WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Evaluatie van (het gebruik van) de Risicokaart
The 'Risicokaart' is a map you can access on line (www.risicokaart.nl) that indicates the sitespecific risks for Dutch citizens and companies in their living and working environments. The map is also intended to give authorities the opportunity to communicate better with the general public. For these reasons the map has a public section for the wider public and a private section for government institutions. This investigation looks at whether the Risicokaart fulfills its original aims. It also investigates what information the various stakeholders require and if the Risicokaart provides that now or could do so in the future. The investigation focuses specifically on risk communication (not on crisis communication), because that is one of the map's functions.De Risicokaart is een via internet raadpleegbare kaart (www.risicokaart.nl) die als doel heeft om locatiegebonden risico’s in de leef- en werkomgeving van burgers en bedrijven in beeld te brengen en om overheden de mogelijkheid te geven om daarover beter te communiceren met de bevolking. De kaart kent daarom zowel een openbaar deel (voor het brede publiek) als een besloten deel (voor betrokken overheidsinstanties). In dit onderzoek staat de vraag centraal of de Risicokaart tegemoet komt aan de oorspronkelijke doelstellingen. Ook wordt onderzocht welke informatiebehoefte er bij verschillende betrokkenen bestaat en hoe de Risicokaart daar nu in voorziet of in de toekomst zou kunnen voorzien. Het onderzoek richt zich nadrukkelijk op risicocommunicatie (en niet op crisiscommunicatie), want dat is één van de functies van de Risicokaart. Het onderzoek is dus geen herhaling van het Inspectie-onderzoek uit 2013. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beschrijving van de Risicokaart 3. Gebruik van de Risicokaart 4. Informatiebehoefte 5. Ontwikkelingsvarianten van de Risicokaart 6. Conclusie
Een onderzoek naar kenmerken van en passende interventies voor daders van cybercriminaliteit in enge zin
This research attempted to generate more systematic knowledge about the characteristics and profiles of juvenile and adult offenders of cyber-focused crime, as well as to provide insight into appropriate and effective interventions for this offender group. The following research question has been addressed in this research: What are the differences between the profile(s) of cyber offenders and offenders of traditional crime and what are the implications of those differences for the nature of interventions for cyber offenders?Er zijn verschillende indicaties dat hacken, het uitvoeren van DDoS-aanvallen, het verspreiden van ransomware en andere vormen van cybercriminaliteit in enge zin in omvang toenemen onder zowel jeugdigen als volwassenen. De wetenschappelijke kennis over deze dadergroep is tot op heden beperkt, anekdotisch, verouderd en versnipperd. In dit onderzoek is getracht op meer systematische wijze kennis over de kenmerken en profielen van jeugdige en volwassen daders van cybercriminaliteit in enge zin te genereren alsook inzichten te bieden in de vraag wat hierbij passende en effectieve interventies zijn. In dit onderzoek staat de volgende probleemstelling centraal:In hoeverre bestaan er verschillen qua profiel(en) van cyberdaders en daders van ‘traditionele’ criminaliteit, en in hoeverre en op welke wijze dienen (eventuele) verschillen gevolgen te hebben voor de aard van interventies voor cyberdaders? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Achtergrondkenmerken 4. Drijfveren en beleving 5. Percepties over strafbaarheid, pakkans en schade van (gepleegde) cyberdelicten 6. Criminele carrière 7. Interventies voor daders van cybercriminaliteit in enge zin 8. Interventies die aansluiten bij What Works en Desistance 9. Conclusi
Inzicht in forensisch onderzoek naar dierenmishandeling
