WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    In service of the public interest; An explorative study on post-employment conflicts of interest among former Dutch National Police and Royal Dutch Marechaussee personnel (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2018 constateerde GRECO in een evaluatie van de preventie van corruptie en de versterking van integriteit bij de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee dat er weinig beperkingen bestaan voor medewerkers die de organisatie verlaten. Omdat juist in deze organisaties integriteitsschendingen grote maatschappelijke gevolgen kunnen hebben, adviseerde GRECO nader onderzoek te doen naar de risico’s van belangenconflicten en overige werkzaamheden van politieambtenaren en marechaussee nadat zij uit dienst treden. Het onderzoek waarvan dit rapport verslag doet geeft hieraan gehoor door meer inzicht te verschaffen in de betekenis en aard van belangenconflicten bij uitdiensttreding binnen de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee en de factoren die integriteitsrisico’s van dergelijke belangenconflicten vergroten of verkleinen. Ook wordt aandacht besteed aan de maatregelen die kunnen bijdragen aan de beheersing van belangenconflicten na uitdiensttreding. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: Wat wordt er verstaan onder belangenconflicten na uitdiensttreding, wat is de aard van de belangenconflicten die zich eventueel hebben voorgedaan onder ex-medewerkers van de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee, welke individuele, situationele en organisationele factoren kunnen de kans op geassocieerde integriteitsrisico’s vergroten of verkleinen en wat zijn preventieve en repressieve maatregelen die de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee (kunnen) ondernemen om deze risico’s te beheersen? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Definities en conceptualisering, 3. De aard van belangenconflicten na uitdiensttreding, 4. Factoren die de integriteitsrisico's beïinvloeden, 5. Preventieve en repressieve maatregelen, 6. Conclusies

    Law on long-term supervision - Process evaluation (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2018, a new law – the Law on Long-Term Supervision (LLTS) (Wet langdurig toezicht; Wlt) – came into force in the Netherlands that allows long-term supervision, treatment and monitoring of sex offenders and serious violent offenders. In doing so, the legislator wants to reduce recidivism and increase social safety. The LLTS is monitored annually. Part of this research program is a process evaluation that provides insight into the implementation of this law, the effectuation of sections of the law, and the chain partners' first experiences.Een nieuwe wet die langdurig toezicht, behandeling en monitoring van ex-gedetineerden en tbs-gestelden regelt – de Wet langdurig toezicht trad op 1 januari 2018 volledig in werking. Een deel van de Wlt was al in 2017 in werking getreden. Het doel van de Wlt is het terugdringen van recidive en het vergroten van de maatschappelijke veiligheid door effectiever toezicht te houden op zeden- en zware geweldsdelinquenten en tbs-gestelden (Kamerstukken II 2013/14, 33816, nr. 3, p. 1) . Met effectiever toezicht wil de wetgever bijdragen aan de belangrijkste doelen van het nieuwe stelsel van forensische zorg, namelijk herstel van de patiënt en de verdere vermindering van recidive ten behoeve van de veiligheid van de maatschappij (Kamerstukken II 2013/14, 33 816, nr. 3, p.10). In deze procesevaluatie staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe is de implementatie van de Wlt verlopen, hoe verloopt de uitvoering van onderdelen van de Wlt en hoe ervaren de betrokkenen (ketenpartners en gedetineerden) de nieuwe mogelijkheden/ instrumenten die de wet biedt? INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie 3. Ongemaximeerde 'voorwaardelijke beëindiging' in de praktijk 4. Proeftijd 'voorwaardelijke invrijheidstelling' in de praktijk 5. Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende maatregel in de praktijk 6. Conclusies en aanbevelinge

    What can we learn about domestic burglary prevention? (full text only available in Dutch)

