WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Forecasting the demand on the Dutch justice system until 2025 (full text only available in Dutch)

    No full text
    In this report, the forecasts of the ‘demand’ for services of the police, prosecutors, courts and prisons until the end of 2025 are described. The forecasts were obtained by applying the so-called forecasting model PMJ that is developed for the Dutch criminal justice system and the civil and administrative justice systems. The base year for our forecasts was 2016. Any changes in law or policy later than 2017 could therefore not be incorporated.Dit rapport beschrijft de ramingen van de capaciteitsbehoefte van de justitiële ketens tot en met 2025. Het gaat daarbij om ramingen van de instroom en uitstroom van diverse ketenpartners binnen de justitiële ketens (aantallen te behandelen zaken e.d.) en de capaciteitsbehoefte bij intramurale voorzieningen (aantal plaatsen in justitiële inrichtingen). INHOUD: 1. Inleiding, 2. Achtergrondfactoren, 3. Overtredingen, 4. Misdrijven, 5. Tenuitvoerlegging, 6. Reclassering, kinderbescherming en rechtsbijstand, 7. Civiel recht en bestuursrecht, 8. Nawoord

    De ontwikkeling van hun positie en leefsituatie

    No full text
    Dit is een digitale publicatie die is opgebouwd uit verschillende, op zichzelf staande pagina’s of ‘kaarten’. Hierin brengen we in beeld hoe de positie en leefsituatie van de recent in Nederland gearriveerde Syrische statushouders zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Elke kaart behandelt een eigen onderwerp, zoals taal, gezondheid of positie op de arbeidsmarkt.De basis voor deze publicatie bestaat uit twee surveys die in 2017 en 2019 zijn gehouden onder dezelfde groep (‘cohort’) Syrische statushouders. Het gaat om het cohort Syriërs dat tussen 1 januari 2014 en 1 juli 2016 een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen en hun kinderen en partner die als nareiziger of in het kader van gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen.zie de digitale publicatie: Syrische statushouders op weg in Nederlan

    Implementatie van internationale voorschriften in nationale wet- en regelgeving in de praktijk

    Get PDF
    Several international regulations aim to protect underage victims of crime in criminal proceedings. In the Netherlands, attention is paid to these regulations in various legislation. The reason for this study is that, despite the increased attention, there is no complete picture of the obligations that the Netherlands has based on the international regulations with regard to the protection of underage victims at this moment. The aim of this study is to map to what extent international regulations regarding the treatment and position of underage victims have been implemented in national legislation and in practice. An additional goal is to identify areas where gaps may exist and in which area the Netherlands goes beyond what is prescribed or recommended internationally.The following research questions are answered in this study:What obligations does the Netherlands have under international guidelines and treaties when it comes to the protection of underage victims of crimes within the context of the application of criminal law?Which of these obligations have so far been implemented on paper in the Netherlands and how?Have the obligations implemented on paper also been implemented into practice. To what extent has this been done or not (yet been) done?Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen in hoeverre internationale voorschriften ten aanzien van de behandeling en positie van minderjarige slachtoffers zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en in de praktijk. Bijkomend doel is om te benoemen op welke punten er mogelijk hiaten zijn en op welk terrein Nederland juist verder gaat dan hetgeen internationaal verplicht wordt gesteld of wordt aanbevolen. Het onderzoek is verricht in opdracht van het WODC op verzoek van de Directie Slachtofferbeleid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De volgende onderzoeksvragen worden in dit onderzoek beantwoord: Welke verplichtingen heeft Nederland op grond van internationale richtlijnen en verdragen als het gaat om de bescherming van minderjarige slachtoffers van misdrijven binnen de context van de toepassing van het strafrecht? Welke van deze verplichtingen zijn in Nederland tot dusver op papier geïmplementeerd en op welke wijze? Zijn de op papier geïmplementeerde verplichtingen ook in de uitvoeringspraktijk doorgevoerd. In welke mate wel of (nog) niet? INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksvragen 2. Onderzoeksverantwoording 3. Internationaal en nationaal kader 4. Verplichtingen Nederland vanuit internationaal kader 5. Bescherming van minderjarige slachtoffers in de praktijk 6. Conclusie