In past years, fighting animal abuse has received more attention. As of 2011, more means have been made available in combatting animal abuse: police officers specializing in animals have been introduced, a special contact point for reporting animal abuse was established and relevant legislation was updated. The coalition agreement of 2017-2021 states that research will be done into the question whether the capacity for forensic pathology regarding animals at the Netherlands Forensic Institute (NFI) needs to be expanded upon. The question central to this project is: what can be said about the request for and execution, including quality, of forensic investigation in cases of animal abuse and the role of forensic evidence in the legal prosecution process?De aandacht voor de bestrijding van dierenmishandeling is de afgelopen jaren toegenomen. Sinds 2011 is de aanpak van dierenmishandeling versterkt: de politie beschikt over speciale agenten die dierenwelzijn als aandachtsgebied hebben, er is een speciaal meldpunt voor dierenleed opgericht en wetgeving is verscherpt. In het regeerakkoord 2017-2021 is de afspraak gemaakt dat onderzocht wordt of het forensisch-pathologisch onderzoek bij dieren door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) versterkt moet worden. De centrale probleemstelling van het onderzoek is: wat kan gezegd worden over de aanvraag en uitvoering, inclusief kwaliteit, van forensisch onderzoek naar dierenmishandeling en de rol van dit onderzoek in het strafrechtelijk proces? INHOUD: 1. Inleiding 2. Context 3. De huidige praktijk: forensisch onderzoek in de opsporing en vervolging van dierenmishandeling 4. Kwaliteitseisen voor forensisch onderzoek op dieren 5. Dierenmishandeling in het strafproces en de rol van forensisch onderzoek 6. Tot slo
Mogelijkheden voor identificatie op internet op basis van IP-adres
In light of proposed legislation introducing a limited retention obligation on telecommunications data for detection and prosecution purposes, we examined whether it is technically feasible to identify individual users based on a public IP address. The question addressed in this study is: How do (mobile) internet providers identify an individual user of a public IP address, up until 12 months after use, for investigation and prosecution purposes, and what are the relevant (social) considerations? We define social considerations as: (1) usability for investigation and prosecution, (2) citizens’ privacy, and (3) the costs for internet providers. To address this research question, we reviewed the literature and held interviews with (mobile) internet providers, the police, and other stakeholders/experts. The findings enabled us to formulate strategy options.In het kader van de voorgenomen wetgeving omtrent de introductie van een beperkte bewaarplicht van telecommunicatiegegevens voor opsporing en vervolging is onderzocht hoe identificatie van individuele gebruikers op basis van een publiek IP-adres technisch te realiseren is. De vraagstelling van het onderzoek luidde: Hoe kunnen (mobiele) internetaanbieders, tot twaalf maanden na het gebruik, een individuele gebruiker van een publiek IP-adres identificeren, ten behoeve van opsporing en vervolging, en wat zijn relevante (maatschappelijke) afwegingen daarbij? Wanneer het gaat om relevante maatschappelijke afwegingen onderscheiden we (1) bruikbaarheid voor opsporing en vervolging, (2) privacy van burgers, en (3) kosten voor de internetaanbieders. Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag zijn literatuuronderzoek en interviews (met mobiele internetaanbieders, politie, andere stakeholders/experts) ingezet. Op basis van de bevindingen zijn beleidsopties geformuleerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemanalyse 3. Mogelijkheden voor verbetering 4. Internationale vergelijking 5. Conclusie
WODC-magazine 2019 nr. 2 - Vertrek
Op 10 oktober 2019 publiceerde het WODC het onderzoek ‘Blijven vergunninghouders in Nederland?’ In het WODC-magazine Vertrek een artikel over dit onderzoek naar de migratietrajecten van de groep vergunninghouders die, in de tweede helft van de jaren negentig, in Nederland kwamen. Daarnaast besteden we in het magazine aandacht aan de onderzoeken ‘Syriërs in Nederland’ en ‘Opnieuw beginnen’ uitgebracht door het SCP. Magazine 2019, nr. 2 - Vertrek (zie: link
Quick scan Belgische procedure voor invordering van onbetwiste schulden
In België is in juli 2016 een nieuwe buitengerechtelijke incassoprocedure voor vorderingen tussen bedrijven in werking getreden.1 Deze procedure voor Invordering van Onbetwiste Schulden (hierna IOS-procedure) moet de inning van geldschulden makkelijker, sneller en goedkoper maken voor bedrijven. De gedachte is dat het innen van vorderingen gemakkelijker wordt, omdat een lange en kostbare procedure bij de rechter vermeden kan worden. De meerwaarde van een dergelijke procedure voor de Nederlandse situatie is niet zonder meer duidelijk. De vraag is in hoeverre deze procedure sneller en goedkoper is dan de Nederlandse verstekprocedure en in hoeverre deze procedure – geheel buiten de rechtbank om – voldoende rechtsbescherming biedt. In het onderhavige onderzoek worden de kenmerken van de IOS-procedure beschreven. Tevens wordt ingegaan op de mogelijke voor- en nadelen van invoering van de Belgische IOS-procedure voor bedrijven in Nederland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kenmerken IOS-procedure 3. Voor- en nadelen IOS-procedure in België 4. Mogelijke voor- en nadelen voor Nederland 5. Samenvatting en conclusi
