WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Application of article 13b of the Dutch Opium Act
Under Article 13b of the Dutch Opium Act (the Dutch Anti-Drugs Act, also known as the Damocles Act), the mayor has the power to impose an administrative enforcement order on a building if drugs are sold, delivered, supplied, or present for one of these purposes, in or near the building. This includes both public and non-public premises, including owner-occupied housing. An administrative enforcement order often leads to the closure of the public or non-public premises (or entire plot), a coercive penalty payment or a warning. Since 2019, the mayor is also entitled to impose an administrative enforcement order if objects or substances are present of which the person concerned knew or should have known that they are used for the sale of drugs, amongst other things. The main questions of this research are: 1) How is the power in Article 13b of the Opium Act applied by mayors? 2) What are the consequences of the application? 3) How often is legal action taken against the use of this power? 4) How do judges in (higher) appeal cases review the application of the power in Article 13b of the Opium Act?In 1999 werd artikel 13b Opiumwet – ook wel de Wet Damocles genoemd – ingevoerd met als doel de burgemeester te voorzien in de mogelijkheid om op te treden tegen drugshandel in of nabij voor-publiek-toegankelijke lokalen. De wet bleek zo doelmatig dat het toepassingsbereik van de bevoegdheid in 2007 werd uitgebreid tot woningen. Sindsdien is de burgemeester bevoegd om ten aanzien van woningen en voor-het-publiek-toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een last onder bestuursdwang op te leggen indien soft- of harddrugs worden ‘verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig’ zijn. In de praktijk kan het toepassen van de bevoegdheid leiden tot de sluiting van een pand5 of perceel, een last onder dwangsom of een waarschuwing. De vier hoofdvragen van het onderzoek luiden als volgt: 1) Hoe wordt de bevoegdheid uit artikel 13b Opiumwet toegepast door burgemeesters? 2) Wat zijn de gevolgen van de toepassing? 3) Welke rechtsmiddelen worden hoe vaak aangewend tegen toepassing van de bevoegdheid? 4) Hoe oordelen rechters in (hoger) beroepszaken over de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Het beoordelingskader van de afdeling: rechterlijke toetsing van artikel 13b lid 1 onder A Opiumwet, 3. Het beoordelingskader van de afdeling: rechterlijke toetsing van artikel 13b lid 1 onder B Opiumwet, 4. Artikel 13b Opiumwet in cijfers: analyse van enquêtegegevens, 5. Artikel 13b Opiumwet in cijfers: analyse van de rechtspraak, 6. Artikel 13b Opiumwet in de praktijk: analyse van casestudies en interviews, 7. Conclusi
Insight into the nature and size of the group of habitual offenders in bankruptcy fraud (full text only available in Dutch)
The aim of this research is to gain a better insight into the nature and size of the group of habitual offenders in bankruptcy fraud and their modus operandi. This study also attempts to provide insight into how habitual offenders of bankruptcy fraud are handled by the various actors and how this approach can be improved. Particular attention is paid to the possibilities and impossibilities of proactively identifying and following individual habitual offenders within the framework of the rule of law. To this end, the following two main questions are central: (i) to what extent are there possibilities to detect professional fraudsters or habitual offenders in bankruptcy fraud and to identify the risk of recidivism at an early stage?, and (ii) how can the current approach to habitual offenders of bankruptcy fraud be improved in terms of detection, intervention, cooperation, information exchange and legislation?Om beter inzicht te verkrijgen in de aard en omvang van de groep van veelplegers in de faillissementsfraude en hun modus operandi, is onderzoek uitgevoerd naar deze groep. Tevens heeft deze studie tot doel om inzichtelijk te maken op welke wijze veelplegers van faillissementsfraude momenteel door de verschillende actoren betrokken in de aanpak worden bestreden en hoe die aanpak kan worden verbeterd. Hierbij wordt met name aandacht besteed aan de (on)mogelijkheden van proactief signaleren en volgen van individuele veelplegers binnen de kaders van de rechtstaat. Hiertoe staan de volgende twee hoofdvragen centraal: Hoofdvraag 1 : In hoeverre zijn er mogelijkheden om beroepsfraudeurs c.q. veelplegers in de faillissementsfraude te detecteren en het risico op recidive vroegtijdig te kunnen signaleren? Hoofdvraag 2: Hoe kan de huidige aanpak van veelplegers van faillissementsfraude worden verbeterd als het gaat om detectie, interventies, samenwerking, informatiedeling en wetgeving? INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader en beleidstheorie 3. Veelplegers van faillissementsfraude 4. Omvang van de groep veelplegers van faillissementsfraude 5. Actoren en hun rol in de aanpak 6. Conclusi
