WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Sentence increase for VPT offences (Fulltext only available in Dutch)

    No full text
    Delicten tegen medewerkers met een publieke taak worden aangeduid met de term VPT-delicten, waarbij VPT staat voor Veilige Publieke Taak. Een uitgangspunt van het VPT-beleid is dat agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak streng moet worden bestraft. Dit onderzoek beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop strafeisen en straffen door officieren van justitie en rechters worden bepaald voor VPT-feiten. Het doel is om inzicht te geven in de straffen – de strafsoort (en modaliteit) en strafhoogte - die worden geëist en opgelegd bij VPT-feiten en de mate waarin strafverhogingen worden toegepast. INHOUD Inleiding Beknopte schets van beleidsmatige context Normatief kader Bepaling van straffen en strafeisen door officieren van justitie: interviews Straftoemeting door rechters: interviews Straftoemeting door rechters: jurisprudentieonderzoek Straftoemeting door rechters en officieren van justitie: data-analyse Conclusies en discussieOffences against employees with public duties are referred to as VPT offences. VPT (Veilig Publieke Taak) stands for Safe Public Task. A fundamental principle of VPT policy is that aggression and violence against employees with public duties should be punished severely. This study aims to provide insight into how prosecutors and judges determine sentence demands and sentences for VPT offences. It sheds light on the types (and modalities) of sentences, their severity, and the extent to which sentence increases are applied for VPT offences

    Evaluation of the Maatwerk-approach - Employment guidance with the help of volunteers (full text only available in Dutch)

    No full text
    Maatwerk is een pilot die tussen 2021 en 2024 door Gevangenenzorg Nederland (GNd) is uitgevoerd in de Penitentiaire Inrichting (PI) in Alphen aan den Rijn. Binnen deze pilot moesten gedetineerden gemotiveerd raken om aan de slag te gaan met hun toekomst, middels onder andere arbeidsintegratie, en speelden vrijwilligers een belangrijke rol. De aanpak moest aansluiten op het reguliere detentieverloop en toegankelijk zijn voor een zo groot mogelijke groep gedetineerden. Het doel van dit onderzoek is om te evalueren of de Maatwerk-aanpak ver genoeg ontwikkeld is om als volwaardige en effectieve aanpak beschreven te worden en bijdraagt aan de arbeidsintegratie van deelnemende gedetineerden. Naast het vormen van een oordeel over het behalen van de directe doelen van de aanpak, wordt ook onderzocht welke neveneffecten zich voordoen. In dit onderzoek is ook gekeken of de aanpak verder gedeeld kan worden met andere vrijwilligersorganisaties en PI’s. INHOUD Inleiding Achtergrond Beschrijving van de Maatwerk-aanpak Interventielogica van de Maatwerk-aanpak Resultaten van de Maatwerk-pilot Ervaringen van betrokkenen met de Maatwerk-aanpak Synthese en conclusie VerwijzingenMaatwerk is a pilot project conducted by Gevangenenzorg Nederland (GNd) between 2021 and 2024 at the Penitentiary Institution (PI) in Alphen aan den Rijn, The Netherlands. The aim of the pilot was to motivate prisoners to engage with their future, through, among other things, labor integration, with a key role being played by volunteers. The Maatwerk approach needed to align with the regular prison routine and be accessible to as many inmates as possible. The aim of this research is to evaluate whether the Maatwerk approach has been sufficiently developed to be described as a complete and effective strategy that contributes to the labor integration of participating prisoner. In addition to forming a judgment on the achievement of the direct goals of the approach, the research also examines the side effects that may occur. The study also investigates whether the approach can be shared with other volunteer organizations and penitentiary institutions (PIs)

    Use of reviews following murder and homicide in the family circle (full text only available in Dutch)

