WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Eisen en waarborgen voor het gebruik van videoconferentie ten aanzien van verdachte in het Nederlandse strafproces in rechtsvergelijkend perspectief

    Get PDF
    Through technological developments, legal systems increasingly apply videoconference in their criminal proceedings. Videoconference enables a direct video and audio connection between those involved in criminal proceedings. With the improvement of videoconference technology, it is more and more considered as a reasonable alternative to physical appearance. The application of videoconference had in recent years already increased. The global COVID-19 pandemic prompted a heightened focus in the Netherlands as well as everywhere else in the world on the potential to hold criminal proceedings despite having to limit physical contact through the use of videoconference. This generated a need for further research for particularly its application for the accused, considering the implications for guaranteeing the rights of the accused and fundamental principles like immediacy and the public nature of a trial. The main question of this research is: “What can the Netherlands learn from national and international standards and practice of the use of videoconference for the accused with a view to its standardization and policy development in Dutch criminal legal practice?”National and international standards and practice have been mapped out by researching the regulations and practices of the Netherlands, Italy, France, Canada, Switzerland, Germany and international and transnational criminal law.In toenemende mate wordt gezocht naar toepassing van digitale methoden in het strafproces. Door technische ontwikkelingen zijn de mogelijkheden voor toepassing van videoconferentie in het strafproces gegroeid. Met de verbetering van techniek, wordt videoconferentie, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand wordt gebracht tussen de betrokken personen in het strafproces, steeds meer als redelijk alternatief beschouwd voor fysieke aanwezigheid.Op dit moment bestaat onvoldoende duidelijkheid over de vraag in hoeverre videoconferentie ook kan worden toegepast bij de verdachte en aan welke eisen en waarborgen toepassing ten aanzien van de verdachte moet voldoen. Net als in andere landen is ook in Nederland dit thema in beweging en is er behoefte aan nader inzicht in de nationale en internationale normering en praktijk voor de verdere ontwikkeling in de Nederlandse strafrechtpraktijk. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt daarom: “Wat kan Nederland uit de nationale en internationale normering en praktijk van de toepassing van videoconferentie bij verdachten leren met het oog op de normering en beleidsontwikkeling ervan in de Nederlandse strafrechtpraktijk?” De nationale en internationale normering en praktijk is in kaart gebracht door onderzoek te doen naar de regelingen en praktijk van Nederland, Italië, Frankrijk, Canada, Zwitserland, Duitsland en het internationale en transnationale strafrecht. INHOUD: 1. Inleiding 2. De normering op grond van strafvorderlijke beginselen en mensenrechten 3. Internationale regelgeving inzake videoconferentie in het strafproces 4. Toepassing in het Nederlandse strafproces 5. Toepassing in de internationale praktijk 6. Analyse en beantwoording vraagstelling 7. Gevolgtrekkingen voor de toekoms

    Meting 2018

    Get PDF
    National and regional figures from the Police and the Public Prosecution Service (OM) were obtained and analysed. In addition, 62 local experts were consulted in a sample of 31 municipalities from 11 judicial regions throughout the Netherlands: 31 local officials and 31 police officials. These experts answered questions about coffee shop policy in their municipality, coffee shop tourism, soft drug tourism, illegal sales and the situation around coffee shops. Where possible, the results of this measurement were compared with the results of the four measurements from 2014 up to and including 2018.The previous meaurements can be found via the link below at: 'More information'.Bij het ministerie van Justitie en Veiligheid is de behoefte ontstaan om de ontwikkelingen die samenhangen met het coffeeshopbeleid te volgen. Vanuit deze behoefte is een monitor tot stand gekomen waarmee de ontwikkelingen in het coffeeshop- en softdrugstoerisme, de situatie rondom de coffeeshops en de illegale verkoop van softdrugs in Nederland worden gevolgd. Voor deze monitor zijn reeds drie metingen uitgevoerd over respectievelijk de jaren 2014, 2015, 2016 en 2017. In dit rapport wordt verslag gedaan van de vijfde meting die betrekking heeft op het kalenderjaar 2018.De meting over het voorgaande jaar is te vinden via de link hiernaast. INHOUD: 1. Inleiding 2. Cijfermatige systeemkennis 3. Coffeeshop- en softdrugstoerisme 4. Situatie rondom coffeeshops 5. Illegale verkoop van softdrugs 6. Conclusie

