WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    De uitvoering van (verscherpt) reclasseringstoezicht bij overvallers en de samenhang met recidive

    Get PDF
    The current study examined what the supervision of robbers by the Probation and Parole Service in practice entails, what the recidivism rate among robbers with supervision is, and to what extent the measures of intensive supervision are related to reoffending among robbers after the end of supervision. The research group consisted of all convicted robbers (excluding street-robbers) in the Netherlands, who were supervised by the Probation and Parole Service, and whose supervision period was completed in the period 2013 to 2016, yet was not started before 2012. This study is part of a five-year research program into recidivism among offenders of so-called high impact crimes (HIC; which consists of non-street robbery, street robbery and, domestic burglary).In het huidige onderzoek is nagegaan hoe het reclasseringstoezicht van overvallers er in de praktijk uit ziet, wat het recidivepercentage onder overvallers met toezicht is en in hoeverre de maatregelen in het kader van verscherpt toezicht samenhangen met de recidive onder overvallers na afloop van het toezicht. De onderzoeksgroep bestond uit alle veroordeelde overvallers in Nederland, waarbij reclasseringstoezicht onderdeel was van de afdoening, het toezicht niet voor 2012 was gestart en het toezicht was afgerond in de periode 2013 tot en met 2016. De studie maakt deel uit van het vijfjarige onderzoeksprogramma naar de recidive onder daders van high impact crimes (HIC; ofwel overvallers, straatrovers en woninginbrekers)

    Ontwikkelingen en samenhangen

    Get PDF
    De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving brengt ontwikkelingen in en samenhangen tussen criminaliteit en rechtshandhaving in kaart. Deze 18e editie richt zich daarbij met name op de periode 2009 tot en met 2019. Deze editie staat weer boordevol informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel hiervan wordt opgespoord, de strafrechtelijke reactie die justitie hierop heeft, de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties en ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan.De publicatie 'Criminaliteit en rechtshandhaving 2019' is ook terug te vinden op de websites van het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast is de publicatie beschikbaar op het digitale platform www.criminaliteitinbeeld.nl, een initiatief gedragen door het WODC, het CBS, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een overzicht van vorige edities van C&R is te vinden op de speciale webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem 3. Criminaliteit en slachtofferschap 4. Misdrijven en opsporing 5. Vervolging 6. Berechting 7. Tenuitvoerlegging van sancties 8. De strafrechtsketen in samenhang 9. Overtredingen 10. Uitgaven aan sociale veiligheid 11. Nederland in internationaal perspectie

    On statistical disclosure control technologies for protecting personal data in tabular data sets

    Get PDF
    The objective of this study is to investigate statistical disclosures and the SDC technologies for protecting personal data in tabular data sets, especially in the context of opening privacy sensitive data sets (as in the case of, e.g., justice domain data sets). The main research questions that will be addressed in this deliverable are:Q1: What are the ways for disclosing personal data when tabular data sets are published? Q2: What are the methods for protecting tabular data sets? Q3: What are the main functionalities of available SDC tools for protecting personal data in tabular data sets and preserving data utility therein?The intention is also to explore those state-of-the-art SDC mechanisms or functionalities that are not yet (widely) integrated in the studied SDC tools. CONTENT: 1. Introduction 2. Personal data disclosure in tabular sets 3. Quantifying the risks and utility of tabular data sets 4. Protecting tabular data sets 5. Tools 6. Reflectio

    Integratie en vertrek van een recent cohort AMV’s in Nederland (2014-2019)