Ontwikkelingen en samenhangen
De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving brengt ontwikkelingen in en samenhangen tussen criminaliteit en rechtshandhaving in kaart. Deze 19e editie richt zich daarbij met name op de periode 2010 tot en met 2020. Deze editie staat weer boordevol informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel hiervan wordt opgespoord, de strafrechtelijke reactie die justitie hierop heeft, de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties en ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan. Verder worden de uitgaven gemoeid met sociale veiligheid beschreven. Ten slotte is er aandacht voor de ontwikkelingen in internationaal perspectief. C&R is oorspronkelijk door WODC en CBS opgezet. Sinds 2011 werkt de Raad voor de rechtspraak aan deze publicatie mee en in de onderhavige editie C&R 2020 ook de politie en het Openbaar Ministerie, waardoor de expertise verder is verbreed. C&R 2020 omvat de strafrechtsketencijfers inclusief het eerste jaar van de COVID-19-pandemie. C&R beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers. Wat zich qua ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. Mogelijke verbanden met COVID-19 komen alleen aan de orde voor zover daar voldoende aanwijzingen voor zijn. Een parallel aan deze editie te verschijnen WODC-publicatie (zie: link hiernaast) gaat meer in detail in op het effect van de COVID-19-pandemie op de criminaliteit en de strafrechtsketen. De publicatie 'Criminaliteit en rechtshandhaving 2020' is ook terug te vinden op de websites van het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast is de publicatie beschikbaar op het digitale platform www.criminaliteitinbeeld.nl, een initiatief gedragen door het WODC, het CBS, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een overzicht van vorige edities van C&R is te vinden op de speciale webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem 3. Criminaliteit en slachtofferschap 4. Misdrijven en opsporing 5. Vervolging 6. Berechting 7. Tenuitvoerlegging van sancties 8. De strafrechtsketen in samenhang 9. Overtredingen 10. Uitgaven aan sociale veiligheid 11. Nederland in internationaal perspectie
Section 2.3 of the Dutch Forensic care act in practice; application and experiences of professionals during the first one and a half year the section was in effect (full text only available in Dutch)
Section 2.3 of the Forensic care act (Dutch: Wet forensische zorg or Wfz, hereafter called Section 2.3 Wfz) came into force on January 1st 2020, one year after the other sections of the Wfz were implemented, and simultaneously with the implementation of the Compulsory mental healthcare act (Dutch: Wet verplichte geestelijke gezondheids-zorg or Wvggz) and the Care and compulsion act (Dutch: Wet zorg en dwang or Wzd). The intention of section 2.3 Wfz is to improve the link between the forensic and civil mental healthcare system, with the goal of improving the continuity of mental health care during and after patients’ trajectories within the criminal justice system. Section 2.3 Wfz provides the criminal court judge with the opportunity to issue a care authorization for compulsory mental healthcare as outlined in the Wvggz, or a court authorization as outlined in the Wzd. The criminal court judge can do so either at the request of the public prosecutor or ex officio.Artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz) is per 1 januari 2020 in werking getreden, een jaar na inwerkingtreding van de overige delen van de Wfz en gelijktijdig met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). Met dit zogeheten schakelartikel wordt beoogd de forensische en reguliere zorg beter op elkaar aan te laten sluiten, met als doel om de continuïteit van zorg tijdens en na afloop van het strafrechtelijk kader te versterken. Artikel 2.3 Wfz biedt de strafrechter de mogelijkheid om, op verzoek van de officier van justitie of ambtshalve, een civielrechtelijke machtiging voor verplichte zorg volgens de Wvggz of de Wzd af te geven. Het doel van het onderzoek is om een beeld te geven van de werking van artikel 2.3 Wfz in de eerste anderhalf jaar na inwerkingtreding. Daartoe onderzoeken wij de toepassing van artikel 2.3 Wfz en de ervaringen van ketenpartners met dit artikel. De onderzoeksvragen luiden: 1 Hoe vaak is artikel 2.3 Wfz in de eerste anderhalf jaar na inwerkingtreding toegepast? 