WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Evaluation of the Royal Dutch Bailiffs' Association (KBvG) (full text only available in Dutch)
The entry into force of the Court Bailiffs Act (Gdw) in 2001 reshaped the profession of the court bailiff. Court bailiffs have a special position in the Dutch legal system. As public officials, they are authorised to carry out tasks entrusted to them under the Gdw whilst simultaneously being commercial operators. The Gdw introduced a system of free establishment to replace the previous system in which establishment was restricted and there was a national authority for court bailiffs. These changes were designed to introduce more competition into the sys-tem. The legislator also chose to rename the Royal Association of Bailiffs (KVG) as the Royal Professional Association of Bailiffs (KBvG). The task of the KBvG is laid down by law in Article 57 of the Gdw, which stipulates that the KBvG must support good professional practice and professionalism among its members. To this end, this organisation has been given the form of a Professional Organisation under Public Law (PBO), with the power to issue regulations. The study was carried out with reference to three themes: a policy reconstruction, describing the establishment of the KBvG as a PBO and the policy theory underlying it; the functioning of the KBvG in practice; and the efficiency and effectiveness of the KBvG.Met de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) in 2001 is het beroep van de gerechtsdeurwaarder opnieuw vorm gegeven. Gerechtsdeurwaarders hebben een bijzondere positie in het Nederlandse rechtsbestel. Zij zijn als openbaar ambtenaar bevoegd taken uit te voeren die op grond van de Gdw aan hen zijn opgedragen en zijn tegelijkertijd ondernemer. De Gdw introduceerde een stelsel van vrije vestiging in plaats van het toenmalige standplaatsenstelsel en van een landelijke bevoegdheid voor gerechtsdeurwaarders. Deze wijzigingen beoogden meer marktwerking in het stelsel te introduceren. Tegelijkertijd koos de wetgever ervoor de Koninklijke Vereniging voor Gerechtsdeurwaarders (KVG) om te zetten in de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). De taak van de KBvG is wettelijk vastgelegd in artikel 57 Gdw dat bepaalt dat de KBvG een goede beroepsuitoefening door de leden en hun vakbekwaamheid dient te bevorderen. Daartoe heeft deze organisatie de vorm van een Publiekrechtelijke Beroepsorganisatie (PBO) gekregen, met daarbij een verordenende bevoegdheid. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van drie thema’s: een beleidsreconstructie, waarin de totstandkoming van de KBvG als PBO en de beleidstheorie die daaraan ten grondslag ligt is beschreven, het functioneren van de KBvG in de praktijk en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de KBvG. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie van de Gerechtsdeurwaarderswet 3. Beleid en verordeningen van de KBvG 4. Organisatie van de KBvG: governance 5. Taakuitoefening KBvG 6. Perspectief van de gerechtsdeurwaarder 7. Slotbeschouwin
Interim evaluation National Immigration Facilities (LVV) (full text only available in Dutch)
The objective of the interim evaluation is to provide insight into: 1. The implementation of the LVV pilot, including the supervision of foreigners without any right of residence or accommodation by the state and the cooperation in the five pilot municipalities. 2. The effectiveness and perceived added value of the LVV, and the extent to which the goals within the LVV pilot have been realised. 3. The lessons learnt about how to work successfully in the LVVs on durable solutions for foreigners without any right of residence or accommodation by the state in the Netherlands.Het doel van het programma LVV is het ontwikkelen van een landelijk dekkend netwerk van LVV’s. In de LVV’s werken lokale maatschappelijke organisaties en de landelijke ketenpartners onder regie van de gemeente samen aan het vinden van bestendige oplossingen voor vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang. Met bestendige oplossingen wordt bedoeld: terugkeer naar het land van herkomst, doormigratie naar een derde land waar permanent verblijf gewaarborgd is, en, indien dit tot de mogelijkheden behoort, legalisering van verblijf in Nederland. Sinds medio 2019 zijn in de vijf gemeenten LVV pilots gestart om de juiste aanpak, structuur en wijze van samenwerken binnen de LVV’s te ontwikkelen. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Aanpak van dit onderzoek, 3. De LVV populatie, 4. Bevindingen uit de pilots, 5. Conclusi
Working on work; an evaluation of prison labour (full text only available in Dutch)