    No full text
    The number of domestic burglaries in the Netherlands has fallen sharply in recent years. In 2012, about 92,000 burglaries were reported; in 2019, there were 40,000. At the time of Corona, this number dropped to 30,000 in 2020. The impact of domestic burglaries is high, and the costs are considerable. Experience shows that an increase sometimes follows a decrease in domestic burglaries in the long run. In addition, the number of domestic burglaries is decreasing nationally, but that decrease is lagging behind in certain situations. Therefore there are still worrying concentrations. Three research questions are central to this literature review: 1. What developments are there in the field of domestic burglary to determine where and for whom preventive measures are useful? 2. Are preventive measures used abroad that we are not yet aware of in the Netherlands? 3. Based on foreign literature, what can we improve when deploying preventive measures against domestic burglary in the Netherlands?Het aantal woninginbraken in Nederland is fors teruggelopen de laatste jaren. In 2012 werden er nog zo’n 92.000 inbraken gemeld, in 2019 waren dat er nog 40.000. Ten tijde van Corona daalde dit aantal in 2020 naar 30.000. De impact van woninginbraken is groot en de kosten zijn aanzienlijk. De ervaring leert dat een daling van de woninginbraken op termijn soms weer gevolgd wordt door een stijging. Daarbij komt dat het aantal woninginbraken landelijk weliswaar afneemt, maar die afname blijft in bepaalde situaties achter waardoor er nog steeds zorgwekkende concentraties zijn. In dit literatuuronderzoek staan drie onderzoeksvragen centraal: 1. Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van woninginbraak om te bepalen waar en op wie preventieve maatregelen het beste ingezet kunnen worden? 2. Zijn er preventieve maatregelen in het buitenland die we in Nederland nog niet kennen? 3. Wat kunnen we in Nederland - op basis van buitenlandse literatuur - beter en anders doen bij de inzet van preventieve maatregelen die we reeds toepassen tegen woninginbraak? INHOUD: 1. Inleiding 2. Woninginbraken in perspectief 3. Nieuwe maatregelen, zijn die er wel? 4. Verbetermogelijkheden voor Nederland 5. Conclusi

    Sentencing regarding sexual abuse of minors - Demanded and imposed sentences and sentencing reasoning concerning paid and unpaid sexual acts involving minor victims in the Netherlands, Germany, Switzerland, Ireland, and Scotland (full text only available in Dutch)

    No full text
    This study focuses on demanding and imposing sentences for hands-on sexual abuse of minors. For the purpose of this study, sexual abuse of minors is defined as the behaviour described in sections 244 (sexual penetration of a victim under 12), 245 (sexual penetration of a victim between 12 and 16), 247 (indecent assault concerning a victim that is unconscious, physically unable or under 16), 248b (make use of sexual services of a 16 or 17-year old for a fee) and 249 paragraph 1 (sexual abuse in a position of trust) of the Dutch Penal Code. In total, 713 judgments, passed between 2015 and 2019, were analysed, in which male adult perpetrators have been convicted for sexual abuse of one or more minors.In dit onderzoek staan de strafvordering en strafoplegging inzake hands-on seksueel misbruik met minderjarigen centraal. Seksueel misbruik van minderjarigen wordt in dit onderzoek gedefinieerd als gedrag zoals omschreven in artikel 244 (seksueel binnendringen van iemand onder de 12 jaar), 245 (seksueel binnendringen van iemand tussen de 12 en 16 jaar), 247 (ontuchtige handelingen met een bewusteloze, onmachtige of gestoorde of een kind onder de 16 jaar), 248b (gebruikmaken van seksuele diensten van een 16- of 17-jarige tegen betaling) en 249 lid 1 (seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties) van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn 713 vonnissen bestudeerd waarin tussen 2015 en 2019 een mannelijke, meerderjarige dader werd veroordeeld voor seksueel misbruik met een of meerdere minderjarigen. Voor deze 713 zaken is onderzocht hoe de feitelijke strafeisen luiden. Voor een gestratificeerde steekproef van 180 zaken is tevens onderzocht in hoeverre de strafeis afwijkt van de richtlijn van het OM en welke motivering hieraan ten grondslag ligt. Ook is onderzocht in hoeverre de straffen die door de rechter worden opgelegd, afwijken van de strafeis van de officier van justitie en de strafvorderingsrichtlijnen die het OM hanteert. Tevens is onderzocht hoe de strafbedreigingen en opgelegde straffen inzake seksueel misbruik van minderjarigen in Nederland zich verhouden tot die in Duitsland, Zwitserland, Ierland en Schotland. Ten slotte is onderzocht wat de kenmerken van daders van jeugdprostitutie (art. 248b Sr) in Nederlandse strafzaken zijn en hoe de strafeisen en opgelegde straffen in dergelijke zaken luiden. Hiertoe zijn de strafdossiers van 60 veroordeelde daders van betaald seksueel misbruik met een 16- of 17-jarige bestudeerd. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Juridisch kader, 3. Literatuuronderzoek: Seksueel misbruik van minderjarigen, 4. Strafvordering en straftoemeting bij seksueel misbruik van minderjarigen, 5. Rechtsvergelijking, 6. Betaalde seks met minderjarigen, 7. Conclusie en discussi

