WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Personal data protection in the justice domain: Guidelines for statistical disclosure control - Privacy-Utility - Tools 2.0 project

    Get PDF
    There are various technologies for protecting personal data in a data set. Statistical Disclosure Control (SDC) technologies refer to a subset of personal data protection mechanisms, developed for minimizing personal data while sharing useful data for a given purpose (i.e., maintaining data utility). SDC technologies can be applied to microdata sets as well as tabular data sets. Microdata sets, which may have (very) large sizes, are structured tables with some rows, representing individuals, and a number of columns, representing the attributes of those individuals (like their age, gender and occupation). Tabular data sets are constructed from microdata. A tabular data set contains one or more tables consisting of some rows and columns that correspond to a number of grouping attributes, which are a subset of the attributes of the corresponding microdata. The main objective of our research project on personal data protection and SDC technology is to enhance the level of knowledge within the Dutch government, and more specifically, the Ministry of Justice and Security, about SDC technology, its capabilities and limitations, and its usage.Er bestaan verschillende technologieën om persoonsgegevens in een dataset te beschermen. SDC-technologieën (Statistical Disclosure Control) zijn daar een onderdeel van. Deze technologieën zijn ontwikkeld om de hoeveelheid persoonsgegevens in een dataset te beperken en tegelijk de bruikbaarheid van de gegevens te behouden. SDC-technologieën kunnen worden toegepast op zowel microdatasets als geaggregeerde datasets. Microdatasets, die (zeer) omvangrijk kunnen zijn, bestaan uit gestructureerde tabellen met een aantal rijen, die staan voor personen, en een aantal kolommen, die staan voor de kenmerken (attributen) van die personen (zoals hun leeftijd, geslacht en beroep). Geaggregeerde datasets zijn opgebouwd uit microdata. Een geaggregeerde dataset bevat een of meer tabellen met een aantal rijen en kolommen, die corresponderen met een aantal groepskenmerken, die weer een subset zijn van de kenmerken in de betreffende microdata. Het hoofddoel van ons onderzoeksproject is het vergroten van de kennis binnen de Nederlandse overheid, en meer in het bijzonder het ministerie van Justitie en Veiligheid, over SDC-technologie, en de mogelijkheden, de beperkingen en het gebruik daarvan. In navolging van eerdere publicaties (Bargh et al., 2018, 2020) zetten we in dit rapport een volgende stap naar de ingebruikname van SDC-technologie binnen overheidsinstanties door enkele initiële richtlijnen te ontwikkelen voor het gebruik van SDC-technologie in de praktijk. We verwachten dat SDC-technologie op die manier toegankelijker wordt voor data stewards die verantwoordelijk zijn voor het op verantwoorde wijze delen of openstellen van datasets. INHOUD: 1. Introduction, 2. On adopting SDC technology for protecting personal data, 3. Generic guidelines, 4. Microdata specific guidelines, 5. Tabular data specific guidelines, 6. Conclusion

    Preparations for the evaluation of the Sanctions and Protection Act (full text only available in Dutch)

