WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Anti-institutionalism in the Netherlands
Dit is een exploratief onderzoek naar de huidige stand van zaken van anti-institutionalisme in Nederland. Hierbij is gekeken naar gedachtegoed, organisatiegraad, voedingsbodems, mogelijke ontwikkelpaden van radicalisering en mogelijke risico’s voor de democratische rechtsorde. Op basis van de bevindingen zijn mogelijke haalbare handelingsperspectieven beschreven voor beleidsmakers, gemeenten en uitvoerend professionals. Tenslotte beoogt het onderzoek mogelijke handelingsperspectieven in kaart te brengen en aan te reiken voor beleidsmakers, gemeenten en handhavers van de openbare orde. Dit zijn handelingsperspectieven voor zowel een constructieve omgang met mensen met anti-institutionele overtuigingen en handvatten ter versterking van de maatschappelijke en institutionele weerbaarheid tegen anti-institutioneel extremisme. INHOUD Introductie Anti-institutioneel gedachtegoed Voedingsbodems en achtergrondkenmerken Anti-institutionele radicalisering Risico’s anti-institutioneel extremisme voor democratische rechtsorde Conclusies en suggesties voor vervolgonderzoek HandelingsperspectievenThis is an exploratory study into the current state of anti-institutionalism in the Netherlands. The researchers have looked into the ideas, degree of organisation, feeding grounds, possible paths towards radicalisation and potentials risks to the democratic legal order. Based on our findings, we have outlined possible, feasible perspectives for action for policy makers, municipalities and executive professionals. Finally, the study aims to map out and provide possible courses of action for policy makers, local authorities and law enforcement agencies. These action perspectives aim to deliver constructive ways of dealing with people who hold anti-institutional beliefs as well as tools for strengthening social and institutional resilience against anti-institutional extremis
Clean Businesses
Verkennend onderzoek naar ondermijnende criminaliteit binnen de beautysector. De overheid zet in samenwerking met tal van partners in op allerlei facetten die van invloed zijn op ondermijnende criminaliteit. Een van deze aspecten betreft ‘kwetsbare branches’. Het is op voorhand echter onduidelijk of de beautysector ook hiertoe moet worden gerekend. De beautysector is voor dit onderzoek afgebakend tot vijf branches, namelijk: kapperszaken, nagelstudio’s, tattoo- en piercingshops, massagesalons en zonnestudio’s. De keuze voor de focus op deze branches hangt samen met een aantal aspecten die de sector op voorhand gevoelig lijkt te maken voor ondermijnende criminele activiteiten, zoals het feit dat er relatief veel contant geld in omgaat, de waarde van goederen en/of diensten moeilijk is in te schatten en het aantal klanten lastig is te controleren. Het onderzoek kent een tweeledige probleemstelling. Enerzijds is er de vraag wat de aard, en omvang zijn van de verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit en anderzijds de vraag hoe de weerbaarheid van de sector kan worden verhoogd. INHOUD Inleiding Schets van de beautybranches Ondernemers over ondermijnende criminaliteit Impressies uit vijf gemeenten Meldpunten en risicosignalen Opsporing, handhaving en vervolging Buitenlandse ervaringen Weerbaarheid van de beautysector Conclusies Een gecorrigeerde versie van het rapport is op 9 september 2025 geüpload.An exploratory study on subversive crime in the beauty sector. The Dutch government, in collaboration with numerous partners, is targeting various factors that influence subversive crime. One of these concerns is 'vulnerable sectors'. However, it is unclear in advance whether the beauty sector should be considered one of these. For this research, the beauty sector was defined to include five specific branches: hair salons, nail salons, tattoo and piercing shops, massage parlors, and tanning salons. The focus on these branches is based on characteristics that may make them vulnerable to subversive criminal activity, such as the relatively high use of cash, difficulty in assessing the value of goods and services, and the challenge of monitoring customer flows. Research Problem The research has a two-part problem statement. On the one hand, there is the question of 'what are the nature and extent of the different forms of subversive criminality' and on the other hand the question 'how can the resilience of the sector be increased'. On 9 september 2025 an emended version of the report has been uploaded
Ontwikkelingen en samenhangen
De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving: Ontwikkelingen en samenhangen komt al sinds 1999 uit. De voor u liggende 23e editie – Criminaliteit en rechtshandhaving 2024 – brengt de periode 2014 tot en met 2024 in kaart. Ook deze editie bevat uitgebreide cijfermatige informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, de opsporing ervan door de politie, de vervolging en de strafrechtelijke reactie door het Openbaar Ministerie en de rechter en de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties. De ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan worden slechts in beperkte mate in de tekst besproken maar er wordt wel ingegaan op de onderlinge samenhang tussen de schakels van de strafrechtketen. Verder worden de uitgaven en ontvangsten gemoeid met sociale veiligheid beschreven en cijfers over Caribisch Nederland. C&R 2024 beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers. Wat zich aan ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. INHOUD Inleiding Criminaliteit en slachtofferschap Misdrijven en opsporing Vervolging van misdrijven Berechting van misdrijven Overtredingen Tenuitvoerlegging van sancties Uitgaven aan sociale veiligheid Criminaliteit en rechtshandhaving in Caribisch Nederlan
