WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Sentencing 16 to 23 year olds according to adolescent criminal law; characteristics of (criminal cases of) individuals sentenced according to adolescent criminal law, and the judge's motivation (full text only available in Dutch)

    No full text
    Met het adolescentenstrafrecht wordt een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen benadrukt. Onder bepaalde condities is het mogelijk om in zaken waarbij de adolescent op 16- en 17-jarige leeftijd het delict heeft gepleegd het volwassenenstrafrecht toe te passen (artikel 77b Sr.) en bij 18- tot 23-jarigen het jeugdstrafrecht (artikel 77c Sr.). Tevens is het voor de (kinder)rechter mogelijk om feiten gepleegd in de minder- en meerderjarigheid in één zaak te behandelen (artikel 495, lid 4 Sv.). Het WODC heeft de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht, waarbij de nadruk lag op de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen (zie link hiernaast). In een vervolgstudie wordt door het WODC onderzoek gedaan naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht bij de gehele doelgroep van 16- tot 23-jarigen. Deze vervolgstudie is opgedeeld in twee deelonderzoeken. In het eerste deelonderzoek is de nauwkeurigheid onderzocht van de query om zaken waarbij sprake is van de toepassing van het adolescentenstrafrecht te identificeren (zie link hiernaast). In dit tweede deel wordt een inhoudelijke analyse gegeven van de flexibele toepassing van strafrecht bij 16- tot 23-jarigen. De onderzoeksvragen zijn als volgt: Wat zijn de kenmerken (van strafzaken) van 16- tot 23-jarigen bij wie sprake is van de toepassing van het adolescentenstrafrecht en waarin verschillen zij van 16- tot 23-jarigen die volgens het jeugd- en volwassenenstrafrecht zijn gesanctioneerd? Wat is de motivering van de rechter bij de toepassing van het adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen? In hoeverre wijkt de eis van de officier van justitie, het advies van deskundigen en het standpunt van de verdediging af van de beslissing van de rechter voor het toe te passen sanctiestelsel?Adolescent criminal law emphasizes a flexible use of juvenile and adult criminal law for individuals aged 16 to 23 years old. Under certain conditions, it is possible to apply adult criminal law in cases where the adolescent committed the offense at the age of 16 or 17 years old (Article 77b of the Dutch Criminal Code), and juvenile criminal law to individuals aged 18 to 23 years old (Article 77c of the Dutch Criminal Code). Furthermore, the (juvenile) judge may choose to handle offenses committed during both minority and adulthood in one case and decide on sanctioning according to either juvenile or adult criminal law (Article 495, paragraphs 4 and 5 of the Code of Criminal procedure). The research questions are as follows: What are the characteristics (if criminal cases) of 16 to 23 year old adolescents sentenced according to adolescent criminal law, and how do they differ from 16 to 23 year olds sanctioned under juvenile and adult criminal law? What is the judge’s motivation for sanctioning according to adolescent criminal law? To what extend do the demands of the public prosecutor, the advice of experts, and the defence’s position differ from the judge's decision regarding sanctioning according adolescent criminal law or regular criminal law

    Insights into incidents and crimes among COA residents; A quantitative study of the background characteristics of the individuals involved (full text only available in Dutch)