    No full text
    Tussen 1 januari 2014 en 31 augustus 2019 werden 8.775 asielaanvragen ingediend door alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s). In eerste aanleg werd 69% van de aanvragen ingewilligd en 26% afgewezen (de overige 5% zat op de peildatum van 31 december 2019 nog in de procedure of had deze voortijdig stopgezet).Van de AMV’s met een verblijfsvergunning was 79% man en kwamen de meeste uit Eritrea (50%) en Syrië (38%). Gemiddeld waren de AMV’s op het moment van het verkrijgen van de vergunning 15,7 jaar oud.In 2019 volgde 56% van de (ex-)AMV’s met een vergunning een opleiding; 40% had een baan. Ongeveer een derde van de (ex-)AMV’s volgde op dat moment geen onderwijs en had geen werk.Meer dan de helft van de afgewezen (ex-)AMV’s is met onbekende bestemming vertrokken. Tien procent heeft Nederland aantoonbaar verlaten (hetzij vrijwillig, hetzij gedwongen).Onder afgewezen ex-AMV’s van 18 jaar of ouder (op 31 december 2019) die werden opgevangen onder het nieuwe opvangmodel, ligt het aandeel dat met onbekende bestemming vertrok hoger, terwijl het aandeel dat op de peildatum rechtmatig in Nederland verbleef lager ligt dan onder de groep die onder het oude model werd opgevangen. Het aandeel vrijwillig vertrek onder het oude en nieuwe opvangmodel is vergelijkbaar.De hier gepresenteerde resultaten uit een gezamenlijk onderzoek van WODC en CBS bieden een eerste beschrijving van de groep AMV’s die tussen 1 januari 2014 en 31 augustus 2019 asiel aanvroegen in Nederland. In de toekomst kunnen meer diepgaande inzichten verkregen worden, door zowel de populatie als de betrokken databronnen uit te breiden en bijvoorbeeld vergelijkingen te maken met andere relevante groepen zoals leeftijdsgenoten met en zonder (asiel)migratieachtergrond

    Bedreigingen en intimidaties van burgemeesters in relatie tot de bestuurlijke aanpak

    Get PDF
    The purpose of this study is to provide an insight into the nature and extent of the threats and intimidation faced by mayors as well as into the number of police reports, prosecutions and convictions. The study also needs to provide an insight into the possible relationship between the extent in which mayors use the available instruments within the concept of ‘administrative approach’ and the occurrence of threats and intimidation aimed at them. The following two questions are central in this study:What is the nature and extent of the number of threats and intimidation faced by mayors, how often do they press charges, how often are suspects arrested and how often are offenders prosecuted and convicted?To what extent, if any, is there a relationship between the administrative approach and the occurrence of threats and intimidation directed at mayors, broken down by the nature of the threat or intimidation and the type of perpetrator?Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht in de aard en omvang van de bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, alsook in het aantal aangiften, vervolgingen en veroordelingen. Tevens dient het onderzoek inzicht te geven in de mogelijke relatie tussen de mate waarin burgemeesters gebruikmaken van het instrumentarium onder de noemer van ‘bestuurlijke aanpak’ en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen hen. In dit onderzoek staan de volgende twee vragen centraal: Wat is in de periode vanaf 2010 de aard en omvang van het aantal bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, hoe vaak doen zij daarvan aangifte, hoe vaak wordt er een verdachte opgepakt en hoe vaak vindt er vervolging en veroordeling plaats? In hoeverre is er wel of niet een relatie tussen de bestuurlijke aanpak en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, uitgesplitst naar de aard van de bedreiging of intimidatie en naar het type dader? INHOUD: 1. Inleiding 2. Bestuurlijke aanpak 3. Slachtofferschap en strafrechtelijke reactie 4. Relatie tussen inzet OOV-bevoegdheden en bedreiging/intimidatie 5. Conclusies en slotbeschouwin