    Het Prognosemodel Justitiële Ketens gezien door gebruikers

    Get PDF
    Het econometrische Prognose Model Justitiële Ketens (PMJ) beschrijft de ketenafhankelijkheid van werkvoorraad en capaciteitsbeslag. Het huidige onderzoek, fase 1 behelst een inventarisatie van de behoefte van de eindgebruikers van PMJ. Het resultaat zal gebruikt worden als bouwsteen voor een functioneel ontwerp voor een aangepast of nieuw te bouwen prognosemodel. In fase 2 zullen nieuwe methodes en technieken worden verkend. In fase 3 zal de eventuele implementatie en het uitrollen van zo’n vernieuwd prognosemodel plaatsvinden. INHOUD: 1. Introductie 2. Organisatie-analyse 3. Gebruikersbehoeften onderzoek 4. Resultaten interviews 5. Van raming naar capaciteitsplanning 6. Beantwoording van de onderzoeksvragen 7. Conclusie

    Financial supervision in (juvenile) criminal law (Full text only available in Dutch)

    No full text
    An increasing number of offenders in the Netherlands is facing financial problems. In recent years, more attention has been paid to tackling financial problems as part of the reintegration process of offenders. In both juvenile and adult criminal law there are certain options to impose financial supervision. However, it has been claimed by academics and politicians that the current financial measures available in (juvenile) criminal law are not being applied often enough or are inadequate. The aim of this study is to gain insight into the results of current forms of financial supervision, points for improvement and the possibilities for deploying new forms of mandatory financial supervision within a (juvenile) criminal law framework. The study answers the following main research question: How are current financial measures in (juvenile) criminal law proceeding and how can financial supervision be improved?In opdracht van het Ministerie voor Justitie en Veiligheid is onderzoek uitgevoerd naar het verloop, de resultaten en uitbreiding van financieel toezicht. Doel van het huidige onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het verloop van de huidige vormen van financieel toezicht en het in kaart brengen van de eventuele uitbreidingsmogelijkheden en verbeterpunten. In dit onderzoek wordt antwoord gegeven volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe verlopen de huidige financiële maatregelen binnen het (jeugd)strafrecht en op welke manier kan het financieel toezicht verbeterd worden? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Methoden, 3. Financieel toezicht: juridische mogelijkheden, 4. Aard en omvang financieel toezicht in Nederland, 5. Verloop en resultaten financieel toezicht, 6. Verbeterpunten en aanbevelingen financieel toezicht, 7. Conclusie en discussi

    Gestructureerde standaard trefwoordenclassificatie

    Get PDF
    Dit is de negende editie (2019) van de Justitiethesaurus, die door de Directie Informatisering (DI) als standaard trefwoordenclassificatie is vastgesteld voor het toegankelijk maken en terugvinden van Justitiële informatie in catalogi, documentatiebestanden en Justitiewebsites. De Justitiethesaurus wordt digitaal toegepast binnen een aantal justitiewebsites, inclusief websites van diverse veldorganisaties. Daarnaast wordt de Justitiethesaurus door het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie (OM) als standaard ontsluitings- en zoekinstrument toegepast.Vanaf februari 2016 is de Justitiethesaurus ook als open dataset in xml-format beschikbaar gesteld op het dataportaal van de overheid (data.overheid.nl - sectie: Recht).De wijzigingen ten opzicht van de vorige editie van de Justitiethesaurus zijn terug te vinden in de mutatielijst 2019. Hierin is een overzicht opgenomen van nieuwe voorkeurstermen, verwijstermen, scope notes, wijzigingen van schrijfwijze, wijzigingen van relaties en vervallen voorkeurstermen en verwijstermen.De Justitiethesaurus 2019 kan zowel in pdf als in xml gedownloaded worden (zie: link