    No full text
    Sinds 2022 voert het WODC het incidentenoverzicht uit, een onderzoeksproject waarbinnen incidenten op COA-locaties en (verdenkingen van) crimineel gedrag onder COA-bewoners in kaart worden gebracht. Onder de vlag van dit project verschijnt jaarlijks een monitor en een duidingsonderzoek. Het onderhavige rapport is het duidingsonderzoek van 2023, dat voortbouwt op de eerder dat jaar verschenen monitor en dieper ingaat op een aantal bevindingen uit dat rapport. Specifiek staan in dit onderzoek de achtergrondkenmerken centraal van betrokkenen bij incidenten en verdachten van misdrijven. Het gaat hierbij om zowel demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, gezinssituatie en nationaliteit) als externe factoren (verblijfsduur en inwilligingspercentage per nationaliteit). Het onderzoek toetst hiermee een aantal veelgehoorde aannames over betrokkenheid bij overlast en poogt bij te dragen aan het terugdringen van overlastgevend gedrag door patronen van achtergrondkenmerken inzichtelijk te maken. Vooropgesteld dient te worden dat de beschreven incidenten en verdachtenregistraties een minderheid van de COA-bewoners betreffen en dat de meerderheid van de opgevangen asielmigranten niet terugkomt in de registraties van overlast. INHOUD Introductie Data, methoden en doelgroep ResultatenThe Research and Data Centre (WODC) has been implementing the Incident Overview Project since 2022. This research project aims to map incidents at COA-locations and (suspected) criminal behaviour among COA residents. Under the aegis of this project, WODC publishes a monitor and conducts an explanatory study annually. The present report presents the 2023 explanatory study, which is based on the monitor published earlier that year, and elaborates on a number of findings from that report. More specifically, this study focuses on the background characteristics of individuals involved in incidents and criminal suspects, covering both demographic indicators (age, sex, family situation and nationality) and external factors (duration of residence and residence permit grant rates per nationality). As such, the study tests a number of common assumptions about involvement in nuisance and attempts to contribute to combating nuisance behaviour by granting insight into patterns relating to background characteristics. We should emphasise that the incidents and suspect registrations discussed here involve a minority of COA residents and the majority of asylum migrants do not appear in the nuisance registries

    Football-related misconduct In The Netherlands and Belgium (full text only available in Dutch)

    No full text
    Hoewel enorm veel mensen kunnen genieten van voetbalwedstrijden, is voetbalgerelateerd wangedrag bijna niet weg te denken uit de hedendaagse samenleving. Onder voetbalgerelateerd wangedrag wordt verstaan: “gedragingen van natuurlijke personen in directe relatie tot het voetbal en die te maken hebben met, dan wel bestaan uit verstoring van de openbare orde/veiligheid en/of het plegen van strafbare feiten.” Het gaat om voetbalgerelateerd wangedrag in en rond een voetbalstadion met inbegrip van de bijbehorende gebouwen, terreinen, toegangen en toegangswegen. Het vindt plaats vlak vóór, tijdens en vlak na afloop van een voetbalevenement. In navolging van de aanbeveling door de Benelux Interparlementaire Assemblee om de internationale samenwerking tussen Nederland en België op het gebied van voetbalgerelateerd wangedrag te verbeteren, wordt in dit onderzoek de huidige situatie in kaart gebracht. In dit onderzoek komen de volgende onderwerpen aan bod: De mate waarin voetbalgerelateerd wangedrag zich voordoet in Nederland en België; De instrumenten die in Nederland en België worden ingezet om voetbalgerelateerd wangedrag tegen te gaan; De effectiviteit van deze instrumenten naar de ervaring van respondenten in zowel vragenlijsten, interviews als een expertmeeting; De mogelijkheden en bijbehorende valkuilen als wordt gekeken naar de overdraagbaarheid van deze instrumenten.INHOUD Inleiding, vraagstelling, opzet van het onderzoek en reflectie Voetbalgerelateerd wangedrag, het fenomeen Actoren en hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag Nederland Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag België Overdraagbaarheid van instrumenten Conclusie en reflectieAlthough huge numbers of people enjoy attending football matches, football-related violence is still a common occurrence. Whether it is the throwing of objects on the pitch, setting off fireworks or uttering racist speeches, almost weekly the Dutch and Belgium newspapers report on football-related violence. Following the covid pandemic, football-related violence has increased, according to figures from the Netherlands and Belgium. Even though we can see a decrease in the Netherlands in 2023, the level of football-related violence is still not on the same level from before the covid pandemic. This study covers the following topics: The extent to which football-related misconduct is taking place in the Netherlands and Belgium. The instruments currently used in both countries to combat this misconduct. The application of these instruments and existing bottlenecks. The instruments perceived by stakeholders as effective and potentially transferable

