WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Samenwerkend leren in interorganisationele netwerken voor de aanpak van terrorisme en criminaliteit
In this study we analyzed to what extent and in which ways interorganizational collaboration and learning can be improved in crimefighting and counterterrorism in the Netherlands. We explored if opportunities exist to more closely relate the approaches of crimefighting and counterterrorism. We analyzed the way in which the Dutch counterterrorism approach is designed in terms of its governance, and if it can be strengthened further by learning from the experiences gained in crimefighting.This study is centered around the following main research question: In which ways and under which conditions can the Dutch administrative, organizational and professional approach to counterterrorism, which is characterized by (network) collaboration, be strengthened so that it overcomes interorganizational differences between regimes, (substantive) perspectives and ways of working? What can we learn in that respect from the approach of other wicked problems, especially from crimefighting, in which intervention capacity is/has been demonstrated?In dit onderzoek bekeken wij in hoeverre, en op welke manieren er beter samengewerkt en organisationeel geleerd zou kunnen worden rond de aanpak van criminaliteit en terrorisme. We verkenden daarbij tevens of beide aanpakken verder op elkaar betrokken zouden kunnen worden. We analyseerden of de wijze waarop de aanpak van terrorisme in Nederland bestuurlijk en organisatorisch is opgezet en (inhoudelijk) vorm krijgt, verder kan worden versterkt door te leren van de ervaringen die bij de aanpak van criminaliteit zijn opgedaan.Dit deden we aan de hand van de volgende hoofdvraag: Op welke wijzen en onder welke condities kan de bestuurlijke, organisatorische, professionele aanpak van terrorisme in Nederland via (keten)samenwerking verder worden versterkt, waarbij verschillen tussen regimes, (inhoudelijke) perspectieven en werkwijzen worden overbrugd? Wat kunnen we daarbij leren van de aanpak van andere complexe vraagstukken, in het bijzonder de bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit, waarin interventievermogen is/wordt getoond? INHOUD: 1. Introductie 2. Analysekader 3. Criminaliteit en terrorisme: een nexus? 4. (Netwerk-)samenwerking in de praktijk 5. Leren in en van netwerken 6. Criminaliteits- en terrorismebestrijding op elkaar betrokken 7. Conclusies en aanbevelinge
A literature study
In the Netherlands, the aliens’ identity chain is an identity management process, which is part of the migration chain. It relies on two types of personal data: biographic, such as date and place of birth, name and nationality, and biometric, such as fingerprints, face and irides. Biometric technology is used in the aliens’ identity chain to (quickly) achieve automated identity verification and identification of aliens (immigrant or resident, legal or illegal).This literature study focuses exclusively on the role of biometric data in the aliens’ identity chain. At present the fingerprint is the single biometric mode automated for this purpose. It aimed at understanding the capabilities and limits of the fingerprint made in the current operational biometric process and to make an inventory of what is known about the possibilities to improve and/or combine the use of fingerprints and other biometric modes in a multimodal approach. Eventually, the purpose is to improve the verification of identity and identification processes in the aliens’ identity chain as applied by the Netherlands. CONTENT: 1. Introduction 2. Current implementations 3. Properties of the biometrics modes 4. Discussion 5. Conclusion 6. Aknowledgements 7. Reference
Evaluatie Kwaliteitsimpuls politieonderwijs Caribisch Nederland
The aim of the evaluation study was to examine the results of the Quality Boost initiative and identify any points for improvement. The research questions which formed the basis for the study concerned three main points:Which policy theory forms the basis for the Caribbean Netherlands Police Education Quality Boost initiative?How successful was the implementation of the Quality Boost initiative, what results were achieved and what issues were there, according to the various stakeholders?To what extent is the Quality Boost initiative meeting its intended objectives and what key points should be considered if it is potentially to be continued?De Kwaliteitsimpuls politieonderwijs Caribisch Nederland is een tijdelijke maatregel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit ministerie stelde in de periode 2016-2019 een bijzondere bijdrage beschikbaar van €350.000 op jaarbasis, met als doel de professionalisering van het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) te stimuleren, en bij te dragen aan verbetering van de samenwerking tussen de verschillende korpsen. De evaluatiestudie had tot doel zowel de opbrengsten en als de eventuele verbeterpunten van de Kwaliteitsimpuls in beeld te brengen. Kort samengevat ging het daarbij om drie hoofdpunten: Welke beleidstheorie ligt ten grondslag aan de Kwaliteitsimpuls politieonderwijs Caribisch Nederland? Hoe verliep de uitvoering van de Kwaliteitsimpuls, wat zijn de opbrengsten en knelpunten, volgens de verschillende betrokken partijen? In hoeverre voldoet de Kwaliteitsimpuls aan de beoogde doelstellingen en wat zijn de belangrijkste aandachtpunten bij een mogelijke continuering? INHOUD: 1. Aanleiding en achtergrond voor het onderzoek 2. Verantwoording methode 3. Beleidsreconstructie 4. Overzicht van de feitelijk uitgevoerde activiteiten binnen de kwaliteitsimpuls 5. Evaluatie van de uitvoering van de Kwaliteitsimpuls 6. Opbrengsten van de Kwaliteitsimpuls en wensen voor de toekomst 7. Samenvatting en conclusie
