WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Onderzoek justitieel interventiepalet kindermishandeling
This research has three goals. The first goal is to gain insight into the interventions and resources that can be used within the justice system for perpetrators and victims of child abuse, the decisionmaking process concerning the use of these interventions, and the frequency with which the interventions are deployed. The second goal of this research is to determine whether the intervention palette is adequate for all types of perpetrators and victims, and whether suitable interventions and resources are available for all types of perpetrators and victims. The third goal is to examine to what extent the current intervention palette is in line with recent scientific developments in the investigation into child abuse.Het onderzoek heeft de volgende probleemstelling: Wat is de bestaande situatie omtrent interventies en middelen voor plegers en slachtoffers van kindermishandeling binnen de justitieketen in termen van beschikbaarheid van interventies en middelen, frequentie van toepassing, besluitvorming omtrent inzet en de toereikendheid met betrekking tot de beschikbaarheid van geschikte interventies en middelen voor alle typen plegers en slachtoffers? En in hoeverre sluit het interventiepalet aan bij recente wetenschappelijke ontwikkelingen, waaronder nieuwe inzichten uit de sociale neurowetenschappen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Definities 3. Kenmerken slachtoffers en plegers 4. Bestaande interventies 5. Multidisciplinaire samenwerking 6. Conclusie
Een onderzoek naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel
This report describes a research project on the possibility of integrating the justice of the peace (vrederechter) in Belgium and France into the Dutch legal system. The central questions are: how does the justice of the peace function in actual practice in the countries referred to, and can such an institution be realised in the Netherlands, and if so, in what form?Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel. De centrale vragen zijn hoe de vrederechter in de genoemde landen in de praktijk functioneert en of en hoe een dergelijk instituut in ons land vorm zou kunnen krijgen. Het onderzoek is ingegeven door de politieke belangstelling voor de figuur van de vrederechter en de wens van zowel de Rechtspraak als de minister van Rechtsbescherming om te komen tot ‘maatschappelijk effectieve rechtspraak’. In verband met dat laatste wordt in Nederland al enige jaren geëxperimenteerd met vormen van toegankelijke en laagdrempelige rechtspraak (‘buurtrechters’). Deze experimenten zullen op een later moment worden geëvalueerd en zijn dan ook in dit onderzoek beschreven zonder dat de resultaten ervan konden worden meegenomen. De beschrijving is gebaseerd op deskresearch, interviews met bij de experimenten betrokkenen en een expertmeeting. INHOUD: 1. Inleiding 2. De vrederechter in Frankrijk 3. De vrederechter in België 4. Alternatieven voor inpassing van de vrederechter: experimenten en pilots van de rechtspraak 5. Inpasbaarheid van de vrederechter 6. Conclusie
A state-of-the-art review
The NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid – ‘National Coordinator for Security and Counterterrorism’) partners with government, science and business in order to both protect the Netherlands against threats that can disrupt society, and ensure that Dutch vital infrastructure is – and remains – safe. Digital transformation has reshaped our world and will continue to disrupt the status quo. While technology is a key driver for realising societal and economic benefits, it also brings about new security challenges. The government of the Netherlands, Dutch businesses, civil society and individuals currently face a range of prominent, emerging and resurgent cybersecurity risks and threats. As concluded in the Cyber Security Assessment Netherlands (CSAN) from the NCTV the country’s digital resilience continues to lag behind the growing cyber threat.RAND Europe examined the current state-of-the-art in cybersecurity. In this context, state-of-the-art refers to a snapshot overview of prominent risks, threats or policy issues in the field of cybersecurity, as well as issue areas that are perceived to be overlooked by the NCTV or the scientific community. The cybersecurity state-of-the-art review is divided into two phases:Phase 1 aims to perform an initial scan of the cybersecurity field in order to highlight prominent or underexposed issues that are perceived to warrant further attention from the NCTV;Phase 2 aims to investigate the research questions identified in Phase 1, and will be carried out through a separate study.The study only covers Phase 1 of this process. The overarching aim of this study is therefore to explore which current cybersecurity topics are relevant to be explored further through additional research in Phase 2. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Key findings from the state-of-the-art review 4. Cybersecurity topics and research questions for the NCTV’s consideration 5. Concluding reflection