    No full text
    Huiselijk geweld is een structureel maatschappelijk probleem, zowel in Nederland als in het buitenland, en kan fataal aflopen. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 50 mensen omgebracht in huiselijke kring. In het buitenland, zoals in Portugal, Nieuw-Zeeland, en Engeland en Wales komen dergelijke zaken van fataal huiselijk geweld in aanmerking voor een review. Tijdens een dergelijke huiselijk geweld review (HG-review) wordt bekeken hoe de zaak verlopen is, en op welke punten de betrokken partijen contact hadden met instanties. Er wordt geïnventariseerd of er signalen gemist zijn die tot meer effectieve interventie hadden kunnen leiden, en of de zaak benodigde procesverbeteringen bij de instanties aan het licht brengt. In dit onderzoek willen wij verkennen of dergelijke HG-reviews ook in Nederland ingezet kunnen worden, en hoe een dergelijk instrument ingericht kan worden. Onderzoeksvragen Hoe zijn HG-reviews in het buitenland georganiseerd? Wat zijn de ervaringen met HG-reviews in het buitenland? Welke mogelijkheden zijn er om HG-reviews in Europees en Caribisch Nederland in te voeren op een manier die bijdraagt aan het verbeteren van het beleid en de aanpak van de ernstigste vormen van huiselijk geweld? INHOUD Inleiding Methodologie Bevindingen Samenvatting en ConclusiesDomestic violence is a structural societal issue, both in the Netherlands and abroad, and can have fatal consequences. Each year in the Netherlands, approximately 50 people are killed in a domestic setting. In other countries, such as Portugal, New Zealand, and England and Wales, cases of fatal domestic violence are subject to a review. These so-called Domestic Homicide Reviews (DHRs) assess whether warning signs were missed that could have led to more effective intervention by relevant agencies such as the police, or domestic violence shelters. In this study, we aim to explore whether such DHRs would be a worthwhile addition to the professional field in the Netherlands, and how such an instrument may be structured

    Study in support of the Controlled Cannabis Supply Chain Experiment - Baseline report 2022 (full text only available in Dutch)

    No full text
    In deze rapportage worden de gehanteerde methoden en resultaten van de nulmeting voor het onderzoek naar ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’ (hierna: het experiment) beschreven. De nulmeting stelt, nog voor de start van het experiment, de stand van zaken vast op het gebied van het cannabisgebruik, de (gedoogde) verkoop van cannabis vanuit coffeeshops en de illegale verkoop van softdrugs in de aan het onderzoek deelnemende gemeenten. De nulmeting heeft betrekking op tien interventiegemeenten, waar legaal geteelde cannabis wordt geïntroduceerd, en tien vergelijkingsgemeenten, waar het reguliere aanbod blijft gelden. De interventiegemeenten zijn onderdeel van het experiment, de vergelijkingsgemeenten nemen als controlegroep aan het onderzoek deel. Na de start van het experiment worden vervolgmetingen verricht, waarmee de ontwikkelingen in de twee onderscheiden onderzoeksgroepen worden gemonitord. Door de resultaten van de vervolgmetingen te vergelijken met die van de nulmeting, kunnen conclusies worden getrokken over de gevolgen van het experiment wat betreft de drie onderzochte thema’s. De thema’s die centraal staan in deze nulmeting zijn: het aanbod en het gebruik van cannabis de daaraan gerelateerde overlast en criminaliteit de aan cannabisgebruik en -beleid gerelateerde volksgezondheid.INHOUD Inleiding Methoden Beleidstheorie Lokale situatie in de onderzoeksgemeenten Aanbod in de coffeeshops De coffeeshop en zijn bezoekers Leefbaarheid Illegale markt ConclusiesIn this report, we discuss the methods, results and conclusions of the baseline measurement for the study on the ‘Controlled Cannabis Supply Chain Experiment’ (hereafter: the experiment). Ten so-called ‘intervention municipalities’1 will sell cannabis grown by regulated cannabis growers. For this purpose, up to ten selected commercial cannabis growers will be granted a temporary exemption from the Opium Act. The baseline measurement maps the current situation regarding cannabis use – the toleration policy for the sale of cannabis in coffeeshops2 and illegal soft drug trade – in ten intervention and ten comparison municipalities before the start of the experiment. In addition to the baseline measurement, this report presents the policy theory of the ‘Controlled Cannabis Supply Chain Experiment’