Omgangsregeling tussen ouders na scheiding
The aim of this literature study is to clarify whether it is desirable to introduce a legal starting point that in principle distributes the care rights and obligations after divorce equally between both parents, but where the parents – or if necessary the judge – are free to arrive at a different distribution. Regioplan looked also at other countries that already introduced co-parenting as a priority model, to learn more about the consequences of this. The three countries that were central to this part of the study were Sweden, Belgium, and Australia.Op 1 maart 2009 is de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in werking getreden. In deze wet is opgenomen dat een kind na een scheiding van zijn ouders recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders en ouders die gaan scheiden moeten verplicht een ouderschapsplan opstellen. Hierin worden afspraken vastgesteld over hun minderjarige kinderen, waaronder hoe zij de verzorging en opvoedingstaken verdelen. Vanaf 2009 is het opstellen van een ouderschapsplan bij scheiding verplicht voor ouders die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben. Dit geldt ook voor samenwonende ouders met gezamenlijk gezag, die uit elkaar gaan. Dit literatuuronderzoek heeft tot doel om inzichtelijk te maken of het wenselijk is dat er een wettelijk uitgangspunt wordt ingevoerd dat de zorgrechten en -plichten na scheiding in beginsel gelijk verdeelt over beide ouders, maar waarbij het de ouders – of indien nodig de rechter – vrij staat om te komen tot een andere verdeling
Evaluatie College gerechtelijk deskundigen
Partly as a result of a number of serious court errors in which insufficient quality of forensic expertise played a role, the Expert in Criminal Matters Act (Wds) came into force in 2010. The law has the purpose of contributing to the enhancement of the quality of the input of experts in the administration of justice. The Netherlands Register of Court Experts (hereinafter: NRGD), established with the Wds and which is administered by the Board of Court Experts (hereinafter: Board), has determined to make an important contribution to this objective. The Board is an independent administrative body. Because the law requires independent administrative bodies to be evaluated every five years, and the last evaluation took place in 2014 (Evaluation of the Dutch Register of Court Experts).De kerntaken van het College gerechtelijk deskundigen zijn het (her)normeren van forensische deskundigheidsgebieden en het toetsen van individuele forensische deskundigen aan deze normen. Dit ter beoordeling van de vraag of een deskundige kan worden ingeschreven in het register gerechtelijk deskundigen. In 2014 heeft een eerste evaluatie van het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD) plaatsgevonden, met als doel te beschrijven op welke wijze het NRGD bij kan dragen aan de beoogde doelstellingen van de Wet deskundigen in strafzaken en het opsporen van mogelijke knelpunten die zich in de praktijk voordoen (zie link hiernaast). De kernvragen van deze evaluatie zijn hoe doelmatig en doeltreffend het College deze taken uitvoert. Heeft het College tussen 2014 en 2018 zijn doelen bereikt wat betreft (her)normering van deskundigheidsgebieden en toetsen van deskundigen aan deze normen? En hoe is het College met de aandachtspunten omgegaan die in de evaluatie uit 2014 naar voren kwamen? Het betreft de registratie, normering en hernormering en kwaliteit van geleverde diensten in strafzaken. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodische verantwoording 3. Formeel kader NRGD-stelsel 4. Normering en hernormering 5. (Her)inschrijving, afwijzing en doorhaling 6. Kwaliteit NRGD 7. Doelrealisatie 8. Aandachtspunten 9. Conclusie
WODC-magazine 2019 nr. 3 - Recidive
In het derde WODC-magazine met het thema Recidive lichten we een aantal van de recidiveonderzoeken van het afgelopen jaar uit en wordt ingegaan op de plannen voor de toekomst. Lees: WODC-magazine nr. 3 - Recidive INHOUD: - Tweejaarlijkse recidivemeting vaste dadergroepen - Effectiviteit alcoholslotprogramma onderzocht - Recidive na forensische zorg - Daders van High Impact Crimes plegen veel delicten en beginnen op jonge leeftijd - Veroordeelde huiselijk gewelddaders beperken zich niet tot huiselijk geweld - Doorontwikkeling recidivemonitor: uitdagingen voor de toekomst (zie: link
Operational technology beveiligen vanuit Design Thinking perspectief
