WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Voorziening voor verzoeken tot snelle verwijdering van onrechtmatige online content
The report provides insight into the legal and practical feasibility of a new procedure for the removal of unlawful online content that affects people personally. Unlawful content online is information, posted by people on the internet, that is unlawful because of its harmful effects and/or because it seriously affects the interests of others. One can think of examples such as online threats, privacy infringements or revenge pornography. The aim of the research is to investigate whether there could be a suitable procedure in the Netherlands that enables people to remove this unlawful online content as quickly as possible. The research focuses on unlawful online content that falls within the scope of the right to private life under Article 8 of the European Convention on Human Rights (“ECHR”).Dit onderzoek is uitgegeven als onderdeel van het speerpunt van de Minister voor Rechtsbescherming om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen op het internet te verbeteren. Aanleiding is dat het voor mensen als te moeilijk ervaren wordt om onrechtmatige online content snel verwijderd te krijgen. Dit rapport biedt inzicht in de juridische en praktische haalbaarheid van een voorziening voor de verwijdering van onrechtmatige online content die mensen persoonlijk raakt. Onrechtmatige content is informatie, door mensen op het internet geplaatst, die in strijd is met het recht, vanwege de schadelijke gevolgen ervan en/of omdat de belangen van anderen daardoor op ernstige wijze worden aangetast. Hierbij moet, bijvoorbeeld, gedacht worden aan bedreigingen, privacy-inbreuken of wraakporno. Het doel van de onderzochte voorziening is om mensen in staat te stellen deze onrechtmatige online content zo snel mogelijk te verwijderen. Het onderzoek focust op onrechtmatige online content die mensen in hun persoon raakt en daarmee onder het recht op privéleven uit artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (“EVRM”) valt. INHOUD: 1. Introductie 2. De problematiek van onrechtmatige online content 3. Grondrechtelijk kader en internationale context 4. Bestaande juridisch kader voor verwijdering en knelpunten 5. Knelpuntenanalyse en oplossingsrichting 6. Conclusi
Toepassing draagkrachtbeginsel bij geldboetes
Bij het cumulatief opleggen van geldboetes bij meerdaadse samenloop in strafzaken kan met behulp van het draagkrachtbeginsel (art 24 Sr) de proportionaliteit van de straf worden gewaarborgd. Het draagkrachtbeginsel is echter onvoldoende concreet uitgewerkt om in de praktijk handvatten te bieden voor enerzijds maatwerk en anderzijds consistentie bij het (cumulatief) opleggen van geldboetes. Het onderzoek hangt samen met herziening van de regeling inzake de meerdaadse samenloop in strafzaken, waarbij soms sprake is van een cumulatie van geldboetes. Om te komen tot een toepassing van het draagkrachtbeginsel in deze regeling is het nodig om dit beginsel meer concrete inhoud te geven. Onderzocht wordt hoe in de praktijk van de straftoemeting rechters invulling geven aan het draagkrachtbeginsel. Op welke manier zou aan de toepassing van het draagkrachtbeginsel meer inhoud kunnen worden gegeven? Hoe kan daarbij in geval van cumulatie van geldboetes de (matigende) doorwerking van de meerdaadse samenloopregeling worden vormgegeven? Het onderzoek dient criteria op te stellen voor het beoordelen van de draagkracht van een verdachte en richtlijnen te formuleren die het mogelijk maken rekening te houden met de draagkracht van een verdachte in overeenstemming met het draagkrachtbeginsel. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader 3. Het draagkrachtbeginsel in de praktijk 4. Alternatieve toepassing van het draagkrachtbeginsel 5. Conclusies en aanbevelinge
Het monitoren van publiek vertrouwen in de politie
