WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Copycatting behaviour following terrorist attacks (full text only available in Dutch)

    No full text
    This exploratory report examines copycatting behaviour following terrorist attacks. This concerns behaviour that someone performs intentionally and in a motivated way to imitate a certain predecessor, particularly a person or group who was noticed in media reports for committing a terrorist attack. Distinctive about copycatting behaviour is that it is not directly controlled by a terrorist group, but that people themselves decide to imitate an attacking person or group of persons. For this report, interviews were held with eight national and international experts in the field of copycatting behaviour and terrorism. These interviews are discussed in Section 2.4. The list of topics discussed with these experts is included in the Appendix 1. Furthermore, two literature studies were conducted. The first literature study focused on copycatting behaviour in terrorist attacks. This study resulted in 36 publications in this field. The second literature study focused on copycatting behaviour in other fields than terrorism, like suicide and school shootings. This resulted in 44 publications.Dit verkennende rapport bestudeert copycatgedrag bij terroristische aanslagen. Dit betreft gedrag dat iemand intentioneel en gemotiveerd vertoont om een bepaalde voorganger na te apen, met name een andere persoon of groep die met een terroristische aanslag in (sociale) mediaberichten de aandacht heeft getrokken. Kenmerkend aan dergelijk copycatgedrag is dat het niet rechtstreeks door een bepaalde terroristische beweging wordt aangestuurd, maar dat mensen zelf besluiten een aanslagpleger na te gaan doen. Voor dit rapport werden interviews gehouden met acht nationale en internationale experts op het gebied van copycatgedrag en terrorisme. Tevens werden twee literatuurstudies uitgevoerd. De eerste literatuurstudie was gericht op copycatgedrag bij terroristische aanslagen. De tweede literatuurstudie was gericht op copycatgedrag in andere gebieden dan terrorisme, zoals zelfdoding en schietpartijen op scholen. INHOUD: 1. Het probleem van copycatgedrag 2. De definitie van copycatgedrag 3. Bewijs voor copycatgedrag 4. Het aanpakken van copycatgedrag 5. Conclusies en aanbevelingen

    National Risk Assessment in the areas of money laundering and terrorist financing 2021 for the Caribbean Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2017 and 2019/2020, the WODC Research and Documentation Centre conducted a National Risk Assessment (NRA) in the areas of money laundering and terrorist financing for the European part of the Netherlands. In 2017/2018, the WODC conducted a separate NRA for the Caribbean Netherlands – Bonaire, Sint Eustatius and Saba (or the BES islands) – in the fields of money laundering and terrorist financing. A second NRA on Money Laundering and Terrorist Financing has now been carried out for the Caribbean Netherlands, which aims to identify the greatest risks in the field of money laundering and terrorist financing. This concerns the risks with the 'greatest residual potential impact', or the impact that remains after taking into account the preventive and/or mitigating effect (the 'resilience') of the policy instruments that target these threats. To this end, the threats with the greatest potential impact have been identified, and estimates have been made of the impact that these threats may have and the resilience of the policy instruments.In 2017 en 2019/2020 heeft het WODC een National Risk Assessment (NRA) op de terreinen witwassen en terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. In 2017/2018 voerde het WODC voor Caribisch Nederland – Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ofwel de BES-eilanden) – een afzonderlijke NRA op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering uit. Voor Caribisch Nederland is nu een tweede NRA Witwassen en Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft de grootste risico’s op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering in kaart te brengen. Het betreft de risico’s met de ‘grootste resterende potentiële impact’ ofwel de impact die overblijft nadat rekening is gehouden met de preventieve en/of mitigerende werking (de ‘weerbaarheid’ van de beleidsinstrumenten die op deze dreigingen zijn gericht. Daartoe zijn de dreigingen met de grootste potentiële impact geïdentificeerd, is een inschatting gemaakt van de impact die deze dreigingen kunnen hebben en is de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium bepaald

    Process evaluation of pilot young adult prevention programme (full text only available in Dutch)