    Aanpak van de voorraad openstaande vrijheidsstraffen

    Get PDF
    This research was conducted in response to the observation that in 2018 there were approximately 11,000 people who were given a prison sentence in the Netherlands, but whose sentence has not yet been (fully) served. Because these people have not reported to serve their sentences and/or because the investigative authorities are unable arrest these people, they have been designated as 'untraceable convicts'.The ultimate goal was to examine what opportunities there are for improving international cooperation and what legal aspects play a role in this. In order to gain inspiration, we also looked at the issue of 'untraceable convicts' in other countries and how the approach in these countries might give us ideas for improving our approach in the Netherlands.Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de constatering dat er in 2018 ongeveer 11.000 personen waren die in Nederland zijn veroordeeld voor een vrijheidsstraf maar bij wie deze straf nog niet (volledig) ten uitvoer is gelegd. Omdat deze personen zich niet zelf hebben gemeld voor tenuitvoerlegging van hun straf en/of omdat de opsporingsinstanties deze personen niet kunnen oppakken, zijn zij aangemerkt als ‘onvindbare veroordeelden’. De Minister voor Rechtsbescherming heeft uitgesproken dat dit een onwenselijke situatie is en dat er maatregelen getroffen dienen te worden om ervoor te zorgen dat de vrijheidsstraffen van deze personen alsnog ten uitvoer worden gelegd. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: In welke mate hebben andere landen te maken met het probleem van onvindbare veroordeelden? Welke maatregelen nemen zij om onvindbare veroordeelden op te sporen en alsnog de opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te leggen? Welke mogelijkheden tot internationale samenwerking zijn er inzake de opsporing en aanhouding van onvindbare veroordeelden die zich in een ander land bevinden en inzake de overdracht van deze personen naar Nederland of de overdracht van de straf naar een ander land? Welke knelpunten belemmeren de internationale samenwerking en welke mogelijkheden bestaan er om deze te vergemakkelijken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in Nederland 3. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in het buitenland vergeleken met Nederland 4. Mogelijkheden tot afname van de voorraa

    Plan- en procesevaluatie Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen

    Get PDF
    In November 2018, the Dutch central government and Dutch municipalities concluded a cooperation agreement for the realisation of a nationwide network of shelter and counselling facilities for foreign nationals without a right of residence and without entitlement to the central reception facilities (Rijksopvang). As formulated in the programme plan, the purpose of these National Immigration Facilities (Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen, LVVs) is to find sustainable solutions for migrants without a right of residence and without entitlement to the central reception facilities by guiding them to assisted voluntary return, onward migration or, if appropriate, legalisation of residence.The Ministry of Justice and Security has made funds available for the pilot phase of the programme for a period of three years. The LVV programme is co-commissioned by municipalities, parties from the migration chain and the Ministry of Justice and Security. At the national level, the programme office acts as a contractor and is responsible for supporting the pilot municipalities and working out development themes. The LVV pilot is carried out locally in close collaboration with the programme office and it is managed both nationally and locally. It was set up in the months after November 2018, and in the spring and summer of 2019 the pilot started with five pilot municipalities (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, and Groningen). In these pilot municipalities, the municipality, local NGOs, and migration chain partners collaborate to realise sustainable solutions for the foreign nationals in the LVV.A plan and process evaluation of the pilot was carried out from May 2019 to April 2020. This objective of this study was to provide insight into the set-up of the pilot, the expected effective elements and the first practical experiences with the implementation.Eind 2018 hebben het Rijk en gemeenten een samenwerkingsovereenkomst afgesloten ten behoeve van het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van begeleidings- en opvangvoorzieningen voor vreemdelingen zonder recht op verblijf en recht op Rijksopvang. Dit zijn de zogeheten Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV’s). Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft voor een periode van drie jaar middelen ter beschikking gesteld voor de pilotfase van het programma. Vanaf het voorjaar van 2019 startte de LVV-pilot in vijf pilotgemeenten: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen. Bij de uitvoering van de LVV’s zijn de betreffende gemeenten, maatschappelijke organisaties (ngo’s) in die gemeenten, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) betrokken. Regioplan heeft een plan- en procesevaluatie van de pilot LVV uitgevoerd. Concreet diende het onderzoek het volgende op te leveren: inzicht in de gestelde doelen binnen de pilot LVV op het landelijke niveau, het gemeentelijke niveau, en op het niveau van de uitvoering van de begeleiding en opvang; inzicht in de opzet van de pilot – zowel praktisch als methodisch – in de vijf pilotgemeenten (betrokken partijen, type opvang en begeleiding, beschikbare middelen); inzicht in de tussentijdse resultaten van de pilot met aandacht voor ‘lessons learned’ en ‘best practices’. bouwstenen (inhoudelijk én praktisch) voor de toekomstige effectevaluatie van de pilot. De focus van het onderzoek was hoofdzakelijk gericht op de ervaringen in de pilotgemeenten. De bredere bestuurlijke inrichting van de pilot was geen expliciet onderdeel van het onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurverkenning 3. Doelstellingen en doelgroep van de LVV 4. Rollen van betrokken partijen 5. Samenwerking tussen de betrokken partijen 6. Begeleidings- en opvangnormen 7. Conclusie