2 Welke ervaringen hebben ketenpartners met artikel 2.3 Wfz gedurende de eerste anderhalf jaar na inwerkingtreding? INHOUD: 1. Inleiding en methoden 2. Artikel 2.3 Wet forensische zorg 3. Artikel 2.3 Wfz in cijfers 4. Doelgroep zorgmachtiging artikel 2.3 Wfz 5. Voorbereiding zorgmachtiging artikel 2.3 Wfz 6. Uitvoering zorgmachtiging artikel 2.3 Wfz 7. Artikel 2.3 Wfz in combinatie met de Wzd 8. Slothoofdstu
Separate placing of brothers and sisters after joint Out-of-Home Placement throughout the Netherlands (full text only available in Dutch)
An out-of-home placement may be necessary for children who are experiencing serious adversities within their current home setting. This is a drastic last resort to ensure the safety and proper development of the child, or to give the child a treatment that is not possible within their current setting. The Guideline for Out-of-Home Placements (Richtlijn Uithuisplaatsingen) for youth support and protection advises to place siblings together unless it is otherwise not possible or desirable. The aim of the current study was to obtain a valid and reliable estimate of the percentage of siblings who are placed separately after joint out-of-home placement throughout the Netherlands, as well as identify the reasons for separation. To investigate the research question, a multi-method, multi-informant study consisting of document analysis and interviews was conducted.ls het thuis in een gezin niet goed gaat, kan een uithuisplaatsing van één of meerdere kinderen nodig zijn. Uithuisplaatsing is een ingrijpend laatste redmiddel om ervoor te zorgen dat het kind veilig is en zich goed kan ontwikkelen, of om een kind een behandeling te geven die anders niet mogelijk is. In de Richtlijn Uithuisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming wordt geadviseerd om broers en zussen waar mogelijk samen te plaatsen tenzij dat om bepaalde redenen niet mogelijk of wenselijk is. Het doel van het huidige onderzoek was om tot een valide en betrouwbare schatting te komen van het percentage broers en zussen dat na gezamenlijke uithuisplaatsing gescheiden wordt geplaatst, en om te achterhalen welke redenen hieraan ten grondslag liggen. Voor beantwoording van de onderzoeksvraag is gebruik gemaakt van een multi-method, multi-informant onderzoek bestaande uit dossieronderzoek en interviews
literature review into the effects of crime prevention (full text only available in Dutch)
The aim of this literature review is to use key publications and review ARTICLES: to outline what is known about the effects of crime prevention on core themes. We have formulated the following problem definition for this research: What conclusions can be drawn about the effects of crime prevention on the basis of existing (national and international) review ARTICLES: and key publications? In addition to this problem definition, it was examined whether it is possible to provide insight into the financial costs and benefits of crime prevention. For four themes we translated the results of the international studies we found, into the Dutch policy context. These four themes are: domestic burglaries, involving citizens in prevention (including: youth crime), violence in cafés and clubs, and organised crime.Het doel van het literatuuronderzoek is om op basis van sleutelpublicaties en overzichtsartikelen een beeld te schetsen van wat over de effecten van criminaliteitspreventie op kernthema’s bekend is. Om dit te onderzoeken is de volgende probleemstelling geformuleerd: Welke conclusies kunnen op basis van bestaande (nationale en internationale) overzichtsartikelen of sleutelpublicaties getrokken worden over de effecten van preventie? Secundair aan deze probleemstelling is gekeken of er inzicht verkregen kan worden in de financiële kosten en baten van preventie. Voor vier thema’s zijn de uitkomsten van de aangetroffen internationale onderzoeken vertaald naar de Nederlandse beleidscontext. Deze vier thema’s zijn: woninginbraken, betrekken van burgers bij preventie (met hierbinnen: jeugdcriminaliteit), uitgaansgeweld en georganiseerde criminaliteit. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Thema's criminaliteitspreventie, 3. Thema's literatuursynthese, 4. Conclusies