    No full text
    Mr Dekker, Minister for Legal Protection submitted the ‘Doing justice, offering chances: towards more effective imprisonment’ position paper to the House of Representatives of the States General on 17 June 2018. The central themes of the paper are the modification of conditional release (v.i.) with longer-term prison sentences, a rewards and punishment system during detention, and increased efforts to reduce recidivism. The Sanctions and Protection Act (Wet senb), which incorporates many elements of the position paper, enters into force on 1 July 2021. The Sanctions and Protection Act (Wet senb) incorporates an evaluation provision, pursuant to which the Act is to be evaluated five and ten years after its entry into force. The Ministry of Justice and Security (JenV) decided that a preparatory study was needed to prepare for the future evaluation and provide an insight into the evaluation framework. The study consists of four parts: • formulation of the policy logic of the position paper and the Act. This lays the foundations for the questions to be addressed by the future evaluation. The information required for the evaluation and monitoring can be derived from the policy logic; • preview of the design and content of the evaluation of the Sanctions and Protection Act (Wet senb), with attention to the data on the implementation, progress, and results that become available during the coming years and can serve as input for the evaluation; • identification of indicators for the assessment of the introduction and implementation of measures set out in the position paper and the degree to which interim targets are achieved; • performance of a benchmark on the basis of the indicators.De Wet straffen en beschermen (verder: Wet senb) treedt op 1 juli 2021 in werking. Centrale thema’s zijn de aanpassing van de voorwaardelijke invrijheidstelling (verder: v.i.) bij langere vrijheidsstraffen, een systeem van straffen en belonen in detentie en een verder versterkte inzet op vermindering van recidive. Om de evaluatie voor te bereiden en daarmee tevens inzicht te geven in het evaluatiekader heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) besloten om een voorbereidend onderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek is dus niet de evaluatie zelf, maar blikt daarop vooruit en beoogt te bevorderen dat er een goede kennisbasis voor de latere evaluatie is. Het onderzoek heeft vier onderdelen: • opstellen van de beleidslogica van het visiedocument en de wet, die een basis legt voor de vraagstelling van de latere evaluatie en waaruit de informatiebehoefte voor evaluatie en monitoring wordt afgeleid; • vooruitblikken op de opzet en de inhoud van de evaluatie van de Wet senb, met aandacht voor de gegevens die in de komende jaren over de uitvoering, de voortgang en de resultaten beschikbaar komen en die voor de evaluatie gebruikt kunnen worden; • afleiden van indicatoren voor het meten van de implementatie en de uitvoering van de maatregelen uit het visiedocument en de wet en de mate waarin (tussentijdse) doelen worden bereikt; • uitvoeren van een nulmeting aan de hand van de indicatoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidslogica 3. Vooruitblik evaluatie Wet senb en Visie 4. Nulmeting 5. Samenvatting en conclusi

    The Civil Resolution Tribunal - A first exploration (full text only available in Dutch)

    No full text
    The Civil Resolution Tribunal (CRT) is a governmental dispute resolution body for citizens and legal entities in British Columbia, a province of Canada. It replaces the procedure at court for litigants in cases with small claims up to € 3.400, condomin-ium disputes, motor vehicle injury cases, and societies and cooperative association cases. Rules for litigation changed accordingly. For instance, the procedure is conducted fully online when possible, representation is allowed only by exception, and mediation must be attempted before a decision can be rendered. The tribunal includes a digital portal providing persons seeking justice with problem diagnosis, information and self-help tools. The idea behind the tribunal is that it will simplify access to professional dispute resolution. In addition, disputes could be resolved faster, at lower costs, and in a more informal and flexible manner by means of reaching an agreement between parties where possible and providing a tribunal decision if necessary. Whether the system can be beneficial in the Dutch context is, however, not immediately clear. The current research aims to provide insight into the origin of the tribunal and to explore the advantages and disadvantages of implementing a similar facility in The Netherlands. Central to this research are the following research questions. 1 What is the origin story of the CRT-system? 2 What are the characteristics of the CRT-system? 3 What advantages and disadvantages of (elements of) the CRT-system are discussed in legal sciences literature between 2012 and mid 2020? 4 How does the CRT-system relates to the Dutch context?Het Civil Resolution Tribunal (CRT) is een geschilbeslechtingsinstantie voor burgers en bedrijven in Brits-Columbia, een provincie van Canada. Het betreft een door de overheid ingestelde voorziening in het civielrechtelijke domein voor het behandelen van wat we in Nederland ‘handelszaken’ zouden noemen. De procedure verloopt in principe volledig digitaal en vervangt de procedure bij de rechtbank. De gedachte achter de instantie is dat het de toegang tot professionele geschilbeslechting eenvoudiger maakt. Daarnaast zouden geschillen sneller, voordeliger, informeler en flexibeler kunnen worden opgelost door middel van een overeenkomst tussen partijen en, waar nodig, een beslissing van het tribunaal. De meerwaarde van dit systeem voor de Nederlandse context is echter niet zonder meer duidelijk. Het onderhavige onderzoek beoogt inzicht te geven in de ontstaansgeschiedenis van dit geschilbeslechtingstribunaal en in kaart te brengen wat de mogelijke voor- en nadelen zijn van invoering van een soortgelijk systeem in Nederland. De volgende vier onderzoeksvragen staan in dit onderzoek centraal: 1. Wat is de ontstaansgeschiedenis van het CRT-systeem? 2. Wat zijn de kenmerken van het CRT-systeem? 3. Welke voor- en nadelen van (elementen van) het CRT-systeem worden in de rechtswetenschappelijke literatuur genoemd in de periode 2012 tot en met medio 2020? 4. Hoe verhoudt het CRT-systeem zich tot de Nederlandse context? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Ontstaansgeschiedenis van het CRT, 3. Kenmerken van het CRT-systeem, 4. Voor- en nadelen van het CRT-systeem, 5. Vergelijking met Nederland, 6. Samenvatting en conclusie