Lay justice in Western Europe (full text only available in Dutch)
Aanleiding voor dit onderzoek is een in 2022 door de Tweede Kamer aangenomen motie, waarin wordt verzocht in kaart te brengen welke vormen van lekenrechtspraak momenteel worden toegepast in West-Europese landen. De achterliggende gedachte is dat lekenrechtspraak mogelijk kan bijdragen aan het vertrouwen in en het begrip van de rechtspraak in Nederland. Nederland is één van de weinige landen in Europa die geen lekenrechtspraak hebben bij de berechting van commune strafzaken. Onderzoek naar de mogelijke invoering van lekenrechtspraak in de Nederlandse strafrechtspleging is al in 2006 uitgevoerd naar aanleiding van een eerdere, soortgelijke motie. De nieuwe motie geeft aanleiding om de verschillende vormen van lekenrechtspraak in West- Europa opnieuw te inventariseren, met als doel een debat mogelijk te maken over de eventuele invoering van een vorm van lekenrechtspraak in het Nederlandse (straf)rechtssysteem. INHOUD Inleiding Methodologie Rechtstheoretische argumenten voor en tegen lekenrechtspraak Verkennend onderzoek in diverse Europese landen Eerder empirisch onderzoek naar lekenrechtspraak, vertrouwen en democratische participatie Verdiepend onderzoek in België, Zweden en Engeland en Wales Nederlandse burgers over lekenrechtspraak ConclusieThis research originates from a motion adopted by the House of Representatives in 2022, which requested to provide an overview of the different forms of lay justice that are currently being applied in Western European countries. The underlying idea is that introducing a form of lay justice would lead to improved public confidence and trust in the judiciary in the Netherlands. The Netherlands is one of the few countries in Europe that does not have any form of lay representation in criminal justice (except for military tribunals). Research into the possible introduction of lay representation in the Dutch criminal justice system was already carried out in 2006 in response to an earlier, similar motion. The new motion provides an opportunity to conduct an update of the earlier research study into the various forms of lay justice in Western Europe, with the aim of facilitating a debate on the possible introduction of a form of lay justice in the Dutch (criminal) legal system
Effects of the civil ban on ‘outlaw motorcycle gangs’ (full text only available in Dutch)
In 2012 startte de Nederlandse overheid met de landelijke aanpak tegen outlaw motorcycle gangs (OMG’s), een “breed offensief” waarbij verschillende overheidsinstanties met behulp van bestuurlijke, fiscale, strafrechtelijk en civielrechtelijke instrumenten barrières hebben opgeworpen tegen OMG’s en hun leden. Dit onderzoek richt zich op de bedoelde en onbedoelde effecten van het civiel verbod op de (criminele) activiteiten van de clubs en individuele leden. Centrale onderzoeksvragen: Wat is de beleidstheorie ten aanzien van het civiel verbod op OMG’s in Nederland? Welke bedoelde en onbedoelde (neven)effecten heeft het civiel verbod op de organisatie en clubactiviteiten van verboden en niet verboden OMG’s? Welke bedoelde en onbedoelde (neven)effecten heeft het civiel verbod op de (voortzetting van) criminele activiteiten van (voormalig) leden van verboden en niet verboden OMG’s? Welke aanbevelingen kunnen – op basis van de beantwoording van bovenstaande vragen worden gedaan ten aanzien van de aanpak van OMG’s vanuit een breed integraal (beleids)perspectief?INHOUD Inleiding Probleemanalyse en beleidstheorie Effecten van het civiel verbod op clubactiviteiten In gesprek met Hells Angels MC Rekrutering en uitstroom Effecten van het civiel verbod voor de frequentie van gepleegde delicten door zittende OMG-leden Samenpleegrelaties van OMG-leden Conclusies en aanbevelinge
With combined forces? - Dutch lessons from practical experiences with public-private partnerships in police duties
Binnen de democratische rechtsstaat speelt de politie van oudsher een belangrijke rol. De afgelopen decennia is er sprake van een pluralisering van politietaken waarbij de politie haar taken uitvoert in samenwerking met andere private en publieke partijen. De politie heeft bij herhaling het voornemen tot verdere samenwerking met private en maatschappelijke partners geformuleerd, terwijl private en maatschappelijke partijen onder meer door nieuwe technologieën beter in staat zijn politietaken op zich te nemen. Er bestaat behoefte aan kennis over hoe in de praktijk oplossingen zijn gevonden die doorontwikkeling van publiek-private samenwerking (PPS) mogelijk maken, met oog voor de beginselen van de rechtsstaat. Dit onderzoek voorziet in die behoefte door het beantwoorden van de volgende onderzoeksvraag: Wat is nodig voor de doorontwikkeling