    A comparative study into the sentencing of youth offenders who have committed serious violent and sexual offences (full text only available in Dutch)

    No full text
    This report presents the results of a multidisciplinary study into the sentencing of youth offenders who have committed serious violent or sexual offences. It has been conducted by a group of independent researchers. This study is conducted in the context of current political discussion concerning the maximum duration of youth detention in the Netherlands.1 The aim of this research is to provide insight into the sentencing of youth in various European jurisdictions, as well as to explore the extent to which the findings should lead to an adjustment of the Dutch criminal law approach to youth who are convicted of a serious violent or sexual offence. This study considers the legal framework and practices in the Netherlands and five other European countries, namely Belgium (Flanders), Germany, England & Wales, Ireland and Sweden, concerning the sentencing of youth offenders (12-23 years) of serious violent or sexual offences. Moreover, a systematic literature review has been conducted concerning the outcomes of sentences imposed on youth offenders of serious violent or sexual offences and it is attempted to gain insight into the effectiveness of imposed sentences, in particular in relation to recidivism, in the selected countries. The central research question of this study is: Which sentences are applied in the Netherlands and other European countries to youth of 12 to 23 years of age who have committed a serious violent or sexual offence, what is the effectiveness of these sentences and how do these relate to international and European children’s and human rights standards?In dit rapport worden de bevindingen gepresenteerd van onderzoek dat is verricht vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines naar de sanctionering van jeugdige daders van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven. Dit onderzoek is uitgevoerd tegen de achtergrond van de huidige politieke discussie over de maximale jeugddetentieduur in Nederland. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verschaffen in de sanctietoemeting voor jeugdigen in verschillende Europese jurisdicties, alsook te verkennen in hoeverre de bevindingen aanleiding geven tot aanpassing van de Nederlandse strafrechtelijke aanpak van jeugdigen die worden veroordeeld voor een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf. In dit onderzoek is een inventarisatie gemaakt van de wettelijke kaders en praktijken in Nederland en vijf andere Europese landen, namelijk België (Vlaanderen), Duitsland, Engeland en Wales, Ierland en Zweden, met betrekking tot de sanctionering van jeugdige daders (12-23 jaar) van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven. Daarnaast is een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar effecten van sancties bij jeugdige daders van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven en is getracht om voor de geselecteerde landen inzicht te krijgen in de effectiviteit van opgelegde sancties, in het bijzonder met betrekking tot recidive. De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: Welke sancties hanteren Nederland en andere Europese landen voor jeugdigen van 12 tot 23 jaar die een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf hebben gepleegd, wat is de effectiviteit hiervan en hoe verhouden deze sancties zich tot internationale en Europese kinder- en mensenrechtenstandaarden? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Het internationale en Europese kinder- en mensenrechtenkader, 3. Jeugdsanctierecht in vergelijking: grondslagen en wettelijke kaders in zes Europese landen, 4. Jeugdsanctietoemeting bij ernstige misdrijven in de praktijk vanuit rechtsvergelijkend perspectief, 5. Wat is er bekend over de effectiviteit van opgelegde sancties aan jeugdige daders van ernstige gewelds- en/of zedenmisdrijven, in het bijzonder met betrekking tot recidive? 6. Conclusies, implicaties en aandachtspunte

    Dealing with over-indebtedness (full text only available in Dutch)

