen van heel wat problemen die zich vandaag voordoen.
Tot slot worden er verschillende mogelijkheden gezocht voor de aanpak van de gestelde problemen waarna de meest realistische oplossing wordt uitgewerkt tot een volledige restauratieaanpak
Aansluiting van buitenschrijnwerk op gevelbekleding
Deze bachelorproef gaat over het project \u27de nieuwbouw van een vrijstaand gebouw voor dienstverlenende en administratieve functies in Genk, opdracht gegeven door het samenwerkingsproject nieuwbouw Welzijnscampus Genk\u27. Dit gebouw biedt plaats aan verschillende diensten, namelijk: REVAL Genk-Maasland, CST Genk-Maasland, DGO en CGG Genk. De werken zijn gestart in september 2011 en zullen zo\u27n 420 werkdagen in beslag nemen met een extra van 5 regendagen. De opleveringsdatum is 13-10-2013.
De welzijnscampus in Genk wordt uitgevoerd in een volledige betonskeletstructuur. Op deze structuur zal men het buitenschrijnwerk aanbrengen waarna de gevelbekleding wordt geplaatst. Belangrijk hierbij zijn de lucht- en waterdichte aansluitingen.
De studie behandelt de aansluiting tussen raam en gevel. De bevestigingen, lucht- en waterdichte aansluitingen, afwerking
komen tijdens de studie aan bod. De aandacht gaat vooral uit naar de lucht- en waterdichte aansluitingen, met extra aandacht voor het later plaatsen van de gevelbekleding tegen de betonnen gebouwstructuur.
Het onderzoek wordt toegepast op de welzijnscampus in Genk. De plannen geven een duidelijk beeld van de verschillende raampartijen en de grootte hiervan. Verschillende soorten van afwerkingen worden toegelicht.
Is de materiaalkeuze naar lucht- en waterdichte afwerking de goede keuze? Zijn er alternatieven? Hoe gebeurt de uitvoering? Zijn er grote verschillen
Vergelijkende studie van geïsoleerde sandwichelementen uit beton ter vervanging voor traditionele spouwmuren
Het woon- en zorgcentrum OCMW dat momenteel gebouwd wordt in Maaseik, wordt traditioneel voorzien van een uit metselwerk opgetrokken spouwmuur. In deze studie maak ik de vergelijking met de uitvoering door middel van geprefabriceerde sandwichpanelen uit beton.
Op de dag van vandaag is tijd nog nooit zo waardevol geweest. Want als men tijd wint, wint men geld. En geld besparen is voor iedereen een voordeel. Omwille van deze nood aan tijdsbesparing kwam het idee naar voren om deze studie te doen. Ook wordt de mogelijkheid bekeken om door het gebruik van betonnen sandwichpanelen een passieve wand te bekomen.
Het eerste deel van deze studie geeft essentiële informatie over de betonnen sandwichpanelen zelf. De opbouw van elk element verschilt in uitvoering in opzichte van de originele uitvoeringswijze. Er komen ook andere aandachtspunten aan bod wanneer de detaillering aan bod komt. Vervolgens worden er een aantal elementen verder uitgewerkt waarna er een vergelijking op basis van thermische weerstand en detaillering volgt. Ook de nood aan een wand die qua thermische weerstand voldoet aan de passieve norm wordt niet genegeerd.
Voor zowel de originele uitvoeringswijze als de uitvoering met de geprefabriceerde elementen zijn er verschillende details uitgewerkt die een duidelijk beeld van de uitvoering moeten geven.
Als slot van deze studie worden de twee uitvoeringen met elkaar vergeleken op basis van een calculatie en planning.
Uit de bekomen resultaten komt de uitvoering met betonnen sandwichelementen als grote tijdsredder naar voren. Het kiezen van geprefabriceerde elementen (mits goede voorbereiding) in plaats van de traditionele uitvoering kan in veel gevallen leiden tot zeer verkorte bouwtermijnen, wat gepaard gaat met een besparing op de vaste bouwplaatskosten en lonen
Conditiemeting van schoolgebouwen. Is de NEN 2767 direct en efficiënt toepasbaar op Belgische schoolgebouwen?
