WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Variants of Advance payment scheme Separate procedure for handling compensation claims by injured parties; Financial consequences for the State of the Advance payment scheme (full text only available in Dutch)
Het beoogde nieuwe Wetboek van Strafvordering bevat de mogelijkheid om complexe vorderingen tot schadevergoeding van slachtoffers van een gewelds- of zedenmisdrijf als benadeelde partijen af te splitsen van de hoofdzaak en in een afzonderlijke procedure in het strafrecht te behandelen. Hiertoe zou dan een aparte schadevergoedingskamer worden ingesteld. Momenteel worden dergelijke complexe vorderingen door de strafrechter niet-ontvankelijk verklaard. Het slachtoffer kan hiermee naar de civiele rechter, waarbij het dan meer obstakels om schadevergoeding toegewezen en geïnd te krijgen ontmoet dan in een strafproces. Met de voorgestelde afzonderlijke procedure binnen het strafrecht wordt beoogd de positie van het slachtoffer te versterken. In het onderhavige onderzoek zijn de effecten van de afzonderlijke procedure op het extra risico van de Staat geraamd, rekening houdend met door het ministerie van Justitie en Veiligheid ten behoeve van het onderzoek opgestelde uitwerkingen (varianten) van de adviezen van de commissie-Donner. Dit is uitgewerkt in een viertal onderzoeksvragen: Wat is naar verwachting de potentiële instroom (in aantal zaken en financiële omvang) van de schadevergoedingskamer? Het gaat om het niet-ontvankelijk verklaarde deel van ingediende vorderingen benadeelde partij dat naar die kamer zou kunnen worden doorgeleid bij toepassing van het advies van de commissie Donner ten aanzien van de reikwijdte van de afgesplitste procedure. Wat is het te verwachten effect op de potentiële instroom (in aantal zaken en financiële omvang) van invoering van een bijzondere categorie ‘uitzonderlijk hoge letselschade’ bij het Schadefonds Geweldmisdrijven? Welk deel van het gevorderde schadebedrag is naar schatting toewijsbaar door de schadevergoedingskamer? Wat is naar verwachting het incassorisico voor de Staat in de huidige situatie (nulvariant) en voor drie nader omschreven varianten van wijziging van de Voorschotregeling?INHOUD Inleiding Onderzoeksaanpak Varianten voorschotregeling en buitencategorie SGM Instroom schadevergoedingskamer Toewijzing en risico Staat schadevergoedingskamereThe proposed new Criminal Procedure Code (Wetboek van Strafvordering) provides the possibility of distinguishing complex claims for compensation by victims of violent or sexual crimes from the main case and dealing with them in a separate criminal procedure. This would entail establishing a separate compensation court. Currently, such complex claims are declared inadmissible by the criminal courts. The victim can then turn to the civil courts, where they encounter more obstacles to being awarded and then collecting compensation than in criminal proceedings. The intention behind the proposed separate procedure under criminal law is to strengthen the victim's position. The core research question is: Considering the different variants of the Advance payment scheme, what are the consequences of the Donner commission's opinions on the separate procedure for handling compensation claims by injured parties and the introduction of a separate compensation court, in terms of the compensation court’s caseload and of anticipated costs
Factsheet effectiviteit
Het programma Work-Wise Direct ondersteunt ex-gedetineerden op verschillende manieren bij het vinden van een duurzame baan (voor minstens 24 uur per week) en het wegnemen van de hindernissen daartoe. Dit programma moet er voor zorgen dat deelnemers minder afhankelijk van uitkeringen worden en minder snel recidiveren. Het programma is mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid, ABN AMRO, Oranje Fonds, Start Foundation, het consortium Work-Wise Direct en Society Impact. Voor dit programma zijn 119 deelnemers geworven die tussen 1 juni 2016 en 31 juli 2017 met het programma begonnen. 103 van deze deelnemers zijn gekoppeld aan ex-gedetineerden die niet aan dit programma hebben meegedaan (de controlegroep). Deze factsheet geeft een beeld van de e ectiviteit van het programma door de mate van arbeidstoeleiding en recidive van 103 gekoppelde deelnemers te vergelijken met de controlegroep