Since 2013, prison labour has been offered at the labour companies of the 22 prisons under the brand name In-Made. Previously, this was organised by each prison separately. In-Made aims to contribute to the reduction of recidivism and to minimise the costs of prison labour. After operating within these frameworks for a number of years, the Custodial Institutions Agency (Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI) of the Ministry of Justice and Security wanted to gain insights into the effects of work performed by prisoners while incarcerated. The main question is: what role does work play in creating a stimulating living and working environment and what are the effects of the (various forms of) prison labour on the future prospects of prisoners and ex-prisoners with regard to paid and unpaid work after their release?In Nederland is sinds 2013 vanuit de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid aandacht voor (de effecten van) arbeid door gedetineerden. De achterliggende gedachte is om via deze arbeid de kansen op een baan na detentie te verhogen, vooral vanuit de gedachte dat de aandacht voor arbeid leidt tot een gunstiger toekomstperspectief voor gedetineerden. DJI wil na een aantal jaar In-Made weten wat de effecten van de inspanningen zijn en heeft daarom het initiatief genomen tot het laten uitvoeren van een evaluatieonderzoek. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: welke bijdrage levert de arbeid aan een stimulerend leef- en werkklimaat en wat zijn de effecten van de (diverse vormen van) penitentiaire arbeid voor het toekomstperspectief van (ex-)gedetineerden op het terrein van (on)betaald werk na detentie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksvragen en -activiteiten 3. Recidive en arbeid onder ex-gedetineerden 4. Gedetineerden aan het woord over In-Made 5. Werkmeesters aan het woord over In-Made 6. Hoofden arbeid aan het woord over In-Made 7. Ex-Made 8. Analyse CBS-data gedetineerden 9. Beantwoording onderzoeksvragen en beschouwin
Effective risk communication: an inventory study in the Netherlands (full text only available in Dutch)
This study investigated the effectiveness and future orientation of the way in which the Dutch government communicates risks to the general public. Research questions focused on the extent that the communication aims were reached and fulfilled the information needs of the general public. It was further investigated to what extent the communication aims corresponded to relevant governmental policy documents and to what extent the development and execution of risk communication processes were adequate and efficient, and complied with the scientific knowledge on risk communication. The study had a mixed-methods design and consisted of a literature review, three empirical investigations among citizens (a survey, a secondary analysis of panel studies related to the corona crisis, and a content analyses of the reactions on social media to press conferences announcing behavioural guidelines) and a set of in-depth interviews with national and regional governmental risk communication professionals. Results showed that a large proportion of the public considers itself well-informed regarding risks in the local environment, but less well-informed with respect to adequate actions that they can take themselves to reduce these risks. Participants indicated to have recently taken a number actions that were easy to implement to reduce risks, such as those posed by the corona virus. Citizens seem to have a need for information that is personally relevant. The information provided by the government regarding the risks mentioned in the “Regionaal Risicoprofiel” was considered to be clear and well-articulated. Citizens further indicated that, in the spring of 2020, the government explained their motivations behind the corona related advices, rules and regulations well. The interviews with the professionals made clear that the addressed risk communication topics conformedDit rapport bevat een verslag van een onderzoek naar de doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van de manier waarop de Nederlandse overheid over risico’s communiceert. In deze context houdt doeltreffendheid in dat de communicatiedoelen bereikt worden, dat de communicatie aansluit bij de informatiebehoefte van de burger, dat de beoogde doelen consistent zijn met relevant beleid, en dat zij op een adequate en efficiënte manier worden bereikt. Het onderzoek richt zich dus zowel op de reacties van burgers op de communicatie als op de processen bij de overheid
From parent to child - a systematic literature review on the processes of intergenerational transmission of jihadist and extremist ideologies more generally, within a family context (full text only available in Dutch)
