WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Coffeeshops in the Netherlands 2020 (full text only available in Dutch)
This report discusses the results of the 15th measurement of the number of tolerated cannabis points of sale (coffee shops) in the Netherlands and the municipal coffee shop policy. Commissioned by the Research and Documentation Centre (WODC) of the Dutch Ministry of Justice and Security, bureau Breuer&Intraval accurately follows the developments concerning coffee shops since 1999, using this monitor. The monitor includes four subjects: number of coffee shops; municipal policy; enforcement policy; and sanctions policy.Sinds 1999 wordt in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid (twee)jaarlijks het aantal coffeeshops en het gemeentelijke coffeeshopbeleid geïnventariseerd. In dit rapport wordt verslag gedaan van de huidige meting over 2020 en brengen we wederom de recente ontwikkelingen in het aantal coffeeshops en het bijbehorende beleid in kaart. Voor deze meting hebben we gemeenteambtenaren - die betrokken zijn bij het coffeeshopbeleid in hun gemeente - bevraagd over het aantal coffeeshops in hun gemeente en het gevoerde vestigings-, handhavings- en sanctiebeleid ten aanzien van coffeeshops. Ook zijn we nagegaan welke voornemens ten aanzien van hun coffeeshopbeleid gemeenten hebben voor de toekomst. Waar mogelijk worden vergelijkingen gemaakt met voorgaande metingen. Deze meting geeft inzicht in de beleidsmatige situatie eind 2020 en brengt de ontwikkelingen in het aantal coffeeshops in kaart voor de periode 1999 tot en met 2020. De centrale probleemstelling van de monitor luidt als volgt: Hoeveel coffeeshops zijn er in Nederland in 2019, 2020 en het voorjaar van 2021 en welk coffeeshopbeleid voeren Nederlandse gemeenten in 2020? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Aantallen coffeeshops in Nederland, 3 Gemeentelijk beleid, 4. Handhavingsbeleid, 5. Conclusies
Evaluation of the Legal Entities (Supervision) Act (full text only available in Dutch)
De Wet controle op rechtspersonen (Wcr) is op 1 juli 2011 in werking getreden. De wet heeft tot doel om met doorlopend toezicht de aanpak van misbruik van rechtspersonen te verbeteren. De uitvoering van de Wcr is belegd bij de afdeling Toezicht op Rechtspersonen, Analyse, Controle en Kennisgeving (TRACK) van Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Het doel van de evaluatie van de Wcr is drieledig: 1. het bieden van inzicht in de mate waarin de inrichting van de Wcr kan bijdragen aan zijn doelstellin-gen (planevaluatie); 2. nagaan in welke mate de Wcr wordt uitgevoerd zoals beoogd (procesevaluatie); 3. onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor de verbetering van de huidige uitvoering van de Wcr en de benutting van de TRACK-producten. INHOUD: 1. Evaluatie Wcr: doel en vraagstelling, 2. De beleidslogica van de Wcr, 3. De uitvoering van de Wcr, 4. Kosten en tarieven, 5. Conclusie
Policy in the starting blocks; The role of policy in developments in the position and life situation of Syrian asylum permit-holders (full text only available in Dutch)
The purpose of the project ‘Longitudinal Cohort Study of Asylum-seekers and Asylum Permit-holders is to investigate the position and life situation of permit holders and map any changes over time. This fourth quantitative study within that project is an explanatory study which focuses primarily on Syrian permit-holders. They are by far the biggest group of permit-holders who have come to live in the Netherlands in recent years. This study investigates what factors influence changes in the position and life situation of Syrian permit-holders, and looks in particular at the role of policy factors. The intention is to gain a better understanding of the crucial factors which can facilitate a good start. What works? And what does not?Het project ‘Longitudinaal cohortonderzoek asielzoekers en statushouders’ heeft als doel om de positie en de leefsituatie van statushouders te onderzoeken en veranderingen in kaart te brengen. Dit is de vierde kwantitatieve studie binnen dat project. Deze studie is verklarend van aard en richt zich primair op Syrische statushouders. Zij maken verreweg het grootste deel uit van de groep statushouders die in de afgelopen jaren in Nederland is komen wonen. De studie gaat na welke factoren van invloed zijn op veranderingen in de positie en de leefsituatie van Syrische statushouders, met een sterke