In dit rapport beschrijven we de resultaten van onderzoek naar de mogelijkheden van het Secure-by-Design ontwerpen van Operational Technology (OT) voor de Vitale Infrastructuur. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) acht het verstoren of saboteren van diensten en processen waar overheden en de samenleving van afhankelijk zijn, één van de toenemende en reële cyberdreigingen. De kwetsbaarheid van Industriële Controle Systemen (ICS) hebben daarbij de bijzondere aandacht van NCSC, omdat deze zo breed worden toegepast in de Vitale Infrastructuur van Nederland. De hoofdonderzoeksvragen die ten grondslag liggen aan deze verkenning, zijn: Hoe zou Design Thinking kunnen worden toegepast in de Vitale Infrastructuur bij het veilig ontwerpen van nieuwe operationele technologie of bij het veilig verbeteren van bestaande operationele technologie, evenals bij het veilig ontwerpen van de daarmee samenhangende beheer- en gebruiksprocessen? Hoe, waar en wanneer kan Design Thinking een plaats hebben in het veilig ontwerpen van systemen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodologie 3.Definities van de Centrale Begrippen 4. Complexiteit van OT Beveiliging: Design Thinking aan zet 5. Praktijkervaringen Internationaal 6. Praktijkervaringen in Nederland 7. Analyse & Synthese 8. Conclusie
Exploratory study of the way how the processing of police data is designed in five other European countries (Full text only available in Dutch)
The aim of the study is to provide insight into how the legal framework for the processing of police data is designed in five other European countries and how that framework relates to the European basic principles. The findings from this study can serve as input for the revision of the Police Data Act (Wet politiegegevens, Wpg). The following two main questions are central to this research: 1. What is the current state of affairs in the Netherlands with regard to the legislation for processing police data, to what extent have the previously identified problems been resolved and what problems remain? How has the Netherlands implemented the European framework for the processing of data by the police? 2. What is regulated in the legislation for the processing of police data in other European countries, how have these countries overcome the problems that exist in the Netherlands and any other problems through legislation, and how has the European framework for the processing of data by the police been implemented?Dit verkennende onderzoek is in opdracht van het WODC uitgevoerd en behelst een inventarisatie van de verschillende mogelijkheden om de verwerking van politiegegevens in wetgeving te regelen. Het doel van het onderzoek is inzichtelijk te maken hoe het juridisch kader voor de verwerking van politiegegevens in een vijftal andere Europese landen (België, Denemarken, Duitsland-Nordrhein-Westfalen, Finland en Ierland) is vormgegeven en hoe dat kader zich verhoudt tot de Europese basisprincipes. De bevindingen uit dit onderzoek kunnen als input dienen voor de herziening van de Wet politie gegevens (Wpg). In dit onderzoek staan de volgende twee hoofdvragen centraal: 1. Wat is de huidige stand van zaken in Nederland wat betreft de wet- en regelgeving voor het verwerken van politiegegevens, in hoeverre zijn de eerder geconstateerde knelpunten hierbij opgelost en welke knelpunten bestaan nog? Hoe heeft Nederland invulling gegeven aan het Europese kader voor de verwerking van gegevens door de politie? 2. Wat is geregeld in de wet- en regelgeving voor het verwerken van politiegegevens in andere Europese landen, hoe hebben deze landen de in Nederland bestaande en eventuele andere knelpunten ondervangen in wet- en regelgeving en hoe is hierin invulling gegeven aan het Europese kader voor de verwerking van gegevens door de politie? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Het Europese kader, 3. Nederland, 4. Landenvergelijking, 5. Slotbeschouwin
Evaluatie Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding
On 1 March 2017, the Temporary Law on Counterterrorism Administrative Measures Act (Wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, the Act) came into effect, the provisions of which aim to prevent terrorist attacks and provide for the following:Restriction of freedoms (Section 2): a requirement to report to the police, a ban on being in the vicinity of specific premises or in specific parts of the Netherlands (area ban) or in the vicinity of specific individuals (ban on contact).Ban on leaving the country (Section 3): prohibits travel outside the Schengen Area.Rejection or revocation of subsidies, etc. (Section 6): enables administrative bodies to reject or revoke subsidies, licences, dispensations and recognitions.The Act is part of the 'Action Programme for an Integral Approach to Jihadism' from 2014, the provisions of which aim to reduce terrorist threats posed by jihadism.The purpose ofthis evaluation is to assess whether the Act contribute to the local, person-specific approach to individuals who pose a terrorist threat. The evaluation is structured along the lines of the following evaluation questions:Which assumptions underlie the Act?In what manner and in which situations is the Act applied in practice?What is