    No full text
    Between November 2019 and March 2021, 64 young adults who met the HALT criteria were referred to the HALT 18+ pilot programme. This number is lower than expected. Possible reasons for the low referral rate include a lack of awareness of the existence of the pilot among police and prosecutors, as well as the COVID-19 measures that also caused a significant decrease in the number of juveniles referred to the regular HALT programme.In de periode november 2019 - maart 2021 hebben 64 jongvolwassenen (bijna allemaal in de leeftijd van 18 of 19 jaar) een Halt-afdoening gekregen. Dit aantal is beneden de verwachtingen, (mogelijk) door coronamaatregelen en onbekendheid van de pilot bij politie en het Openbaar Ministerie. Uit het onderzoek blijkt dat betrokkenen bij de pilot voorstander zijn van de mogelijkheid van een Halt-afdoening (als pedagogische interventie) voor jongvolwassen delictplegers. Uit het onderzoek blijkt tevens dat de Halt-interventie voor jongvolwassenen bij voortzetting doorontwikkeling behoeft. INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie en uitvoering van de pilot 3. Jongvolwassenen en hun sociale context 4. Werkzame elementen interventies jongvolwassenen 5. Halt 18+ meer dan een pilot? 6. Samenvatting en conclusie 7. Summary 8. Literatuu

    Second round of the Monitor to evaluate ANPR legislation, Section 126jj of the Dutch Code of Criminal Procedure; The Act on ‘the Recording and storage of vehicle registration data by the police’ during the first two years after entry into force (full text only available in Dutch)

    No full text
    Op 1 januari 2019 is de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’1 in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (in de rest van het rapport aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden ingezien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet bevat een evaluatie- en horizonbepaling. De bevoegdheid is in beginsel voor drie jaar van kracht, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt besloten. Op basis van de evaluatie wordt bepaald of de bevoegdheid zal worden gehandhaafd. De uiteindelijke evaluatie (zie: link hiernaast) is gebaseerd op twee monitorrapportages. Het onderhavige onderzoek betreft het tweede monitorrapport en richt zich vooral op nieuwe elementen die in het eerste monitorjaar niet waren belicht zoals de uitvoering van de wet door de Koninklijke Marechaussee (KMar), de afhandeling van internationale verzoeken en een nieuwe selectie van opsporingszaken waarin gebruik is gemaakt van 126jj. Het eerste monitorrapport verscheen in 2020 (zie: link hiernaast). De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek is als volgt: Op welke wijze wordt in de opsporing gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? INHOUD: 1. Inleiding 2. ANPR-camera's in het kader van 126jj 3. 126jj in de praktijk 4. Opsporingsproces 5. Conclusi

    Assessing the credibility of asylum applications motivated by LGBTI orientation and religious conversion (full text only available in Dutch)

    No full text
    This evaluation examines how the amendments to the rules of procedure and measures to promote expertise have been designed (‘planning evaluation’) and implemented (‘process evaluation’). The planning evaluation involved interviews with policy officers, researchers and experts from outside organisations. The process evaluation focused on the experiences of IND executive staff. There were also interviews with lawyers and civil-society organisations, and dossiers were analysed in order to shed light on IND staff’s experiences by a process of triangulation. The evaluation answers the following questions: 1. What substantive and organisational changes were announced by the minister in July 2018 regarding assessment of the credibility of asylum applications motivated by religious conversion or LGBTI orientation? Were additional changes made later on? 2. How are these changes assumed to increase the quality (i.e. balanced justification) of assessment of asylum applications motivated by religious conversion or LGBTI orientation? Are these assumptions supported by existing knowledge and insights? 3. How are the announced changes to assessment of the credibility of such asylum applications implemented in practice? 4. What are the experiences of the people involved? Is there any indication that the changes have – or have not – increased the perceived quality of assessments? 5. Are there problems with the design and/or implementation of the amendments to the rules of procedure and the promotion of relevant expertise when assessing the credibility of asylum applications motivated by religious conversion or LGBTI orientation?In deze evaluatie is onderzocht hoe de aanpassingen van de werkinstructies en de deskundigheidsbevorderende maatregelen zijn opgezet (planevaluatie) en uitgevoerd (procesevaluatie). Voor de planevaluatie zijn gesprekken gevoerd met beleidsambtenaren, wetenschappers en deskundigen van externe organisaties. In de procesevaluatie staan de ervaringen van uitvoerende ambtenaren van de IND centraal. Daarnaast zijn interviews afgenomen met advocaten en maatschappelijke organisaties en is een analyse van dossiers uitgevoerd, om zo door middel van triangulatie de ervaringen van IND-medewerkers in perspectief te plaatsen. Het evaluatieonderzoek geeft antwoord op de volgende vragen: 1. Welke inhoudelijke en organisatorische wijzigingen zijn ten aanzien van de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen met een bekerings- en/of lhbti-motief in juli 2018 door de staatssecretaris aangekondigd? Zijn hier in een later stadium nog aanvullingen op gekomen? 2. Op welke wijze wordt verondersteld dat deze wijzigingen bijdragen aan de kwaliteit (i.c. evenwichtige onderbouwing) van de beoordeling van asielaanvragen met een bekerings- en/of lhbti-motief? Worden deze assumpties ondersteund door bestaande kennis en inzichten? 3. Op welke wijze zijn de aangekondigde wijzigingen in de geloofwaardigheidsbeoordeling van deze asielaanvragen in de praktijk uitgevoerd? 4. Wat zijn de ervaringen van betrokkenen met de doorgevoerde wijzigingen? Zijn er aanwijzingen dat de doorgevoerde wijzigingen de gepercipieerde kwaliteit van de beoordelingen bevorderen (of juist niet)? 5. Zijn er knelpunten in relatie tot de opzet en/of uitvoering van de wijzigingen in de werkinstructies en de betreffende deskundigheidsbevordering voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van asielaanvragen met een bekerings- en/of lhbti-motief? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doel en aanpak van de evaluatie 3. Beoordeling geloofwaardigheid asielaanvragen met lhbti- of bekeringsmotief; de beleidescontext 4. Planevaluatie van werkinstructies beoordeling geloofwaardigheid lhbti- en bekeringsaanvragen 5. Procesevaluatie van opzet en uitvoering werkinstructies en trainingen 6. Conclusie