    The use of the Policy Compass within the Dutch National Government; Evaluation framework and first evaluation of the Policy Compass (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het Beleidskompas is in maart 2023 geïntroduceerd en is bedoeld om Rijksbreed toe te passen. Met het Beleidskompas wordt beoogd de kwaliteit van beleid en regelgeving te borgen en te verbeteren. Het instrument bestaat uit een website, die beleids- en wetgevingsambtenaren een aantal kernvragen voorlegt die zij bij het vormgeven van beleid en regelgeving stapsgewijs dienen te beantwoorden. De website biedt hun daarbij een overzicht van de kwaliteitseisen waaraan beleid en regelgeving moet voldoen en een breed scala aan hulpmiddelen en toetsen om de kernvragen te beantwoorden. In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: Vragen met betrekking tot onderzoeksdeel A. de reconstructie van de beleidstheorie en het evaluatiekader: . Hoe luidt de beleidstheorie onderliggend aan het Beleidskompas? Met welk evaluatiekader (criteria, indicatoren en meeteenheden) kan het Beleidskompas geëvalueerd worden? Vragen met betrekking tot onderzoeksdeel B. de plan- en procesevaluatie: In hoeverre is het aannemelijk dat het Beleidskompas –zowel wat betreft de inhoudelijke vragen als de beoogde voorzieningen om het gebruik te stimuleren – tot de beoogde doelen leidt? In hoeverre zijn de voorziene maatregelen en voorzieningen om het gebruik van de Beleidskompas te bevorderen tot stand gebracht, c.q. in hoeverre worden ze toegepast? In hoeverre wordt het Beleidskompas bij het tot stand brengen van beleidsdossiers toegepast en wat kan er gezegd worden over de kwaliteit van deze toepassing?INHOUD Onderzoeksopzet en uitvoering eerste evaluatie Beleidskompas Beleidstheorie van het Beleidskompas en evaluatiekader onderzoek Bevindingen Conclusies en aanbevelingenThe Policy Compass was introduced by the Dutch government in March 2023. It is intended to be applied by all departments of central government in developing policies and regulations. The Policy Compass aims to secure and improve the quality of policy and regulation. The research focuses on the following questions: Questions related to research part A. the reconstruction of the policy theory and evaluation framework: 1. What is the policy theory underlying the Policy Compass? 2. What evaluation framework (criteria, indicators and metrics) can be used to evaluate the Policy Compass? Questions related to research part B. the plan and process evaluation: 3. To what extent is it plausible that the Policy Compass -both in terms of the substantive questions and the intended provisions to stimulate use - leads to the intended goals? 4. To what extent have the intended measures and facilities to promote the use of the Policy Compass been achieved and applied

    Profiling the target group of the youth probation service; a mixed methods study into meaningful profiles and appropriate supervision and guidance (full text only available in Dutch)

    No full text
    Bij de jeugdreclassering ontbreekt het op dit moment aan een actueel en diepgaand beeld over hun doelgroep. Dit project heeft daarom de volgende twee doelen: (1) het identificeren van profielen van risico- en beschermende factoren bij jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel en deze vergelijken met jongeren in de jeugdstrafrechtketen die geen jeugdreclassering opgelegd hebben gekregen en (2) het onderzoeken welke vormen van toezicht en begeleiding passend zijn voor de gevonden profielen binnen de huidige doelgroep van de jeugdreclassering. Het onderzoek bestaat uit drie deelprojecten: Deelproject I: Identificeren en vergelijken van profielen – een latente klasse analyse Deelproject II: Onderzoeken van passende vormen van toezicht en begeleiding – een literatuuronderzoek Deelproject III: Consensus over passende vormen van toezicht en begeleiding voor de geïdentificeerde profielen – een Delphi-studieINHOUD Inleiding Deelproject I: Identificeren en vergelijken van profielen Deelproject II: Onderzoen van passende vormen van toezicht en begeleiding Deelproject III: Consensus over passende vormen van toezicht en begeleiding voor geïdentificeerde profielen Discussie & aanbevelingenThe objective of youth probation is to prevent reoffending and to support youngsters between the ages of 12 and 23 years on their path towards recovery and a future free from delinquent behaviour (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2017). To make youth probation future-proof, the project ‘Jeugdreclassering in Verbinding’ is developing a nationwide and uniform methodology for youth probation. In earlier studies on profiles of youngsters in the criminal justice system have not included youth on probation as a group (Van der Put & Stolwijk, 2022; Janssen-de Ruijter et al., 2021; Mulder et al., 2019; Mensink et al., 2021). Therefore, it is crucial to gain more insight into the profiles of youngsters with probation measure – along with assessing the suitability of current forms of supervision and guidance for this group. Mapping these profiles will contribute to the development of a national, homogeneous and effective methodology for youth probation. This research had two objectives: (1) to identify profiles of risk and protective factors among youth with a probation measure and compare them with youngsters in the juvenile justice system who have not been placed under probation, and (2) to explore what forms of supervision and guidance are appropriate for the identified profiles within the current group of young probationers