In 2019, the Dutch National Coordinator for Security and Counterterrorism (NCTV) warned in its fiftieth edition of the Terrorist Threat Assessment (DTN) of the potential danger posed by children growing up in a jihadist environment (NCTV, 2019). The idea was that children from families in which at least one parent adheres to a jihadist ideology, might adopt this ideology in the longer term. The aim of this report is therefore to gain more insight into the current knowledge about processes of intergenerational transmission of jihadist and extremist ideologies more generally, within a family context. As such, this exploratory study focuses on the following research question: What is known about the nature and extent of the intergenerational transmission of jihadism and other extremist ideologies? First, the study will look at what is known about the prevalence of intergenerational transmission of such belief systems. In addition, the study examines the mechanisms underlying the transmission process; the protective and reinforcing factors associated with it; and their long-term consequences. Finally, the study considers the options for interventions to counter the intergenerational transmission of jihadist and broader extremist ideas within a family context. The study is based on a systematic literature review and a series of qualitative interviews.In 2019 waarschuwde de NCTV in de vijftigste editie van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland voor het potentiële gevaar dat zou uitgaan van kinderen die opgroeien in een jihadistisch milieu (NCTV, 2019). De gedachte was dat kinderen uit een gezin waarin in ieder geval één van de ouders jihadistische denkbeelden aanhangt, op de langere termijn deze ideeën zouden kunnen overnemen. Het doel van dit onderzoek is daarom meer inzicht te verwerven in de actuele kennis omtrent processen van intergenerationele overdracht van jihadistisch en breder extremistisch gedachtegoed binnen de gezinscontext. In deze verkennende studie staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Wat is er bekend over de aard en omvang van intergenerationele overdracht van jihadisme en andere vormen van extremistisch gedachtegoed? Op de eerste plaats is gekeken naar wat er bekend is over de mate waarin dergelijke intergenerationele overdracht voorkomt. Daarnaast zijn de mechanismen bestudeerd die hieraan ten grondslag liggen, de beschermende en versterkende factoren die hiermee samenhangen, en de gevolgen van intergenerationele overdracht op langere termijn. Tenslotte is gekeken naar de interventiemogelijkheden om de intergenerationele overdracht van jihadistische en bredere extremistische denkbeelden binnen de gezinscontext tegen te gaan. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een systematische literatuurstudie en een reeks aan verdiepende interviews. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Methodologie, 3. Kwalitatieve resultaten literatuurstudie, 4. Kwantitatieve resultaten literatuurstudie, 5. Interviewresulaten, 6. Discussie en conclusi
Naturalisatie van Ranov-vergunninghouders
Van de 28.307 mensen die in de periode 2007-2009 een Ranov-vergunning toegekend kregen, waren er op 1 mei 2021 nog 26.152 bekend bij de IND. Van deze groep is zo’n 60% inmiddels Nederlander geworden. Van de 10.484 Ranov-vergunninghouders die nog niet genaturaliseerd zijn, heeft de overgrote meerderheid (90%) (nog) geen naturalisatieverzoek ingediend. Er zijn grote verschillen op basis van oorspronkelijke nationaliteit wat betreft het percentage genaturaliseerden en qua percentages ingediende naturalisatieverzoeken. Ook inwilligingspercentages verschillen per nationaliteit (zie tabel 2 voor een overzicht). Er zijn geen noemenswaardige verschillen in aandelen genaturaliseerden naar leeftijd en geslacht. Voorgaand onderzoek heeft aangetoond dat het niet beschikken over geboorteakte en/of paspoort het grootste obstakel voor het indienen van een naturalisatieverzoek was. Volgens deelnemers aan een expertmeeting is dit nog steeds zo. De IND daarentegen herkent het beeld niet dat het voor sommige landen moeilijk tot onmogelijk zou zijn om aan documenten te komen. Bewijsnood wordt beperkt toegekend. De groep jongvolwassenen die op grond van de brief van de staatssecretaris van 26 april 2021 wordt vrijgesteld van de documenteneis bestond op 1 mei 2021 uit ongeveer 2000 personen. Circa 8.500 Ranov-vergunninghouders vallen dus nog buiten de vrijstelling
MID within the criminal justice system (full text only available in Dutch)