    Benefits and costs of the Emergency Alert and Warning System (full text only available in Dutch)

    No full text
    In the event of a disaster or crisis, the government has a duty to provide information to citizens about the origin, extent and consequences of the disaster or crisis threatening or affecting an area, as well as the course of action to be followed. This duty lies with the mayor or, in case of a scaled-up situation, the chairman of the safety region. To meet this obligation, it is necessary to alert and inform as many citizens as possible. Currently, two national systems can be deployed in case of a disaster or crisis: the WAS (Emer-gency Alert and Warning System) and NL-Alert. In addition, the local/regional authority has other crisis communication resources at its disposal, such as local/regional disaster channels on radio and TV, the pub-lic information number 0800-1351, www.crisis.nl, own websites, social media and/or sound trucks. The purpose of the study is to provide insight into the added value of the WAS within the set of crisis communication tools. This includes the financial consequences of the intended phasing out of the WAS and the consequences for the provision of information concerning disasters and crises.De overheid heeft de plicht om, in geval van een ramp of crisis, de burger informatie te verschaffen over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van de ramp of crisis die een gebied bedreigt of treft, alsmede over de daarbij te volgen gedragslijn. Om aan deze verplichting te voldoen, is het noodzakelijk zoveel mogelijk burgers te alarmeren en informeren. Op dit moment kunnen twee landelijke systemen worden ingezet in het geval van een ramp of crisis: het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem) en NL-Alert. Daarnaast heeft het lokale/regionale gezag nog andere crisiscommunicatiemiddelen tot haar beschikking, zoals lokale/regionale rampenzenders op radio en tv, het publieksinformatienummer 0800–1351, www.crisis.nl, eigen websites, sociale media en/of geluidswagens. De minister van Justitie en Veiligheid is sinds 2014 voornemens het WAS uit te faseren. De minister heeft hiervoor twee redenen aangegeven1. Ten eerste heeft het WAS slechts een beperkte operationele waarde, aangezien er geen informatie over de situatie of alternatief handelingsperspectief kan worden verstrekt. Ten tweede is het bereik van NL-Alert hoger dan het bereik van het WAS. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat is de toegevoegde waarde van het WAS in verhouding tot de lasten ervan en in vergelijking met de baten en lasten van andere crisiscommunicatiemiddelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nulalternatief en beleidsalternatieven 3. Bouwstenen voor inschatting kosten 4. Inschatting baten: bereik van WAS en NL-Alert 5. Overzicht van kosten en baten (beantwoording onderzoeksvragen

    The modernisation of emergency law - Quick scan (full text only available in Dutch)

