WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

    Get PDF
    The Centre for Crime Prevention and Safety (CCV) was established in 2004 by public and private parties with the aim of increasing safety in general society. The CCV aims to reach this goal through the development and provision of knowledge and tools in the area of crime prevention and safety, focussing on an integral approach of cooperation between (semi) public and private entities. The research question central to the evaluation is as follows: ‘To what extent has the CCV realised its general objective in the period between 2013-2018, how does this relate to the results of the last evaluation, to what extent has the CCV followed up on recommendations from the last evaluation and to what extent does the current CCV coincide with the desired vision for the future of the organisation held by those involved.’Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is in 2004 opgericht door publieke en private partijen en beoogt de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Deze doelstelling wil het CCV bereiken door de ontwikkeling en beschikbaarstelling van kennis en instrumenten op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen (semi-)publieke en private organisaties. De centrale probleemstelling in dit onderzoek is: ‘In hoeverre heeft het CCV in de periode 2013-2018 zijn algemene doelstelling gerealiseerd, hoe verhoudt dat beeld zich tot de vorige evaluatie van 2013, in hoeverre heeft het CCV opvolging gegeven aan de aanbevelingen uit de vorige evaluatie en in hoeverre is het huidige CCV in overeenstemming met het gewenste toekomstbeeld dat betrokkenen hebben voor de organisatie.’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemstelling en aanpak 3. Onderzoeksverantwoording 4. Schets van het CCV 5. Verhouding tot het ministerie van Justitie en Veiligheid 6. Aanbod en waardering van de producten en diensten 7. Het toekomstbeeld 8. Conclusie

    Een pilotonderzoek bij jongvolwassenen onder reclasseringstoezicht

    Get PDF
    Young adults are overrepresented in the criminal justice system and reoffend the most. This group, however, has very diverse backgrounds and problems. Some, for example, have a mild to borderline intellectual disability (MBID). MBID is a disability characterized by significant limitations in both intellectual functioning (the IQ-score is between 50 and 85) and in adaptive behaviour, which covers many everyday social and practical skills.The aim of this pilot study is to provide a description of the neuropsychological and MBID characteristics of young adult probationers. Additionally, the aim is to provide a basis for guidelines for interpersonal approach and intervention in probation prac-tice, as well as for follow-up research. This leads to the following research questions:How can young adults under probation supervision be described regarding the characteristics of an MBID?How can young adults under probation supervision be described regarding neuropsychological factors?Which guidelines for practice and research can be formulated based on the findings from questions 1 and 2?Jongvolwassenen (in dit onderzoek 18 t/m 23 jaar) zijn het meest vertegenwoordigd onder reclassenten en recidiveren het meest. Dit is echter een groep met zeer diverse achtergronden en problematiek. Een deel heeft bijvoorbeeld te kampen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Het doel van dit pilotonderzoek is om een beschrijving te geven van de neuropsychologische en LVB-kenmerken van jongvolwassen reclassenten. Daarnaast wordt, op basis daarvan, een aanzet geboden tot handvatten voor de bejegening en behandeling in de reclasseringspraktijk en voor vervolgonderzoek. Hieruit volgen de onderzoeksvragen: Hoe ziet de groep onder reclasseringstoezicht-gestelde jongvolwassenen er uit betreffende LVB-kenmerken als intellectuele en adaptieve beperkingen? Hoe ziet de groep onder reclasseringstoezicht-gestelde jongvolwassenen er uit betreffende neuropsychologische kenmerken? Welke handvatten voor de praktijk en adviezen voor onderzoek kunnen worden geformuleerd op basis van de bevindingen uit vraag 1 en 2

    Verhoging strafmaximum moord; is veertig het nieuwe dertig?