Dit rapport onderzoekt hoe het publieke vertrouwen in de politie gemeten wordt in Nederland en het buitenland, en hoe valide en representatief deze metingen zijn. Dit moet dienen om de huidige meetpraktijk in Nederland te verbeteren. Concreet zal dit rapport een antwoord formuleren op drie onderzoeksvragen:Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten, en hoe representatief is die meting?Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten?Wanneer we het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in Nederland vergelijken met het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in andere Westerse landen, in hoeverre is het eerstgenoemde dan volledig te noemen? INHOUD: 1. Theoretisch kader 2. Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten en hoe representatief is die meting? 3. Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten? 4. Vergelijking meetpraktijk in Nederland met meetpraktijk in andere Westerse lande
Dutch National Risk Assessment on Terrorist Financing 2019
Dutch policy to prevent and combat terrorist financing is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on terrorist financing and on money laundering for the European part of the Netherlands. A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba (see link). A second NRA for the European Netherlands on terrorist financing has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of terrorist financing. These are terrorist financing risks with the greatest residual potential impact. To this end, the terrorist financing threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating terrorist financing has been determined
Waarom buitenlandse slachtoffers van mensenhandel gebruikmaken van de asielprocedure
Many European countries offer a temporary residence permit to victims of human trafficking who are not EU-nationals and who have no residence permit. In the Netherlands, this right to temporary residence is known as the B8/B9-regulation. In 2018 concerns were raised by the Dutch National Rapporteur on Trafficking in Human Beings and Sexual Violence against Children (NR) that victims of human trafficking were (also) making use of the asylum procedure. The current report investigated this claim to find out if, when, and why victims of human trafficking were making use of the asylum procedure in spite of a special regulation being available to them.Ieder jaar worden er in Nederland naar schatting tussen de 5.000 en 7.500 mensen slachtoffer van mensenhandel. Circa 2.700 van deze (vermoedelijke) slachtoffers komen uit het buitenland. Vaak hebben buitenlandse slachtoffers mensenhandel geen verblijfsrecht in Nederland, wat wil zeggen dat zij noch de Nederlandse nationaliteit hebben, noch in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning. Voor deze groep bestaat de verblijfsregeling mensenhandel, een regeling bedoeld voor slacht-offers mensenhandel die medewerking verlenen aan het strafproces tegen de mensenhandelaar. Omdat niet alle slachtoffers gebruikmaken van deze regeling en een deel van de slachtoffers mensenhandel in Nederland een asielaanvraag doet, heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (NR) in de voorlaatste slachtoffermonitor (2018) aanbevolen onderzoek te doen naar redenen voor gebruik van de asielprocedure. Het onderhavige onderzoek vertrekt dan ook vanuit de vraag ‘Wanneer en waarom kiezen buitenlandse slachtoffers mensenhandel voor de asielprocedure in plaats van of naast de verblijfsregeling mensenhandel en hoe vaak komt dit voor?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Een schets van de verblijfsrechtelijke context 3. Cijfermatig inzicht in verblijfsrechtelijke routes 4. Waarom maken buitenlandse slachtoffers mensenhandel gebruik van de procedure? 5. Conclusie en discussi
The smart city (full text only available in Dutch)
ARTICLES: : 1. The smart city: big promises, unruly practice, 2. From the closed smart city to an open smart city. Lessons from Quayside, Toronto, 3. Psychopower: how is security in smart cities governed by data and algorithms? 