At the start of 2020, a work agenda was established for the period 2020–2021 by the national working group on MID within the criminal justice system, in which the various sector partners4 are represented. The directors of the organizations in question in the criminal justice system (the Sector Directors’ Council, Bestuurlijk Ketenberaad) conf irmed this work agenda in May 2020. It states that additional ef fort needs to be made to ensure that professionals in the criminal justice system systematically pay more attention to MID issues and that they become more skilled in communicating ef fectively with people with MID and assisting them. The focus in the coming years will be on futureproof ing and implementing this. To this end, the Ministry of Justice and Security requires a process evaluation assessing what has been done to date on the topic of MID. The following principal research question was formulated: How and to what extent do the various sector partners pay attention to people with MID and introduce initiatives aimed at this group in the areas of raising awareness, identification, communication and intervention?Begin 2020 heeft de landelijke werkgroep voor lvb binnen de strafrechtketen, waaraan de verschillende ketenpartners deelnemen, een werkagenda voor de periode 2020-2021 vastgesteld. De bestuurders van de betrokken organisaties in de strafrechtketen (Bestuurlijk Ketenberaad) hebben deze werkagenda in mei 2020 bekrachtigd. Hierin wordt beschreven dat extra inspanning nodig is om ervoor te zorgen dat professionals in de strafrechtketen structureel meer aandacht hebben voor lvb-problematiek en dat zij vaardiger worden om mensen met een lvb op een effectieve manier te bejegenen en te begeleiden. In de komende jaren wordt ingezet op verduurzaming en implementatie. Daarvoor heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) behoefte aan een procesevaluatie van de inzet op het thema van lvb tot nu toe. Het doel van het onderhavige onderzoek is dan ook het verkrijgen van inzicht in de mate waarin de verschillende partners uit de strafrechtketen de activiteiten zoals afgesproken in de werkagenda (en de voorloper daarvan, het verbeterplan) tot op heden hebben geïmplementeerd. De hoofdvraag luidt als volgt: In welke mate en op welke manier is er bij de verschillende ketenpartners aandacht voor en worden er initiatieven geïntroduceerd gericht op mensen met een lvb, op de thema’s bewustwording, signaleren, communiceren en interveniëren? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Onderzoeksaanpak, 3. Bewustwording, 4. Signaleren, 5. Communicatie, 6. Interveniëren, 7. Ervaringen van mensen met een lvb in de strafrechtketen, 8. Conclusies
State-of-the-art research State Threats (full text only available in Dutch)
The purpose of this research is to conduct a first literature scan of the academic field on state threats: the topics that are covered, those which are underexposed and deserve more attention, and the state of the literature (size and quality). In this research report, the following research questions are answered: 1. Which subjects in the area of state threats are according to the researchers relevant and studied – to what extent and with what quality? 2. Do the topics fall under the domain described by the NCTV? 3. How can these research questions be examined during phase 2? 4. Which research questions emerge for phase 2? The research was conducted in three steps: selection, screening and analysis of the literature. In total, 2905 academic article from 19 journals and 29 special issues were screened, resulting in 1000 articles with relevant information on state threats. Subsequently the articles were analysed in terms of the threat subject, threat object and threat mechanism.De doelstelling van het onderhavige onderzoek is om een eerste literatuurscan te maken van het wetenschappelijke onderzoeksveld van statelijke dreigingen, de onderwerpen die daarbinnen aan de orde komen, de onderbelichte onderwerpen waarvan wordt gesuggereerd dat zij meer aandacht verdienen en de status van de literatuur (omvang en zo mogelijk kwaliteit). In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Welke onderwerpen op het gebied van statelijke dreigingen zijn volgens de onderzoekers in welke mate van belang, in welke mate onderzocht, en met welke kwaliteit? 2. Vallen deze onderwerpen binnen het aandachtsgebied van de NCTV? 3. Hoe kunnen deze onderwerpen in fase 2 worden onderzocht? 4. Welke onderzoeksvragen voor fase 2 komen naar voren? Het onderzoek in uitgevoerd in drie stappen: selectie, screening en analyse van de literatuur. In totaal zijn 2905 wetenschappelijke artikelen afkomstig uit 19 tijdschriften en 29 special issues gescreend hetgeen 1000 artikelen opleverde die relevante informatie over statelijke dreigingen bevatten. Deze artikelen zijn verder geanalyseerd op dreigingssubject, -object en -mechanisme. INHOUD: 1. Inleiding, probleemstelling en onderzoeksvragen 2. Methode van onderzoek en werkwijze 3. Hoofdbevindingen 4. Beantwoording van de onderzoeksvragen 5. Deelstudies Dreigingsmechanisme
Restorative justice in detention in the Netherlands; an overview of policies and interventions (full text only available in Dutch)