Interpretation and implementation of the Returns Directive (full text only available in Dutch)
Legislation on the return of illegally residing third-country nationals is harmonised at EU level in Directive 2008/115/EC on common standards and procedures in Member States for returning thirdcountry nationals staying on their territory illegally (the Returns Directive). This Directive came into force in 2008 and was implemented in 2011 in the Netherlands by the Aliens Act 2000 and its underlying regulations. The central questions in this study are: What is the impact in the Netherlands of the implementation of the Returns Directive and the interpretation of relevant case law, in particular concerning the detention of third-country nationals? And what has been the impact of the Directive in Belgium, Denmark, Germany, and Norway?Het onderzoek betreft een analyse van zowel de Europese regelgeving en jurisprudentie met betrekking tot de Terugkeerrichtlijn, als de Nederlandse wetgeving en rechtspraak. Er tevens is een beschrijvende analyse van de beschikbare data van DT&V gemaakt. De hoofdvraag hierbij is welke invloed heeft de implementatie van de Terugkeerrichtlijn en de interpretatie van bijhorende jurisprudentie met focus op de inbewaringstelling van derdelanders in Nederland gehad? Daarnaast is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de implementatie van de Terugkeerrichtlijn in België, Denemarken, Duitsland, en Noorwegen. INHOUD: 1. Inleiding, 2. De Terugkeerrichtlijn en de jurisprudentie van het HvJ, 3. Implementatie van de Terugkeerrichtlijn in het Nederlandse vreemdelingenrecht, 4. De data en de observaties van respondenten, 5. Implementatie van de Terugkeerrichtlijn in andere Europese staten, 6. Conclusie
Background characteristics and recidivism among offenders of high impact crimes convicted between 2002 and 2017 (full text only available in Dutch)
In the current study, we examined the background characteristics and recidivism of domestic burglars, street robbers and non-street robbers convicted between 2002 and 2017. This study is part of a five-year research program into recidivism among HIC offenders, which started mid-2016. The current study is a follow-up on three earlier recidivism studies among all convicted HIC offenders in the Netherlands in 2002-2013, 2002-2015, and 2002-2016 and a feasibility study into regional recidivism rates among convicted HIC offenders. The following research questions were answered: 1 What are the background characteristics of convicted HIC offenders in 2017 and how do the characteristics of this group compare to the characteristics of the total group of convicted offenders in 2017? 2 What is the recidivism rate among convicted HIC offenders in 2017: What percentage of the HIC offenders came back into contact with the criminal justice system within two years of their HIC criminal case (prevalence of recidivism)? How does the recidivism rate among this group compare to the recidivism rate among the total group of convicted offenders in 2017? 3 How do recidivism rates among convicted HIC offenders develop over time from 2008 to 2017, taking into account shifts in the background characteristics of offenders over time? 4 What are the recidivism rates among convicted HIC offenders in 2015 through 2017 for each court, taking into account differences in the background characteristics of offenders between the different courts?Als onderdeel van een vijfjarig onderzoeksprogramma naar de recidive onder HIC-daders (2016-2021) wordt jaarlijks verslag gedaan van de achtergronden en reci-dive van daders van woninginbraak, straatroof en overvallen die zijn veroordeeld voor een dergelijk delict. De huidige studie betreft een vervolg op drie eerdere recidivemetingen onder alle veroordeelde HIC-daders in Nederland in 2002-2013, 2002-2015, en 2002-2016, en de haalbaarheidsstudie naar regionale recidivecijfers onder veroordeelde HIC-daders. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: 1 Wat zijn de achtergrondkenmerken van de veroordeelde HIC-daders in 2017 in Nederland? Hoe verhouden de achtergrondkenmerken van deze groepen zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders in 2017? 2 Welk percentage van de HIC-daders veroordeeld in 2017 kwam binnen twee jaar na de HIC-strafzaak opnieuw in aanraking met justitie (recidiveprevalentie)? Hoe verhoudt de recidive van HIC-daders zich tot die van de totale groep van veroordeelde daders in 2017? 3 Wat is de ontwikkeling van de recidive bij de veroordeelde HIC-daders in 2008 tot en met 2017, rekening houdend met verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daders over de tijd? 4 Wat is de recidive onder veroordeelde HIC-daders in 2015 tot en met 2017 uitgesplitst naar de rechtbank waar de zaak is afgedaan, rekening houdend met verschillen tussen de rechtbanken in de achtergrondkenmerken van de daders die er zijn berecht