4. Public values or public conflict: democratic foundations for the smart city, 5. Beyond ‘poldering’ in the smart city, 6. On the right to the smart city.ARTIKELEN: Bart Karstens, Linda Kool en Rinie van Est - De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk Saskia Naafs - Van de gesloten smart city naar een open slimme stad. Lessen uit Quayside, Toronto Marc Schuilenburg - Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities? Liesbet van Zoonen - Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad Jiska Engelbert - Voorbij het polderen in de slimme stad Maša Galič - Over het recht op de smart city. SAMENVATTING: De term smart duikt tegenwoordig overal op. Niet alleen telefoons, horloges en koelkasten moeten slim zijn, maar ook steden ontkomen daar niet meer aan. Slimme steden zijn overal te vinden. In Nederland staan onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht te boek als smart cities. Singapore investeert wereldwijd het meest in slimmestadinitiatieven, op de voet gevolgd door New York City, Londen en Tokyo. Van belang voor een goed begrip van de slimme stad is dat de term kan worden gezien als een ‘catastrofeconcept. Het succes ervan berust op de retorische pijler dat het stedelijk leven steeds meer wordt geconfronteerd catastrofes als werkloosheid, extreme luchtvervuiling, criminaliteitsproblemen en een afname en afname van democratische legitimiteit. Slimme technologie, zoals datamining en kunstmatige intelligentie, wordt hierbij voorgesteld als de wonderolie die elke kwaal geneest. Dit is de tweede retorische pijler. In dit technologisch-utopisch perspectief op de stad dreigt de publieke ruimte steeds meer de speelbal te worden van grote bedrijven, waaronder Google, IBM en Uber. Zij beloven dat hun technologie grootstedelijke problemen oplost en dat de stad hierdoor welvarender, democratischer, schoner en veiliger wordt. Maar technologie is geen wondermiddel en standaardoplossingen voor urgente problemen bestaan niet. De elementaire vraag is daarom wiens belangen slimme steden dienen, die van techbedrijven of die van de burger? Het verlangen naar slimheid betekent namelijk ook een grotere controle van burgers, verlies van privacy en privatisering van publieke taken, waaronder openbaar vervoer en de veiligheidszorg. Vragen die in dit themanummer van Justitiële verkenningen over de slimme stad aan bod komen, zijn: welke middelen worden ingezet om steden ‘slimmer’ te maken? Hoe verhouden de kansen van slimme steden zich tot bedreigingen? Op welke manier kunnen stadsbewoners actief worden betrokken bij de slimme stad? Hoe kan de overheid zich optimaal verhouden tot de dominantie van techbedrijven? Welke machtseffecten treden er op bij de inzet van slimme technologieën? Moet er een recht op de smart city komen
Een verkennend onderzoek - Met casestudy’s naar contentmoderatie door online platformen, zelfrijdende auto’s, de rechtspraak en overheidsincasso bij verkeersboetes
In our daily lives we all encounter decisions that are made with the help of algorithms. The use of algorithms creates opportunities for the fulfilment of public values and interests. Algorithms, for example, can make decision-making processes more efficient and contribute to finding solutions to various challenges in society. At the same time, the use of algorithms can involve risks and give rise to the question whether the applicable legal frameworks are future proof and able to safeguard public values and interests. Considering the above, the research question of this study is defined as follows: What opportunities and risks exist in algorithmic decision-making in relation to the protection and realization of public values and interests, and are the current legal frameworks sufficiently future proof to realize opportunities and prevent the occurrence of identified risks or mitigate the consequences of such risks? The current use of algorithms in decision-making processes and anticipated developments in the next five to ten years constitute the main focus of the study. To help answer the research question, the use of algorithms was examined in case studies in four areas selected by the WODC and the Legislation and Legal Affairs Department of the Ministry of Justice and Security in the Netherlands. These areas are content moderation, self-driving cars, the judicial system and the collection of traffic fines.Iedereen heeft in het dagelijks leven te maken met beslissingen die worden genomen door of met behulp van algoritmen. De inzet van algoritmen kan kansen opleveren voor het verwezenlijken van publieke waarden en belangen. Zo kunnen algoritmen besluitvormingsprocessen efficiënter maken en bijdragen aan het vinden van oplossingen voor verschillende soorten maatschappelijke uitdagingen. Tegelijkertijd kan de inzet