    Praktijk en jurisprudentie bij openlijke geweldpleging tegen functionarissen met een publieke taak

    Get PDF
    The study aimed to examine ‘the jurisprudence and practice related to violence against public servants in order to determine whether societal developments and undesired or unforeseen amplifications of the sections of the law warrant a different assessment’.The following research questions were derived from this: Are there sufficient grounds, as with the crimes set out in sections 300-303 of the Penal Code, to bring the crime set out in Section 141, subsection 1 of the Penal Code within the scope of the ban on community sentences referred to in Section 22b, subsection 1, under b of the Penal Code if the crime is committed against a person carrying out public duties for the purposes of maintaining order or security?De aanleiding voor het onderhavige onderzoek is gelegen een motie van Kamerleden Helder, Van Oosten en Van Dam, die oproep hield in dat de ervoor moest worden gezorgd “dat alle geweldsfeiten, inclusief poging tot, tegen politieagenten en andere publieke functionarissen onder de werking van artikel 22b, lid 1 Wetboek van Strafrecht worden gebracht, zodat geweldplegers niet langer weg kunnen komen met alleen een taakstraf of geldboete.” Dit onderzoek heeft tot doel gehad “de jurisprudentie en praktijk bij openlijke geweldpleging tegen functionarissen met een publieke taak te onderzoeken om te bepalen of ontwikkelingen in de samenleving en ongewenste of onvoorziene uitwerking van wetsartikelen aanleiding geven tot een andere afweging.”Aan dit onderzoek lag gelet op het voorgaande dan ook de volgende centrale probleemstelling ten grondslag: Is er voldoende aanleiding om, net als de misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303 Sr, het misdrijf omschreven in art. 141 lid 1 Sr (toch) onder het taakstrafverbod van art. 22b lid 1 sub b Sr te laten vallen, indien het misdrijf wordt gepleegd tegen een persoon in de uitoefening van een publieke taak in het kader van de handhaving van de orde of veiligheid

