WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Recidive na forensische zorgtrajecten met uitstroom 2013-2015

    Get PDF
    FForensic care refers to mental health care, addiction treatment, and care for people with mild or borderline intellectual disabilities, provided within the criminal justice system. The primary aim of forensic care is to prevent perpetrators with mental health disorders from reoffending. The WODC is carrying out a five- year research programme into reconviction and forensic care (2016-2021). Previous research within this programme provided reconviction rates broken down according to the different kinds of forensic care orders that can be imposed (K. Drieschner, J. Hill, & G. Weijters, Recidive na tbs, ISD en overige forensische zorg, 2018). Rates were calculated for offenders released in 2013 and 2014. However, there is no direct relationship between forensic care orders and the type of care provided in the name of reducing the risk of reconviction. Hence, in this study, reconviction rates are linked to the type of care received, rather than the forensic care order imposed. Rates are presented for offenders released between 2013 and 2015.Forensische zorg (FZ) is de aanduiding voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg in een strafrechtelijk kader. Het primaire doel van FZ is strafrechtelijke recidive van daders met een psychische stoornis te voorkomen. Het WODC voert een vijfjarig onderzoeksprogramma recidiveonderzoek forensische zorg (2016-2021) uit. In eerder onderzoek binnen dit programma werden recidivecijfers berekend voor de verschillende FZ-titels waaronder justitiabelen in de jaren 2013 en 2014 uit de FZ uitstroomden (K. Drieschner, J. Hill, & G. Weijters, Recidive na tbs, ISD en overige forensische zorg, 2018).Omdat er slechts een zwakke relatie bestaat tussen deze titels en de aard van de FZ die wordt ingezet met als doel recidive te voorkomen, is in het onderhavige onderzoek de recidive na forensische zorg in relatie tot de aard van de ontvangen FZ onderzocht. Daarbij is gekeken naar de uitstroomjaren 2013-2015

    Aard en omvang van dader- en slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in Nederland

    Get PDF
    Cybercrime is a serious issue in the Netherlands—estimations suggest that hun-dreds of thousands become victims of cybercriminals on a yearly basis. Hence, cybercrime is a hot topic for law enforcement and in politics. Two forms of cyber-crime are distinguished. Firstly, cyber-dependent crime, in which both modus operandi and target concern information and communication technology (ICT). Examples for this first type of cybercrime are hacking and ransomware. Secondly, cyber-enabled crime, in which the modus operandi concerns ICT, but the target does not. Examples for this second type of crime are death threats via social media and online purchase and sales fraud (e.g., via Amazon).This report contains answers to three research questions:How is the nature of cybercrime victimization and offending conceptualized?How are cybercrime victimization and offending operationalized?What is the magnitude of cybercrime victimization and offending?De Nederlandse samenleving is in hoog tempo gedigitaliseerd. Bijna iedereen maakt dagelijks gebruikt van computer, smartphone of andere vormen van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Naast de voordelen die deze digitalisering oplevert is er ook een schaduwzijde—cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Cybercriminaliteit betreft delicten waarbij ICT het middel en doel is. Het gaat dan bijvoorbeeld om delicten als hacken en ransomware. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft traditionele delicten waarbij ICT als middel wordt ingezet, maar niet het doel is. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over (doods)bedreigingen via WhatsApp of aan- en verkoopfraude via Marktplaats.nl. In het huidige rapport wordt uiteengezet wat er bekend is over de aard en omvang van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit binnen de Nederlandse context, vanaf 2008. Hierbij staan de volgende drie vragen centraal: Hoe is de aard van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit geconceptualiseerd? Hoe is slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit concreet geoperationaliseerd? Hoe groot wordt de omvang geschat van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 3. Online bedreigingen in het lokaal bestuur 4. Daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 5. Aanbieders en afnemers van cybercrime-as-a-service 6. Conclusie en discussi