    Een empirisch-juridisch onderzoek naar de toepassing van artikel 80a Wet RO door de Hoge Raad in de sectoren civiel recht, belastingrecht en strafrecht in de periode 2012-2019

    Get PDF
    Het onderzoek strekt tot evaluatie van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO). Deze bepaling is met de inwerkingtreding van de Wet versterking cassatierechtspraak op 1 juli 2012 ingevoerd voor de civiele kamer, belastingkamer en strafkamer van de Hoge Raad. Artikel 80a Wet RO biedt de Hoge Raad de bevoegdheid om bepaalde categorieën van zaken via een vereenvoudigde en snellere procedure af te doen door deze zaken niet-ontvankelijk te verklaren. Daartoe kent de regeling twee gronden: 1) degene die het cassatieberoep instelt, heeft daarbij ‘klaarblijkelijk onvoldoende belang’, en 2) de ‘klachten [kunnen] klaarblijkelijk niet tot cassatie […] leiden.’ Bij de parlementaire behandeling van de Wet versterking cassatierechtspraak is een evaluatie van artikel 80a Wet RO toegezegd. Dit onderzoek beoogt daarin te voorzien door een totaalbeeld te geven van de toepassing van artikel 80a Wet RO over de periode 2012-2019 voor de sectoren civiel recht, belastingrecht en strafrecht. De centrale onderzoeksvraag luidt dan ook: ‘Hoe is het totaalbeeld van de toepassing van artikel 80a Wet RO over de periode 2012-2019?’ INHOUD: 1. Aanleiding en onderzoeksvragen, 2. Methodologie, 3. Doelen van artikel 80a Wet RO, 4. Civiele kamer: bespreking procedure en ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur, 5. Belastingkamer: bespreking procedure en ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur, 6. Strafkamer: bespreking procedure en ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur, 7. Cijfers over afdoeningen, 8. Sector civiel recht: ervaringen met artikel 80a Wet RO, 9. Sector belastingrecht: ervaringen met artikel 80a Wet RO, 10. Sector strafrecht: ervaringen met artikel 80a Wet RO, 11. Bevindingen, conclusies en aanbevelingen

    The position of ordinary creditors in bankruptcy (full text only available in Dutch)

    No full text
    The object of the study is to determine which position ordinary (SME-)creditors currently have in bankruptcy and to map possible measures to improve that position. The aim of the study is not to make recommendations, but to analyse the pros and cons inherent in the various conceivable measures. The central questions in this study are: 1. What is the current position of small and medium-sized enterprises (SME’s) and ordinary creditors in bankruptcy? 2. Which specific measures can be introduced to improve the position of ordinary creditors and SME’s in bankruptcy? An analysis has been made of similar measures that are - or have been - in force in Germany, Austria and the United Kingdom. In each of the legal systems mentioned, some form exists of at least one of the measures that potentially improve the position of the ordinary creditors, including SME-creditors.Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen wat de huidige positie van concurrente (mkb-)schuldeisers in faillissement is en wat denkbare maatregelen zijn om die positie te verbeteren. Het onderzoek beoogt niet om aanbevelingen te doen, maar strekt ertoe te analyseren welke voor- en nadelen kleven aan de verschillende denkbare maatregelen. In het onderzoek hebben de volgende vragen centraal gestaan: 1. Wat is de huidige positie van het midden- en kleinbedrijf (mkb) en concurrente schuldeisers in faillissement? 2. Welke specifieke maatregelen kunnen worden getroffen om de positie van concurrente crediteuren en mkb-bedrijven te verbeteren in faillissement? Hierbij is ingegaan op gelijksoortige maatregelen die in Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk van kracht zijn of in het verleden zijn geweest. In elk van die rechtstelsels bestaat een variant van ten minste een van de maatregelen die de positie van de concurrente schuldeisers, waaronder mkb-bedrijven, kunnen verbeteren