    Through the Fingers - Third evaluation of the Act on Biometrics in the Immigration Process

    No full text
    De toegang, toelating en uitzetting van vreemdelingen en het vreemdelingentoezicht is in Nederland geregeld in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Deze Vw 2000 is met de Wet biometrie in de vreemdelingenketen (Wbvk) per 1 maart 2014 gewijzigd. De wetgever achtte deze wetswijziging noodzakelijk om de betrouwbaarheid van de identiteitsvaststelling te verbeteren, waardoor fraude effectiever bestreden zou kunnen worden. Op verzoek van de Eerste Kamer is de wet voor het eerst geëvalueerd in 2016-2017. Toen bleek dat een vervolgevaluatie nodig was om de effecten van de Wbvk beter in kaart te krijgen. Die tweede evaluatie is in 2018-2019 uitgevoerd. Na de tweede evaluatie is de Wbvk verlengd met vijf jaar (tot in 2026). Daarbij is vastgelegd dat een nieuwe, derde evaluatie een verslag moet opleveren over de noodzakelijkheid, de doeltreffendheid en de effecten van de Wbvk. Dit rapport presenteert de resultaten van deze derde evaluatie. Daarbij zijn de volgende twee onderzoeksvragen gehanteerd: Hoe verhoudt de Wbvk zich tot relevante andere (Europese) wet- en regelgeving? Welke bijdrage levert de Wbvk aan de identiteitsvaststelling van de vreemdeling en daarmee aan de werking van de Vreemdelingenwet 2000?INHOUD Inleiding Beleidsreconstructie De verhouding tussen de Wbvk en EU-regelgeving Kwalitatieve verbindingen Kwaliteit van biometrische bevindingen Kwantitatieve analyse ConclusieThe admission, authorization, expulsion and supervision of foreign nationals in the Netherlands are regulated by the Aliens Act 2000 (Vreemdelingenwet (Vw) 2000). This Vw 2000 was amended with the Act on Biometrics in the Immigration Process (Wet biometrie in de vreemdelingenketen, Wbvk) as of March 1, 2014. The legislator deemed this amendment necessary to improve the reliability of identity verification, thereby allowing for more effective fraud prevention. The Wbvk aims to increase the efficiency and effectiveness of the execution of immigration policy. This should primarily be achieved by addressing ‘irregularities regarding identity.’ The Wbvk forms the basis for the collection and processing of biometric data (i.e. facial images and fingerprints) of foreign nationals and the central storage of this data in a central shared database with Basic Information on Applicants (in Dutch: Basisvoorziening Vreemdelingen, BVV). After the second evaluation, the Wbvk was extended by five years (until 2026). It was stipulated that a new, third evaluation must provide a report on the necessity, effectiveness, and impact of the Wbvk. This report presents the results of this third evaluation, addressing the following two research questions: How does the Wbvk relate to other relevant (European) laws and regulations? How does the Wbvk contribute to the identification of foreign nationals and thus to the functioning of the Vw 2000

    Prevalence Monitor for Domestic Violence and Sexually Inappropriate Behavior 2024

    No full text
    De monitor beschrijft de aard en de mate waarin huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland voorkomen. De data zijn gebaseerd op zelfrapportage, dit betekent dat de respondent verslag doet van zijn eigen gevoelens en ervaringen. In deze monitor worden de volgende vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag apart besproken: psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld. Waar in de voorgaande metingen (2020 en 2022) verbale agressie in huiselijke kring en dwingende controle in huiselijke kring als concepten werden gemeten, zijn deze in 2024 vervangen door het nieuwe concept psychisch geweld in huiselijke kring. De reeds gepubliceerde cijfers over huiselijk geweld in de eerdere monitors zijn daarmee niet een op een vergelijkbaar met de cijfers in de huidige monitor, het gaat hier om een andere operationalisering van huiselijk geweld. INHOUD Inleiding Psychisch geweld in huiselijke kring Fysiek geweld in huiselijke kring Stalking door ex-partner Offline seksuele intimidatie Online seksuele intimidatie Fysiek seksueel geweld Aanvullende thema's Totaalbeeld huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag ConclusiesThe Monitor describes the nature and extent to which domestic violence and sexually inappropriate behavior occur in the Netherlands. The data are based on self-reporting, this means that the respondent reports about his/her own feelings and experiences. In this monitor the following acts of domestic violence and sexually inappropriate behavior are discussed separately: psychological violence in the domestic circle, physical violence in the domestic circle, stalking by an ex-partner, offline sexual harassment, online sexual harassment and physical sexual violence. Whereas the previous measurements (2020 and 2022) included verbal aggression in the home and coercive control in the home, in 2024 these have been replaced by the new concept of psychological violence in the home. The previously published figures on domestic violence are therefore not one-to-one comparable with the figures in the current monitor; they involve a different operationalization of domestic violence