    Get PDF
    This research has been conducted on the basis of the following issue: Is it responsible, from a judicial, legal methodological perspective, to increase the maximum sentence for murder from thirty to forty years?Op grond van art. 289 Sr heeft de rechter de mogelijkheid om voor moord een levenslange gevangenisstraf op te leggen of een maximale tijdelijke gevangenisstraf van – sinds 2006 – dertig jaren. De maximale tijdelijke gevangenisstraf fungeert daarbij als een alternatief voor de levenslange gevangenisstraf. Ter zake van de ultieme vrijheidsstraf van levenslang zijn verschillende ontwikkelingen gaande, mede onder invloed van rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). In dit onderzoek is gewerkt vanuit de volgende probleemstelling: Is het vanuit juridisch, wetssystematisch perspectief verantwoord de maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord te verhogen van dertig naar veertig jaren? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en het juridische, wetssystematische kader 3. Kwantitatieve analyse 4. Kwalitatieve analyse; signalen uit de strafrechtspraktij

    Een systematische literatuur review

    Get PDF
    In previous research, the possibility of using mobile apps to promote the reintegration of (ex-) convicts had already been explored, but it was still unclear whether apps actually have this positive effect if they are used. The purpose of this literature study is to substantiate on the basis of (scientific) literature whether the use of an app can support the reintegration of (ex-) convicts. Since little research has been done on apps for convicts, we also looked more broadly at the effectiveness of apps that are used to promote reintegration in populations that are similar or have similar characteristics to (ex) convicts, such as people with addictions, probationers, young people with behavioural problems or people with psychological problems.Deze literatuurstudie heeft als doel om op basis van (wetenschappelijke) literatuur te onderbouwen of de inzet van een app ondersteunend kan werken bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden. De vraagstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is bekend over het gebruik van applicaties ter bevordering van de re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend (in binnen- en buitenland) over het gebruik van applicaties ter bevordering van re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend over het gebruik van apps ter bevordering van gewenst gedrag in vergelijkbare contexten zoals de verslavingsproblematiek? Welke inzichten kunnen we halen uit de praktijk? Welke conclusies kunnen op basis van de resultaten in het kader van vraag 2 (theoretisch) getrokken worden voor de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding 2. Apps voor re-integratie van populaties die vergelijkbaar zijn met (ex-)gedetineerden 3. Apps voor re-integratie van gedetineerden 4. Inzichten uit de praktijk 5. Conclusie en discussi

    Een rechtsvergelijkend onderzoek over de ervaringen met Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering

    Get PDF
    Title VIA contains provisions relating to the criminal investigation of offences 'outside the judicial district of a court'. The title creates a basis in Dutch law for exercising certain criminal investigative powers on the territory of foreign states, the (Dutch) territorial sea and the high seas, the air above and the (cosmic) space. Not only does Title VIA provide a general foundation for criminal investigations by Dutch authorities in foreign countries, it also contains a number of specific rules for such investigations which depart from the other rules in the Code of Criminal Procedure.The main research question is to what extent and in which manner Title VIA of the fourth book of the Dutch Code of Criminal Procedure should be amended in order to remove any impediments, shortcomings and sources of confusion. This question will be dealt with through the next four sub-questions:What can be said, in general, about the background and development of the provisions in Title VIA with regard to criminal investigation 'outside the judicial district of a court'?How often have the ARTICLES: in Title VIA been applied in concrete cases from 2010-2018, and in which contexts?What experiences do the actors involved have with the application of the title?What comparable legal provisions exist in the United Kingdom, Belgium, Germany and France and what are the differences and similarities with the Dutch legislation?Het Wetboek van Strafvordering (Sv) bevat in Titel VIA van het vierde boek (de art. 539a-539w Sv) bepalingen met betrekking tot de opsporing van en het onderzoek naar strafbare feiten buiten het rechtsgebied van een rechtbank. De titel schept een basis in het Nederlandse recht voor de uitoefening van bepaalde strafvorderlijke bevoegdheden op het grondgebied van vreemde staten, de (Nederlandse) territoriale en volle zee, de lucht daarboven en de (kosmische) ruimte. Niet alleen biedt de titel een algemene grondslag voor strafrechtelijk onderzoek en opsporing door Nederlandse autoriteiten in het buitenland, ook bevat de titel een aantal bijzondere regels voor dergelijk optreden waarbij juist wordt afgeweken van de overige regels binnen het Wetboek van Strafvordering. Nederlandse opsporingsambtenaren zullen immers doorgaans niet ter plaatse zijn op het moment dat zich op afgelegen locaties, zoals op zee of in de lucht, een strafbaar feit voltrekt. Ook kan een verdachte niet zomaar voor een rechterlijke autoriteit worden geleid wanneer hij zich op een schip midden op de oceaan bevindt.De doelstelling van het onderzoek omvat vier onderdelen: (1) het beschrijven van de inhoud en context van de bepalingen inzake strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank, (2) inzichtelijk maken van de toepassing van en ervaringen met deze bepalingen in de praktijk, (3) nagaan hoe strafvorderlijke bepalingen met een vergelijkbare doelstelling zijn vormgegeven in de buurlanden en (4) nagaan – op grond van de punten 2 en 3 – of het strekt tot aanbeveling om de art. 539a e.v. Sv aan te passen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De doelstellingen 1-3 worden beschouwd als de eerste fase van het onderzoek en doelstelling 4 als de tweede fase. Deze doelstellingen monden uit in de volgende onderzoeksvragen: Wat kan (op hoofdlijnen) worden gezegd over de achtergrond en ontwikkeling van de bepalingen met betrekking tot strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank? Hoe vaak werden in de periode 2010-2018 in concrete gevallen de art. 539a e.v. Sv in strafprocedures toegepast en in welke context? Welke ervaringen hebben betrokken partijen met de toepassing van de art. 539a e.v. Sv? Welke wettelijke mogelijkheden met vergelijkbare strekking als art. 539a e.v. Sv bestaan er in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk en welke verschillen en overeenkomsten zijn er met de Nederlandse wetgeving? INHOUD: 1. Inleiding: onderzoeksvragen en methodologie 2. De achtergrond van Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering 3. De toepassing van Titel VIA 4. Rechtsvergelijkend onderzoek 5. Beschouwing 6. Conclusies en aandachtspunten 7. Samenvatting 8. Summary 9. Bibliografie 10. Bijlage

    Eenvoudige adoptie van pleegkinderen

    Get PDF
    This study aims to answer the following research question: To what extent will the introduction of simple adoption, as proposed by the Government Committee on the reassessment of parenthood, meet the needs and interests of foster parents who have been looking after a foster child for a lengthy period of time and the foster children concerned, and what would be the advantages and disadvantages of introducing simple adoption in Dutch law?In dit onderzoek zijn de voor- en nadelen van eenvoudige adoptie in het kader van pleegzorg binnen het Nederlandse familierecht geïnventariseerd. Om zicht te krijgen op ervaringen met eenvoudige adoptie, is ook een korte rechtsvergelijkende studie uitgevoerd in Californië, Quebec, Australië en Frankrijk. Dit onderzoek richt zich op de vorm van eenvoudige adoptie zoals door de Staatscommissie is voorgesteld waarbij de familierechtelijke betrekking met de oorspronkelijke ouder(s) in stand blijft en er tevens een familierechtelijke betrekking met de adoptieouder(s) ontstaat.De onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt: In hoeverre komt de invoering van eenvoudige adoptie, zoals voorgesteld door de Staatscommissie Herijking ouderschap, tegemoet aan de behoeftes en belangen van pleegouders die langdurig voor een pleegkind zorgen en de betreffende pleegkinderen en wat zijn de voor- en nadelen van de invoering van eenvoudige adoptie in het Nederlands recht

    Evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens BES

    Get PDF
    On 10 October 2010 the country of the Netherlands Antilles was abolished and the constitutional structure of the Kingdom of the Netherlands was changed. Curaçao, Aruba and Sint Maarten are now independent countries within the Kingdom. Bonaire, Sint Eustatius and Saba, (Caribbean Netherlands) have become part of the European Netherlands as public bodies. When the Caribbean Netherlands became part of the European Netherlands, the Dutch Constitution also came into force there. Part of the Constitution is respect for personal privacy. The operation of the Strasbourg Data Convention and the Additional Protocol was also extended to the Caribbean Netherlands. These changes required the introduction of a legal regulation on the protection of personal data and the rights of data subjects. Therefore since 10 October 2010, the Personal Data Protection Act Bonaire, Sint Eustatius and Saba, or BES (Wbp BES) applies to the Caribbean Netherlands. This research answers the following main question: How do the Wbp BES and the CBP BES work in view of the principles and objectives set out in the Act, what problematic issues are involved, how does the implementation of the Dutch General Data Protection Regulation (AVG) affect the processing and exchange of personal data between the European Netherlands, Caribbean Netherlands and the Caribbean countries and what recommendations can be made for the future given the problematic issues that have been identified?Per 10 oktober 2010 is het land Nederlandse Antillen opgeheven en is de staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden gewijzigd. Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het Koninkrijk geworden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba, (Caribisch Nederland) maken sindsdien als openbare lichamen deel uit van Europees Nederland. Doordat Caribisch Nederland onderdeel werd van Europees Nederland, werd ook de Nederlandse Grondwet daar van kracht. Onderdeel van de Grondwet is de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Daarnaast werd de werking van het Dataverdrag van Straatsburg en het Aanvullend protocol uitgebreid tot Caribisch Nederland. Deze wijzigingen maakten de invoer van een wettelijke regeling over de bescherming van persoonsgegevens en de rechten van betrokkenen noodzakelijk. Vanaf 10 oktober 2010 is daarom de Wet bescherming persoonsgegevens BES (Wbp BES) van toepassing op Caribisch Nederland. Dit onderzoek beantwoordt de volgende hoofdvraag: Hoe functioneren de Wbp BES en de CBP BES gelet op de uitgangspunten en doelstelling van de wet, welke knelpunten doen zich daarbij voor, wat betekent de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voor verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europees Nederland, Caribisch Nederland en de Caribische landen en wat zijn aanbevelingen voor de toekomst gelet op de mogelijk geconstateerde knelpunten

    Onderzoek naar toegenomen mobiliteit en veranderingen in criminaliteit

    Get PDF
    Even though the police’s workload is infinite, the police’s capacity is limited. Hence, it should carefully be distributed amongst all regional police units. The current distribution is based on a distribution key that is registered in the so-called Decree distribution capacity and resources police. The previous reorientation of the key took place between 2010 and 2012.Multiple of those involved in police work, such as the mayors representing the mayors of different police regions, wonder if a number of new phenomena will influence capacity division. Is there reason to change the current distribution in 2019?This is the main research question: How and to what extent has the budget allocation system of the police taken into account the problems that have arisen along with increased mobility and changes in crime from 2010/2012 onwards?Het werk van de politie is oneindig, de sterkte van de politie is echter beperkt. Daarom moet deze sterkte zorgvuldig over de eenheden worden verdeeld. In 2007 is een nieuw budgetverdeelsysteem (BVS) voor de politie ingevoerd, waarmee de operationele sterkte van de politie is verdeeld over de eenheden. In het BVS zijn vier werksoorten onderscheiden, die het fundament voor de verdeling vormen: opsporing, handhaving, noodhulp en intake. Voor elk van deze werksoorten is de hoeveelheid werk die door de politie wordt verricht in kaart gebracht. In 2012 is het BVS vervangen door een herijkt BVS (HBVS), waarbij is voortgebouwd op het systeem uit 2007. Verschillende betrokkenen bij de politie, zoals regioburgemeesters, vragen zich af wat de invloed is van een aantal nieuwe fenomenen op de sterkteverdeling. Is er anno 2019 aanleiding om de verdeling aan te passen? De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek is: In hoeverre en hoe is er in het HBVS van de politie voldoende rekening gehouden met de problematiek die ‘toegenomen mobiliteit’ en ‘veranderingen in criminaliteit’ vanaf 2010/2012 ongeveer met zich meebrengen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Uitwerking thema's 4. Veranderingen in criminaliteit 5. Toegenomen mobiliteit 6. Conclusies en slotbeschouwin