    An uncertain future; qualitative research into the experiences of rejected (former) UMAs and foster parents with future oriented guidance (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2016, the Netherlands introduced a new model for the reception of unaccom-panied minor asylum seekers (UMAs). Distinctive features of the model are the small-scale housing facilities and the emphasis on guidance of UMA’s depending on their future prospects. In contrast to the past situation, minors who have been granted an asylum permit are now housed separately from those whose asylum application has been rejected. The current study aimed to provide more insight into rejected UMAs’ expe-riences about the guidance they receive under the new reception model, and how they see their future. The research questions were: 1. What are the experiences of youngsters whose asylum application has been rejected with the housing facility and (future oriented) guidance? 2. Does the guidance meet their needs? 3. How do they see their future (for instance with regards to staying in the Netherlands or returning to the country of origin)?In 2016 werd een nieuw opvangmodel voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) van kracht. Het model wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en begeleiding naar toekomstperspectief: jongeren van wie de asielaanvraag is ingewilligd en jongeren van wie deze is afgewezen worden, anders dan de situatie onder het oude model, apart opgevangen. Het onderhavige onderzoek had als doel meer zicht te krijgen op hoe AMV’s wier asielverzoek is afgewezen de begeleiding onder het nieuwe opvangmodel ervaren en wat hun ideeën zijn over de toekomst. De onderzoeksvragen luidden: 1. Wat zijn de ervaringen van jongeren van wie de asielaanvraag is afgewezen met de opvang en de (toekomstgerichte) begeleiding? 2. Past de begeleiding die ze krijgen bij hun behoeften? 3. Wat zijn hun ideeën over de toekomst (o.a. m.b.t verblijf in Nederland of terugkeer naar het land van herkomst)? INHOUD: 1. Inleiding, 2. AMV's en ex-AMV's over KWV's, mentoren en voogden, 3. Begeleiding in opvanggezinnen, 4. Conclusie

    New measurement of the modernisation of the gambling policy (full text only available in Dutch)

    No full text
    On 1 April 2021 the Remote Gambling Act (Koa; Kansspelen op afstand) came into effect. On 1 October 2021, six months after the act came into effect, the online market will open. The gambling policy objectives have over the years not changed, it still aims to prevent gambling addiction, to fight fraud and other crime, and to protect consumers. With the introduction of the Remote Gambling Act, strict(er) rules and conditions have been imposed on the permitted offer of games, in particular with regard to gambling addiction. In addition, compliance of these rules and conditions can be effectively monitored. Players should be directed to this regulated offer as much as possible (channelling). In 2024, the modernisation of the gambling policy needs to be evaluated. The 2021 measurement forms the basis for the evaluation. Therefore this research is aimed at applying a measurement method that can be repeated in exactly the same way in 2024, so the results can be compared one-to-one.De wet Kansspelen op afstand (Wet Koa) is op 1 april 2021 in werking getreden. Een half jaar na de inwerkingtreding van de wet, op 1 oktober 2021, gaat de onlinemarkt open. De doelstellingen van het kansspelbeleid zijn onveranderd, het gaat nog steeds om: voorkomen van kansspelverslaving, het tegengaan van fraude, witwassen en overige criminaliteit en het beschermen van consumenten. Met de invoering van de Wet Koa zijn aan het toegestane aanbod strikte(re) regels en voorwaarden gesteld – met name ten aanzien van kansspelverslaving -, terwijl op de naleving daarvan effectief toezicht kan worden gehouden. Spelers dienen zo veel mogelijk naar dit gereguleerde aanbod te worden geleid (kanalisatie). De komende jaren wil het kabinet de gevolgen van de openstelling van de onlinemarkt voor de doelstellingen van het kansspelbeleid evalueren. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: ‘Wat is in 2020 de omvang van de deelname aan (legale en illegale) kansspelen in Nederland en de stand van de indicatoren voor de drie beleidsdoelen, in totaal (de gehele Nederlandse bevolking) en voor specifieke groepen daarbinnen?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Deelname en speelgedrag 3. Vergunninghouders casinospelen 4 Vergunninghouders speelautomaten 5. Loterijen en sportweddenschappen 6. Kansspelen op afstand 7. Doelrealisatie kansspelbelei