van algoritmen risico’s met zich brengen en vragen oproepen over de bestendigheid van de juridische kaders die beschikbaar zijn om publieke waarden en belangen te beschermen. De onderzoeksvraag van dit onderzoek is in dit verband als volgt gedefinieerd: Welke kansen en risico’s doen zich voor bij algoritmische besluitvorming met betrekking tot de bescherming en realisering van publieke waarden en belangen, en zijn de bestaande juridische kaders voldoende bestendig om kansen te verwezenlijken en het intreden van geïdentificeerde risico’s te voorkomen of de gevolgen daarvan te mitigeren? Centraal in het onderzoek staan de huidige toepassingen van algoritmen in besluitvormings-processen en de ontwikkelingen die in de komende vijf tot tien jaar op dat gebied te verwachten zijn. Voor de beantwoording van de onderzoeksvraag is onder meer gebruikgemaakt van casestudy’s naar de inzet van algoritmen in vier, door het WODC en de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid geselecteerde domeinen: contentmoderatie, zelfrijdende auto’s, rechtspraak en overheidsincasso bij verkeersboetes. INHOUD: 1. Inleiding 2. Algoritmen: een introductie 3. Publieke waarden en belangen 4. Casestudy Contentmoderatie door online platformen 5. Casestudy Zelfrijdende auto's 6. Casestudy De rechtspraak 7. Casestudy Overheidsincasso bij verkeersboetes 8. Kansen en risico's 9. Bestendigheid van de juridische kaders 10. Conclusi
Procesevaluatie pilot Tynaarlo
The Dutch government is working on a more flexible and efficient asylum system. Small-scale reception and an immediate focus on integration and participation of asylum permit holders and promising asylum seekers are cornerstones of the new approach. The small-scale reception facility in Tynaarlo (the TuVo 2.0), implemented by the INLIA Foundation (Stichting INLIA), serves as a testing ground for examining the degree to which this small-scale reception facility is consistent with the objective set by the government in the context of the flexible asylum system. To gain more insight into this, the TuVo 2.0 was subjected to a plan and process evaluation.The TuVo 2.0 pilot project, established in Eelde (Municipality of Tynaarlo) was launched in July 2018. The pilot project is designed such that small-scale reception can be offered to asylum permit holders and promising asylum seekers near municipalities which are to house these asylum permit holders for the purpose of facilitating the asylum permit holder’s participation and integration at an early stage of the process.Per 1 augustus 2018 is een pilot gestart voor statushouders en kansrijke asielzoekers in de gemeente Tynaarlo, getiteld TuVo 2.0. De TuVo 2.0 pilot betreft kleinschalige opvang in de buurt van gemeenten die deze statushouders zullen gaan huisvesten en is een aangepaste voortzetting van de eerder gestarte tussenvoorziening in Tynaarlo (TuVo 1.0). Deze eerdere TuVo 1.0 is in juli 2016 als proef opgezet om een einde te maken aan de noodopvang van vluchtelingen en om de integratie te bevorderen. De pilot TuVo 2.0 wordt uitgevoerd door stichting INLIA.Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen of het plaatsen van statushouders en kansrijke asielzoekers in kleinere opvangcentra, dicht bij de gemeente waar ze definitief gehuisvest zullen worden, hen helpt bij (in eerste instantie) participatie en (op termijn) integratie. Daartoe worden een plan- en procesevaluatie van de pilot uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. De pilot Tynaarlo: opzet en beoogde werking 3. De pilot in de praktijk 4. Samenvatting en conclusi
Jaarbericht 2019
The National Drug Monitor (NDM) is since 1999 an annualy synthesis of current facts and figures on the use of drugs, alcohol and tobacco and consequences in The Netherlands. This document contains a description of the latest developments derived from the 2019 Annual Report. Tables 1a and 1b provide an overview of the latest figures on substance use up to and including 2018 and drug crime also up to and including 2018.De Nationale Drug Monitor (NDM) is in 1999 opgericht. Dat gebeurde op initiatief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Drugsbeleid kent echter niet alleen volksgezondheidsaspecten, maar ook aspecten van criminaliteit en