Supervising offenders in society (full text only available in English)
ARTICLES: : 1. Some reflections on supervision in the Dutch criminal sanction system - Jeroen ten Voorde 2. Control or guidance? Experiences with probation supervision during the conditional release - Jennifer Doekhie, Esther van Ginneken, Anja Dirkzwager and Paul Nieuwbeerta 3. And what happens if things go wrong? The transposition and revocation of supervision of offenders in society - Miranda Boone 4. Circles of Support and Accountability. A social network for sex offenders - Mechtild Höing and Audrey Alards 5. Technological tools for monitoring offenders in society - Katy de KogelARTIKELEN: Jeroen ten Voorde - Enkele reflecties op toezicht in het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel Jennifer Doekhie, Esther van Ginneken, Anja Dirkzwager en Paul Nieuwbeerta - Controle of begeleiding? Ervaringen met reclasseringstoezicht tijdens de voorwaardelijke invrijheidstelling Miranda Boone - En wat als het misgaat? De omzetting en herroeping van toezicht op justitiabelen in de samenleving Mechtild Höing en Audrey Alards - Circles of Support and Accountability. Een sociaal netwerk voor zedendelinquenten Katy de Kogel - Technologische hulpmiddelen bij toezicht op delinquenten in de samenleving SAMENVATTING: Het aantal mensen onder justitieel toezicht is in de laatste decennia explosief gestegen, zowel in Nederland als daarbuiten. In Nederland verdubbelde het aantal gevallen van reclasseringstoezicht bijna van ruim 7000 naar iets minder dan 14.000. Daarnaast is de maximumduur van het justitieel toezicht in Nederland opgelopen van maximaal drie jaar tot mogelijk levenslang toezicht na het ondergaan van een tbs-maatregel of lange detentie. Technologische vernieuwingen, zoals elektronisch toezicht en de Alcoholmeter, hebben het toezicht verder geïntensiveerd. En op dat vlak is er nog meer te verwachten in de vorm van bijvoorbeeld de stappenteller om te meten of een ondertoezichtgestelde wel genoeg beweegt, of een zweetmeter die aangeeft of het stressniveau niet te veel aan het oplopen is.Als doel van (uitbreiding van) toezicht wordt vaak terugdringing van vrijheidsstraffen genoemd. Zo wordt nu ook in Nederland in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering overwogen de figuur van de voorlopige vrijheidsbeperking te introduceren. Vrijheidsbeperkende voorwaarden kunnen dan niet meer alleen aan verdachten worden opgelegd als voorwaarde bij een schorsing van de voorlopige hechtenis, maar ook als zelfstandige maatregel. Of dit daadwerkelijk tot een afname van het gebruik van de voorlopige hechtenis zal leiden, is echter maar de vraag. Net als de toename van het aantal gedetineerden, is ook de groei van het aantal personen onder toezicht een uitdrukking van het strafklimaat in een land. Naarmate het meer wordt toegepast voor lichte delicten, gaat het vaker hand in hand met een toename van de vrijheidsbeneming, zoals blijkt uit onderzoek van Michelle Phelps voor de Verenigde Staten.In dit themanummer van Justitiële verkenningen wordt vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar justitieel toezicht in de samenleving. Zo komen de rechtstheoretische en rechtsfilosofische aspecten aan de orde, maar ook onderzoek naar de wijze waarop toezicht door ex-gedetineerden wordt ervaren tijdens de periode van voorwaardelijke invrijheidstelling. Voorts is er – internationaal vergelijkend - aandacht voor de situatie waarin ondertoezichtgestelden zich niet aan de voorwaarden van toezicht houden en de reactie daarop van autoriteiten. Ook zijn artikelen gewijd aan toezicht op veroordeelde zedendelinquenten door burgervrijwilligers en aan nieuwe geavanceerde vormen van toezicht met behulp van technologische hulpmiddelen
De invulling van het participatieverklaringstraject in Nederlandse gemeenten
Op 1 oktober 2017 werd het ondertekenen van de participatieverklaring een wettelijk onderdeel van het inburgeringsexamen. Het hieraan verbonden traject omvat een of meerdere bijeenkomsten waarin inburgeringsplichtigen leren over de Nederlandse kernwaarden. Hierna bevestigen zij met hun ondertekening op de hoogte te zijn van deze kernwaarden, deze te respecteren en te willen participeren in de Nederlandse samenleving. Als onderdeel van een breder onderzoek naar de binding van statushouders met de Nederlandse rechtsstaat heeft het WODC in kaart gebracht welke verschillende aanpakken van het participatieverklaringstraject (PVT) onder gemeenten bestaan. Gezien de focus van het bredere onderzoek is gekozen om alleen te inventariseren hoe het PVT voor statushouders georganiseerd wordt. Het resulterende overzicht van aanpakken en ervaringen wordt in deze factsheet gepresenteerd
Independent research (full text only available in English)