    Evaluatie wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid

    Get PDF
    Since 1 March 2017, Section 14 (4) of the Netherlands Nationality Act has given the Minister of Justice and Security authority to revoke Dutch citizenship of volunteers who have joined a terrorist organisation that presents a threat to national security. The purpose of the change in legislation is to protect national security by revoking Dutch citizenship of volunteers who have joined a terrorist organisation that presents a threat to national security. Revocation of Dutch citizenship, combined with a pronouncement of undesirability, prevents volunteers from returning to the Netherlands in a legal manner. In this way, an actual return is made difficult.The evaluation research will focus on the following research question: To what extent has the implementation of Section 14 (4) of the Netherlands Nationality Act successfully prevented Dutch members of foreign jihadi organisations, by revoking their Dutch citizenship, from returning to the Netherlands in a legal manner? To answer this question, a plan evaluation and a process evaluation have been carried out.Op 1 maart 2017 is een aantal anti-terrorismewetten in werking getreden, waaronder de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) in het belang van de nationale veiligheid. Door de toevoeging van artikel 14, vierde lid, aan deze wet, kreeg de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) de daarop volgende vijf jaar de bevoegdheid om het Nederlanderschap te ontnemen van uitreizigers die zich vrijwillig hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Het gaat hierbij om een preventieve maatregel waartoe de minister zonder voorafgaande strafrechtelijke veroordeling kan beslissen. De legale terugkeer van Nederlandse leden van buitenlandse, jihadistische organisaties naar ons land wordt op deze manier verhinderd door middel van intrekking van hun Nederlanderschap. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan de toezegging aan de leden van de Eerste Kamer om de wet drie jaar na haar inwerkingtreding te evalueren (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 34.356 (R2064), nr. 26). Het betreft een plan- en procesevaluatie.Tijdens de behandeling van de wetswijziging in de Eerste Kamer heeft de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie toegezegd dat artikel 14 lid 4 RWN drie jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd om vast te stellen of de bepaling na de vervaldatum (1 maart 2022) zal worden gehandhaafd, al dan niet in gewijzigde vorm. In het evaluatieonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: In hoeverre heeft de invoering van artikel 14 lid 4 RWN de legale terugkeer van Nederlandse leden van buitenlandse, jihadistische organisaties naar Nederland door middel van intrekking van hun Nederlanderschap weten te verhinderen? Ter beantwoording van die vraag is een planevaluatie en een procesevaluatie uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Vraagstelling en onderzoeksmethode 3. Ontneming Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 4 RWN 4. Planevaluatie 5. Procesevaluatie 6. Conclusie

    Evaluation of the Adjustment of Prosecution Limitation Regulations Act 2012 (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2006, the statute of limitations was abolished for crimes with a life sentence. Partly as a result of widespread abuse within ecclesiastical institutions becoming known, a new bill to amend the Criminal Code in connection with the amendment of the prosecution statute was submitted to Parliament in 2011. This has resulted in the Adjustment of Prosecution Prescription Regulations Act 2012, which entered into force on 1 April 2013 (hereinafter referred to as: amendment of the law of 2013). The aim of the study is to gain insight into the results of the 2013 legislative amendment. During the parliamentary debate on the legislative proposal, there was no insight into what the amendment was expected to produce. The minister has promised to evaluate the effects of the legislative change about five years after it came into effect.In 2006 is de verjaring afgeschaft voor misdrijven waarop een levenslange gevangenisstraf is gesteld. Mede naar aanleiding van het bekend worden van grootschalig misbruik binnen kerkelijke instellingen werd in 2011 een nieuw wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de wijziging van de regeling van de vervolgingsverjaring ingediend bij de Tweede Kamer. Dit heeft geresulteerd in de Wet aanpassing regeling vervolgingsverjaring 2012, die in werking is getreden op 1 april 2013 (verder aangeduid met: wetswijziging van 2013). Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de resultaten van de wetswijziging van 2013. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende vier vragen: 1. Hoeveel van de bij het Openbaar Ministerie ingestroomde strafbare feiten zouden vermoedelijk zijn verjaard zonder de Wet aanpassing regeling vervolgingsverjaring 2012? 2. In hoeverre gaat het bij de in onderzoeksvraag 1 genoemde strafbare feiten om feiten waarvan de verjaringstermijn is verlengd dan wel is afgeschaft en om welke strafbare feiten gaat het daarbij precies? 3. Op welke wijze zijn deze feiten door het Openbaar Ministerie afgedaan? Hoeveel feiten zijn geseponeerd en hoeveel feiten zijn aan de rechter voorgelegd? 4. Wat is het vonnis van de rechter in eerste aanleg? Voor hoeveel feiten worden verdachten schuldig bevonden dan wel vrijgesproken door de rechtbank? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Vervolgingsverjaring nader bezien, 3. Onderzoeksmethoden, 4. Verjaring na twintig jaar, 5. Geen verjaring, 6. Verjaring bij zedenmisdrijven, 7. Conclusie

