WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Artikel 2.3 Wet forensische zorg in cijfers 2020 tot en met 2022

    Full text link
    Met het inwerkingtreden van artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) op 1 januari 2020 heeft de strafrechter de bevoegdheid gekregen om in verschillende fasen van het strafproces een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging af te geven voor personen die niet (meer) op hun plaats zijn in het strafrecht en verplichte zorg nodig hebben. Op basis van registratiedata uit het zorginformatiesysteem van het Openbaar Ministerie (OM) geeft deze factsheet inzicht in de toepassing van artikel 2.3 Wfz in de eerste drie jaar sinds inwerkingtreden

    Trends in juvenile crime in the Netherlands 2000 up until 2023; syntheses of results from the Juvenile Crime Monitor (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van deze synthese is een beschrijving te geven van ontwikkelingen in jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot en met 2023 met de nadruk op vijf meest recente jaren en deze ontwikkelingen nader te duiden door gebruik te maken van meerdere bronnen en actuele literatuur. We zoeken antwoorden op de volgende vragen:Hoe heeft de jeugdcriminaliteit in Nederland zich ontwikkeld in de periode 2000 tot en met 2023, met de nadruk op de laatste vijf jaren? Welke verschillen zijn er tussen subgroepen (onder meer demografische kenmerken), naar type delict en naar regio? Welke ontwikkelingen doen zich voor bij verschillende type sancties (Halt, OM- en ZM-afdoeningen)? In hoeverre is er sprake van mogelijke verjonging, verharding, concentratie of digitalisering van de jeugdcriminaliteit in Nederland? Welke verschillen zijn er tussen de ontwikkelingen in de geregistreerde criminaliteit in Nederland en omringende landen (België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk)?INHOUD Inleiding Algemene ontwikkeling Verdieping Slo

    Necessity seeks law; evaluation of the Temporary Law on Counterterrorism Administrative Measures (full text only available in Dutch)

    No full text
    Terrorisme en extremisme zijn fenomenen die de maatschappij ernstig kunnen verstoren. Het is daarom belangrijk een adequaat en effectief instrumentarium te hebben om de dreiging het hoofd te bieden. De zogenoemde ’brede benadering’ vormt de basis van het Nederlandse contraterrorismebeleid. Dit is een samenhangende inzet van gerichte preventie, repressie en, als er terroristisch geweld heeft plaatsgevonden, herstel (curatie). Een van de instrumenten in de brede aanpak is de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt). Het doel van de wet is om de nationale veiligheid te beschermen tegen terroristische dreiging. De Twbmt bestaat uit bestuurlijke maatregelen die ingezet kunnen worden in situaties waarin het strafrecht (nog) geen handelingsperspectief biedt. De bestuurlijke maatregelen betreffen een meldplicht, een gebiedsverbod, een uitreisverbod, een contactverbod en de mogelijkheid tot het intrekken of weigeren van een beschikking. De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt: Wat zijn de onderliggende veronderstellingen achter de maatregelen in de Twbmt, hoe en onder welke omstandigheden worden ze toegepast, wat zijn de noodzaak, effecten en proportionaliteit van de maatregelen, wat zijn de voorwaarden om de afzonderlijke maatregelen in stand te houden, wat is de verhouding tot het strafrecht en hoe kan de rechtsbescherming zo nodig worden versterkt? INHOUD Inleiding Over de Twbmt Toepassing van de Twbmt Meldplicht Gebiedsverbod Contactverbod UItreisverbod Weigeren of intrekken beschikkingen Uitvoeringsproces Ervaringen met en verwachtingen over de wet Twbmt in relatie tot het strafrecht Straf- en bestuursrechtelijke maatregelen met een vergelijkbaar strafbaar effect Het juridische kader en motivering van Twbmt-maatregelen ConclusiesTerrorism and extremism are phenomena that can severely disrupt society. Therefore, it is crucial to have an adequate and effective toolkit to address these threats. The so-called 'broad approach' forms the basis of Dutch counter-terrorism policy. This approach involves a coherent deployment of targeted prevention, repression, and, when terrorist violence has occurred, recovery (curation). The central research question of this study is: What are the underlying assumptions behind the measures in the Temporary Counterterrorism Act, how and under what circumstances are they applied, what are the necessity, effects, and proportionality of the measures, what are the conditions for maintaining the individual measures, what is the relationship to criminal law, and how can legal protection be strengthened if necessary