    Eindrapportage

    Get PDF
    The legal profession fulfils an important and special role and position in the constitutional state. The Dutch Act on Advocates (Advocatenwet, AW) guarantees the special position of the lawyer. Various recommendations and research reports at the end of the last and the start of this century showed that supervision was insufficient and needed modernization and improvement, partly due to the growth of the legal profession and the increasing internationalization in recent decades. After a complex legislative process, this finding ultimately led to the Act of 1 October 2014 amending the Act on Advocates, and some other laws relating to the position of the legal profession in the legal order and reviewing the supervision of the legal profession (Act on the position and supervision of the legal profession (Wet positie en toezicht advocatuur, Wpta)), which amended the Act on Advocates and some other laws as of 1 January 2015.The main research question is: Does the system of supervision introduced by the Act on the position and supervision of the legal profession function in accordance with its objectives, how do other legislative amendments, including the disciplinary rules, work and do they contribute to the quality of the legal profession?De advocatuur vervult een belangrijke en bijzondere rol en positie in de rechtsstaat. In de Advocatenwet (Aw) is de bijzondere positie van de advocaat wettelijk geborgd. Uit verschillende adviezen en onderzoeksrapporten eind vorige en begin deze eeuw bleek dat het toezicht onvoldoende was en modernisering en verbetering behoefde, mede vanwege de groei van de advocatuur en de toenemende internationalisering in de afgelopen decennia. Deze constatering heeft uiteindelijk na een complex wetgevingsproces geleid tot de Wet van 1 oktober 2014 tot aanpassing van de Advocatenwet en enige andere wetten in verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde en herziening van het toezicht op advocaten (Wet positie en toezicht advocatuur, Wpta), waarmee per 1 januari 2015 de Aw en enige andere wetten zijn gewijzigd. De kern van de wetswijziging heeft betrekking op de herziening van het toezichtstelsel. De Wpta voorziet daarnaast in de codificatie van de kernwaarden als toetsingskader voor de beroepsuitoefening door advocaten, een beperkte aanpassing van het tuchtrecht en enkele andere wijzigingen. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: Functioneert het door de Wet positie en toezicht advocatuur geïntroduceerde stelsel van toezicht overeenkomstig zijn doelstellingen, hoe werken de overige wetswijzigingen, waaronder het tuchtrecht, en leveren die een bijdrage aan de kwaliteit van de advocatuur? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Toezicht door lokale dekens 4. Systeemtoezicht door het CvT 5. Tuchtrecht 6. Analyse 7. Samenvatting, conclusies en aanbevelinge

    Sixth edition of the aftercare monitor for former prisoners; basic conditions for reintegration and their relation with recidivism (full text only available in Dutch)

