WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Study on the changes and application of the Dutch Public Ad-ministration Probity Screening Act (Wet Bibob) since 2020 (full text only available in Dutch)
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is in 2003 in werking getreden met als doel de integriteit van het openbaar bestuur te beschermen en te voorkomen dat overheidsorganisaties (bestuursorganen) criminele activiteiten (onbewust) ondersteunen of mogelijk maken. In 2020 en 2022 zijn in twee fasen (tranches) aanpassingen van de Wet doorgevoerd, onder meer naar aanleiding van evaluaties in 2013 en 2020. In het evaluatieonderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: Wat was de aanleiding voor het doorvoeren van de 1e en 2e tranche aanpassingen in de Wet Bibob en wat waren de doelen daarvan, in hoeverre dragen deze aanpassingen bij aan het tegengaan van integriteitsrisico’s bij het openbaar bestuur en aan een veiligere samenleving en welke knelpunten blijven nog over? In welke mate hebben bestuursorganen de wijzigingen geïmplementeerd en passen bestuursorganen sinds 2020 de Wet Bibob toe en welke beslissingen resulteren daaruit? Hebben de wijzigingen die sinds 2020 in de Wet Bibob zijn doorgevoerd volgens de betrokken partijen de uit de uitvoering van de Wet Bibob verbeterd zoals ook was beoogd? INHOUD Inleiding Aanleiding en doelen aanpassingen Wet Bibob 2020 en 2022 Beleid en toepassing Wet Bibob Gebruik en waardering 1e en 2e tranche wijzigingen van de Wet Bibob Ondersteuning van bestuursorganen Rechtsbescherming en ontwikkelingen in de rechtspraak Werking en doelbereiking Slotbeschouwin
The right to demonstrate in a democratic constitutional state
Met dit onderzoek beogen de onderzoekers inzichten te geven in de bestaande kaders rondom het demonstratierecht en een bijdrage te leveren aan een geïnformeerd debat over de omgang met het demonstratierecht in Nederland. Deze twee ondezoeksvragen worden beantwoord: Biedt het Nederlandse demonstratierecht, zoals uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties en andere wet- en regelgeving, voldoende handvatten om demonstraties te reguleren op een wijze die enerzijds recht doet aan de demonstratievrijheid en anderzijds geen onevenredige inbreuk maakt op andere rechten, vrijheden en belangen? Biedt de wijze waarop autoriteiten in enkele ons omringende landen met demonstraties omgaan inspiratie voor een herziening van het Nederlandse demonstratierecht binnen de ka-ders van internationale mensenrechtenverdragen en de Grondwet? INHOUDSOPGAVE Introductie onderzoek Internationaalrechtelijk kader demonstratierecht Grondwettelijk kader demonstratierecht Demonstratierecht Nederland: algemeen Demonstratierecht Nederland: strafrecht Demonstratierecht Nederland: drie specifieke demonstratietypen De demonstratierechtelijke praktijk Demonstratierecht Duitsland Demonstratierecht Engeland Demonstratierecht Frankrijk Demonstreren in de democratische rechtsstaat Kernbevindingen van het onderzoekThe aim of this study is to provide insights into the existing frameworks surrounding the right to protest in the Netherlands and to contribute to an informed debate on how to regulate the right to protest in the Netherlands
Beyond the offender
Medewerkers van de politie, boa’s, brandweer en ambulance moeten hun werkzaamheden ongestoord en veilig kunnen uitvoeren. In de praktijk worden zij echter regelmatig geconfronteerd met agressie en geweld. Dit onderzoek beoogt inzicht te geven in de kenmerken en motieven van verdachten/daders en het verloop van de agressie- en geweldsincidenten. Deze kennis kan bijdragen aan het verder vormgeven van gericht beleid om agressie en geweld te voorkomen en de weerbaarheid van hulpverleners te vergroten. Een bijkomend doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre politiedata in combinatie met CBS-microdata helpen om meer inzicht te krijgen in de verdachten-/daderpopulatie en incidenten. INHOUD Inleiding Kenmerken verdachten/daders en incidenten (literatuur) Kenmerken verdachten/daders en incidenten (politie- en CBS-gegevens) Reflectie vanuit de praktijk ConclusiesEmployees of the police, enforcement officers (boa’s), the fire service and ambulance services - collectively referred to as first responders - must be able to carry out their work safely and without interference. In practice, however, they are regularly confronted with aggression and violence. This study aims to provide insight into the characteristics and motives of suspects/offenders, as well as the course of aggression and violence incidents. This knowledge can support the development of targeted policies to prevent aggression and violence and to strengthen the resilience of first responders. A further objective of the study is to assess the extent to which police data in combination with CBS microdata can help improve the understanding of the suspect/offender population and the incidents involved