focus op de rol van beleidsfactoren. Hiermee pogen we beter zicht te krijgen op cruciale factoren die een goede start faciliteren. Wat werkt (niet)? INHOUD: Inleiding: de leefsituatie verklaard - Willem Huijnk en Jaco Dagevos (SCP) De rol van psychische en fysieke gezondheid bij succesvol inburgeren in Nederland - Ellen Uiters en Annemarie Ruijsbroek (RIVM), met medewerking van drs. Evert Bloemen Taal met beleid. Factoren achter de taalverbetering van Syrische statushouders - Linda Bakker (Signi cant Public), Jaco Dagevos (SCP) en Maja Djundeva (SCP) Arbeidsdeelname van statushouders en hun dynamiek op de arbeidsmarkt - Dion Dieleman, Corina Huisman, Stephan Verschuren (CBS) Wat werkt? Over de invloed van beleid op de start van de arbeidsloopbaan van Syrische statushouders - Roxy Damen, Willem Huijnk en Maja Djundeva (SCP) Een goed begin is het halve werk? - Mieke Maliepaard, Sanne Noyon en Djamila Schans (WODC
Evaluation of the pilot project '32-hour workweek for detainees' (full text available in Dutch)
An evaluation of the pilot project called "32-hour workweek for detainees". In this pilot project, work in detention is extended from the regular 20 hours per week to 32 hours per week in five correctional facilities (CFs). The evaluation consists of three interlocking research components: a plan evaluation, a process evaluation, and a outcome measurement. In this report, we will discuss the conclusions of the first research component - the plan evaluation - which focuses on providing insight into and evaluating the philosophy behind the pilot.De beweegredenen voor het opstarten van de pilot ’32 uur werken met gedetineerden’ passen in een langere tendens waarbij wordt gestreefd naar een succesvollere re-integratie van ex-gedetineerden. De hieraan gekoppelde (meetbare) doelstelling is het verminderen van de recidive onder de doelgroep ex-gedetineerden. Om hieraan bij te dragen richt de pilot zich op één specifieke basisvoorwaarde: het verbeteren van de arbeidstoeleiding van ex-gedetineerden. In deze pilot wordt in vijf penitentiaire inrichtingen de arbeid in detentie uitgebreid van de reguliere 20 uur naar 32 uur per week. De evaluatie bestaat in totaal uit drie op elkaar inspelende onderzoeksonderdelen, te weten de planevaluatie, de procesevaluatie en de resultaatmeting. In dit rapport wordt het eerste onderzoeksonderdeel: de planevaluatie besproken. INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelen 3. Selectiecriteria, maatregelen en organisatie 4. Beleidslogica 5. Conclusie
Adolescent criminal law - The effects of adolescent criminal law on resocialisation and recidivism among young adults (full text only available in Dutch)
Adolescent criminal law came into force on 1 April 2014, aiming at the flexible use of juvenile and adult criminal law for criminals aged 16 through 22 years old. It is not a separate type of criminal law, but concerns amendments to the Criminal Code and the Code of Criminal Procedure. The emphasis is on juvenile criminal law for ages 18 through 22 (Section 77c of the Criminal Code) and advisory procedures by, amongst others, clinical experts during criminal procedure. The overrepresentation of young people in crime statistics is the reason for focusing on this age group. The current study examines the effectiveness of juvenile criminal law for young adults (i.e., 18 through 22 years old) on both resocialisation and recidivism outcomes.Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in Nederland in werking getreden. Met het adolescentenstrafrecht wordt door de wetgever een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen beoogd. Het adolescenten-strafrecht is geen apart type strafrecht maar bestaat uit een aantal wijzigingen in het wetboek van Strafrecht en wetboek van Strafvordering. De nadruk ligt daarbij op de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen (artikel 77c Sr.) en de advisering ten behoeve van de berechting. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen op recidive en resocialisatie. Dit onderzoek is zowel beschrijvend als evaluerend van aard. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1 a Wat zijn de kenmerken van opleiding, woonsituatie en werk (resocialisatie) van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht? b Welke veranderingen doen zich voor in resocialisatie bij jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht na afronding van de sanctie in vergelijking met de situatie bij instroom bij het OM? c Wat is de recidive van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht? d Wat is de relatie tussen veranderingen in resocialisatie en recidive? e Wat is de relatie tussen verschillende jeugdsancties (voorwaardelijke en onvoorwaardelijke jeugddetenties en taakstraffen) en recidive? 2 a Wat is het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen op de recidive twee jaar na afronding van de opgelegde sanctie? b Wat is het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen op veranderingen in opleiding, woonsituatie en werk (als indicatoren van resocialisatie)