    Recidive tijdens tbs met dwangverpleging als testcase

    Get PDF
    Since the 1980s, the WODC has regularly published on the reconviction rates for ex-tbs patients (tbs: disposal to be treated in a forensic hospital on behalf of the state). Research into reconvictions during a criminal justice intervention is not possible using the analysis method with which the WODC traditionally measures reconvictions following completion of an intervention. The aim of this feasibility study is, therefore, to develop a method with which reconvictions during a criminal justice intervention can be measured. The first step in this process involved identifying eligible methods for measuring reconvictions. We consider time-to-event analysis methods, such as survival analysis, competing risks analysis, and multistate analysis. The conclusion is that multistate analysis (MSA) is the most suitable method, with limitations. In cases where it cannot be applied a standardised counting method (SC) can be used.Using a combination of SC and MSA, therefore, appears a suitable approach to measuring reconvictions during criminal justice interventions. In this feasibility study, these two methods are tested out on the tbs offender group.Onderzoek naar recidive tijdens strafrechtelijke trajecten is niet mogelijk met de analysemethode waarmee het WODC traditioneel recidive na strafrechtelijke trajecten in kaart brengt. Het doel van dit haalbaarheidsonderzoek is daarom een methode te ontwikkelen waarmee recidive tijdens strafrechtelijk trajecten in kaart kan worden gebracht. In een eerste stap zijn potentieel in aanmerking komende methoden om de mate van recidive in kaart te brengen geïnventariseerd. Er wordt vooral gekeken naar time-to-event analysemethoden, zoals survivalanalyse, competing risks analyse en multistate analyse. De conclusie is dat multistate analyse (MSA) de meest geschikte methode is maar niet in alle gevallen toepasbaar. In deze gevallen kan gebruik worden gemaakt van de methode van gestandaardiseerde tellingen (GT). In het onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal alle gericht op tbs met dwangverpleging als testcase: 1. Kunnen met GT en MSA vragen worden beantwoord zoals: a) In welke mate wordt er tijdens een geheel strafrechtelijk traject gerecidiveerd? b) In welke mate wordt er tijdens verschillende fases van een strafrechtelijk traject gerecidiveerd? c) Welke persoonsgerelateerde kenmerken en/of kenmerken van het strafrechtelijk traject hangen samen met de kans op recidive? 2. Zijn GT en MSA in de praktijk toepasbaar en bruikbaar? a) Welke data zijn hiervoor nodig? b) Leveren deze methoden onvoorziene additionele informatie op? c) Welke onvoorziene problemen komt men tegen? d) Leveren deze methoden interpreteerbare resultaten voor beleidsmakers en uitvoerders in de praktijk

    From personal affront to a breach of trust Narratives of citizens with a lack of institutional trust (full text only available in Dutch)

    No full text
    The present report tries to make the citizens ‘distrust’ of the democratic constitutional state speak, against the background of the figures and the theory. In this speaking, we have not aimed for representativeness. We have tried to get a grip on what people mean when they turn against the government or mistrust institutions. It determined both our selection of respondents and the nature of the interviews. You can read all about it in this special study on factors and stories. All kinds of things are going on in the minds of the Dutch people and it is good to know about them.In dit onderzoek hebben we het woord gelaten aan burgers met een gebrek aan vertrouwen in de democratische rechtsstaat en zijn instituties. Zij vertegenwoordigen een deel van de Nederlandse samenleving dat nog te weinig gehoord en begrepen is. Wie zijn het en wat voor een verhalen hebben ze te vertellen? Het zijn vragen die niet alleen theoretisch van belang zijn, maar ook maatschappelijk. Immers, de democratie werkt nooit voor iedereen even goed. Zij is als een machine die steeds bijgesteld moet worden, die nooit af is. Het betekent dat je van een democratie mag verwachten dat zij ontvankelijk is voor kritische geluiden. Daarnaast kan gebrek aan vertrouwen in sommige gevallen en onder sommige omstandigheden omslaan in gedrag dat de democratie of de rechtsstaat schaadt, bijvoorbeeld als dit zich vertaalt in geweld. De centrale probleemstelling voor dit onderzoek is: Wat zijn de kenmerken en verhalen van de (groepen) Nederlanders die geen of nauwelijks vertrouwen hebben in de democratische rechtsstaat en zijn instituties en welke consequenties heeft het inzicht hierin voor mogelijke handelingsperspectieven om dit vertrouwen te herstellen? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Institutioneel vertrouwen onder de loep, 3. De narratieven over gebrek aan vertrouwen, 4. Naar een proces-gedreven benadering van gebrek aan vertrouwen, 5. Handelingsperspectieven, 6. Conclusi

    Update liquidaties 2020

    Get PDF
    In de ‘Verkennende voorstudie liquidaties’ uit 2017 en de ‘Update liquidaties 2019’ is verslag gedaan van het aantal liquidaties in Nederland van het jaar 2000 tot en met 2018 (Van Gestel, 2017; Van Gestel & Kouwenberg, 2019). Deze notitie bevat een update van de aantallen voor het jaar 2019. We kijken in hoeverre de aantallen uit 2019 aansluiten bij het beeld dat reeds bestond. Naast het aantal liquidaties, worden in deze notitie ook enkele andere kenmerken van gepleegde liquidaties beschreven zoals pleegplaats (regio), aantal slachtoffers en leeftijd van de slachtoffers