van publiek-private samenwerking ten bate van de politiefunctie? INHOUD Inleiding Bevindingen vanuit de scoping review Bevindingen vanuit het casusonderzoek Conclusie en reflectiesWithin constitutional states governed by the rule of law, the police have traditionally played an important role – as is the case in the Netherlands. In recent decades, there has been a pluralisation of police duties that led the police to perform their duties in cooperation with other private and public parties. In recent times, the Dutch police have repeatedly expressed the intention to further enhance cooperation with private and societal partners. At the same time, these private and societal parties have shown increasing abilities to take on police duties, due to new technologies, among other things. As such, there is a need for knowledge on how solutions have been found in practice that enable the further development of public-private partnerships (PPPs), while respecting the principles of the rule of law. This research meets that need by answering the following research question: What is needed for further development of public-private partnerships to the benefit of policing in the Netherlands
Across Borders - A comparative legal study on preventive protection orders in cases of forced marriage, transnational abandonment and female genital mutilation
Rechtsvergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de inzet van preventieve beschermingsbevelen bij huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking (VGV). Het onderzoek werd uitgevoerd in de periode oktober 2024 tot mei 2025. Huwelijksdwang, achterlating en VGV worden internationaal erkend als ernstige schendingen van mensenrechten. Ook in Nederland lopen jaarlijks naar schatting honderden tot duizenden mensen risico om slachtoffer te worden van deze vormen van geweld. Het gaat daarbij vooral om meisjes en vrouwen, maar ook jongens, mannen en lhbtiq+ personen kunnen risico lopen. De Nederlandse overheid heeft zich gecommitteerd aan het voorkomen van deze praktijken en aan het bieden van effectieve bescherming aan (potentiële) slachtoffers. Desondanks wordt in de Actieagenda Schadelijke Praktijken geconstateerd dat de huidige aanpak in Nederland tekortschiet. Tegen deze achtergrond is in dit onderzoek verkend in hoeverre preventieve beschermingsbevelen, zoals die worden toegepast in België, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, kunnen bijdragen aan de Nederlandse praktijk Onderzoeksvragen Welke preventieve beschermingsbevelen kent Nederland nu en welke bescherming bieden deze aan (potentiële) slachtoffers van huwelijksdwang, achterlating en VGV? Welke preventieve beschermingsbevelen worden in België, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk ingezet om huwelijksdwang, achterlating en VGV te voorkomen? Leiden deze buitenlandse preventieve beschermingsbevelen tot een hoger beschermingsniveau dan in Nederland mogelijk is? Wat is er nodig om dergelijke preventieve beschermingsbevelen ook in Nederland in te voeren? INHOUD Inleiding Huidige preventieve beschermingsmaatregelen in Nederland Knelpunten in de bescherming van potentiële slachtoffers in Nederland Preventieve beschermingsbevelen in België, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk Onderscheidende kenmerken van Britse protection orders Geleerde lessen uit het Verenigd Koninkrijk De potentie van een hybride aanpak Conclusie en aanbevelingenThis is a comparative legal study on the use of preventive protection orders in cases of forced marriage, transnational abandonment and female genital mutilation (FGM). The study was commissioned by the Research and Data Centre (WODC) and carried out between October 2024 and May 2025. Background and objectives of the study Forced marriage, transnational abandonment and FGM are internationally recognised as serious human rights violations. In the Netherlands, it is estimated that each year, hundreds to thousands of individuals are at risk of being subjected to these forms of violence. While girls and women are most affected, boys, men, and LGBTQI+ individuals may also face risks. The Dutch government is committed to preventing these practices and ensuring effective protection for (potential) victims. However, the national Action Agenda on Harmful Practices acknowledges that the cur rent Dutch approach remains inadequate. Against this backdrop, the study explores the extent to which preventive protection orders – as applied in Belgium, Denmark, Norway and the United Kingdom – could strengthen Dutch practice
Evaluation Dutch Foundation for Consumer Complaints Boards