Tussenrapportage
De centrale probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: “Wat zijn de ervaringen (good en bad practices) met en de ervaren impact van de in 2019 met behulp van de toegekende extra financiële middelen (Ondermijningsgelden en structurele middelen) ingezette versterking van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit door regionale en landelijke partijen in de periode van 2019 tot en met 2021? Welke leerervaringen en lessen uit deze brede versterkingsbeweging kunnen al tijdens de implementatieperiode worden geformuleerd ten behoeve van de ketenpartners en het ministerie van Justitie en Veiligheid?” Het doel van de voorliggende tussenrapportage is om op basis van opgedane indrukken, observaties en percepties van personen die bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit zijn betrokken, enkele eerste belangrijke inzichten te presenteren over het verloop van het proces dat is ingezet om deze aanpak te stimuleren. Het tussenrapport beoogt op die manier een constructieve bijdrage aan de versterking van de aanpak van ondermijnende criminaliteit te leveren. Het is echter zeker niet de intentie om nu al de eindbalans van dit proces op te maken. Daarvoor is de wetenschappelijke diepgang van de resultaten nog te beperkt. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Verantwoording, 3. Ambities en verwachtingen, 4. Kennen, 5. Kunnen, 6. Willen, 7. Slotbeschouwin
Criminal careers of offenders of high-impact crimes (full text only available in Dutch)
The term high-impact crimes (HIC) has been used in the Netherlands to indicate offences that have a major impact on the victim and society, and include domestic burglary, street robbery and non-street robbery. Previous studies have shown that HIC offenders are an active offender group, who often engage in criminal behavior from a young age, commit a large number of offences and do not limit themselves to one type of offence. There are reasons to assume that HIC offenders have extensive criminal careers and that they differ from criminal careers of non-HIC offenders, both in nature and size. The current study, as part of a five-year research program into recidivism among HIC offenders, examined criminal behavior from early adolescence to adulthood. The main goals of the research were to provide insights in characteristics of criminal careers of HIC offenders, describe patterns of criminal behavior throughout these careers, and study the extent to which the type of offence in the first criminal case and the age at the time of the first criminal case are related to the duration and size of the criminal career.In de huidige studie, waarin crimineel gedrag van vroege adolescentie tot volwassenheid is bestudeerd, krijgen we inzicht in de kenmerken van criminele carrières van HIC-daders in Nederland, welke patronen van crimineel gedrag te ontwaren zijn, en in hoeverre het type delict en de leeftijd ten tijde van de eerste strafzaak van invloed zijn op de duur en omvang van de criminele carrière. Het onderzoek kan dan ook waardevol zijn in het bepalen van het type dader waar beleidsmaatregelen zich op moeten richten om het aantal HIC-daders met een lange en actieve criminele carrière terug te dringen. Onderzoeksvragen: 1 Wat zijn de kenmerken van de criminele carrière van HIC- en niet-HIC-daders in termen van de startleeftijd, eindleeftijd, duur, frequentie en specialisatie? 2a Welke dadertrajecten zijn er in termen van strafzaakfrequentie te ontwaren gedurende de criminele carrière onder de drie typen HIC-daders, en verschillen deze trajecten ten opzichte van niet-HIC-daders? 2b Zijn er verschillende dadertrajecten in termen van strafzaakfrequentie te ontwaren onder de drie typen HIC-daders aan de hand van de leeftijd waarop zij hun eerste strafzaak hebben? 3a Is het type delict in de eerste strafzaak gerelateerd aan de daaropvolgende strafzaakfrequentie? 3b Is de relatie tussen het type delict in de eerste strafzaak en daaropvolgende strafzaakfrequentie gerelateerd aan de leeftijd ten tijde van de eerste strafzaak