    Identificatie, gedeelde waarden, evaluaties en institutioneel vertrouwen

    Get PDF
    DIn recent years, the Netherlands have received large groups of asylum migrants, among which Syrians and Eritreans were the prominent nationalities. Now that many of these migrants have received an asylum permit in the Netherlands, there are worries regarding their structural integration, for instance in terms of their labor market participation and social integration. Furthermore, there are concerns with regards to support for the Dutch rule of law among this group. The concept of support for the rule of law can be defined in several ways. The current study distinguishes four elements: (1) identification as a member of the Dutch rule of law; (2) support for the core values and principles of the Dutch rule of law; (3)evaluations of the performance of the Dutch rule of law; and (4) trust in theinstitutions of the Dutch rule of law.De afgelopen jaren zijn er veel asielmigranten naar Nederland gekomen, waarbij Syriërs en Eritreeërs de belangrijkste groepen vormen. Een groot deel van hen heeft een verblijfsvergunning asiel in Nederland gekregen. Er leven zorgen over de structurele integratie van asielmigranten, bijvoorbeeld wat betreft hun arbeidsmarktparticipatie en sociale integratie. Daarnaast zijn er ook zorgen over het draagvlak voor de Nederlandse rechtsstaat onder deze groep.Steun voor de rechtsstaat kan op verschillende manieren benaderd worden. In het huidige onderzoek is gekeken naar (1) identificatie als onderdeel van de Nederlandse rechtsstaat; (2) draagvlak voor de kernwaarden en -principes van de Nederlandse rechtsstaat; (3) evaluaties van de prestaties van de Nederlandse rechtsstaat; en (4) vertrouwen in de instanties van de Nederlandse rechtsstaat. INHOUD: 1. Inleiding 2. Steun voor de Nederlandse rechtsstaat 3. Methoden 4. Kennis van en ervaringen met de Nederlandse rechtsstaat onder statushouders 5. Steun voor de Nederlandse rechtsstaat onder statushouders 6. Discussie en conclusi

    Een verkenning van de privacyrisico’s en reguleringsmogelijkheden

    Get PDF
    Spy products such as miniature cameras, eavesdropping devices and location trackers enable citizens to spy on, that is covertly surveil, each other. However, citizens can also covertly surveil others with the use of products that are not directly designed for spying, but that are very suitable for it, such as hobby drones with sensors. The wide availability of both types of products on the market, both in physical spy-shops and in web-shops, and the fact that they are becoming increasingly cheap, has led to a stark increase in the possibility and opportunity to spy on others. The main question investigated in this report is how the regulation of hobbydrones and spy products in a narrow sense can be optimised in light of protecting citizens’ privacy.Spionageproducten zoals miniatuurcamera's, afluisterapparatuur en locatietrackers stellen burgers in staat om elkaar te bespioneren, oftewel elkaar heimelijk te observeren. Heimelijk observeren kun je echter ook doen met middelen die niet direct ontworpen zijn voor spionage, maar daar wel heel geschikt voor zijn, zoals hobbydrones met sensoren. Het is in dat licht zinvol onderscheid te maken tussen spionageproducten in enge zin (dat wil zeggen apparaten die in de eerste plaats zijn ontworpen of aangepast voor het heimelijk verzamelen van informatie over personen) en spionageproducten in brede zin (dat wil zeggen apparaten die kunnen worden gebruikt om heimelijk informatie over een persoon te verzamelen, maar waarvan een dergelijke heimelijke verzameling van informatie niet het hoofddoel is van ontwerp of gebruik). Voorbeelden van de eerste categorie zijn minicamera’s, een pen met ingebouwde afluisterapparatuur, en locatietrackers (zowel fysieke apparaten als spyware). Smartphones en hobbydrones met camera’s zijn voorbeelden van de tweede categorie. De brede beschikbaarheid van beide typen producten op de markt, zowel in fysieke winkels als in webwinkels, en het feit dat ze steeds goedkoper worden, heeft geleid tot een toename van mogelijkheden tot spionage in onze samenleving. De vraag die centraal staat in dit rapport is: Hoe zou het gebruik van hobbydrones en spionageproducten in enge zin door burgers beter kunnen worden gereguleerd, opdat de privacy van de burger beter wordt beschermd? INHOUD: 1. Introductie 2. Methodologie 3. Spionage en spionageproducten 4. Privacyrisico's van spionageproducten 5. Nederlandse rechtsverkenning en reguleringsmogelijkheden 6. Inventarisatie van andere reguleringsopties in het binnen- en buitenland 7. Conclusie en reflecti

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