the impact of the application of the Act on the local, person-specific approach to the cases concerned?Op 1 maart 2017 is de ‘Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding’ in werking getreden (Twbmt). De wet is gericht op preventieve maatregelen om terroristische aanslagen te voorkomen en maakt het mogelijk om de volgende maatregelen te treffen:Vrijheidsbeperkende maatregelen (art. 2): een meldplicht bij de politie, een verbod om zich te bevinden in de omgeving van bepaalde objecten of in bepaalde delen van Nederland (gebiedsverbod) of zich te bevinden in de nabijheid van bepaalde personen (contactverbod).Een uitreisverbod (art. 3): een verbod om zich te begeven buiten het Schengengebied.Het weigeren of intrekken van subsidies etc. (art. 6): de mogelijkheid van een bestuursorgaan om een subsidie, vergunning, ontheffing, erkenning af te wijzen of in te trekken.De maatregelen maken onderdeel uit van het ‘Actieprogramma integrale aanpak jihadisme’ uit 2014, dat is gericht op vermindering van de terroristische dreiging die van het jihadisme uitgaat.De wet is een tijdelijke wet en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding ervan. Uiterlijk binnen drie jaar na invoering van de wet dient de Minister de Kamers een evaluatierapport te sturen.Op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV) heeft het WODC het gebruik van de wet vanaf de inwerkingtreding gemonitord, van maart 2017 tot en met september 2019. Het empirische materiaal dat tijdens deze monitor is verzameld, dient als basis voor dit evaluatierapport. Het doel van deze evaluatie is te beoordelen of de Twbmt bijdraagt aan de lokale persoonsgerichte aanpak van personen van wie een terroristische dreiging uit gaat. De evaluatie wordt gestructureerd aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan de Twbmt? Op welke wijze en in welke situaties wordt de wet in de praktijk toegepast? Wat is het gevolg van de toepassing van de wet voor de lokale persoonsgerichte aanpak van de betrokken casussen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veronderstelde werking van de wet 3. Juridisch kader 4. Toepassing van de wet 5. Ingeroepen rechtsbescherming 6. Situaties waarvoor de wet is ingezet 7. Uitvoering en gevolgen van de maatregelen in de praktijk 8. Conclusi
Instrumenten, kosten en resultaat
This report addresses the collection of traffic fines for breaking traffic rules in the Netherlands. In recent years, the annual number of fines was around 9 million. Most of these fines, 7 million, relate to speeding limits. Research questions: 1a) How effective are the various instruments that are applied to collect traffic fines? 1b) How do the amounts collected relate to the costs of deploying these instru-ments? 2) What knowledge is available on the relationship between problematic debts and a failure to pay traffic fines? Does the increasing of fines, when not paid within the first term, contribute to the emergence of problematic debts? 3) Which means are available to the collecting agencies in order to identify people with problematic debts at an early stage in the collection of the fine? 4a) What can be learned from the research to optimise the collection of traffic fines? 4b) Which subgroups of traffic offenders would be interesting for follow-up research?Het voorliggende rapport heeft de inning van verkeersboetes op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) als onderwerp. Het onderzoek is gericht op de effectiviteit van de inning van verkeersboetes en de kosten die daarmee zijn gemoeid. De agendering van het onderzoek volgde uit debatten over schuldenproblematiek en de mogelijke invloed van de wijze van incasseren van boetes op het ontstaan of verergeren van probleemschulden. De onderzoeksvragen luiden als volgt: 1a) In welke mate dragen afzonderlijke elementen (aanmaningen met verhoging van het bedrag, aanbieden betalingsregeling, bankbeslag, inschakelen gerechtsdeurwaarder, inname rijbewijs, buiten gebruik stellen voertuig, gijzeling) uit het arsenaal van instrumenten dat ter beschikking staat, bij aan de inning van verkeersboetes? Waarom zijn de verschillende instrumenten (niet of beperkt) effectief? 1b) Hoe verhouden zich de kosten tot de opbrengst van de inzet van deze instrumenten? Idem, voor betalingsregelingen? 2) Wat is bekend over de relatie tussen het niet betalen van verkeersboetes, en schuldenproblematiek? Draagt het verhogen van boetes bij niet-tijdige betaling bij aan het ontstaan van schuldenproblematiek? 3) Welke mogelijkheden heeft het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) om mensen met schuldenproblematiek vroegtijdig te kunnen identificeren, zodat daar bij de inzet van instrumenten rekening mee kan worden gehouden? 4a) Welke aanknopingspunten levert het onderzoek om de afwikkeling van boetes te optimaliseren? 4b) Op welke (sub)groepen van beboete verkeersovertreders zou eventueel vervolgonderzoek zich moeten richten? INHOUD: 1. Doel en aanleiding van dit onderzoek 2. Verkeersboetes en schuldenproblematiek 3. Het innen van boetes, instrumenten en inningsresultaat 4. De schaduwwerking van de verhoging van boetes 5. Uitgaven 6. Aandachtspunten voor beleid en onderzoe