    Draagvlak voor afsteken vuurwerk

    Get PDF
    De Tweede Kamer heeft de regering in een motie (Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 2017–2018, 28 684, nr. 532) opgeroepen om een onafhankelijke evaluatie uit te voeren naar de effecten van de nieuw ingevoerde maatregelen, met expliciete aandacht voor het maatschappelijke draagvlak. I&O Research voert sinds 2014 elk jaar – in november/december – een onderzoek uit naar het draagvlak voor vuurwerk en alternatieven voor het afsteken van vuurwerk door particulieren. Dit longitudinale onderzoek biedt een uitstekende basis om de ontwikkeling van het draagvlak voor vuurwerk (en eventuele alternatieven) onder de Nederlandse bevolking in kaart te brengen. Het WODC heeft I&O Research gevraagd een secundaire analyse uit te voeren op de data van 2014 tot en met 2018. Deze samenvatting zet de belangrijkste uitkomsten van de secundaire analyse op een rij.De analyse geeft inzicht in de mate waarin Nederlanders van 18 jaar en ouder:zelf weleens vuurwerk afsteken, dat van plan zijn binnenkort te doen en zich houden aan de beperkingen (wat betreft afsteektijden, locatie en type vuurwerk)overlast van vuurwerk ervaren en zich kunnen vinden in maatregelen om de overlast van vuurwerk te beperken (strengere handhaving van afsteektijden, vuurwerkvrije zones en het verbod op illegaal vuurwerk)voor- of tegenstander zijn van een particulier vuurwerkverbod (in verschillende varianten) en hoe zij staan tegenover alternatieven voor het afsteken van vuurwerk door particulieren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afsteekgedrag 3. Overlast en handhaving 4. Draagvla

    Het gebruik van de 'Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding' in de eerste periode na inwerkingtreding van de wet

    Get PDF
    On 1 March 2017 the‘Temporary Law on Counterterrorism Administrative Measures’ (Wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding; hereafter: the Temporary Counterterrorism Act) came into effect, the provisions of which aim to prevent terrorist attacks primarily by reducing threats posed by the jihadist movement. The present report concerns the use in practice of the Act during the first 17 months after its entry into force, spanning the period from 1 March 2017 to 31 august 2018.This report investigates the use in actual practice of the Act based on the following questions:How frequently are the measures under the temporary Counterterrorism Act applied in practice?In how many cases have they been applied? What form of terrorist threat was identified in these cases?What were the reasons for applying the measures; what were the considerations involved?How is the application of the measures proceeding in practice?Op 1 maart 2017 is de ‘Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding’ in werking getreden (hierna de ‘Twbmt’ genoemd). De wet is gericht op preventieve maatregelen om terroristische aanslagen te voorkomen, het gaat primair om het reduceren van de dreiging die uitgaat van de jihadistische beweging. Deze rapportage gaat over het gebruik van de wet in het eerste ander- half jaar na de inwerkingtreding van de wet en behelst de periode 1 maart 2017 – 31 augustus 2018.Het gebruik van de wet wordt in deze rapportage onderzocht aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: Hoe vaak worden de verschillende maatregelen uit de Twbmt in de praktijk ingezet? Om hoeveel casussen gaat het? Welke terroristische dreiging is gesignaleerd bij deze casuïstiek? Om welke reden zijn de maatregelen ingezet, welke overwegingen spelen daarbij een rol? Hoe verloopt het uitvoeringsproces van de inzet van deze maatregelen in de praktijk? INHOUD: 1. Inleiding 2. De Tijdelijke wet - juridische kader 3. Het gebruik van de wet 4. Motieven en overwegingen 5. Dilemma's in de uitvoering 6. Slotbeschouwin

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