ARTICLES: : 1. Public research organizations at an appropriate distance. Reliable policy-relevant research as a shared responsibility - Gijs Diercks and Paul Diederen 2. Why don’t you do what we ask? On commissioned scientific research - Henk Elffers 3. Commissioned research and other in the legal domain. A personal view from the sociology of law - Nick Huls 4. Message from a velvet cage. On a police researcher’s discomfort - Guus Meershoek 5. The new Dutch Code of Conduct for Research Integrity Antoine HolARTIKELEN: Gijs Diercks en Paul Diederen -Rijkskennisinstellingen op gepaste afstand Henk Elffers - U vraagt, maar wij draaien niet? Over wetenschappelijk onderzoek in opdracht Nick Huls - Opdracht- en ander onderzoek in het juridische domein. Een persoonlijke visie vanuit de rechtssociologie Guus Meershoek - Bericht uit een fluwelen kooi. Over het onbehagen van een politieonderzoeker Antoine Hol - De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018. SAMENVATTING: Begin dit jaar kwam het laatste van de drie onderzoeksrapporten uit naar aanleiding van de zogeheten WODC-affaire. Deze ontstond na een uitzending in december 2017 van het televisieprogramma Nieuwsuur waarin de onafhankelijkheid van het WODC in twijfel werd getrokken. De WODC-affaire heeft het nodige losgemaakt in de wereld van beleids- en opdrachtonderzoek. Voor veel onderzoeks- en kennisinstellingen was deze zaak aanleiding om zich te bezinnen op de eigen positie. Zo vroeg het Netwerk van Rijkskennisinstellingen naar aanleiding van de WODC-affaire vorig jaar het Rathenau Instituut om te onderzoeken hoe deze instellingen hun onafhankelijkheid en integriteit gewaarborgd hebben. Tussen onderzoek en beleid is per definitie sprake van een spanningsveld, en het laatste woord is daar voorlopig nog niet over gezegd, zo wordt duidelijk in dit themanummer over Onafhankelijk onderzoek. Voor gebruik en benutting van beleidsonderzoek is een zekere ‘nabijheid’ van de opdrachtgever functioneel, zolang politiek en beleid maar geen druk uitoefenen op aanpak en uitkomsten van onderzoek. En als dat wél gebeurt, zouden onderzoekers deze druk moeten kunnen weerstaan. Onderzoeker hebben niet alleen een verantwoordelijkheid jegens de opdrachtgever, maar ook tegenover de wetenschappelijke wereld. Dit betekent onder andere dat waarheidsvinding voorop moet staan en dat zij moeten voldoen aan eisen als openbaarheid, onafhankelijkheid, controleerbaarheid, aansluiten bij de huidige stand van de wetenschap en openstaan voor een gedachtewisseling met critici. Niet alle opdrachtgevers zitten daarop te wachten, zo blijkt bijvoorbeeld uit de bijdrage van Henk Elffers in dit nummer. De risico’s op schending van vrijheid van wetenschapsbeoefening kunnen in verschillende fasen van onderzoek optreden, zo stelt de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) in een briefadvies aan de Tweede Kamer in 2018. Deze doen zich voor bij het opstellen van de onderzoeksagenda (politieke keuzes bij de financiering van onderzoek, onwenselijke beïnvloeding door de financier), bij de uitvoering van het onderzoek (schoolvorming bij benoeming van personeel en tijdens het proces van peer review) en bij het gebruik van de onderzoeksresultaten (het spanningsveld tussen waarheidsvinding en maatschappelijk effect van onderzoeksresultaten, zelfcensuur). Maatregelen en protocollen ter bevordering van onafhankelijk onderzoek zullen moeten ingrijpen op deze verschillende fasen en situaties
Een verkenning van de reguleringsbehoefte
Blockchain is a technique from which much is expected and to which many qualities are attributed. Blockchain makes it possible that parties who do not know each other and probably do not trust each other can trade safely with each other. Many traditional intermediaries, so-called trusted third parties would become superfluous. Blockchain thus leads to efficiency gains and cost savings because many functions can be automated. Blockchain would enable new forms of collaboration and blockchain is of value to the internet. It is a technique that, based on the above expectations, can considerably change existing relationships within society. Values and interests can come under pressure. This raises the question of the acceptability of blockchain in the different forms it can take. This report establishes a framework with which the opportunities and risks associated with the technology can be weighed and that the legislator offers a first tool to assess the suitability of the current legal framework.Blockchain is een fenomeen dat zich in recente jaren op een grote publieke belangstelling mag verheugen. Het is een innovatieve techniek die een aanvulling kan vormen op het internet om het mogelijk te maken partijen die elkaar niet kennen of (volledig) vertrouwen met elkaar zaken te laten doen. Blockchain technieken pretenderen een vertrouwensprobleem op te lossen. Het open karakter van de blockchain zou bovendien kunnen bijdragen aan transparantie, controleerbaarheid en legitimiteit van allerlei maatschappelijke processen. Tevens zou blockchain vele intermediairs die als een trusted third party functioneren overbodig kunnen maken en daarmee een grote efficiëntieslag mogelijk kunnen maken.Dit onderzoek beoogt een kader te ontwikkelen voor de aanvaardbaarheid van blockchain vanuit juridisch perspectief. Dit kader biedt een biedt de mogelijkheid om de kansen en risico’s die blockchains bieden met elkaar in verband te brengen en zo het inzicht te vergroten in de mogelijkheden voor het benutten van de kansen die blockchain technologie burgers, bedrijven en overheden biedt en voor het beheersen van risico’s en aandachtspunten in het licht van toekomstige wetgeving.De vraagstelling die centraal staat is: Wat zijn vanuit en perspectief van juridische aanvaardbaarheid de kansen en risico’s verbonden aan blockchaintechniek? INHOUD: 1. Introductie 2. Technische uitleg van blockchain 3. Algemeen juridisch deel Use-cases 4. Synthese 5. Conclusi