    The Measure on Behavioural Influence and Limitation of Freedom (MBI) in 2022 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit rapport beschrijft de kenmerken van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen (GVM’s) in 2018 tot en met 2022. De GVM is een van de drie onderdelen van de Wlt en geldt vanaf 1 januari 2018. Met deze zelfstandige toezichtmaatregel kan toezicht worden gehouden na afloop van een gevangenisstraf en/of tbs-maatregel. De onderzoeksvragen gaan over het aantal opleggingen, kenmerken van de opleggingen, adviezen van de reclassering en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en de argumentatie van de rechtbanken en hoven. Ook zijn kenmerken vastgelegd van uitspraken over de tenuitvoerlegging van de GVM, en over één verlenging van een GVM.The aim of the current report is to describe all court rulings on either the imposition or execution of the MBI from 2018 through 2022. The Measure on Behavioural Influence and Limitation of Freedom (MBI; in Dutch: Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende maatregel or GVM), which came into effect on 1 January 2018, is one of the three parts of the LTSA. The research questions focus on the amount of MBI impositions and their characteristics; recommendations about the necessity of the MBI issued by the Probation Services and the Netherlands Institute for Forensic Psychiatry and Psychology (Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie; NIFP); and the reasoning of primary, appeal and higher appeal courts when imposing or ordering to execute the MBI

    The monitoring of digital data carriers (full text only available in Dutch)

    No full text
    Hooghiemstra en partners onderzocht hoe de controles van digitale gegevensdragers bij veroordeelden van online seksueel kindermisbruik zich verhouden tot de geldende juridische kaders, welke mogelijkheden er zijn om de controles aan te passen zodat deze voldoen aan de juridische kaders en hoe deze zo effectief mogelijk kunnen zijn. De directe aanleiding van het onderzoek waren zorgen die speelden omtrent de controles, met name over de juridische toelaatbaarheid en de toegepaste werkwijze. De bredere maatschappelijke relevantie is gelegen in de preventie van recidive onder plegers van online seksueel kindermisbruik. De controles beogen daar aan bij te dragen, maar dienen daarvoor uiteraard op correcte wijze te kunnen worden uitgevoerd. Het onderzoek bestond uit drie deelonderzoeken: Een evaluatie van de oude controle; Een onderzoek naar de doorontwikkeling van de controle; Een verkenning naar de uitbreiding van een doorontwikkelde controle voor andere online delicten. INHOUD Aanleiding Introductie begrippen uit het onderzoek Ontwikkelingen jurisprudentie Hoge Raad Cijfermatige analyse jurisprudentie lagere rechtspraak Controle van digitale gegevensdragers in de praktijk Grondrechten Verkenning uitbreiding controle naar andere delicten Bevindingen en aanbevelingenHooghiemstra and partners researched how the checks of digital data carriers on convicted offenders of online child sexual abuse relate to the applicable legal frameworks, what possibilities there are to adapt the checks so that they comply with the legal frameworks and how they can be as effective as possible. The immediate reason for the study was concerns raised about the checks, in particular their legal admissibility and the methodology used. The wider societal relevance lies in the prevention of recidivism among perpetrators of online child sexual abuse. The checks aim to contribute to this, but obviously need to be able to be carried out correctly in order to do so

    Expert meetings on responsive litigation (full text only available in Dutch)