    Subversive criminality in the Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    ARTICLES: : Contract killings and the extension of excessive violence - Barbra van Gestel Organized crime offenders: Characteristics and involvement mechanisms - Vere van Koppen The ‘disposable army’ of ‘higher’ organized crime groups. Understanding relationships and resilience in the underworld - Anna Sergi Laundering the proceeds of crime. Facts, myths and unsuitable research questions - Edwin Kruisbergen Getting the ball rolling: The bottom-up approach to strengthen the fight against serious and organized crime in the Netherlands - Karin van Wingerde, Victor van Santvoord, Roland Moerland, Lieselot Bisschop and Hans Nelen Keeping drug crime under control. The efforts of 25 years - Manja Abraham and Toine SpapensARTIKELEN: Barbra van Gestel - Liquidaties en de verbreding van excessief geweld Vere van Koppen - Daders van georganiseerde misdaad: wie zijn het en hoe raken ze betrokken? Anna Sergi - De ‘disposable army’ van georganiseerde misdaadgroepen. Onderlinge relaties en weerbaarheid in de onderwereld Edwin Kruisbergen - Het witwassen van criminele winsten. Over feiten, fabels en vragen die je eigenlijk (nog) niet zou moeten stellen Karin van Wingerde, Victor van Santvoord, Roland Moerland, Lieselot Bisschop en Hans Nelen - Getting the ball rolling: de bottom-up organisatie van de versterking aanpak ondermijnende criminaliteit Manja Abraham en Toine Spapens - Drugscriminaliteit beheersbaar houden. De inspanningen van 25 jaar. SAMENVATTING: De tijd dat gewelddadige afrekeningen zich beperkten tot de onderwereld ligt achter ons. De schokkende moorden op journalist Peter R. de Vries in 2021 en op advocaat Derk Wiersum in 2019 laten zien dat extreem geweld in een veel bredere kring om zich heen grijpt. Eerder maakte de Nederlandse samenleving ook al kennis met het fenomeen ‘vergismoorden’ en met liquidaties van familieleden van criminelen. Zowel De Vries als Wiersum waren betrokken bij het Marengoproces, de eerste als adviseur van kroongetuige Nabil B., de tweede als diens raadsman. Betekent dit nu dat we (toevallig) te maken met een zeer agressieve misdaadgroep, die rond Ridouan Taghi en Saïd Razzouki, die alles en iedereen uit de weg probeert te ruimen die in de weg zit? Of is hier sprake van een bredere trend? Is de rechtsstaat in het geding? Kunnen rechters, officieren, advocaten en misdaadjournalisten onderhand niet meer veilig over straat? Dit themanummer van Justitiële verkenningen over ‘Georganiseerde criminaliteit en ondermijning’ gaat hier uitgebreid op in en besteedt ook aandacht aan de verschillende manieren waarop individuen betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit. Daarnaast wordt ingehaakt op het recente debat over witwassen en de Nederlandse belastingwetgeving en krijgt de strijd tegen ondermijning aandacht. Tot slot leert een historische terugblik dat in Nederland het beheersen van de drugscriminaliteit altijd belangrijker is geweest dan de bestrijding ervan

    Analyses of the Certificate of Good Conduct system (full text only available in Dutch)