    Improper use of administrative law proceedings for the purpose of obtaining compensation of costs of process (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het is de vraag of er sprake is van zogenaamd oneigenlijk gebruik van bestuursrechtelijke procedures met het oog op verkrijging van proceskostenvergoedingen. In dit rapport beschrijven we het onderzoek naar dit onderwerp, waarbij de volgende hoofdvragen centraal staan: In welke mate en op welke onderdelen van het bestuursrecht is sprake van oneigenlijk gebruik van proceskostenvergoedingen door rechtshulpverleners en hoe dat kan dat worden omschreven? Welke factoren in (sectorale) regelgeving kunnen dat oneigenlijk gebruik verklaren? Welke aanpassingen van de regelgeving zijn mogelijk om oneigenlijk gebruik tegen te gaan?INHOUD Inleiding Document- en literatuurstudie Jurisprudentie Interviews en focusgroepen ConclusiesThe question is whether in these situations there is so-called improper use of proceedings for the purpose of obtaining compensation of costs of process. In this report we describe the research on this topic, focusing on the following main questions: To what extent and in what areas of administrative law is there improper use of compensation of costs of process by legal aid providers, and how can that be described? What factors in (sectoral) regulations can explain that improper use? What regulatory adjustments are possible to prevent improper use

    Forecasting the demand on the Dutch justice system until 2029 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit rapport beschrijft de ramingen van de capaciteitsbehoefte van de justitiële ketens tot en met 2029. Het gaat daarbij om ramingen van de instroom en uitstroom van diverse ketenpartners binnen de justitiële ketens (aantallen te behandelen zaken e.d.) en de capaciteitsbehoefte bij intramurale voorzieningen (aantal plaatsen in justitiële inrichtingen). De ramingen voor de civielrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtspraak zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) en de Raad voor de rechtspraak. De ramingen voor forensisch psychiatrische centra (voorheen tbs-klinieken) zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het WODC en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Voor de overige ramingen is het WODC verantwoordelijk. De ramingen zijn ‘beleidsneutraal’. Dat wil zeggen dat de ramingen uitgaan van gelijkblijvend beleid. Het effect van voorgenomen beleids- en wetswijzigingen is niet in de ramingen verdisconteerd. Ook zijn de effecten van recentelijk ingezet beleid (vanaf 2023) niet in de beleidsneutrale ramingen verwerkt, omdat de ramingen gebaseerd zijn op ontwikkelingen in de justitiesector tot en met 2022. Definitieve gegevens over 2023 waren op het moment van berekening nog niet beschikbaar. Daar waar organisaties in staat waren om voorlopige cijfers over 2023 aan te leveren, zijn deze meegenomen. Deze ramingen vormen de basis voor de begroting 2025. INHOUD Inleiding Inleiding Achtergrondfactoren Overtredingen Misdrijven Tenuitvoerlegging Reclassering, kinderbescherming en rechtsbijstand in strafzaken Civiel recht en bestuursrecht NawoordIn this report, the forecasts of the ‘demand’ for services of the police, prosecutors, courts and prisons until the end of 2029 are described. The forecasts were obtained by applying the so-called PMJ, which is the forecasting model that is developed for the Dutch criminal justice system and the civil and administrative justice systems. The base year for our forecasts was 2022. Any changes in legislation or policy later than 2022 could therefore not be incorporated. PMJ is based on developments in society that fall outside the sphere of influence of the Ministry of Justice and Security. The model assumes that developments in society are the driving forces behind the trends in crime and private disputes. Four groups of factors can be distinguished: demographic structure of the population, economic conditions, social problems and other changes. Within each category, a number of background factors are distinguished. The combination of these factors represents certain classes of problems like social inequality, cultural conflicts, social isolation, and economic inequality