    No full text
    To reduce the relatively high recidivism rates among former prisoners, reintegration policy tries to address problems for successful reintegration already during imprisonment. Since 2004, an important part of the reintegration policy in the Netherlands involves working on the 5 basic conditions for reintegration. These basic conditions are: 1) valid ID, 2) income and work, education or other (daytime) activities, 3) accommodation, 4) insight in debts and a strategy how to deal with them and 5) continuation of adequate care. Every two years the aftercare monitor describes the situation of (former) prisoners on these five basic conditions both before and after their time in detention. Since the fifth edition we also study the relation between the situation on these five conditions and recidivism. This provides insight in whether addressing problems on the basic conditions can reduce recidivism among former prisoners. New in this sixth edition, is that we also study the relations between the various basic conditions.In de jaren 2013 tot en met 2016 keerden jaarlijks ongeveer 20 duizend mensen na een detentie van meer dan twee weken terug in de Nederlandse maatschappij. Basisvoordwaarden voor succesvolle re-integratie zijn het bezit van een identiteitsbewijs, dagbesteding, inkomen en huisvesting hebben en geen schulden open hebben staan. Bij een deel van de ex-gedetineerden is dit niet op orde. Bij uitstroom uit detentie heeft 14% geen geldig identiteitsbewijs. In de maand na detentie heeft 85% geen dagbesteding in de vorm van werk of een opleiding en een derde geen inkomen uit werk, een uitkering of pensioen. Bijna een kwart staat na detentie niet ingeschreven op een adres. Meer dan een kwart van de re-integratiekandidaten staat (in het jaar na detentie) geregistreerd als wanbetaler van hun zorgverzekering, een indicatie dat zij (problematische) schulden hebben. Er zijn weinig verschillen tussen de uitstroomcohorten; re-integratiekandidaten die uitstromen in 2016 hebben de basisvoorwaarden niet beter (of minder) op orde ex-gedetineerden die in eerdere jaren zijn uitgestroomd. Het doel van het re-integratiebeleid is om tijdens detentie problemen die er zijn met de basisvoorwaarden op te lossen om re-integratie in de maatschappij te bevorderen en recidive te voorkomen. Dit onderzoek laat zien dat dit deels gebeurt: mensen die dat eerder niet hadden verkrijgen tijdens detentie een identiteitsbewijs, werk of een adres en mensen die voor detentie schulden bij hun zorgverzekeraar hadden, hebben die na detentie niet meer. Aan de andere kant zijn er ook veel mensen die hun woning of werk juist verliezen na een detentieperiode, of bij wie juist schulden ontstaan. Bijna de helft van de re-integratiekandidaten recidiveert binnen twee jaar. Mensen van wie de basisvoorwaarden voor re-integratie (identiteitsbewijs, dagbesteding, inkomen, huisvesting en geen schulden) op orde zijn hebben een significant kleinere recidivekans. Een identiteitsbewijs, werk, een uitkering, het volgen van een opleiding en huisvesting (met name bij een partner, ouders of anderen) hangen samen met een kleinere kans op recidive, ook wanneer rekening wordt gehouden met kenmerken zoals geslacht, leeftijd en strafrechtelijk verleden. Vooral werkende re-integratiekandidaten die langere tijd dezelfde baan behouden recidiveren minder. Verder hebben re-integratiekandidaten een grotere kans om te recidiveren in de maanden dat zij adresloos zijn dan in andere maanden. De basisvoorwaarden hebben ook weer invloed op elkaar. Het onderzoek laat zien dat een geldig identiteitsbewijs, een startkwalificatie en huisvesting (met name het wonen bij een partner, ouders of anderen) samenhangen met een grotere kans om na detentie werk te hebben. Aangezien vooral werk samenhangt met minder recidive, kan het op orde krijgen van de basisvoorwaarden huisvesting en identiteitsbewijs, via het vergroten van de kans op werk, dus mogelijk recidive voorkomen. Het onderzoek toont aan dat het van belang is om te blijven inzetten op het op orde krijgen van de basisvoorwaarden. Met name het stimuleren van dagbesteding (werken, een opleiding volgen, mogelijk ook andere dagbesteding zoals vrijwilligerswerk) en het organiseren van stabiele huisvesting kunnen bijdragen aan een succesvolle re-integratie. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Theorie en eerder onderzoek naar basisvoorwaarden voor succesvolle re-integratie, 3. Methoden, 4. Beschrijvende resultaten: situatie op de basisvoorwaarden, 5. Samenhang tussen situatie op basisvoorwaarden onderling en met recidive, 6. Conclusie en discussi

    Working method and revenue model of companies that start objection and appeal procedures on a 'no cure no pay' basis for taxpayers for WOZ decisions and BPM returns (full text only available in Dutch)