    No full text
    The Netherlands has a Certificate of Good Conduct (VOG). The VOG is a preventive administrative law instrument intended to prevent persons with a relevant judicial past from fulfilling or exercising vulnerable functions or powers in society. When applying for a VOG, the applicant's judicial history is weighed against the purpose for which the VOG is being applied for. This consideration unites two goals: protecting society against repeated criminal behaviour on the one hand and the reintegration of offenders on the other. With the VOG, the Netherlands has opted for a unique system. The purpose of this analysis is to review the consistency and complexity of the current VOG assessment system. The investigation's secondary aim is to determine whether an unlimited look-back period is possible for people who have been convicted of child abuse.Nederland kent de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De VOG is een preventief bestuursrechtelijk instrument dat bedoeld is om te voorkomen dat personen met een relevant justitieel verleden kwetsbare functies of bevoegdheden in de samenleving vervullen of uitoefenen. Met het aanvragen van een VOG wordt het justitiële verleden van de aanvrager afgewogen tegen het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Met die afweging worden twee doelen verenigd: het beschermen van de maatschappij tegen herhaald crimineel gedrag enerzijds en de re-integratie van justitiabelen anderzijds. De VOG heeft een lange geschiedenis en wordt op steeds meer terreinen en steeds vaker ingezet als integriteits-instrument. Het vergroten van het toepassingsbereik van de VOG heeft er onder meer voor gezorgd dat de beoordeling van de VOG-aanvraag steeds verder gedifferentieerd is naar de uiteenlopende VOG-doelen. De huidige criteria voor wel of niet afgeven en de wijze van beoordelen van een VOG-aanvraag zijn vastgelegd in de zogenaamde ‘Beleidsregels VOG NP RP 2018’ . Dit beoordelingsstelsel is ronduit complex. Vanwege de uitgebreide doorontwikkeling is ondertussen ook de vraag actueel of het stelsel nog wel consistent is en niet té complex is geworden. Doel van de analyse is de consistentie en complexiteit van het huidige VOG-beoordelingsstelsel te beoordelen. Nevendoel van het onderzoek is vast te stellen of een onbeperkte terugkijktermijn mogelijk is voor mensen die veroordeeld zijn voor kindermishandeling. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Beoordelingsstelsel VOG NP, 3. Uitvoeringspraktijk, 4. Beoordeling: consistentie en complexiteit, 5. Beoordeling in breder perspectief, 6. Verbetermogelijkheden, 7. Onbeperkte terugkijktermijn plegers kindermishandeling, 8. Conclusi

    The relation between participation in ESF-funded modules and work, education and recidivism among ex-detainees and ex-juvenile detainees (full text only available in Dutch)