    Dutch National Risk Assessment on Money Laundering 2019

    Get PDF
    Dutch policy to prevent and combat money laundering is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. The majority of the FATF’s recommendations has been adopted into the (amendments of the) fourth EU Anti-Money Laundering Directive, applicable to all EU Member States. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on money laundering and on terrorist financing for the European part of the Netherlands (see link at: More information). A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba. A second NRA for the European Netherlands on money laundering has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of money laundering. These are money laundering risks with the greatest residual potential impact. To this end, the money laundering threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating money laundering has been determined

    Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

    Get PDF
    In contrast to the European part of the Netherlands, there currently is no separate youth justice system in the Caribbean part of the Netherlands. The Dutch government aims to implement a youth justice system in 2020 on the Dutch Caribbean islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba (known as the BES islands or the Caribbean Netherlands) by adding a new title to the Criminal Code BES with specific provisions concerning youth. The new youth justice system introduces youth detention as a custodial sentence for young offenders (i.e. under the age of eighteen at the time of the offence, also referred to as minors) and provides a legal basis for the use of diversion (out-of-court disposition). With the aim to explore the effectiveness and efficiency of the new youth justice system, the Ministry of Justice and Security has commissioned a study on the feasibility of and (pre)conditions for a quantitative and/or qualitative monitor in order to carefully follow the implementation of the system. The overarching research questions of this study are:What is the registered crime rate of youth aged 12-18 years and young adults aged 18-21 years old who have been in contact with the criminal justice system in the Caribbean Netherlands in 2018, how were these cases handled and what has been officially registered about these cases?To what extent is it feasible to start a quantitative or qualitative monitor containing information about (registered) youth crime in the Caribbean Netherlands to provide insight into the implementation and use of the youth justice system as well as into the recidivism (rates) of minors? What are important preconditions to start a monitor, in light of the reliability and validity of the data, and what would such a monitor look like?In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). De implementatie van het jeugdstrafrecht zal plaatsvinden door het toevoegen van een titel in het huidige wetboek van Strafrecht BES met bijzondere bepalingen betreffende jeugd. De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil de doeltreffendheid en doelmatigheid van de invoering van een jeugdstrafrecht beter kunnen bepalen en heeft daartoe onderhavig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van een kwantitatieve en kwalitatieve monitor. De probleemstellingen van het onderzoek luiden:Wat is de 0-situatie als het gaat om de kwalitatieve en kwantitatieve instroom van jeugdigen van 12-18 jaar in 20184 die met politie en justitie in Caribisch Nederland in aanraking zijn gekomen, op welke wijze zijn deze zaken in de jeugdstrafrechtketen afgedaan en wat is hierover geregistreerd?In hoeverre is een kwantitatieve dan wel kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht haalbaar in Caribisch Nederland om periodiek inzicht te hebben in de toepassing van het jeugdstrafrecht en de mate van recidive onder jeugdigen? Aan welke voorwaarden, zoals eisen aan de betrouwbaarheid en validiteit van de registraties van de verschillende instellingen in de jeugdstrafrechtketen, zou deze jeugdmonitor moeten voldoen en hoe zou deze er dan uit kunnen zien? INHOUD: 1. Invoering jeugdstrafrecht Caribisch Nederland - onderzoek naar implementatie en monitoring 2. Het oude en het nieuwe jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland 3. 0-situatie daders en zaken 4. Registraties 5. Ervaringen van sleutelpersonen in de (jeugd)strafrechtketen 6. Inrichting kwantitatieve en/of kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht 7. Terugblik en slotoverweginge

    Handhaving en veiligheid bij strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden ter bescherming van slachtoffers

    Get PDF
    Victims of (violent) crimes have a substantial need for protection, especially when they are involved in a personal relationship with the offender. One of the measures aimed at this protection that has been stipulated in the Dutch criminal justice policy with regard to victims’ rights is the so-called protection order. This type of order, also commonly referred to as a restraining order, prohibits a person from entering a certain area or multiple areas, or from communicating with the victim, or both. The order encompasses behavioral rules that can be imposed within criminal, civil and administrative proceedings, and aims to protect a person against any criminal act that may endanger his or her life, physical and psychological integrity, freedom, or sexual integrity (based on Directive 2011/99/EU). This research aims to answer the following main research question: How are Dutch penal orders enforced and complied with, and to what extent and under which conditions is it expected that these orders contribute to victim protection?De behoefte aan bescherming bij slachtoffers van (gewelds)delicten is aanzienlijk, zeker wanneer de dader een bekende is. Een van de instrumenten in het Nederlandse slachtofferbeleid om deze bescherming vorm te geven, is het zogenaamde beschermingsbevel; in de praktijk veeleer bekend als het contact-, locatie-, of gebiedsverbod. Het verbod omvat gedragsregels die kunnen worden opgelegd in het kader van een strafrechtelijke, civiele, of bestuurlijke procedure en heeft als doel een persoon te beschermen tegen een handeling die zijn of haar leven, fysieke of psychologische integriteit, waardigheid, persoonlijke vrijheid, of seksuele integriteit in gevaar kan brengen. Dit onderzoek beoogt antwoord te geven op de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe verloopt het handhavingsproces en de naleving van Nederlandse strafrechtelijke verboden ter bescherming van een initieel slachtoffer en in hoeverre en onder welke voorwaarden dragen deze verboden naar verwachting daadwerkelijk bij aan die bescherming? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretische grondslagen voor effectiviteit van verboden 3. Juridisch kader 4. Gegevensverzameling 5. Signalering en schendingen 6. Handhavingsreacties bij schendingen 7. Verboden en objectieve veiligheid 8. Verboden en veiligheidsbeleving 9. Conclusie en discussi