    No full text
    The research focuses on two legal areas: Real Estate Valuation (WOZ) and Vehicle Registration Tax (BPM). In both areas there is a clear increase in the number of appeals and objections submitted, the percentage of appeals and objections made by 'no cure no pay' companies, and reimbursement of legal expenses and execution costs for the government bodies that handle these objections and appeals. Minister Dekker for Legal Protection agreed to commission a research, also on behalf of the State Secretary for Finance, into the working methods and revenue models of 'no cure no pay' companies. To research this, the following problem definition has been formulated: What is the working method and revenue model of companies that start objection and appeal procedures on a 'no cure no pay' basis for taxpayers for WOZ decisions and BPM returns? What is the nature and scope of these types of proceedings and how does the financial interest of taxpayers and the revenues for these companies relate to the costs incurred by the government? What solutions do municipalities and the tax authorities choose to organise the handling of objection and appeal procedures as efficiently as possible?Dit onderzoek is gericht op twee wetsterreinen: de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de Belasting van Personenauto’s en Motorrijtuigen (BPM). Op beide terreinen is een stijging geconstateerd van het aantal ingediende bezwaar- en beroepschriften, een stijging van het aandeel door ncnp-bedrijven ingediende bezwaren en beroepen hierbinnen, en een stijging van de proceskostenvergoedingen en uitvoeringskosten voor de overheidsorganen die deze bezwaren en beroepen behandelen. Hierop zegde minister Dekker voor Rechtsbescherming, mede namens de staatssecretaris van Financiën, toe een onderzoek uit te laten voeren naar de werkwijze en het verdienmodel van ncnp-bedrijven. Om dit te onderzoeken is de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat is de werkwijze en het verdienmodel van bedrijven die op basis van no cure no pay voor belastingplichtigen bezwaar- en beroepsprocedures starten bij WOZ- beschikkingen en BPM-aangiftes? Wat is de aard en omvang van dit soort procedures en hoe verhoudt het financieel belang van belastingplichtigen en de opbrengsten voor deze bedrijven zich tot de kosten die door de overheid worden gemaakt? Welke oplossingen kiezen gemeenten en de Belastingdienst om de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures zo efficiënt mogelijk in te richten? INHOUD: Samenvatting, Summary, 1. Inleiding, 2. Onderzoeksopzet, 3. Context van juridische procedures WOZ en BPM, 4. Omvang bezwaren en uitvoeringslasten, 5. Ervaringen bezwaarmakers WOZ, 6. Werkwijze en verdienmodel, 7. Conclusies

    Verkenning en bronnen, volumes en publieke kosten

    Get PDF
    Which sources of compensation cover the damage suffered by crime victims? To what extent do the financial compensation of crime damage and redress from the offender actually take place? And to what extent are public costs involved? Those questions have been explored in this study. With regard to the four main sources of compensation – private insurance, social security, the Violent Offences Compensation Fund (Schadefonds Geweldsmisdrijven), redress from the offender – the legal bases have been mapped out: who is entitled to compensation and at what level? By which means can claims be enforced? How is the source of compensation financed? Subsequently, it is investigated what can be said about the amount of compensation and redress, and about the public costs involved in this. These questions are posed against the background of the increasing policy attention that has been devoted to compensation for victims of criminal offences in recent years.In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: Welke bronnen kunnen slachtoffers van strafbare feiten aanboren ter compensatie van hun schade, in hoeverre vinden compensatie van het slachtoffer en verhaal op de dader via die bronnen daadwerkelijk plaats en in hoeverre zijn daarmee publieke kosten gemoeid? Deze drieledige onderzoeksvraag omvat de volgende deelvragen: 1. Welke bronnen kunnen slachtoffers van strafbare feiten aanboren ter compensatie van hun schade? 2. In hoeverre vinden via die bronnen daadwerkelijk compensatie van het slachtoffer en verhaal op de dader plaats? 3. In hoeverre zijn publieke kosten gemoeid met compensatie en verhaal van schade door strafbare feiten? INHOUD: 1. Inleiding 2. Private verzekering 3. Sociale zekerheid 4. Schadefonds geweldsmisdrijven 5. Verhaal op de dader 6. Conclusies en bevindingen 7. Summary 8. Literatuur 9. Samenstelling begeleidingscommissie 10. Bevraagde persone

    Gerechtelijke procedures en gesubsidieerde rechtsbijstand

    Get PDF
    Dit factsheet geeft cijfermatige ontwikkelingen van met betrekking tot scheidingen over:het aantal scheidingen (met minderjarige kin_deren);gerechtelijke procedures en verwijzingen naar mediation vanuit de rechtspraak;benoemingen van een bijzondere curator (artikel 1:250 BW);gezag- en omgangonderzoeken bij de Raad voor de Kinderbescherming;het gebruik van gesubsidieerde rechtsbijstand. De ontwikkelingen worden waar mogelijk geschetst over de periode 2001-2019. Soms zijn niet over deze hele periode gegevens beschikbaar en betreft de weergave een kortere periode

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