    No full text
    Pro Facto en de Rijksuniversiteit Groningen hebben in opdracht van het WODC een viertal kennistafels georganiseerd om inzicht te krijgen in de behoefte aan een instrument om onnodig procedeergedrag van de overheid te voorkomen en behoorlijk procedeergedrag te stimuleren. De deelnemers aan deze kennistafels waren professionals die betrokken zijn bij bestuurlijke procedures in bezwaar en beroep en experts op het gebied van bestuursrecht, organisatieverandering en het gedrag van ambtenaren. Omdat de professionals die deelnamen aan de kennistafels slechts een fractie vormen van alle personen die zich bezig houden met bezwaarbehandeling en procesvertegenwoordiging in beroep en hoger beroep, geven deze kennistafels mogelijk geen representatief beeld van het (gewenste) procedeergedrag van overheden. Wel bieden de resultaten van dit onderzoek een goed indicatief beeld van de behoeften aan instrumenten binnen de huidige praktijk. Tijdens de kennistafels is de volgende onderzoeksvraag beantwoord: Wat is de behoefte bij (proces)vertegenwoordigers van de overheid in het bestuursrecht (bezwaar en beroep) aan een afwegingskader ter voorkoming van onnodige procedures én ter borging van behoorlijk procedeergedrag door de overheid? Wat is de gewenste inhoud en vorm van een dergelijk afwegingskader en wat zijn de aanbevelingen voor de implementatie? Uit de kennistafel blijkt dat behoefte bestaat uit de volgende instrumenten: handvatten voor het vormgeven van een ontwikkelingstraject naar een meer burgergerichte behandeling van bezwaar; handvatten voor het vormgeven van een ontwikkelingstraject naar een meer bur-gergerichte behandeling van bezwaar; richtlijnen voor burgergericht procederen in (hoger) beroep; een afwegingskader voor het instellen van hoger beroep. INHOUD Inleiding Vraagstelling en aanpak Context: de verhouding overheid-burger Context: de responsieve overheid in praktijk Behoorlijk procedeergedrag: de behoefte Behoorlijk procedeergedrag: inhoud en vorm Behoorlijk procedeergedrag: implementatiePro Facto and the University of Groningen, commissioned by the WODC, organized four expert meetings to gain insight into the need for an instrument to prevent unnecessary litigation and to encourage responsive litigation behaviour. The participants in these expert meetings were professionals involved in administrative procedures concerning objections and appeals, as well as experts in administrative law, organizational change, and the behaviour of civil serv-ants. Since the professionals participating in the expert meetings represent only a small frac-tion of all individuals involved in handling objections and representing cases in court, these expert meetings may not provide a representative view of the (desired) litigation behaviour of governments. However, the results of this study do offer a indicative view of the needs for instruments within current practice. During the expert meetings, the following research question was addressed: What are the needs of (process) representatives of the government in administrative law (objection and appeal) for a decision-making framework to prevent unnecessary procedures and to ensure responsive litigation or by the government? What is the desired content and format of such a decision-making framework and what are the recommendations for its implementation