    Wat werkt bij de inzet van vrijwilligers binnen de reclassering?

    Get PDF
    At the moment, the three Dutch probation organisations are involving volunteers only in a limited number of services (Circles of Support and accountability, volunteer visit programm for Dutch prisoners in foreign countries, and some projects that involve a small number of volunteers in befriending programmes). In the course of a government funded innovation programme, also a number of pilot projects have recently been set up by probation services. However, more knowledge on volunteer management in probation services is needed, to develop an overarching policy that includes goals, strategies for the organisation of volunteer involvement , and models for type of volunteer tasks and for the cooperation between volunteers and paid staff. In a number of foreign countries probation services have a long standing tradiotn and expertise in volunteer engagement and management, which could provide valuable examples for the Dutch probation services. This study has explored examples in Ireland, England, Sweden, Austria and Japan. Three questions guided the research:How is volunteer involvement in the probation services organised; what are conditions that need to be in place, what are their tasks, and how does the work of the volunteers relate to the tasks of paid staff?What are effective mechanismes of volunteer management, including recruitment and assessemnt, training and retention, cooperation with paid staff, and what is the outcome of volunteer engagement?Are the examples of the organisation of volunteer engagement and of volunteer management fit for implementation in the Dutch context?Binnen de reclasseringsorganisaties wordt al op beperkte schaal gewerkt met vrijwilligers (Bureau Buitenland, COSA en een aantal lokale projecten). Er wordt daarnaast in het kader van stimuleringsprogramma’s als ‘Ruim baan’ en ‘Koers en Kansen’ geëxperimenteerd met enkele pilots. Momenteel ontbreekt het nog aan een visie met betrekking tot doelen van de inzet van vrijwilligers bij reclasseringstaken, kennis over mogelijke modellen voor de organisatie van de vrijwillige inzet, en modellen voor de taken van vrijwilligers en de samenwerking met beroepskrachten. In verschillende andere landen is hiermee veel ervaring opgedaan, die mogelijk van betekenis kan zijn voor de ontwikkeling van een visie, en van beleid en werkwijzen in Nederland. Hiertoe zijn praktijken in Ierland, Engeland, Zweden, Oostenrijk en Japan onderzocht. Door deze keuze van landen konden diverse modellen voor de inzet van vrijwilligers worden vergeleken. De probleemstelling is in drie deelvragen verdeeld: Hoe is in de geselecteerde landen en projecten de inzet van vrijwilligers bij reclasseringstaken georganiseerd, onder welke randvoorwaarden werken zij, welke taken voeren zij uit en hoe verhoudt het werk van de vrijwilligers zich tot het werk van betaalde reclasseringswerkers? Wat zijn in de onderzochte landen werkzame mechanismen voor de inzet van vrijwilligers met betrekking tot werving en selectie, training en begeleiding, binding aan de organisatie, samenwerking met betaalde reclasseringswerkers en wat is bekend over het resultaat van de inzet van vrijwilligers? In hoeverre zijn de onderzochte voorbeelden bruikbaar voor het reclasseringswerk in Nederland? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. de organisatie van de inzet van vrijwilligers 4. De inzet van vrijwilligers 5. Betekenis voor de Nederlandse context 6. Conclusies en discussie 7. Referentie

    Netherlands Country Drug Report 2019

    Get PDF
    Every year, the National Focal Points in the member states of the European Union report on the drug situation in their countries. This report presents the top-level overview of the drug phenomenon in the Netherlands, covering drug supply, use and public health problems as well as drug policy and responses. The statistical data reported relate to 2017 (or most recent year) and are provided to the EMCDDA by the national focal point, unless stated otherwise

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