    Risks, benefits and regulation of games (full text only available in Dutch)

    No full text
    The current study explored the currently popular games and their features. The risks and benefits of video games in general were explored as well. It was assessed to what extent these risks and benefits can be linked to the most popular games. It was also examined which policy measures, regulation and self-regulation are present in the Netherlands: to what extent do the measures cover existing risks and promote gaming benefits? Which needs for regulation exist, according to experts? Finally, the international landscape with regards to regulation of games was explored with an eye on useful lessons for the protection of gamers in the Netherlands.Dit onderzoek bracht in kaart welke games op dit moment populair zijn en welke kenmerken deze games hebben. Er werd onderzocht wat er bekend is over de risico’s en voordelen van gamen en in hoeverre deze risico’s en voordelen verbonden zijn aan de meest populaire games. Ook werd onderzocht welke vormen van beleidsmaatregelen, regulering en zelfregulering aanwezig zijn in Nederland en wat hun werkzaamheid is. In welke mate worden risico’s afgedekt en voordelen benut? Welke behoeften aan regulering zijn er, volgens experts? Tot slot werd internationaal gekeken hoe andere landen omgaan met de regulering van games en welke aangrijpingspunten dat oplevert voor de bescherming van gamers in Nederland. INHOUD: 1. Meest gespeelde games en hun eigenschappen, 2. Risico's en voordelen van gamen, 3. De huidige (zelf)regulering van de gamesector, 4. Internationaal perspectief op regulering van games

    The Dutch Sex Work Sector; study into size, nature, policy, supervision, and enforcement (full text only available in Dutch)

    No full text
    Since the lifting of the brothel ban in 2000, Dutch municipalities are responsible for formulating a prostitution policy. This has resulted in differences among municipalities. The general aim of the possible future act to regulate sex work (Wet regulering sekswerk, Wrs) is to uniformise supervision and enforcement in municipalities and to diminish policy differences among municipalities. To enable an investigation of the effects of this amendment at a later stage, the Research and Documentation Centre (WODC) of the Ministry of Security and Justice commissioned Regioplan to carry out a zero measurement. Firstly, we investigated the size and nature of (parts of) the licenced and non-licenced sex work sector. Secondly, we focused on the organisation and results of supervision and enforcement.In Nederland zijn gemeenten sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 verantwoordelijk voor het formuleren van prostitutiebeleid. Dat leidt tot verschillen tussen gemeenten. De mogelijk aankomende Wet regulering sekswerk (Wrs) beoogt, in grote lijnen, om toezicht en handhaving in gemeenten te uniformeren en beleidsverschillen tussen gemeenten te verkleinen. Om later de effecten van deze wetswijziging te kunnen achterhalen, is Regioplan gevraagd om een nulmeting uit te voeren. In dit onderzoek keken we ten eerste naar de omvang en aard van (delen van) de vergunde en onvergunde seksbranche. Ten tweede onderzochten we gemeentelijk beleid. Ten derde richtten we ons op de organisatie en resultaten van toezicht en handhaving. INHOUD: 1. Inleiding 2. Omvang en aard 3. Prostitutiebeleid 4. Toezicht en handhaving 5. Conclusie

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