    No full text
    ARTICLES: : 1. On the urgency of dealing with debt problems in the Netherlands, 2. Stabilization of the debt problem is not sufficient, 3. Debt recovery: from self-interest to common interest, 4. Towards a societally effective judge in debt cases, 5. The untapped power of debt preventionm, 6. Financial problems as an obstacle in the probation service. An investigation among probation workers and their clientsARTIKELEN: Nadja Jungmann - Hoe de onvrede over het schuldhulpstelsel ontstond Ad Baan en Bram Berkhout - Stabilisatie van het schuldenprobleem is niet genoeg André Moerman - Invordering schulden: van eigenbelang naar gezamenlijk belang Nick Huls - Naar een maatschappelijk effectieve schuldenrechter Tamara Madern - De onbenutte kracht van schuldpreventie Gercoline van Beek, Vivienne de Vogel en Dike van de Mheen - Financiële problematiek als belemmering voor re-integratie van ex-delinquenten. Een onderzoek onder reclasseringswerkers en hun cliënten Over het incassobeleid van het CJIB. Het laatste onderzoek van Roland Eshuis (1960-2020) Nick Huls over: Het innen van verkeersboetes op basis van de Wahv Instrumenten, kosten en resultaat, (Cahier 2020-5) van R.J.J. Eshuis SAMENVATTING: Hoewel de economie in de afgelopen jaren bloeide, hebben veel huishoudens zich nog altijd niet kunnen verlossen van de schulden die in de nasleep van de kredietcrisis ontstonden. In 2019 waren er 1,4 miljoen huishoudens met risicovolle (840.000) of problematische schulden (540.000). Na betaling van de vaste lasten en de noodzakelijke aflossingen op achterstanden en leningen blijft er voor hen onvoldoende geld over voor de dagelijkse uitgaven. Het is voorzienbaar dat de coronacrisis deze problemen verder zal doen verergeren. Daarmee krijgen de vele al op stapel staande plannen voor een andere aanpak van schulden, in combinatie met nieuwe wetgeving inzake incasso en belastingvrije voet, extra urgentie. Dit themanummer geeft een beeld van de problemen waarmee de onder schulden gebukt gaande personen en gezinnen kampen, hoe problematische schulden ontstaan en wat daartegen te doen valt. De door de rijksoverheid gelanceerde brede aanpak problematische schulden komt aan de orde, de belangrijke rol van de gemeenten in de aanpak van schulden, evenals nieuwe wetgeving en tal van maatregelen op verschillende niveaus die het probleem zouden moeten helpen beteugelen. Ook is er aandacht voor de in het slop geraakte Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) en voor de rol van schulden bij re-integratie van ex-delinquente

    Achtergronden en recidive onder daders van high impact crimes veroordeeld in 2002-2016

    Get PDF
    For some years now, the term ‘high impact crimes’ (HIC) has been used in the Netherlands to indicate offences that have a major impact on the victim, their social environment and the sense of security in society. The classic HIC offences include domestic burglary, street robbery and non-street robbery (i.e., robbery inside a building such as a bank, shop or house). Recently, the government has made great efforts to combat the HIC problem, through various policy and safety programs and by setting up a Robbery Task Force. The current study is a follow-up of two earlier recidivism studies among all convicted HIC offenders in the Netherlands in 2002-2013 and 2002-2015 and a feasibility study into regional recidivism rates among convicted HIC offenders. (see links at: More information).Sinds enkele jaren wordt in Nederland de term ‘high impact crimes’ (HIC) gebruikt om delicten aan te duiden die een grote impact op het slachtoffer, diens directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij hebben. Onder de klassieke HIC-delicten worden (gewelddadige) vermogensdelicten geschaard, om precies te zijn woninginbraak, straatroof en overvallen. Sinds medio 2016 voert het WODC een vijfjarig onderzoeksprogramma uit naar de recidive van HIC-daders. Eén van de onderdelen van het programma is het periodiek berekenen van de recidive onder alle veroordeelde HIC-daders in Nederland. Er zijn twee eerdere recidivemetingen uitgevoerd. Deze hadden betrekking op HIC-daders veroordeeld in 2002-2013 en HIC-daders veroordeeld in 2002-2015 (zie links bij: Meer informatie).In dit rapport staan de achtergronden en recidive centraal van daders van woning-inbraak, straatroof en overvallen die in de periode 2002 tot en met 2016 onherroepelijk zijn veroordeeld voor een dergelijk delict. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: Wat zijn de achtergrondkenmerken van de veroordeelde HIC-daders? Hoe verhouden de achtergrondkenmerken van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders? Wat is het recidivebeeld bij de veroordeelde HIC-daders: welk percentage van de HIC-daders kwam binnen twee jaar na de HIC-strafzaak opnieuw in aanraking met justitie (recidiveprevalentie)? Hoe verhoudt de recidive van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders? Wat is de ontwikkeling van de recidive bij de veroordeelde HIC-daders door de jaren heen, rekening houdend met verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daders over de tijd? Wat is de recidive onder veroordeelde HIC-daders uitgesplitst naar de rechtbank waar de zaak is afgedaan, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen de rechtbanken in de achtergrondkenmerken van de daders die er zijn berecht