    No full text
    The Custodial Institutions Agency (DJI) of the Ministry of Justice and Security receives funding from the European Social Fund (ESF) to offer extra reintegration modules to detainees. The ESF aims to enlarge labour market opportunities of people with poor job prospects. The goal for juvenile and adult detainees is to find a job or (continue to) follow education after release from prison. 6% of the adult detainees and 27% of the juvenile detainees (with a valid citizen service number (BSN) and under 65 years of age) who are released from prison in 2016 participated in ESF funded reintegration modules during their imprisonment. In this research we compare participants in ESF funded reintegration modules with non-participants. We study differences between participants and non-participants in the probability to work, follow education and have a basic level educational qualification and differences in recidivism. Thereby we take differences between these groups in measurable background characteristics such as age, gender, judicial history and labour market history into account.De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) vraagt subsidie aan bij het Europees Sociaal Fonds (ESF) om tijdens detentie het re-integratieaanbod gericht op arbeidsmarktkansen aan justitiabelen te versterken. Voor ex-justitiabelen is het doel dat zij na uitstroom uit detentie werk vinden of een opleiding gaan (ver)volgen. 6% van de volwassen gedetineerden en 27% van de JJI-pupillen (met een geldig BSN-nummer en jonger dan 65 jaar) die in 2016 uitstromen uit detentie hebben tijdens hun detentie deelgenomen aan ESF-gefinancierde re-integratieactiviteiten. Justitiabelen in PI’s en JJI’s volgen (1) vakopleidingen, waarin ze worden opgeleid voor een specifiek beroep; ze volgen (2) (mbo-, middelbare school- of algemene) opleidingen; ze leren (3) algemene levensvaardigheden (hieronder vallen modules gericht op gedrag en cognitieve vaardigheden) en krijgen hulp bij het zoeken naar werk na detentie en worden (4) begeleid bij het werk tijdens detentie. Modules waarbij algemene levensvaardigheden worden aangeleerd worden het meest gevolgd in PI’s, terwijl de meeste tijd wordt besteed aan modules waarbij gedetineerden worden begeleid bij werken in de gevangenis. In JJI’s worden vakopleidingen het meest gevolgd en daar wordt ook de meeste tijd aan besteed. Volwassen ex-gedetineerde ESF-deelnemers hebben na detentie vaker werk dan niet deelnemers. Dit geldt voor volwassen deelnemers die modules gericht op opleidingen of algemene levensvaardigheden hebben gevolgd. In lijn met eerder onderzoek vinden we dat ex-gedetineerden die alleen begeleiding bij werk hebben gehad, niet vaker werk hebben dan niet ESF-deelnemers. Er zijn na detentie geen verschillen tussen volwassen ESF-deelnemers en niet deelnemers in de kans om een opleiding te volgen, een startkwalificatie te hebben en recidive. Onder ex-JJI-pupillen zijn er geen verschillen tussen ESF-deelnemers en niet deelnemers in de kans om te werken, een opleiding te volgen, een startkwalificatie te hebben en recidive. In dit onderzoek was het niet mogelijk om vast te stellen of ESF-deelname een causaal effect heeft op re-integratie-uitkomsten. Om in de toekomst inzicht te kunnen geven of ESF een causaal effect heeft op werk, opleiding en recidive na detentie is het belangrijk om 1) beter te registreren wie aan welke reguliere re-integratieactiviteiten deelneemt; 2) inzicht te verkrijgen in hoe wordt bepaald wie wel en wie niet aan ESF deelneemt; 3) extra re-integratieactiviteiten gefinancierd vanuit het ESF bovenop het reguliere aanbod aan te bieden aan een random geselecteerde groep, zodat deze groep vergeleken kan worden met een vergelijkbare groep niet deelnemers en 4) meer inzicht in en strakkere richtlijnen voor hoe interventies zijn ingericht. Volwassen ESF-deelnemers besteden nu de meeste tijd aan modules gericht op (begeleiding bij) werk, terwijl ex-deelnemers aan deze modules, in tegenstelling tot modules gericht op opleidingen of algemene levensvaardigheden, niet vaker werk hebben dan niet-deelnemers. In de toekomst kan zowel in PI’s als in JJI’s beter meer worden ingezet op modules gericht op opleidingen en vaardigheden, mogelijk kan dit re-integratie-uitkomsten verbeteren. INHOUD: 1. Inleiding, 2. ESF-modules, 3. Theorie en eerder onderzoek naar interventies gericht op arbeidstoeleiding tijdens detentie, 4. Methode, 5. Deelname aan ESF-modules, 6. Werk, opleiding en recidive van ESF-deelnemers die uitstromen uit PI's, 7. De samenhang tussen ESF-deelnemers en werk, opleiding en recidive voor volwassen ex-gedetineerden, 8. Werk, opleiding en recidive van ESF-deelnemers die uitstromen uit JJI's, 9. De samenhang tussen ESF-deelnemers en werk, opleiding en recidive voor ex=-JJI-pupillen, 10. Conclusie en discussie

    Resilience and spontaneous volunteering in emergencies and disasters (full text only available in Dutch)