Dit onderzoek betreft een evaluatie van de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC). Het gaat om een evaluatie van de toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van de SGC in de periode 2017 tot en met 2023. Ook is gekeken naar de mate waarin de SGC voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving, de positie die de SGC bekleedt in het geheel van geschilbeslechting in Nederland en de meerwaarde van een hogere publicatiegraad van de uitspraken van de SGC. Onderzoeksvragen In hoeverre heeft de SGC een toegankelijke klacht- en geschilafdoening gerealiseerd? In hoeverre heeft de SGC een kwalitatief goede klacht- en geschilafdoening gerealiseerd? In hoeverre heeft de SGC een doelmatige klacht- en geschilafdoening gerealiseerd? In hoeverre voldoet de SGC aan de wet- en regelgeving voor buitengerechtelijke geschilbeslechting? Welke positie bekleedt de SGC in het geheel van geschilbeslechting in Nederland? Kan er duiding worden gegeven aan de meerwaarde van een hogere publicatiegraad van SGC-uitspraken? INHOUD Inleiding De positie van de SGC De kwaliteit van de SGC ConclusieThis research concerns the evaluation of the Dutch Foundation for Consumer Complaints Boards (Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken, SGC). This evaluation considers the accessibility, quality and efficiency of the SGC in the period 2017 to 2023. The extent to which the SGC complies with current laws and regulations, the position that the SGC occupies in the field of dispute resolution as a whole in the Netherlands, and the added value of a higher degree of publication of the SGC's rulings are other topics addressed in this evaluation
Radicalization and psychosocial issues: Better understanding, better intervention
Radicalisering die uitmondt in terrorisme blijft een gevaar voor de Nederlandse samenleving. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de rol van psychosociale factoren in het radicaliseringsproces. Het huidige onderzoek is erop gericht om de beschikbare wetenschappelijke kennis overzichtelijk weer te geven. Ook wordt er gekeken naar de laatste stand van zaken op het gebied van interventies die in de praktijk gedaan worden. Tenslotte kijken de onderzoekers naar hoe de samenwerking tussen zorg-, veiligheids- en het sociale domein verloopt en verder kan worden geprofessionaliseerd. Hiertoe is een analyse verricht van de beschikbare wetenschappelijke literatuur (theorie), is er een systematisch literatuuronderzoek verricht naar evaluaties van interventies die radicalisering tegengaan (interventies) en zijn er focusgroepen en interviews gehouden met professionals uit het zorg-, veiligheids- en sociale domein (de praktijk). De resultaten worden hier beknopt besproken aan de hand van drie thema's. De onderzoekers geven aan het einde van de bespreking van elk thema onze aanbevelingen. INHOUD Algemene Inleiding Theoretisch Kader Een Systematisch Literatuuronderzoek naar Psychosociale en Therapeutische Interventies die Radicalisering Tegengaan Interventies Gericht op het Tegengaan van Radicalisering in Nederland en Omringende Landen Focusgroepen en Interviews met Experts Conclusies en AanbevelingenRadicalization that culminates in terrorism remains a danger to Dutch society. There is still much uncertainty about the role of psychosocial factors in the radicalization process. The current research aims to provide an overview of the available scientific knowledge. It also looks at the latest state of interventions being done in practice. Finally, the researchers look at how the cooperation between care-, security- and the social domain is taking place and can be further professionalized. To this end, an analysis of the available scientific literature was conducted (theory), a systematic literature review was conducted on evaluations of interventions that counter radicalization (interventions), and focus groups and interviews were conducted with professionals from the care-, security- and social domain (practice). The results are briefly discussed here based on three themes. The researchers provide their recommendations at the end of the discussion of each theme
Work changes among sex workers
In Nederland is sekswerk legaal, maar het heeft nog geen vanzelfsprekende positie op de arbeidsmarkt of in de samenleving. Hierdoor kan werkverandering – binnen of buiten de erotische branche – uitdagend zijn. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in dit proces van werkverandering vanuit het perspectief van sekswerkers. Het onderzoek richt zich op de volgende hoofdvragen, die nader zijn uitgewerkt in een reeks deelvragen: Hoe verloopt het proces van werkverandering? Welke ondersteuning wordt daarbij wel of niet aangeboden en ingezet, en hoe wordt deze ervaren? Welke factoren dragen positief of negatief bij aan het proces en resultaat van werkverandering? Welke verbeteringen zijn mogelijk en wenselijk in de ondersteuning van sekswerkers die ander werk willen gaan doen? INHOUD Inleiding Ervaringen met sekswerk Veranderen van werk Begeleiding en ondersteuning Perspectief van beleidsmakers en hulpverleners ConclusieIn the Netherlands, sex work is legal, but it does not yet occupy a self-evident position in the labor market or in society. As a result, changing jobs—whether within or outside the erotic industry— can be challenging. The aim of this study is to gain insight into this process of occupational change from the perspective of sex workers. The study addresses the following main questions, which are further elaborated into a series of sub-questions: How does the process of occupational change unfold? What kinds of support are or are not offered and used in this process, and how are they experienced? Which factors contribute positively or negatively to the process and outcomes of occupa tional change? What improvements are possible and desirable in the support provided to sex workers seeking alternative employment?>/OL