    Een pilotstudie in PI Nieuwegein

    Get PDF
    The current study was conducted by WODC and focuses on the relationship between prison regime pilot experiment and stress in detainees and prison officers. The objective of this study is twofold: Firstly, to describe levels of self-reported stress, self-reported psychological complaints, and levels of the stress hormone cortisol in the hair of detainees and staff. Secondly, to investigate the effect of the new prison regime on levels of stress and psychological complaints of detainees and correctional officers.De doelstelling van dit onderzoek is tweeledig. In de eerste plaats het beschrijven van de niveaus van zelf-gerapporteerde stress en psychische klachten en van het stresshormoon cortisol in het haar bij gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers. In de tweede plaats het onderzoeken van het effect van het experimentele leefklimaat op stress en psychische klachten van gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers. De onderzoeksvragen zijn: Hoe zien de niveaus van stress en psychische klachten van de onderzochte gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers eruit, ook in vergelijking met andere populaties? Hangt haarcortisol bij de onderzochte gedetineerden en penitentiair inrichtingswerkers samen met zelf-gerapporteerde stress en psychische klachten? In hoeverre verschillen de niveaus van stress en psychische klachten van gedetineerden en van penitentiair inrichtingswerkers in het experimentele leefklimaat van die in het reguliere leefklimaat? In hoeverre verschillen de niveaus van stress en psychische klachten van gedetineerden in respectievelijk het basis-regime en het plus-regime? Op beide aan het onderzoek deelnemende units verblijven zowel gedetineerden die onder het basis-regime vallen als gedetineerden die onder het plus-regime vallen. In het plus-regime hebben gedetineerden meer vrijheid om onder andere aan activiteiten deel te nemen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Beschrijving mate van stress en psychische klachten 4. Stress en psychische klachten in relatie tot leefklimaat 5. Slothoofdstu

    Ongenoegen, migratie, gastvrijheid en maatschappelijke onrust

    Get PDF
    In the summer of 2015, the number of asylum applications in the Netherlands peaked and, according to citizens, migration became the most important social problem in society. Politically, migration also became a controversial issue again. This is an in-depth study into attitude developments regarding the arrival of asylum seekers in the Netherlands and to relate these attitudes to social unrest, escalation and possible threats to national security.De grote toestroom van asielzoekers in het najaar van 2015 is niet nieuw voor Nederland, maar de context is wel veranderd ten opzichte van het verleden. Het draagvlak voor opvang staat onder druk en er vindt in het publieke debat vermenging plaats van de vraagstukken rondom asielopvang met andere dossiers als integratie en de verhoogde terroristische dreiging. Verdringingseffecten en veiligheidsvraagstukken spelen een grote rol in het publieke debat en de vraag is wat dit betekent voor de ontwikkeling van het draagvlak onder de bevolking als geheel, buurtbewoners die met opvang te maken krijgen, asielzoekers/vluchtelingen, (lokale) bestuurders en professionals. INHOUD: 1. Inleiding 2. Longitudinaal onderzoek 3. Acceptatie 4. Effecten van een AZC in de buurt 5. Gedragsintenties jegens asielzoekers 6. Veranderingen in publieke opinie over migratie (2017-2019) 7. Vergrootglas: Deur-aan-deur onderzoek 8. Onrust en incidenten rondom het AZ

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