    Long-term supervision of (mentally ill) sex and violent offenders; A meta-review on effective (elements of) supervision and treatment programs and supposed working mechanisms (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2018 is de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking (Wlt) in werking getreden, een wet waarmee langdurig toezicht, behandeling en monitoring van ex-gedetineerden en (ex-)terbeschikkinggestelden (tbs) is geregeld. Onder bepaalde omstandigheden zijn voor hen toezichtmogelijkheden gecreëerd, na afloop van de straf en/of maatregel. Dit toezicht is telkens te verlengen en daarmee van tevoren van onbekende totale duur. Het doel van de Wlt is het voorkomen van herhaling van zeden- en zware geweldsdelicten. Vanuit de Tweede Kamer zijn in het wetgevingstraject over de Wlt zorgen geuit over de toepassing en de uitvoerbaarheid van toezicht op de langere termijn. De onderzoekspopulatie bestaat uit volwassen onder toezicht gestelden die in de doelgroep van de Wlt vallen, te weten (ex-)justitiabelen die een gevangenisstraf van één jaar of meer en/of een tbs-maatregel hebben gehad en/of een psychische stoornis hebben; in het kort: de Wlt-populatie. Het doel van het huidige onderzoek is onderzoeken of voor de genoemde Wlt-populatie toezicht/behandelprogramma’s of elementen daarvan bekend zijn die kunnen helpen in het houden van langdurig(er) toezicht. Naast het in kaart brengen van effectieve toezicht/behandelprogramma’s voor langdurig toezicht zijn de veronderstelde werkzame mechanismen van de programma’s, de overeenkomsten en verschillen tussen de gevonden programma’s en elementen en eerder onderzoek naar effectief toezicht, en de manier waarop langdurig toezicht gemonitord kan worden in kaart gebracht. Onder toezicht wordt het gehele traject van re-integratie van een justitiabele verstaan: het toezicht dat door de reclassering wordt gehouden, maar ook behandelprogramma’s, trainingen, interventies of cursussen die tijdens het toezicht plaatsvinden. Het betreft alleen toezicht ‘aan de achterdeur’, als sluitstuk van een gevangenisstraf en/of tbs-maatregel. INHOUD Inleiding en methoden Effectiviteit van toezicht/behandelprogramma's Effectieve toezicht- en behandelprogramma's op lange termijn en de werkzame mechanismen ConclusieIn 2018, a new law – the Long-Term Supervision, Behavioural Control and Restriction of Freedom of Movement Act (LTSA; in Dutch: Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking) – was implemented in the Netherlands. This Act allows for long-term supervision, treatment and monitoring of former prisoners and offenders detained or formerly detained under a mandatory treatment order (tbs-order; maatregel terbeschikkingstelling). Supervision opportunities have been created for them under certain circumstances, after the end of the sentence and/or tbs-order. This supervision can be extended indefinitely and is thus at the start of unknown overall duration. The LTSA’s objective is to prevent the repetition of sex and violent offences. During the process leading up to this new Act, the House of Representatives expressed its concerns about the application and feasibility of long-term supervision. The objective of the current meta-review is to find out whether there are any supervision/treatment programmes or elements thereof available for the aforementioned LTSA population that could help in establishing long-term or longer-term supervision. Further to identifying effective supervision/treatment programmes for long-term supervision, the supposed working mechanisms of the programmes were deducted, the similarities and differences between the programmes and elements found and previous research on effective short-term supervision, and the ways in which long-term supervision can be monitored were studied

    Representatieve cijfers over hun welzijn en positieverwerving

    Full text link
    De eerste representatieve cijfers over Oekraïense vluchtelingen in Nederland laten het beeld zien van een groep mensen die proberen hun draai te vinden in een nieuw land. Zij voelen zich over het algemeen thuis in Nederland en de meerderheid is van plan te blijven, in ieder geval op de korte termijn. Een belangrijk probleem dat volledige deelname aan de Nederlandse maatschappij in de weg staat, is het gebrek aan beheersing van de Nederlandse taal onder deze groep