This study aims to give an overview of policies on and use of restorative justice (RJ) in detention for both adult and juvenile detainees. The use of restorative interventions is in line with the Dutch Custodial Institutions Agency’s (DJI) goal of victim-oriented and restorative detention. RJ in a detention context might consist of mediated contact between incarcerated suspects or offenders and their victim(s), but also includes offender-focused interventions such as courses aimed at raising awareness and taking responsibility (also known as self-restoration), and interventions aimed at restoring the relationship with the offender’s network. All these interventions are included in this study. The following three research questions are central to this study: 1. How is restorative justice organised in detention? 2. Which restorative interventions are available for adults and juveniles, and what do they entail? 3. How do the professionals involved view the use of restorative interventions?Dit onderzoek heeft tot doel om een overzicht te geven van de inzet van herstel-gerichte interventies in detentie voor zowel volwassenen als jeugdigen. Een eerdere inventarisatie liet een groot aanbod van dergelijke interventies zien, maar het is onduidelijk in hoeverre hier in de praktijk gebruik van wordt gemaakt en hoe deze interventies worden gewaardeerd door de betrokken professionals. Inzet van herstelgerichte interventies sluit aan bij het streven van DJI naar slachtoffer- en herstelgerichte detentie. Herstel in een detentiecontext kan bestaan uit bemiddeld contact tussen gedetineerde verdachten of daders en hun slachtoffer(s), maar omvat ook dadergerichte interventies zoals cursussen die gericht zijn op bewustwording en het nemen van verantwoordelijkheid (ook bekend als zelfherstel) en interventies gericht op herstel met het netwerk van de gedetineerde. Al deze interventies worden in dit onderzoek meegenomen. De volgende drie onderzoeksvragen staan in het onderzoek centraal: 1. Hoe is herstel in detentie georganiseerd? 2. Welke herstelgerichte interventies zijn in detentie beschikbaar voor volwassenen en jeugdigen en wat houden deze in? 3. Hoe kijken betrokken professionals aan tegen de inzet van herstelgerichte interventies? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Literatuuroverzicht, 3. Beleid en organisatie van herstelgerichte detentie in de penitentiaire inrichtingen, 4. Herstelgerichte interventies in penitentiaire inrichtingen, 5. Herstelgerichte detentie in justitiële jeugdinrichtingen, 6. Conclusie
Stay safe - Learning outcomes of the Social Impact Bond 'Work after Detention (full text only available in Dutch)
This report describes the results of a final evaluation of the Social Impact Bond 'Work after Detention'. A Social Impact Bond is a form of public-private partnership in which private investors pre-finance an approach to a social problem by an independent executive party. If the approach is successful, the government repays the investment with a previously agreed return. If the approach does not succeed, or is unsatisfactory, the investors lose (part of) their investment. Purpose of the study is described as follows: Gaining insight into the lessons and learning experiences of the Social Impact Bond 'Work after Detention'. The aim is to look back over the period 2016-2021 and to take stock of the lessons and learning experiences relating to content and process, to examine the underlying mechanisms and to assess the extent to which a SIB is suitable as a financing structure for public-private partnerships in tackling a social problem in the judicial domain.Dit rapport beschrijft de resultaten van een eindevaluatie van de Social Impact Bond ‘Werk na detentie’. Een Social Impact Bond (SIB) is een vorm van publiek-private samenwerking waarbij private investeerders de aanpak van een maatschappelijk probleem door een onafhankelijke uitvoeringspartij voorfinancieren. Slaagt de aanpak, dan betaalt de overheid de investering met een vooraf afgesproken rendement terug. Slaagt de aanpak niet, of onvoldoende, dan zijn de investeerders hun investering (deels) kwijt. Dit rapport is een eindevaluatie van de SIB ‘Werk na detentie’. Doel van het onderzoek wordt als volgt omschreven: Inzicht krijgen in de lessen en leerervaringen van de Social Impact Bond ‘Werk na detentie’. De bedoeling is ‘alles overziend’ terug te blikken op de periode 2016-2021 en te inventariseren wat de inhoudelijke en procesmatige lessen en leerervaringen zijn, te onderzoeken welke mechanismen daaraan ten grondslag liggen en na te gaan in hoeverre een SIB geschikt is als financieringsconstructie voor publiek-private samenwerking bij de aanpak van een maatschappelijk probleem op het justitiële terrein. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Social Impact Bonds in het justitiële domein – een literatuuronderzoek, 3. Korte samenvatting proces- en effectevaluatie van de SIB ‘Werk na detentie’, 4. Eindevaluatie SIB ‘Werk na detentie’, 5. Beantwoording onderzoeksvragen, 6. Conclusi