Consequences of long prison sentences (full text only available in Dutch)
Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de regering het WODC gevraagd om de gevolgen van lange detenties voor veroordeelde personen te onderzoeken. De aanleiding hiervoor zijn een aantal beleidsveranderingen die er aan bijdragen dat meer mensen in Nederland langer in detentie zullen zitten. Aangezien uit veel eerder onderzoek al bekend is dat detentie negatieve gevolgen heeft voor (langgestrafte) gedetineerde personen wordt dit niet opnieuw onderzocht. In plaats daarvan is in dit onderzoek bekeken wat de gevolgen van de omstandigheden in detentie zijn voor langgestrafte gedetineerde personen. Het huidige onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een literatuurstudie met als hoofdvraag: Wat is bekend uit Nederlands en internationaal wetenschappelijk onderzoek over de gevolgen van het leefklimaat in detentie voor langgestrafte gedetineerde personen? INHOUD Introductie Theorie en mechanismen; hoe en waarom heeft het leefklimaat in detentie gevolgen voor langgestrafte gedetineerde personen (Middel)langgestrafte personen in Nederlandse penitentiaire inrichtingen Empirisch onderzoek naar gevolgen van het leefklimaat in detentie voor langgestrafte personen Conclusi
Reunifications after forced out-of-home placement
In dit rapport wordt verslag gedaan van de praktijk van uithuisplaatsing van minderjarigen met een maatregel van ondertoezichtstelling (OTS) en terugplaatsing. Met dit onderzoek is meer zicht gekregen op het proces van uithuisplaatsing van minderjarigen en het werken aan terugplaatsing in het gezin. In dit onderzoek staan vier vragen centraal Hoe is de situatie ten tijde van de uithuisplaatsing? Hoe verlopen uithuisplaatsingen en in hoeverre zijn deze expliciet gericht op terugplaatsing? In hoeverre worden kinderen teruggeplaatst in het gezin? Waarom wel/niet? Welke verbeteringen in het proces van uithuisplaatsing en terugplaatsing zijn mogelijk? INHOUDSOPGAVE Inleiding Gedragswetenschappelijk literatuuronderzoek Juridisch literatuuronderzoek Dossieronderzoek Praktijkonderzoek Discussie en conclusieThis study mapped the process of the out-of-home placement of children, as well as subsequent reunifications. This study focused solely on placements accompanied by a child protection supervision order (in Dutch: ‘ondertoezichtstelling’, abbreviated as OTS). The study was centered around four key questions: What is the situation at the time of out-of-home placement? How do such placements proceed, and to what extent are they explicitly aimed at reunification? To what extent are children reunited with their families? Why or why not? Which improvements can be made to the process of out-of-home placement and reunification?This study mapped the process of the out-of-home placement of children, as well as subsequent reunifications. This study focused solely on placements accompanied by a child protection supervision order (in Dutch: ‘ondertoezichtstelling’, abbreviated as OTS). The study was centered around four key questions: What is the situation at the time of out-of-home placement? How do such placements proceed, and to what extent are they explicitly aimed at reunification? To what extent are children reunited with their families? Why or why not? Which improvements can be made to the process of out-of-home placement and reunification?This study mapped the process of the out-of-home placement of children, as well as subsequent reunifications. This study focused solely on placements accompanied by a child protection supervision order (in Dutch: ‘ondertoezichtstelling’, abbreviated as OTS). The study was centered around four key questions: What is the situation at the time of out-of-home placement? How do such placements proceed, and to what extent are they explicitly aimed at reunification? To what extent are children reunited with their families? Why or why not? Which improvements can be made to the process of out-of-home placement and reunification
Residents of COA and temporary municipal shelters charged with incidents or crimes in 2017-2024
Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) vangt, in samenwerking met de gemeenten en de Veiligheidsregio’s, jaarlijks tienduizenden mensen op die een asielaanvraag hebben ingediend. Een klein deel van deze groep vertoont overlastgevend gedrag op de opvanglocatie of daarbuiten, of is betrokken bij criminaliteit. Dit soort gedrag heeft zijn weerslag op de leefbaarheid op opvanglocaties voor andere bewoners, de werkomstandigheden van COA-medewerkers, de leefbaarheid voor inwoners van gemeenten waar opvanglocaties gevestigd zijn en uiteindelijk ook het draagvlak voor asielopvang in Nederland. Voor het ontwikkelen van beleid dat erop is gericht om overlast terug te dringen, is gedegen informatie over de aard en schaal van het probleem onontbeerlijk. De incidentenmonitor levert hier een bijdrage aan door cijfermatige overzichten te bieden van incidenten1 die plaatsvinden op opvanglocaties, verdachtenregistraties onder bewoners, en de afhandeling hiervan door het OM en de Rechtspraak. Met ingang van de editie van 2023 worden ook registraties van incidenten en misdrijven onder bewoners van crisisnoodopvanglocaties (tegenwoordig bekend als tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties (tgo's)) gerapporteerd. INHOUD Inleiding Bewoners van COA- en tgo-locaties Incidenten waarbij COA- en tgo-bewoners zijn betrokken Misdrijven waarvan COA- en tgo-bewoners worden verdacht Conclusie en discussi
De werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie
Op 15 november 2023 is de Tijdelijke wet ingevoerd voor een periode van twee jaar. Tenzij de wet wordt verlengd, vervalt hij op 15 november 2025. Het onderzoek is opgezet om beter te kunnen beoordelen of de Tijdelijke wet verlengd zou moeten worden. INHOUD Inleiding Onderzoeksrapport Juridisch kader: de rol van turboliquidatie binnen het ondernemingsrecht Reconstructie van de beleidslogica Beschouwing van adviezen en reacties op het voorontwerp van de Tijdelijke wet Beschouwing van juridische literatuur over de Tijdelijke wet Data-analyse Interviews en casestudies Enquête Conclusies en aanbevelinge
Underground banking in relation to organised crime in the Netherlands - New phenomenon or old system? (full text only available in Dutch)
Georganiseerde criminaliteit, zoals drugshandel, is grotendeels financieel gedreven en de aanpak zou zich dan ook moeten richten op het frustreren van financieel gewin. Ter versterking van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit is als onderdeel van het Brede Offensief tegen Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit (BOTOC) de Kennisagenda Ondermijning opgesteld. De kennisagenda heeft als doel om meer empirisch onderzoek te laten uitvoeren op thema’s waarover nog onvoldoende kennis is. De focus ligt hierbij op georganiseerde criminaliteit in relatie tot drugshandel/-productie (en gerelateerde verschijnselen), criminele geldstromen en de aanpak van deze criminele activiteiten. Centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek: Wat is de aard van het fenomeen ondergronds bankieren in relatie tot georganiseerde criminaliteit in Nederland? Daarnaast staan drie thema's centraal: De organisatie van ondergrondse bankiersnetwerken De verschillende werkwijzen van ondergrondse bankiers in relatie tot georganiseerde criminaliteit Criminele inmenging en georganiseerde (drugs)criminaliteit INHOUD Inleiding Begripsdefinitie Wetgeving en beleid Ondergrondse bankiersnetwerken Werkwijzen Inmenging van georganiseerde drugscriminaliteit Conclusi
The Netherlands Commercial Court
Op 1 januari 2019 is de Netherlands Commercial Court van start gegaan. De oprichting werd mogelijk gemaakt door de Wet Netherlands Commercial Court. Het primaire doel van deze wet is om het in bepaalde gevallen mogelijk te maken dat partijen in burgerlijke zaken, niet-zijnde kantonzaken, op verzoek in de Engelse taal procederen en een Engelstalige uitspraak verkrijgen, mits dit uitdrukkelijk is overeengekomen. Een randvoorwaarde is dat deze voorziening budgetneutraal wordt aangeboden. Daarnaast beoogt de wet door deze nieuwe voorziening de reguliere handelskamers binnen de rechtspraak te ontlasten. Dit onderzoek biedt een tussenstand van de ontwikkeling van de Netherlands Commercial Court. In dit kader zijn twee internationale handelskamers opgericht en in gebruik genomen. Eén kamer voor de behandeling van zaken in eerste instantie (Netherlands Commercial Court: NCC) en een andere kamer voor de behandeling