The future of DNA analysis (full text only available in Dutch)
ARTICLES: : 1. The future of DNA analysis 2. Commercial DNA databases: A mixed blessing or a threat to forensic practice? 3. The use of DNA in the criminal investigation process 4. A gold mine full of tips: The use of genealogical DNA databases in criminal investigation and identification 5. Public values and the use of genetic data 6. Direct-to-consumer (DTC) genetic testing: Consequences of sharing our DNAARTIKELEN: Amade M'charek en Peter de Knijff - Commerciële DNA-databanken: Een mixed blessing of een bedreiging voor de forensische praktijk? Christianne de Poot - Het gebruik van DNA in het opsporingsproces Lex Meulenbroek en Diederik Aben - Een goudmijn vol tips: Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie Petra Verhoef, Yayouk Willems en Marc Groenen - Publieke waarden en het gebruik van genetische gegevens Nico Kaptein - Genealogische DNA-databanken: Consequenties van het delen van ons DNA SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen is gewijd aan de razendsnelle ontwikkeling die DNA-analyse sinds de eeuwwisseling heeft doorgemaakt en de consequenties daarvan. Als gevolg van deze ontwikkeling kregen politie en justitie een belangrijk nieuw hulpmiddel in handen bij de opsporing van verdachten. Maar daar bleef het niet bij. Het is vooral de opkomst geweest van bedrijven die DNA-tests aanbieden aan particulieren (direct-to-consumer (DTC) genetic testing), die voor een enorme groei van DNA-analyse heeft gezorgd. Inmiddels hebben tientallen miljoenen mensen hun DNA laten testen door bedrijven zoals 23andMe, AncestryDNA en FamilyTreeDNA. Het doorverkopen van DNA-gegevens is voor deze bedrijven een belangrijke inkomstenbron. DNA dat is ingestuurd voor een persoonlijke analyse, wordt soms ook voor andere doeleinden gebruikt. Steeds meer DNA-gegevens raken op deze wijze verspreid, zonder dat er zicht is op wat er precies met dit DNA gebeurt. Terwijl voor het beheer en gebruik van DNA-gegevens door politie en justitie strikte regels gelden, is dit vooralsnog niet het geval voor gegevens uit commerciële DNA-tests. Bij de ongecontroleerde wereldwijde verspreiding van DNA-gegevens en de mogelijke risico’s daarvan wordt in dit nummer uitgebreid stilgestaan. Teven besteden we aandacht aan het strafrechtelijk gebruik van DNA-data die door commerciële bedrijven zijn vergaard, investigative genetic genealogy (IGG). Ook de successen die daarmee zijn behaald in vastgelopen moordzaken, onder meer in de Verenigde Staten, worden besproken. Het is duidelijk dat lang niet iedereen die materiaal opstuurt naar een DTC-bedrijf een dergelijke toepassing voorziet, en dit gebruik is dan ook omstreden. Omdat DNA per definitie gedeeltelijk identiek is aan het DNA van verwanten, raakt dit niet alleen degenen die ervoor kiezen het DNA in te sturen, maar ook hun familieleden. Verwanten worden echter niet systematisch geïnformeerd en aan verwanten wordt in het algemeen geen toestemming gevraagd. Al met al is de situatie nu zo dat burgers geen universele en onvervreemdbare zeggenschap over hun DNA hebben, terwijl ze de consequenties van de verspreiding van DNA slechts beperkt kunnen overzien. Meerdere auteurs pleiten dan ook voor een grondige discussie over het gebruik van DNA-gegevens. Bij het verzamelen, analyseren en vertalen van DNA-gegevens zou bescherming van privacy wettelijk geregeld moeten zijn en dient genetische discriminatie te worden voorkomen. Ook moeten de verantwoordelijkheden voor degenen die DNA-gegevens toepassen, duidelijk worden omschreven
Franke’s ‘Twee eeuwen gevangen’: thirty years after (full text only available in Dutch)