    Research on the settlement choices of knowledge workers in the Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in de factoren die een rol spelen in de vestigingskeuze van kennismigranten, zoekjaarders, zelfstandigen en start-ups en hoe verschillende factoren, inclusief het Nederlandse beleid, worden gewogen in deze keuze. De resultaten bieden handvatten om Nederland aantrekkelijker te maken als vestigingsland. INHOUD Inleiding Doelgroep en beleidsregelingen Literatuurstudie en contributietheorie Uitkomsten van de interviews Conclusie en verbeterpuntenThe purpose of the current study was to gain insight into the factors that play a role in the settlement choices of highly skilled migrants, migrants with an orientation year residence permit, self-employed migrants and start-up migrants and how various factors, including Dutch policy, are weighed in this decision. The results offer tools to make the Netherlands more attractive as a country of settlement

    Process evaluation of ‘Patient in the right place’ in forensic healthcare; Qualitative and quantitative research on the assessment and placement in forensic healthcare in the Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    In de periode voorafgaand aan de stelselwijziging forensische zorg, die uiteindelijk is gecodificeerd in de Wet forensische zorg (Wfz), werd de toeleiding van patiënten naar forensische zorg gekenmerkt door een gebrek aan systematiek en functionerend op basis van ‘ons kent ons’. Daardoor was de plaatsing van patiënten veelal capaciteits- en niet vraaggestuurd, wat leidde tot rechtsongelijkheid tussen patiënten afhankelijk van het arrondissement waar iemand berecht werd. Een centraal doel van de Wfz is dat patiënten op de juiste plek met de juiste forensische zorg worden geplaatst. Daaronder wordt verstaan dat een forensisch patiënt zorg ontvangt passend bij diens stoornis, op het vereiste beveiligingsniveau en waarbij er zo snel mogelijk met de behandeling van de betrokkene gestart kan worden. De onderzoeksvragen luiden: Worden de processen van indicatiestelling, matching en plaatsing uitgevoerd zoals beoogd? Welke factoren spelen een helpende of belemmerende rol bij de uitvoering van de indicatiestelling en de plaatsing? Biedt het forensisch zorgaanbod een adequate dekking voor de zorg- en beveiligingsvragen? Hoe vaak en in welke gevallen kan een patiënt wel of niet geplaatst worden op een plek die correspondeert met de zorg- en beveiligingsbehoeften die zijn vastgelegd in de indicatiestelling?INHOUD Inleiding Methoden De organisatie van indicatiestelling en plaatsing 'op papier' Ervaringen in de praktijk Helpende en belemmerende factoren in de praktijk Zorgaanbod in getal Indicatiestelling en plaatsing in getal Discussie en conclusiePrior to the reorganization of the Dutch forensic care system in 2008, which was ultimately codified in the Forensic Care Act (Wet forensische zorg, hereinafter Wfz), there was a lack of standardization in the way patients were led to forensic healthcare. Direct connections between professionals were one of the main determinants of the type of forensic care patients received. A central goal of the Wfz is that patients are placed in the right place with the right forensic care. This means that a forensic patient should receive care appropriate to their disorder, at the required security level and at a place where the treatment can commence as quickly as possible. The most important means through which this goal can be facilitated by the Wfz is the implementation of the assessment and placement processes. In this study, the implementation of the assessment and placement processes is evaluated, as part of a broader evaluation of the Wfz

    The prevalence of surrogacy in the Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de prevalentie van draagmoederschap in Nederland in de periode van 2017 tot en met 2022 en de karakteristieken van deze draagmoederschapstrajecten. De centrale vraagstelling van dit onderzoek is tweeledig: Prevalentie van draagmoederschapstrajecten: Wat is de prevalentie van draagmoederschap in Nederland in de periode 2017-2022? Hierbij wordt ook gekeken naar verschillende soorten trajecten en routes om juridisch ouderschap en gezag te regelen. Praktijk van draagmoederschapstrajecten en ervaringen van betrokkenen: Hoe zien draagmoederschapstrajecten eruit in de huidige situatie? Hierbij zal zowel worden gekeken naar de feitelijke vormgeving van trajecten en knelpunten daarbij, als naar de ervaringen van betrokkenen bij het traject. INHOUD Inleiding Methoden Prevalentie van draagmoederschap in Nederland Totstandkoming en verloop trajecten Juridische routes bij draagmoederschap Bescherming van betrokkenen Kinderen geboren via draagmoederschapstrajecten SlotbeschouwingThe aim of this study is to understand the prevalence of surrogacy in the Netherlands from 2017 to 2022 and the characteristics of these surrogacy trajectories. The central question of this study is twofold: Regarding the prevalence of surrogacy trajectories: what is the prevalence of surrogacy in the Netherlands during the period 2017-2022? This includes examining of the various trajectories and legal routes to establishing parenthood and custody. Regarding practical aspects and experiences with surrogacy trajectories: what do surrogacy trajectories look like? This involves studying the characteristics of trajectories, identifying challenges and aspects that need improvement, and exploring the experiences of those involved