overlast. Sinds 2002 ondersteunt ook het Ministerie van Justitie en Veiligheid de NDM. In de NDM staat het verzamelen en integreren van cijfers centraal. Dit gebeurt wat middelengebruik betreft volgens een beperkt aantal kernindicatoren, ofwel barometers voor beleid, die zijn overeengekomen door de lidstaten van de Europese Unie in het kader van het EMCDDA. Het gaat daarbij om gegevens over:middelengebruik in de algemene bevolking;problematisch gebruik en verslaving;beroep op de hulpverlening;ziekte in relatie tot middelengebruik;sterfte in relatie tot middelengebruik.Voor zover beschikbaar zijn ook gegevens opgenomen over aanbod en markt, zoals de prijs en kwaliteit van drugs. De NDM rapporteert ook over de geregistreerde drugscriminaliteit en de strafrechtelijke reactie hierop. Dit gebeurt eveneens volgens een serie met het Ministerie van Justitie en Veiligheid overeengekomen indicatoren, waarvoor het WODC gegevens verzamelt. De Datamart Drugs van het WODC integreert hiertoe cijfers uit registratiesystemen van politie, Openbaar Ministerie en justitiële documentatie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetgeving en beleid: recente ontwikkelingen 3. Cannabis 4. Cocaïne 5. Opiaten 6. Ecstasy 7. Amfetamine 8. Nieuwe psychoactieve stoffen 9. GHB 10. Slaap- en kalmeringsmiddelen 11. Alcohol 12. Tabak en rookwaren 13. Overige middelen: lachgas, ketamine en methylfenidaat (Retalin) 14. Illegale handel, productie en bezit van drugs 15. Criminaliteit en overlast door alcohol- en drugsgebruiker
Law on long-term supervision Reconstruction of the policy theory, first evidence and further research themes (full text only available in Dutch)
There is a new law in the Netherlands, in which long-term supervision, treatment and monitoring of ex-delinquents and former forensic psychiatric patients is arranged, the Law on long-term supervision (LLTS). The goal of the LLTS is to provide more adequate supervision on possible recidivists among sex offenders, on a specific group of violent offenders and on forensic psychiatric patients who have been imposed a tbs-order. By more adequate supervision on these offenders it is the intention of the government to contribute to the most important goals of the new set-up of forensic care in the Netherlands, which is fixed on recovery for the patient and reduction of recidivism in society. The LLTS has to be evaluated after five years, as is common for new laws in the Netherlands. Further, (annual) monitoring and updates of the applications of the LLTS have been promised to the Dutch parliament. In the present study, the policy theory was reconstructed. Each part of the LLTS was thoroughly examined and the expectations of the legislator were analyzed. We also compared the expectations of the legislator with evidence from the literature and formed a first judgment on the effects that may be expected from the LLTS. Finally, important developments on supervision and criticism that was given on the LLTS by forensic psychiatric professionals were examined and summarized. Some additional research themes have been formulated as a result.Er is een nieuwe wet die langdurig toezicht, behandeling en monitoring van ex-gedetineerden en (ex-)terbeschikkinggestelden (tbs) regelt, de Wet langdurig toezicht (Wlt). Het doel van de Wlt is het voorkomen van herhaling van zeden- en zware geweldsdelicten. Door effectiever toezicht te houden op ex-gedetineerden en (ex-)tbs-gestelden wordt beoogd bij te dragen aan de belangrijkste doelen van het nieuwe stelsel van forensische zorg, namelijk herstel van de patiënt en de verdere vermindering van recidive ten behoeve van de maatschappij. Het huidige onderzoek kent als doel het expliciteren en analyseren van de beleids-theorie achter de Wlt. Hiertoe zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Wat zijn de plannen achter en verwachtingen en doelen van de Wlt? 2. Op welke doelgroepen richten de verschillende onderdelen van de Wlt zich? 3. Welke veronderstelde werkzame mechanismen liggen ten grondslag aan de Wlt? 4. Op welke termijnen zijn effecten van de verschillende onderdelen van de Wlt te verwachten? INHOUD: 1. Inleiding en methode, 2. Analyse en beleidstheorie, 3. Toezicht in perspectief, 4. Slothoofdstuk en conclusi