ARTICLES: : Introduction: Franke’s 'Twee eeuwen gevangen' thirty years after - Jolande uit Beijerse, Miranda Boone and Marit Scheepmaker Civilization and emancipation, but whose exactly? 'Twee eeuwen gevangen' revisited after thirty years - René van Swaaningen Then and now: Does the Dutch prison system have the means to achieve its goals? - Toon Molleman From internal coercion to soft power. How civilization swallows emancipation - Miranda Boone On emancipation and prisoners’ rights. How living conditions worsened during the corona pandemic - Judith Serrarens Brittle foundations and alarming signals. Lessons from the ‘cellular drama’ for closed youth care - Jolande uit BeijerseARTIKELEN: Inleiding René van Swaaningen - Civilisatie en emancipatie, maar van wie precies? Twee eeuwen gevangen dertig jaar later Toon Molleman - Toen en nu: heeft het gevangeniswezen de middelen om zijn doelen te bereiken? Miranda Boone - Van zelfdwang naar zachte macht. Civilisatie slokt emancipatie op Judith Serrarens - Over emancipatie en de rechtspositie van gedetineerden. Levensomstandigheden in gevangenis ernstig verslechterd tijdens corona Jolande uit Beijerse - Broze fundamenten en alarmerende signalen. Lessen uit het ‘cellulaire drama’ voor gesloten jeugdhulp Christine Otten - In de roman kun je iedereen zijn. Over creatief schrijven in gevangenschap Cyrille Fijnaut - De betekenis van Herman Frankes proefschrift in een internationaal vergelijkende context Pieter Ippel - Macht, emancipatie, onmacht. Over de geschiedenis van het lijden van gedetineerden en gekken SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen (nr. 2/20021) is gewijd aan de recente heruitgave van Herman Frankes proefschrift Twee eeuwen gevangen. Misdaad en straf in Nederland. De vermaarde criminoloog, die zich later zou ontwikkelen tot romanschrijver, leverde destijds, in 1990, een dissertatie van bijna duizend pagina’s af. Onder studenten werd het wel ‘de baksteen’ genoemd. Niettemin leest het boek als een roman. Met veel gevoel voor detail wordt een beeld geschetst van de praktijk van het straffen gedurende twee eeuwen, de veranderingen die daarin optraden, en de politieke en maatschappelijke discussies die erover werden gevoerd. Er verscheen ook een publieksversie en de verkorte Engelse uitgave werd door de American Society of Criminology bekroond als beste buitenlandse studie. Het theoretisch fundament voor de beschouwing van Franke vormt de civilisatietheorie van Norbert Elias. De verschuiving van externe naar interne dwang, zoals die zich in de hele samenleving voltrok, maakte in de gevangenis ruimte voor varianten van straf die een groter beroep deden op de zelfdiscipline van gedetineerden (verlof, voorwaardelijke straf en voorwaardelijke veroordeling). Franke zette zich af tegen op dat moment dominante theoretische perspectieven, zoals de disciplineringsthese van Foucault (1975) en de arbeidsmarkthypothese van Rusche en Kirchheimer (1939). Een van zijn belangrijkste bezwaren tegen deze verklaringen is dat ze het doen voorkomen of veranderingen het gevolg zijn van menselijke bedoelingen. Zijn analyse laat juist zien dat veranderingen niet worden gestuurd, maar ontstaan. Ze zijn veel meer het gevolg van toevalligheden en tekortkomingen van menselijke strevingen en ze zijn ingebed in grotere maatschappelijke processen. In deze aflevering van Justitiële verkenningen wordt in acht artikelen gereflecteerd op het hedendaagse gevangeniswezen vanuit de optiek van het boek. Aldus biedt dit themanummer handvatten om in publieke en wetenschappelijke discussies over straf en detentie boven de waan van de dag uit te stijgen en nieuwe ontwikkelingen te relateren aan de theoretische concepten die Franke heeft geïntroduceerd
Reoffending during forensic care trajectories in the Netherlands, 2013-2017 (full text only available in Dutch)
The term forensic care (FC) refers to court mandated mental health care, drug rehabilitation and care for people with intellectual disabilities, under criminal law. The primary purpose of FC is the prevention of reoffending by offenders with mental health disorders. The present study is directed at the following questions: 1 How do FC-trajectories20 look like in terms of the typen of FC and patterns of downscaling and upscaling of restrictiveness? 2 Reoffending during FC-trajectories a What is the total amount and the type of crimes during FC-trajectories? b Which percentage of recipients of FC commit crimes during their FCtrajectories? c Which characteristics of the individuals (demographic and criminal) and the FC are associated with reoffending during FC-trajectories? 