    Public support for the compulsory portion (Full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit onderzoek gaat over de legitieme portie, waarop een kind aanspraak kan maken als het door een ouder in een testament is onterfd, zoals beschreven in art. 4:63 e.v. BW. Zonder testament zou een kind op grond van de wet erfgenaam worden van de ouder en dus ook recht hebben op spullen van de nalatenschap. Wanneer een kind is onterfd en vervolgens een beroep op de legitieme portie doet, dan krijgt het geen spullen, maar kan het kind wel geld eisen van de erfgenamen. In de literatuur en in de rechtspraktijk bestaat al langere tijd discussie over het bestaansrecht van en het draagvlak voor de legitieme portie. Familiebanden zouden mogelijk losser zijn geworden en het belang van de vrijheid om zelf te bepalen wat er met de nalatenschap gebeurt zou zijn gegroeid. Er is daarom meerdere malen gepleit voor afschaffing van de legitieme portie. De vraag naar afschaffing of behoud hangt samen met de vraag of binnen de Nederlandse bevolking draagvlak bestaat voor de legitieme portie. De vragen die in dit onderzoek centraal staan: Wat vindt de Nederlandse bevolking van de legitieme portie? Wat zijn de gevolgen als de legitieme portie afgeschaft zou worden? En daarop volgend: Wat moet er dan geregeld worden? Wat moet er gebeuren indien niet tot afschaffing zou worden overgegaan? (Dit gaat niet alleen over de wetgeving, maar ook over de rechtspraktijk.) INHOUD Inleiding Methodologie Algemene inleiding Rechtsvergelijking Enquête Sociologische aspecten Interviews Expertmeeting Conclusie en beantwoording onderzoeksvragenThis research concerns the ‘compulsory portion’ (legitieme portie), to which a child is entitled if they are disinherited by a parent in a will, as described in Article 4:63 ff. of the Dutch Civil Code. Without a will, a child would, by law, become an heir of the parent and thus also have a right to items from the estate. When a child is disinherited and subsequently claims the compulsory portion, they do not receive any items but may claim money from the heirs. In both literature and legal practice, there has long been a debate about the legitimacy of and support for the compulsory portion. Family ties may have become less strong, and the importance of the freedom to decide what happens to one’s estate has possibly increased. Consequently, there have been repeated calls for the abolition of the compulsory portion. The question of whether to abolish or retain it is related to whether there is public support for the compulsory portion among the Dutch population

    Tussenrapportages - maart 2024 en mei 2023

    No full text
    Deze tussenrapportages bevatten de eerste resultaten van de evaluatie Pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming (hierna: de pilot). Deze pilot houdt in dat ouders die te maken krijgen met een gezagsbeëindigende maatregel kosteloze rechtsbijstand kunnen krijgen. De pilot loopt van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024. Op 1 september 2023 wordt de pilot mogelijk uitgebreid met procedures rond (spoed)uithuisplaatsingen, met uitzondering van procedures die zien op de verlenging van de uithuisplaatsing. De evaluatie van de pilot heeft als doel de uitvoering van de pilot te monitoren en na te gaan hoe kosteloze rechtsbijstand de rechtsbescherming van ouders vergroot

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