van zaken in hoger beroep (Netherlands Commercial Court of Appeal: NCCA). Beide handelskamers zijn organisatorisch en fysiek ondergebracht bij het gerechtshof van Amsterdam. De NCC valt onder het bestuur van de rechtbank Amsterdam en de NCCA onder het bestuur van het gerechtshof. Er is een periode van tien jaar uitgetrokken om deze handelskamers volledig te laten ontwikkelen en hun beoogde rol binnen het rechtsbestel te vervullen. Dit onderzoek maakt een voorlopige balans op van de werking van de NCC en NCCA. Het richt zich in het bijzonder op de instroom van zaken in de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2024. INHOUD Inleiding Ontwikkelingen in aantal zaken en financiële stromen Duiding van de ontwikkeling in aantal zaken Conclusiehe Netherlands Commercial Court (NCC) was launched on 1 January 2019. The esta blishment was made possible by the Netherlands Commercial Court Act. The objective of this Act is to make it possible, in certain cases, for parties in civil matters that are not subdistrict court cases, to litigate in the English language upon request and to obtain a judgment in English, provided this has been explicitly agreed upon by the parties. A precondition is that this provision must be offered on a budget-neutral basis. In addition, the Act aims to reduce the caseload of the regular commercial chambers within the judiciary. This study presents an interim assessment of the development of the Netherlands Commercial Court. To achieve the objectives, two international commercial chambers were established and brought into operation. One chamber for handling cases at first instance (Nether lands Commercial Court - NCC), and another for cases on appeal (Netherlands Com mercial Court of Appeal - NCCA). Both chambers are organizationally and physically housed within the Amsterdam Court of appeal. The NCC is administratively part of the District Court of Amsterdam, while the NCCA falls under the authority of the Amster dam Court of Appeal. A ten-year period has been allocated for the full development of these chambers and for them to fulfil their intended role within the Dutch judicial system. This research provides a preliminary assessment of the functioning of the NCC and NCCA, with a particular focus on the inflow of cases during the period from January 1, 2019, through December 31, 202
The silence that followed Long - term consequences of the Bovensmilde school hostage crisis (1977)
Op 23 mei 1977 vond op de openbare lagere school in Bovensmilde een voor Nederlandse begrippen ongekend ingrijpende gebeurtenis plaats: vier gewapende Molukse jongeren gijzelden de aanwezige leerlingen en leraren. Tegelijkertijd werd bij De Punt een trein gekaapt. Bijna vijftig jaar later zijn de negatieve gevolgen van de schoolgijzeling voor sommige getroffenen nog steeds voelbaar; zij kampen nog dagelijks met traumatische herinneringen aan de schoolgijzeling. Dit was voor het ministerie van Justitie en Veiligheid aanleiding om te starten met het project Erkenning en Ondersteuning Getroffenen Bovensmilde (EOGB), en zo een bijdrage te leveren aan het herstelproces van getroffenen. Om de projectgroep EOGB te informeren, heeft het ministerie het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) gevraagd om onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit te besteden en te begeleiden. Dit rapport is het resultaat van dat onderzoek. Het doel was om inzicht te verkrijgen in de langetermijngevolgen van de schoolgijzeling en in de behoeften van de getroffenen. De bevindingen van het rapport laten zien hoe (de nasleep van) de gijzeling niet alleen de gegijzelden, maar ook hun gezinnen van herkomst, huidige partners, andere dierbaren en de Molukse en Nederlandse gemeenschappen in Bovensmilde heeft geraakt – en nog altijd raakt. INHOUD Inleiding Schoolgijzeling Theoretisch kader Methoden Resultaten Vragenlijsten Resultaten interviews Oplossingsrichtingen Discussie, reflecties, aanbevelingenOn May 23, 1977, four equipped Moluccan youths took the pupils and teachers present at the public primary school in Bovensmilde hostage. Almost five decades later, the consequences of the school hostage situation are still felt by a number of former pupils. This prompted the Ministry of Justice and Security to commission research into the consequences of the school hostage situation and its aftermath for those affected. This summary reflects on the background of the research, the research approach and the main findings and recommendation