Een inventarisatie van (on)mogelijkheden tot verbetering
This report examines the establishment of the credibility assessment of asylum cases with an LGBTI or conversion motive and the corresponding bottlenecks. In addition, leads for improving the credibility assessment, and examples of pilots and projects in other countries or domains are examined.Het beoordelen van een asielaanvraag waarin LHBTI (Lesbiennes, homo's, bi's en transgenders)-gerichtheid of een bekering als motief is aangevoerd is een complexe aangelegenheid, waarbij de beslissing in grote mate berust op de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele of religieuze identiteit. Het onderhavige rapport gaat in op de totstandkoming van de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielzaken met een LHBTI- of bekeringsmotief en de bijbehorende knelpunten. Daarnaast wordt er gekeken naar aanknopingspunten voor verbetering van de geloofwaardigheidsbeoordeling, en voorbeelden van pilots en projecten in andere landen of domeinen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Totstandkoming van de geloofwaardigheidsbeoordeling: context en knelpunten 3. Inventarisatie van (on)mogelijkheden voor verdere verbetering 4. Conclusi
De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland
This report describes a prevalence study regarding domestic violence and child maltreatment in the Netherlands, and developments in these areas since the previous reports on domestic violence (Van der Veen & Bogaerts, 2010; Van Dijk et al., 2010; Van der Heijden & Van Gils, 2009) and on child maltreatment (Alink et al., 2011). The research comprised various studies and was conducted at the request of the Ministry of Health, Welfare and Sport and the Ministry of Justice and Security by a number of research teams, and coordinated by the Research and Documentation Centre (WODC). In addition to three preliminary studies, the entire research comprised five empirical studies. Two studies focused primarily on estimating the extent of domestic violence among adults (Van Eijkern et al., 2018; Van der Heijden et al., 2019), two studies on estimating the extent of child maltreatment (Schellingerhout & Ramakers, 2017; Alink et al., 2018), while one was an in-depth investigation of individuals committing partner violence and child maltreatment (Woicik et al., 2018). This synthesis is strictly about the prevalence of domestic violence and child maltreatment.The key question of this synthesis was as follows: What is the nature and extent of domestic violence and child maltreatment in the Netherlands, which developments have taken place in this regard, and to what degree does co-occurrence exist of both types of violence in families?In dit rapport is verslag gedaan van een prevalentieonderzoek naar huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland en van de ontwikkeling daarin sinds de vorige rapportages over huiselijk geweld (zie link hiernaast); (Van Dijk et al., 2010); (Van der Heijden, Cruyff & Van Gils, 2009) en over kindermishandeling (Alink et al., 2011). Het onderzoek bestaat uit verschillende studies en is op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Justitie en Veiligheid door diverse onderzoeksteams uitgevoerd, onder regie van het WODC. De vergelijkbaarheid met de eerdere prevalentiestudies is zo groot mogelijk gehouden. Aanvullend op de prevalentieschattingen is voor het eerst de mate van samenloop tussen huiselijk geweld en kindermishandeling in gezinnen onderzocht. Verder is in het onderzoek meer dan voorheen aandacht geweest voor de vraag wat slachtofferschap van huiselijk geweld, in het bijzonder (ex-)partnergeweld, voor vrouwen en mannen inhoudt. In het rapport wordt ook de context waarin huiselijk geweld en kindermishandeling plaatsvinden uitgebreid beschreven, onder andere met behulp van een zogenoemd ecologisch model. De centrale probleemstelling van deze synthese luidt: Wat is de aard en omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland, welke ontwikkeling heeft hierin plaatsgevonden en in welke mate