    Self-reported juvenile delinquency in the Netherlands in 2022/2023 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Om te weten hoe het gaat met de jeugdigen in Nederland en aanknopingspunten te kunnen bieden voor adequaat beleid, worden ontwikkelingen in de Jeugdcriminaliteit periodiek onderzocht in de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC), een samenwerkingsverband van het WODC met het CBS. Daarvoor worden ontwikkelingen beschreven op basis van door politie en justitie geregistreerde jeugdcriminaliteit. Een aanzienlijk deel van de gepleegde delicten en daders komt echter niet in beeld bij politie en justitie. Naar schatting wordt ruim drie kwart van de ondervonden delicten niet opgehelderd. Daarom wordt er periodiek ook informatie verzameld uit een onafhankelijke bron, namelijk de door jongeren zelf gerapporteerde jeugddelinquentie. Sinds 2005 is sprake van de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugddelinquentie (MZJ) waarbij een willekeurige steekproef van jongeren tussen 10 en 18 (in 2015 opgehoogd naar jongeren tot 23 jaar) uit de Nederlandse populatie wordt bevraagd over hun delinquente gedrag. De volgende onderzoeksvragen staan hier centraal: Wat is de aard en omvang van de door jongeren (10 tot 23 jaar) zelfgerapporteerde delicten in 2022/23, welke verschillen zijn er naar type delict, zowel traditioneel als online delicten, welke variatie doet zich voor naar verschillende kenmerken van groepen jongeren, jongeren met en zonder politiecontacten, en regio’s? Welke kenmerken (demografische en risico- en beschermende factoren) hangen samen met zelfgerapporteerde delinquentie in 2022/23, in welke mate komen deze factoren voor in een steekproef van jongeren uit de algemene populatie en welke verschillen zijn er naar achtergrondkenmerken van jongeren in de mate waarin deze voorkomen?INHOUD Inleiding Zelfgerapporteerde delinquentie Delinquentengroepen: delictgedrag en achtergrondkenmerken Leeftijd en delinquentie ConclusieWhat are the trends in juvenile crime in the Netherlands from 2000 to 2023? What is the national trend, what differences are there when we look at various (population) groups, types of offenses or settlements? Are juvenile suspects becoming younger, is the juvenile crime becoming more serious? Is youth crime concentrated in specific regions, districts or neighborhoods? To what extent are Dutch juveniles involved in cybercrime? What are the longer-term trends and what are the sort term trends (last five years)? An answer to these and other questions is sought in this study of the Juvenile Crime Monitor 2000-2023. Juvenile crime concerns 12 up until 23 year olds, within which we distinguish between minors and young adults.The Monitor for Self-Reported Juvenile Delinquency (MZJ) is a periodic study conducted by the WODC in collaboration with Statistics Netherlands (CBS) to track developments in juvenile delinquency in the Netherlands. This is done by describing developments based on juvenile delinquency registered by the police and justice system. However, a significant proportion of the offenses and offenders do not come to the attention of the police and justice system. It is estimated that more than three quarters of the experienced offenses are not solved. Therefore, information is also periodically collected from an independent source, namely self-reported juvenile delinquency by young people themselves. Since the 1980s, the WODC has been conducting research based on this source. Since 2005, the Monitor for Self-Reported Juvenile Delinquency (MZJ) has been in place, in which a random sample of young people between the ages of 10 and 23 (in 2015 increased to young people up to 23 years of age) from the Dutch population is questioned about their delinquent behavior. The Monitor for Self-Reported Juvenile Delinquency (MZJ) consists of an online survey with closed questions about offending and victimization of a wide range of offenses (varying in type and seriousness), various risk and protective factors for delinquency in the individual, family, friends and school context and demographic characteristics

    Evaluatie pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming

    Full text link
    In de pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming kunnen ouders kosteloos worden bijgestaan door een gespecialiseerd advocaat bij procedures rond gezagsbeëindiging en een eerste verzoek tot (spoed)uithuisplaatsing. Zo krijgen zij een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van de andere procespartijen (equality of arms), bij procedures die diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer. Dit onderzoek gaat over het verloop, de uitvoering en de resultaten van deze pilot. Het brengt in kaart welke gevolgen deze pilot heeft voor de uitvoeringspraktijk en beschrijft in hoeverre kosteloze rechtsbijstand de rechtsbescherming van ouders en kinderen in de jeugdbescherming vergroot. Deze onderzoeksvragen zijn beantwoord: In hoeverre draagt het bieden van kosteloze rechtsbijstand, in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming, bij aan de benodigde (juridische) ondersteuning en rechtsbescherming van ouders en kinderen in procedures bij gezagsbeëindiging en uithuisplaatsing? Wat zijn de uitvoeringslasten, kosten en (neven)effecten van de pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming? Op welke wijze kan (juridische) ondersteuning van ouders en kinderen in procedures bij gezagsbeëindiging en uithuisplaatsing (en in de jeugdbescherming) structureel het beste worden vormgegeven?INHOUDSOPGAVE Inleiding Juridisch en beleidsmatig kader Cijfers Uitvoering Ondersteuning en rechtsbescherming Structurele regeling voor (kosteloze) rechtsbijstand en alternatieven Conclusie In de loop van dit onderzoek zijn ook twee tussenrapportages verschenen. Zie in linkerkolom onder 'externe link' de documenten

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