    No full text
    The government is responsible for emergency and disaster management. It is, however, important that citizens, companies and social organisations also feel responsible for keeping society safe during emergencies and disasters. A resilient society can help in averting crisis situations or limit the impact of these. The government would like to facilitate and empower resilience building in citizens in order for them to be better prepared before, during and after an emergency. The issue is how to coordinate and direct this in the best way. The study focused on the following topics: 1. the extent in which citizens are resilient and will act as spontaneous volunteers in the event of emergencies or disasters 2. the way in which the government can effectively facilitate and empower resilience and spontaneous volunteering 3. the control tools available to the government to prevent resilience and spontaneous volunteering from leading to (unmanageable) undesired or even adverse side effectsDe overheid is verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het is echter ook van belang dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zich medeverantwoordelijk voelen om zichzelf en de samenleving veilig te houden tijdens rampen en crises. Een zelfredzame samenleving kan helpen crisissituaties te voorkomen of de impact ervan beperken. De overheid wil het vermogen van burgers om zichzelf te helpen in voorbereiding op, tijdens en na een crisis, faciliteren en versterken. Onderzoeksvragen: 1. In hoeverre zijn burgers zelfredzaam en verlenen zij burgerhulp? In welke mate en in welke situaties schiet zelfredzaamheid tekort en/of komt hulp niet op gang of was deze juist contraproductief? 2. Onder welke condities en op welke wijze kan de zelfredzaamheid en de hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in geval van een ramp of crisis door de overheid effectief en tijdig worden gefaciliteerd en bevorderd? Hierbij is aandacht voor de aard van de ramp of crisis, voor de wil, het vermogen en de gelegenheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties die worden aangesproken, voor de instrumenten die de overheid kan inzetten, evenals voor de ruimte of juist beperkingen die het juridisch kader geeft. 3. Hoe kan daarbij worden voorkomen dat zelfredzaamheid en hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij een ramp of crisis leidt tot (te grote) ongewenste of zelfs averechtse neveneffecten in het domein van crisisbeheersing en rampenbestrijding? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Literatuurstudie, 3. Ervaringen van burgers, 4. Ervaringen van professionals, 5. Zelfredzaamheid en burgerhulp tijdens de coronapandemie, 6. Mate van zelfredzaamheid en burgerhulp, 7. Bevordering zelfredzaamheid en burgerhulp, 8. Voorkomen van ongewenste effecten, 9. Conclusies en slotbeschouwing

    Een verkenning op basis van risico- en beschermende factoren uit het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen

    Get PDF
    Het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) is een screenings- en risicotaxatie-instrument ontwikkeld voor 12- tot en met 17-jarigen die met politie in aanraking komen. Het LIJ wordt afgenomen in verschillende fasen. De eerste fase start op het moment dat een jongere als verdachte bij de politie binnenkomt. Dan wordt op geautomatiseerde wijze het recidiverisico van een jongere berekend op basis van een aantal statische factoren waarover de politie de beschikking heeft, de zogenoemde pre-select Recidive. Voor de jongere die volgens de pre-select Recidive een midden tot hoog recidiverisico heeft of waarbij sprake is van een ernstig delict en/of inverzekeringstelling, wordt door de Raad voor de Kinderbescherming instrument 2a ingevuld. Wanneer een jongere een hoog risicoprofiel heeft of een midden risicoprofiel en op minimaal één van de domeinen hoog scoort, start de raad met een uitgebreider onderzoek met behulp van instrument 2b. Met instrument 2b wordt aanvullende informatie verzameld over de domeinen waarover met instrument 2a reeds informatie verzameld is. De informatie verkregen uit instrument 2b wordt onder andere gebruikt om te bepalen welke strafrechtelijke aanpak en eventuele zorg een jongere nodig heeft. Het doel van dit onderzoek is om te bepalen of de gegevens afkomstig uit de instru-menten 2a en 2b van het LIJ gebruikt kunnen worden voor het geven van beleids- en managementinformatie over de profielen van jongeren in de strafrechtketen en voor het beter kunnen duiden van ontwikkelingen in (herhaalde) criminaliteit onder jongeren

    An exploratory study into the shortages of qualified personnel at the upper secondary vocational level and the possibilities and limitatations of employing migrants

    Get PDF
    Attracting and retaining migrants can have many benefits for the host country and its economy, for example to mitigate skills shortages. Regulating immigration may prevent several negative consequences of a shrinking and ageing population. However, research and policy often focus on the highly skilled or so-called knowledge migrants (kennismigranten) as a source of human capital, which can increase innovation and a country’s competitiveness. A group of labour migrants that receives significantly less attention from research and policy, are the medium-skilled migrant workers. Although it makes up a significant share of the migrant population, this group is rarely supported by specific migration policies. Therefore, in this report we would like to answer the following central research question: What is known in available literature about the opportunities and limitations of filling labour shortages through labour migration, especially in the middle segment of the labour market? CONTENT: 1. Introduction, 2. Methodology, 3. Shortages and skill requirements in the middle segment of the Dutch labour market, 4. Priority supply from EEA+ countries and beyond, 5. Migration as a solution to address shortages in the middle segment of the Dutch labour market, 6. Alternative solutions to staffing bottlenecks in the middle segment of the Dutch labour market, 7. Conclusions and directions for further research