is sprake van samenloop van beide vormen van geweld binnen gezinnen? Het volledige onderzoek bestond, naast een drietal voorstudies, uit vijf empirische studies. Twee studies waren primair gericht op het schatten van de omvang van huiselijk geweld onder volwassenen (Van Eijkern et al., 2018; Van der Heijden et al., 2019), twee studies op het schatten van de omvang van kindermishandeling (Schellingerhout & Ramakers, 2017; Alink et al., 2018) en een studie betrof een verdiepend onderzoek onder plegers van partnergeweld en kindermishandeling (Woicik et al., 2018). Deze synthese gaat alleen over de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Context en aard van huiselijk geweld en kindermishandeling 3. Prevalentie geweld door (ex-)partners en ander huiselijk geweld 4. Prevalentie kindermishandeling 5. Samenloop van huiselijke geweld en kindermishandelingen binnen gezinnen 6. Conclusies en reflecti
Een onderzoek naar de strafbaarstelling van het schenden van bijzondere voorwaarden en het elektronisch toezicht en van het ontvluchten uit detentie
This comparative law research set out to establish whether and, if so, how and why noncompliance with special conditions and electronic supervision orders and escaping or absconding from detention constitute offences in France, Belgium, Germany, England and Wales, and Canada, with the aim being to contribute to decision-making on whether these acts should be criminalised under Dutch law.Het doel van dit rechtsvergelijkende onderzoek is het verkrijgen van antwoord op de vraag of, en zo ja hoe en waarom, het schenden van bijzondere voorwaarden en elektronisch toezicht en het ontvluchten uit detentie zelfstandig strafbaar is gesteld in Frankrijk, België, Duitsland, Engeland en Wales en Canada, teneinde bij te dragen aan de besluitvorming over een eventuele strafbaarstelling hiervan in de Nederlandse wet. INHOUD: 1. Inleiding 2. Nederland 3. Frankrijk 4. België 5. Duitsland 6. Engeland en Wales 7. Canada 8. Rechtsvergelijking 9. Conclusie
Een systematisch literatuuronderzoek
Given that police personnel must regularly deal with violent people in potentially dangerous situations, appropriate equipment is important. The use of firearms comes with risks for the offenders as well as the police officers and in some cases also for bystanders. In recent years, there has been a shift to alternative, effective, less-lethal law enforcement tools such as conducted electrical/electroshock weapons, pepper spray and batons. In this report, the focus lies explicitly on what we call a ‘Taser’. In the present systematic review, the following research questions are addressed:Are there studies of sufficient scientific quality on the possible effects of the use of Tasers on human health in the international literature?What is the probability of a serious injury or serious complications when being exposed to a Taser? Which risk groups can be distinguished? What are the possible risks for specific groups such as people with psychological problems and agitation, pregnant women, the elderly, drug or alcohol intoxicated individuals, or people with a heart condition?Are the possible health risks associated with the duration of the electric current and the affected body location?What specific health effects could occur in each of the organ systems?Er is media-aandacht ontstaan voor het gebruik van de Taser, mede in het licht van een kritisch rapport van Amnesty International en een database van persbureau Reuters. Voor de verdere besluitvorming in ons land over het mogelijk uitrollen van de Taser onder alle politie-eenheden is het van belang om te beschikken over goede kennis van de gezondheidseffecten van het stroomstootwapen. De volgende onderzoeksvragen worden in dit literatuuronderzoek beantwoord: Welke studies met voldoende wetenschappelijke kwaliteit zijn in de internationale literatuur beschikbaar over de mogelijke effecten van het gebruik van Tasers op de gezondheid?at is de waarschijnlijkheid op een ernstige verwonding, respectievelijk op ernstige complicaties van het geraakt worden door een Taser? Welke risicogroepen zijn daarbij te onderscheiden? Welke risico’s worden vastgesteld voor verwarde mensen, zwangeren, ouderen, door drugs of alcohol beïnvloede mensen, of mensen met een bestaande aandoening van het hart?elke risico’s hangen samen met de tijdsduur van de stroomstoot en met de plaats op het lichaam die wordt geraakt?elke specifieke gezondheidseffecten worden aangetoond in ieder van de orgaansystemen