Evaluatie regeling DNA-verwantschapsonderzoek
In dit onderzoek is de wet geëvalueerd die per 1 april 2012 DNA-verwantschapsonderzoek in strafzaken mogelijk heeft gemaakt met de invoering van art. 151da en 195g Sv. DNA-verwantschapsonderzoek is – naast klassiek vergelijkend DNA-onderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken – de derde soort DNA-onderzoek die wettelijk is toegestaan. Bij DNA-verwantschapsonderzoek worden DNA-profielen vergeleken waarbij wordt gezocht naar indicaties van familierelaties met de mogelijke dader. Informatie over de aanwezigheid van een familierelatie kan bijdragen aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten.De vraag die centraal staat in dit onderzoek is in hoeverre deze DNA-verwantschapsonderzoeken hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstelling daarvan en welke neveneffecten en knelpunten zich bij DNA-verwantschapsonderzoek voordoen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wettelijke regeling van DNA-verwantschapsonderzoek 3. Cijfermatig beeld DNA-verwantschapsonderzoek 4. DNA-verwantschapsonderzoek in de praktijk 5. Grootschalig verwantschapsonderzoek 6. Slotbeschouwin
Wat we van Engeland en Duitsland kunnen leren in het kader van modernisering strafvordering
This study concerns a comparative legal research of the practice in German and English criminal procedure. It was conducted between June 2018 and March 2019 and aims at gaining inspiration for the preparation of the new Dutch Code of Criminal Procedure. Special attention is paid to the following three aspects: the need for speedier justice (acceleration), the adaptation of criminal procedure to digital means (digitalisation) and the simplification of proceedings.The report is divided into two phases: phase I where a general description of the English and German criminal systems is presented and phase II where the authors zoom in on the three central themes – acceleration, digitalisation and simplification.Het onderzoek is gebaseerd op de volgende probleemstelling: “Wat kan worden geleerd van een vergelijking van de werking in de praktijk van de regeling van het strafprocesrecht en haar werking in Engeland en in Duitsland?”Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar drie aspecten: - De wens om sneller tot een rechterlijke of buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten te komen (versnelling), - De aanpassing van het strafproces aan de digitalisering van de samenleving en - De vereenvoudiging van procedures.Het onderzoek beoogt voorbeelden te verkennen en te beschrijven die laten zien hoe in Engeland en Duitsland een sneller, digitaler en eenvoudiger strafproces wordt gerealiseerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Engelse en het Duitse strafrechtsysteem 3. Versnelling, digitalisering en vereenvoudiging 4. Constateringe
Een eerste scan van het onderzoeksveld
DIn the coming years, the National Coordinator for Security and Counterterrorism (NCTV) intends to commission state-of-the-art studies in the areas of cyber security, (counter)terrorism and extremism, and crisis management. The study will consist of two phases. The present report only pertains to phase 1. The goal of this phase is to carry out a first scan of the research fields of (counter)terrorism and extremism, of the subjects under discussion there, the subjects that may be deserving of more attention and the status of the literature. In phase 2, the literature will be explored more closely by conducting one or more literature studies.De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wil in de komende jaren state-of-the-art-onderzoeken laten uitvoeren op het gebied van cybersecurity, (contra)terrorisme en extremisme, en crisisbeheersing. Het onderhavig rapport heeft betrekking op (contra)terrorisme en extremisme. Voor het opstellen van de toekomstige onderzoekagenda van de NCTV is het voor de NCTV belangrijk om een goed overzicht te krijgen van de bestaande kennis op het gebied van (contra)terrorisme en extremisme. Het onderzoek wordt verricht in twee fasen. Het huidige rapport heeft alleen betrekking op fase 1. Het doel van deze fase is om een eerste scan te maken van het onderzoeksveld (contra)terrorisme en extremisme, de onderwerpen die daarbinnen aan de orde zijn, de onderbelichte onderwerpen die wellicht meer aandacht verdienen en de status van de literatuur. In fase 2 zal de literatuur nader worden verkend aan de hand van één of meerdere literatuurstudies