    Trends in art crime (full text only available in Dutch)

    No full text
    ARTICLES: : 1. Understanding art theft today 2. ‘Dirty money, pretty art’. Money laundering and subversive crime in the age of art financialization 3. The policing of art crime: European perspectives 4. The policing of art crime in the Netherlands 5. A new Dutch approach to dealing with collections from colonial contexts 6. The return of iconoclasmARTIKELEN: Noah Charney - Kenmerken van kunstcriminaliteit Christoph Rausch, Léonie Bouwknegt, Jeroen Duijsens en Frank Assendelft - ‘Dirty money, pretty art’. Witwassen en ondermijning in tijden van financialisering van kunst Saskia Hufnagel - De aanpak van kunstcriminaliteit in Europa Richard Bronswijk en Fons van Gessel - De aanpak van kunstcriminaliteit in Nederland Jos van Beurden Dubieuze verwervingen en het Advies over de omgang met koloniale collecties Joris Kila - De terugkeer van de beeldenstorm. Over iconoclasme, cultuurgoed en identiteit. SAMENVATTING: Met enige regelmaat worden in Nederland bekende kunstwerken geroofd, veelal schilderijen uit musea. De laatste keer was in augustus 2020, toen uit het museum Hofje van Mevrouw Van Aerden in Leerdam een schilderij van Frans Hals werd gestolen. Opmerkelijk genoeg werd dit doek, getiteld Twee lachende jongens, al twee keer eerder gestolen en ook weer teruggevonden. Eerder in 2020 was een schilderij van Vincent van Gogh het doelwit van kunstrovers. Zij gingen ervandoor met het werk Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen in het voorjaar, dat in bruikleen was bij het Singer Museum in Laren. Dit type kunstcriminaliteit spreekt tot de verbeelding en is niet voor niets onderwerp van veel boeken, films en televisieprogramma’s. Kunstcriminaliteit heeft echter veel meer verschijningsvormen dan enkel kunstroof. Traditioneel vallen fraude, vervalsing en vandalisme daar ook onder, maar daarnaast zijn er vormen van criminaliteit die aan kunst gerelateerd zijn, zoals witwassen, belastingmisdrijven, gijzeling en afpersing. Ook worden met de verkoopopbrengst van gestolen kunst of cultuurgoederen andere illegale activiteiten gefinancierd, zoals de aankoop van wapens ten behoeve van terrorisme. De activiteiten van kunstcriminelen, de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad en de opsporing en vervolging van kunstcriminaliteit komen ruimschoots aan bod in deze aflevering van Justitiële verkenningen over ‘Trends in kunstcriminaliteit’. In dit themanummer verstaan we onder kunst ook antiek en cultureel erfgoed, ‘cultuurgoederen’. Aan sommige kunst en cultuurgoederen afkomstig uit voormalige Nederlandse koloniale gebieden kleeft een smet. Ook daar is aandacht voor, met een artikel over teruggave van deze objecten aan de landen van herkomst. Daarnaast komt een verschijnsel aan de orde dat eind jaren negentig in een themanummer van Justitiële verkenningen nog werd aangeduid als ‘kunstvandalisme’. In het afgelopen decennium heeft dit een nieuwe dimensie gekregen. Agressie tegen cultuurgoederen (iconoclasme) is nu vaak politiek, ideologisch gemotiveerd, zoals recente aanvallen op standbeelden van bijvoorbeeld koloniale gezagsdragers laten zien. Ook de vernietiging door Islamitische Staat (IS) van eeuwenoude bouwwerken in Irak en Syrië in 2015-2016 doet de vraag rijzen of we kunnen spreken van een terugkeer van het fenomeen beeldenstorm

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