    Dutch National Risk Assessment on Money Laundering 2023 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van witwassen is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). Nederland is als lid van de FATF gebonden aan de aanbevelingen van dit intergouvernementeel orgaan gericht op het nemen van preventieve en repressieve maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering, maatregelen ten aanzien van nationale rechtsstelsels en internationale samenwerking. Voor de EU-lidstaten is het grootste deel van de FATF-aanbevelingen omgezet naar verschillende opeenvolgende anti-witwasrichtlijnen. Op grond van deze richtlijnen dienen de EU-lidstaten risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren en een National Risk Assessment (NRA) vast te stellen. Voor Nederland is de uitvoering van de NRA vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De uitgevoerde risicoanalyse voor de NRA betreft de periode januari 20202 tot en met juni 2023. De NRA heeft een vijfledig doel: het identificeren van de witwasdreigingen met de grootste potentiële impact (ofwel de grootste witwasdreigingen); het vaststellen van de hoogte van de potentiële impact van de grootste witwasdreigingen; het bepalen van de hoogte van de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste witwasdreigingen; het bieden van inzicht in de aard en mechanismen van de grootste witwasdreigingen; en het bepalen van het risiconiveau van de grootste witwasdreigingen door de potentiële impact van de dreigingen af te zetten tegen de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium. INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen? Grootste witwasdreigingen Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium Nationale wet- en regelgeving ConclusiesThe Research and Data Center (WODC) carried out a third NRA on money laundering for the European Netherlands in the period June 2022 to December 2023.1 The risk analysis carried out for the NRA covers the period January 2020 to June 2023.The NRA has a fivefold purpose: identifying the money laundering threats with the greatest potential impact (i.e. the greatest money laundering threats); determining the level of potential impact of the greatest money laundering threats; determining the level of resilience of the policy instruments for the prevention and/or repression of the greatest money laundering threats; providing insight into the nature and mechanisms of the greatest money laundering threats; and determining the risk level of the greatest money laundering threats by comparing the potential impact of the threats and the resilience of the policy instruments

    A framework for evaluating the Statelessness Determination Procedure Act (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het Tweede Kamerlid Ceder (ChristenUnie) heeft tijdens de behandeling van het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid een motie ingediend. In de motie staat beschreven dat de doeltreffendheid van de aanpassingen geëvalueerd moet worden en effecten in kaart moeten worden gebracht. De motie Ceder is aangenomen op 31 mei 2022. Ter voorbereiding op deze evaluatie heeft Regioplan een evaluatiekader opgesteld voor de Wet vaststelling staatloosheid. Het onderzoek biedt inzicht in de wijze waarop de wet kan worden geëvalueerd en welke data daarvoor nodig zijn. Vraagstelling onderzoek: Wat zijn de doelen van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid zoals de wetgever die voor ogen had? Wat is het beoogde verloop van de vaststellingsprocedure voor staatloosheid? Welke indicatoren zijn van belang om de doelen en werking van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid te evalueren? Welke data zijn nodig om inzicht te krijgen in deze indicatoren? Wat is op dit moment nodig om de beschikbaarheid van de data ten tijde van de evaluatie te waarborgen?INHOUD Inleiding Beleidstheorie Naar een evaluatiekader ConclusiesMember of the House of Representatives Ceder submitted a motion during the discussion of the bill to establish statelessness. The motion describes that the efficacy of the adjustments should be evaluated and effects identified. The Ceder motion passed on 31 May 2022. In preparation for this evaluation, Regioplan was commissioned by the WODC to draw up an evaluation framework for the Statelessness Determination Procedure Act. The study should provide insight into how the law can be evaluated and what data are needed to do so. Research questions: What are the goals of the Statelessness Determination Procedure Act as envisioned by the legislator? What is the intended course of the statelessness determination procedure? What indicators are important to evaluate the goals and functioning of the Statelessness Determination Procedure Act? What data are needed to understand these indicators? What is currently needed to ensure data availability at the time of the evaluation

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