    No full text
    By means of a quick scan, this report examines whether these proposals require modifications and/or additions in light of current and future threats, social developments and the 2020 evaluation of the Security Regions Act (Wet veiligheidsregio’s, hereinafter: Wvr), bearing in mind the following research question: To what extent do the proposals to modernise Dutch emergency law announced by the Cabinet in a letter to the House of Representatives in 2018 require adjustment and/or additions in light of current and future threats, societal developments and the 2020 evaluation of the Wet veiligheidsregio’s? It concerns the application of emergency law in both the European and Caribbean Netherlands.Het staatsnoodrecht regelt het handelen van de overheid in noodsituaties. Het biedt de grondslag voor de verschillende noodmaatregelen die door het bestuur kunnen worden ingezet om (dreigende) crises te bezweren. Daarbij kan het gaan om ‘grote’ crises, zoals de coronapandemie, of ‘kleinere’ noodsituaties, zoals een voetbalwedstrijd die uit de hand dreigt te lopen. Het staatsnoodrecht bestaat uit een veelheid aan wet- en regelgeving die op sommige punten aan herziening toe is. Op 3 juli 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer (hierna: Kamerbrief) namens het kabinet het voornemen geuit om het staatsnoodrecht te moderniseren. Daartoe doet het kabinet in de Kamerbrief op hoofdlijnen vijf voorstellen. In dit rapport wordt bij wijze van een quick scan bezien of deze voorstellen aanpassingen en/of aanvullingen behoeven in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020, indachtig de volgende probleemstelling: In hoeverre behoeven de voorstellen voor modernisering van het staatsnoodrecht die het kabinet in 2018 in een brief aan de Tweede Kamer heeft aangekondigd, aanpassing en/of aanvulling in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020? Het betreft de toepassing van het staatsnoodrecht in zowel Europees als Caribisch Nederland. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Staatsnoodrecht, 3. Introductie begrip 'crisisomstandigheden', 4. Vereenvoudiging separate inwerkingstelling, 5. Instandhouding bestaande procedures van de Cwu, 6. Modernisering van noodbevoegdheden en verzamelwet, 7. Actualisering vol rijksheren, 8. Digitalisering, vernetwerking en staatsnoodrecht, 9. Conclusie

    The (lasting) consequences of the corona pandemic (full text only available in Dutch)

    No full text
    CONTENT: The pandemic as a criminological experiment. The development of crime during one year of corona measures - Edwin Kruisbergen, Marco Haas, Lisa van Es and Joanieke Snijders Stay home, stay safe? The consequences of Covid-19 measures on domestic violence in the Netherlands - Anne Coomans, Sjoukje van Deuren, Meintje van Dijk, Steve van de Weijer, Arjan Blokland, Carlijn van Baak, David Kühling, Rosanne Bombeld and Veroni Eichelsheim Compliance with COVID-19 mitigating measures in the Netherlands - Joska Appelman, Kiki Bijleveld, Peter Ejbye-Ernst, Evelien Hoeben, Lasse Liebst, Cees Snoek, Dennis Koelma and Marie Rosenkrantz Lindegaard Deception during the corona pandemic. On fake news, conspiracy thinking and social receptivity - Peter Klerks Administration of justice in youth protection cases during the COVID pandemic. A report of ongoing research - Eddy Bauw, Yasemin Glasgow, Anne Janssen and Marc Simon Thomas Sex work in times of corona. The impact of the lockdown on sex workers - Roos de WildtARTIKELEN: Edwin Kruisbergen, Marco Haas, Lisa van Es en Joanieke Snijders - De pandemie als criminologisch experiment. De ontwikkeling van de criminaliteit tijdens een jaar coronamaatregelen cAnne Coomans, Sjoukje van Deuren, Meintje van Dijk, Steve van de Weijer, Arjan Blokland, Carlijn van Baak, David Kühling, Rosanne Bombeld en Veroni Eichelsheim - Stay home, stay safe? De gevolgen van COVID-19-maatregelen op huiselijk geweld in Nederland Joska Appelman, Kiki Bijleveld, Peter Ejbye-Ernst, Evelien Hoeben, Lasse Liebst, Cees Snoek, Dennis Koelma en Marie Rosenkrantz Lindegaard - Naleving van gedragsmaatregelen tijdens de COVID-19-pandemie Peter Klerks - Misleiding tijdens de coronapandemie. Over nepnieuws, complotdenken en maatschappelijke ontvankelijkheid Eddy Bauw, Yasemin Glasgow, Anne Janssen en Marc Simon Thomas - Rechtspleging in jeugdbeschermingszaken tijdens de coronacrisis. Een verslag van lopend onderzoek Roos de Wildt - Sekswerk ten tijde van corona. De impact van de lockdown op sekswerkers < SAMENVATTING: Anderhalf jaar na het begin van de coronapandemie in Nederland staat Justitiële verkenningen stil bij de gevolgen van deze crisis. De pandemie heeft bovenal veel persoonlijk leed veroorzaakt, zowel bij direct getroffenen als hun naasten. Het virus, en dan vooral de maatregelen die ter bestrijding ervan wereldwijd zijn ingevoerd, heeft echter een veel bredere uitwerking. De regering trof maatregelen die sinds de Tweede Wereldoorlog ongekend zijn. Onderwijsinstellingen gingen dicht. Bedrijven sloten hun deuren. Het onderling contact tussen mensen werd ingeperkt en voor zover het plaatsvond moesten verschillende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Binnen Justitie kreeg de politie ondermeer te maken met de handhaving van de anderhalvemetermaatregel en de avondklok. Wat is de invloed geweest van de ingevoerde maatregelen op het werkterrein van justitie? Wat valt er te leren uit de afgelopen periode? Zijn er ook blijvende gevolgen van de coronacrisis? En hoe die gevolgen te beoordelen? Dergelijke vragen staan centraal in dit themanummer van Justitiële verkenningen, waarin de resultaten van verschillende (doorlopende) onderzoeken worden besproken