De laatste jaren wint onderhoud meer en meer aan belang in België. Hierdoor gaan bedrijven en instanties op zoek naar methodes om het onderhoud herkenbaar te maken. Aangezien men in Nederland al enkele decennia bezig is met dit onderwerp, wordt de Nederlandse norm NEN 2767 die de toestand of \u27conditie\u27 van gebouwen en elementen vastlegt, gezien als een goede maatstaf en wordt hij steeds vaker in België toegepast.
In deze masterproef wordt onderzocht of deze norm geschikt is bij het grote Vlaamse PPS-project "Scholen van Morgen", waar de aannemer 30 jaar zal moeten instaan voor het onderhoud. Hierbij is het belangrijk dat de conditiemeting direct en efficiënt toepasbaar is op de Belgische schoolgebouwen en daarnaast ook een objectief draagvlak biedt, zodat er tijdens de 30-jarige samenwerking geen conflicten ontstaan omtrent het onderhoud.
In eerste instantie wordt een stand van zaken omtrent de praktijkkennis in België over de NEN 2767 opgemaakt, via bevraging bij vakmensen. Vervolgens wordt er een praktijkonderzoek uitgevoerd op schoolgebouwen om de norm uit te testen. Hieruit komen dan de sterktes en zwaktes voort, wat leidt tot een aantal voorstellen voor aanpassing, verbetering en verfijning.
Uit deze masterproef kan worden besloten dat de conditiemeting op zich een goed instrument is om de staat van het gebouw in te schatten. De praktijk toont echter aan dat naast de zuivere meting nog verscheidene maatregelen moeten getroffen worden om hierover contractuele afspraken te maken.
 
Ontwikkeling van een experimentele methode voor de meting van de inwendige spanningen in beton
Na het gieten van beton ondergaat het mengsel een verhardingsproces waarin het zowel chemisch als fysisch heel wat veranderingen ondergaat. Het mengsel zal onder andere te maken krijgen met een krimpverschijnsel, ten gevolge hiervan zal het beton inwendig onder spanning komen te staan. Uit de grootte van deze interne spanningswaarden kunnen we heel wat informatie halen over de vorderingsgraad van de chemische reactie, en dus ook de sterkte.
In deze scriptie worden drie verschillende experimentele methodes voor het meten van deze inwendige spanning van naderbij onderzocht. Elk van deze methodes wordt theoretisch toegelicht, en de 2 meest belovende worden ook in de praktijk uitgetest. Zowel de werking, proefopstellingen als resultaten worden uitgebreid beschreven met veel beeldmateriaal.
De eerste meetmethode waarnaar uitgebreid onderzoek werd gevoerd is de zogenaamde \u27methode van de thermometer\u27. Een klassieke vloeistofthermometer wordt omgevormd tot een druksensor. De eerste stap bestond erin om de thermometer te herijken. Dit gebeurde in verschillende pogingen die elk uitgebreid worden besproken. De volgende stap was het inbetonneren van de thermometers in een betonmengsel.
De tweede meetmethode die uitvoerig werd onderzocht, zowel betreffende de theorie als de praktijk, is er één die gebruik maakt van manganin-draad. Deze legering heeft enkele interessante eigenschappen die het mogelijk maken er een druksensor uit te vervaardigen. Net als bij de thermometers moest ook deze eerst worden geijkt. Nadien werd ook deze ingebetonneerd en werden de resultaten kritisch geanalyseerd.
Voor beide beproefde meetmethodes werd besloten dat ze zeker enig potentieel bevatten, maar ook dat ze in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zijn om verschillende redenen. Deze problemen zijn zeker en vast niet onoverkomelijk, maar vergen wel nog heel wat aandacht.