3 Reoffending during the various typen of FC a Which percentage of recipients of FC commits a crime during a particular type of FC? b Which characteristics of the individuals (demographic and criminal) and the FC are associated with reoffending during the various typen of FC?Forensische zorg (FZ) is de aanduiding voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg in een strafrechtelijk kader. Het primaire doel van de FZ is het risico op strafrechtelijke recidive van daders met een psychische stoornis te verminderen. Het onderzoek is gericht op de volgende vragen: 1 Hoe zien FZ-trajecten eruit in termen van typen FZ en afschaling dan wel opschaling van FZ? 2 Recidive tijdens FZ-trajecten: a Wat is de totale omvang en de aard van de recidive tijdens FZ-trajecten? b Welk percentage van de ontvangers van FZ recidiveert tijdens het FZ-traject? c Hoe hangt recidive tijdens FZ samen met demografische kenmerken, het strafrechtelijk verleden en kenmerken van de FZ? 3 Recidive tijdens verschillende typen FZ: a Welk percentage van de ontvangers van een bepaald type FZ recidiveert tijdens dat type FZ? b Welke achtergrondkenmerken (demografisch, strafrechtelijk, FZ-gerelateerd) hangen samen met recidive tijdens de verschillende typen FZ
Web harvesting (full text only available in Dutch)
From a policy perspective, web harvesting can be considered desirable. This follows from an analysis of the European and Dutch constitutional framework. In light of the need to protect freedom of expression, freedom of information and the right to research, it is legitimate and advisable to take measures that make web harvesting possible. With the creation of web archives, web harvesting contributes substantially to the realisation of these fundamental rights and freedoms. This applies not only to specific harvesting activities, such as event harvesting, but also to overarching national domain crawls.Aan het volgende onderzoeksrapport ligt de doelstelling ten grondslag om te inventariseren wat juridisch, beleidsmatig en technisch nodig is om webharvesting mogelijk te maken, onder meer in de vorm van een zogenaamde nationale “domeincrawl”: het systematische kopiëren en archiveren van webpagina’s die een afspiegeling vormen van de Nederlandse sociale, culturele, economische, juridische, politieke en wetenschappelijke geschiedenis online. INHOUD: 1. Inleiding: probleemstelling en onderzoeksopzet 2. Nationale domeincrawl: harvestingplannen 3. Juridisch kader voor webharvesting in Nederland 4. Juridisch kader voor webharvesting in het buitenland 5. Overzicht van beleidsopties 6. English summar
The role and position of the Dutch Public Prosecution Service as the competent authority in issuing and executing requests for EU cooperation in criminal matters (full text only available in Dutch)
On 27 May 2019 the Court of Justice of the European Union (hereafter: Court of Justice) in the joined cases of OG and PI ruled that national public prosecution services that are subject to directions or instructions from the executive branch, for example a minister of justice, do not qualify as an ‘issuing judicial authority’ within the meaning of Article 6 of the Framework Decision on the European arrest warrant (hereafter: Framework Decision EAW) and are therefore not authorized to issue a European arrest warrant (hereafter: EAW). The central research question of this report is: What are the different options for ensuring that the role and position of the Dutch Public Prosecution Service as the competent authority in issuing and executing requests for EU cooperation in criminal matters (especially EAWs and European Investigation Orders -EIOs) is in line with the requirements ensuing from the case law of the Court of Justice, and how is each option to be appraised in light of both the substantive and practical consequences thereof?In dit onderzoek beantwoorden we de volgende onderzoeksvraag: Welke verschillende opties kunnen worden onderscheiden om de rol en positie van het openbaar ministerie als bevoegde autoriteit bij de uitvaardiging en uitvoering van verzoeken tot strafrechtelijke samenwerking in EU-verband (in het bijzonder Europees aanhoudingsbevel en Europees onderzoeksbevel) in overeenstemming te doen zijn met de vereisten die voortvloeien uit relevante rechtspraak van het Hof van Justitie, en hoe moet elke optie afzonderlijk worden gewaardeerd in het licht van zowel inhoudelijke als praktische consequenties