    Proposed separate procedure for handling compensation claims by injured parties; Financial consequences for the State of the Advance payment scheme (full text only available in Dutch)

    No full text
    The proposed new Criminal Procedure Code (Wetboek van Strafvordering) provides the possibility of distinguishing complex claims for compensation by victims of violent or sexual crimes from the main case and dealing with them in a separate criminal procedure. The reason for this is that, currently, a criminal judge does not have to hear a civil claim by the injured party if, in the court’s judgment, this would place a disproportionate burden on the criminal proceedings. In such case, the injured party would not be granted compensation in the criminal proceedings. There is still the option of bringing the case before a civil judge, but barriers exist in civil proceedings that are not present in criminal proceedings. The core research question is: What would be a reasoned estimate of the annual public costs of handling compensation claims for violent and sexual offences in a separate procedure, as envisaged in the proposed new Criminal Procedure Code?Het beoogde nieuwe Wetboek van Strafvordering bevat de mogelijkheid om complexe vorderingen tot schadevergoeding van slachtoffers van een gewelds- of zedenmisdrijf als benadeelde partijen af te splitsen van de hoofdzaak en in een afzonderlijke procedure in het strafrecht te behandelen.1 Aanleiding hiervoor is dat in de huidige situatie de strafrechter een civiele vordering van de benadeelde partij niet behandelt, als dit naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij krijgt in dat geval geen schadevergoeding toegewezen in het strafproces. Weliswaar staat de weg naar de civiele rechter dan nog open, maar een civiele procedure kent drempels die er in de strafprocedure niet zijn.2 Afzonderlijke behandeling in een aparte schadevergoedingskamer zou behandeling in het strafproces alsnog mogelijk moeten maken, waardoor de voordelen voor het slachtoffer van strafrechtelijke behandeling blijven bestaan. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat zijn, volgens een beredeneerde schatting, de jaarlijkse publieke kosten van het toevoegen van de voor-schotregeling aan de afzonderlijke behandeling vordering benadeelde partij, zoals opgenomen in het concept nieuwe Wetboek van Strafvordering? INHOUD: 1. Inleiding 2. Problematiek niet-ontvankelijke vorderingen 3. Huidige praktijk: voeging en ontvankelijkheid 4. Toekomst: afzonderlijke behandeling 5. Voorschotregelin

    Notorious complainants in Pro Justitia evaluation (full text only available in Dutch)

    No full text
    Pro Justitia evaluation is a pre-trial psychiatric evaluation commissioned by the judiciary, the Public Prosecution Office, or the defence's request. The consequences of a Pro Justitia evaluation can be significant for a defendant because that person, for example, if he (or she) is declared (partially) legally insane, can be imposed a TBS1 measure. Because of these consequences, the evaluation must be conducted carefully. If a person under evaluation believes that the evaluation has not been carried out properly, he (or she) can file a complaint with various authorities. This study looked at the complaining behaviour of adults under Pro Justitia evaluation in the context of criminal law, focusing on the number of complaints procedures from 2016 to the present.Pro Justitia onderzoek is gedragskundig onderzoek naar de persoon van de justitiabele in opdracht van de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie of op verzoek van de verdediging. De gevolgen van een pro Justitia onderzoek kunnen voor een verdachte groot zijn, omdat iemand, bijvoorbeeld als hij (deels) ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard, een tbs-maatregel opgelegd kan krijgen. Vanwege deze gevolgen is het des te belangrijk dat het onderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd. Als een onderzochte meent dat het onderzoek niet naar behoren is uitgevoerd kan hij of zij bij verschillende instanties een klacht indienen. In dit onderzoek is gekeken naar klaaggedrag van volwassenen naar wie pro Justitia onderzoek is verricht in het kader van het strafrecht. De focus ligt daarbij op het aantal klachtenprocedures in de periode 2016 tot heden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Formeel kader 3. Aard en omvang klaaggedrag 4. Gevolgen klachtgedrag 5. Discussie 6. Conclusi

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