What works - Psychosocial support by Victim Support Netherlands (full text only available in Dutch)
The aim of this study was to determine what type of psychosocial support is offered by Victim Support Netherlands (Slachtofferhulp Nederland; SHN) to victims of serious violent and sexual crimes (EGZ cases); together with any theories underlying its policy, and to investigate whether the support offered is in line with what is known in current scientific literature. We divided the research into a number of sub-studies, in which various methods were used: desk research; interviews with SHN employees; interviews with victims; a survey among former clients; and research in SHN's registration systems.Het doel van dit onderzoek is drieledig. Ten eerste een inventarisatie maken van de beleidstheorie van het huidige slachtofferbeleid met focus op beleid dat gericht is op de psychische gezondheid van slachtoffers. Ten tweede inzicht verkrijgen in het emotionele/psychische hulpaanbod vanuit Slachtofferhulp Nederland (SHN) aan slachtoffers van ernstige geweld- en zedendelicten (EGZ), inclusief doorverwijzing naar bijvoorbeeld psychologische zorgverlening. Tenslotte is het doel te inventariseren wat in de wetenschappelijke literatuur bekend is over het type behandeling- gericht op psychische klachten- dat effectief is voor EGZ-slachtoffers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Deskresearch 3. Interviews professionals 4 Dossieronderzoek 5. Vragenlijst 6. Interviews met slachtoffers en nabestaanden 7 Literatuurreview 8. Conclusies en aanbevelingen
Evaluation preventive frisking
Preventive frisking was introduced with the implementation of Article 151b of the Municipal ities Act in 2002. This made it possible for preventive frisking to be done in areas designated by the mayor as security risk areas and to search vehicles, packaging and luggage for weapons.1 The aim of preventive frisking was to reduce weapons possession which is concentrated in specific areas and at specific times. A legal system was set up in which powers were assigned to the municipal council, the mayor, the public prosecutor and the police. The following research question was central to the study: To what extent and on the basis of what considerations is made use of the power to carry out preventive frisking (ARTICLES: 151b and 174b of the Municipalities Act), what are the ex periences of the professionals involved and of the persons on the receiving end of the instru ment, to what extent are the envisaged objectives realised, and what possibilities are there for the scope of the instrument to be expanded and its application to be further optimised?De volgende vraagstelling staat in het onderzoek centraal: In welke mate en met welke overwegingen wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot (spoedeisend) preventief fouilleren (artikel 151b en 174b Gemeentewet), wat zijn de ervaringen van betrokken professionals en van betrokkenen op wie het instrument wordt toegepast, in hoeverre worden de beoogde doelstellingen gerealiseerd en wat zijn de mogelijkheden om de toepassing van het instrument preventief fouilleren te verruimen of verder te optimaliseren? Deze centrale vraagstelling is onderverdeeld in vier onderzoeksthema’s. Het gaat: I. Beleidsreconstructie; II. Toepassing preventief fouilleren; III. Overwegingen en ervaringen; en IV. Werking en doelbereiking. INHOUD: 1. Inleiding; 2. Juridisch kader; 3. Toepassing in aantallen; 4. Overwegingen voor de inzet en besluitvorming; 5. Uitvoeringspraktijk; 6. Werking en doelbereiking; en 7. Conclusi
Opleggingen en kenmerken van de Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel in 2020
Sinds 1 januari 2018 kan aan daders van een ernstig gewelds- of zedendelict een zelfstandige toezichtmaatregel worden opgelegd, de Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM). Deze maatregel is geïntroduceerd met de Wet langdurig toezicht. In deze factsheet zijn de opleggingen van de GVM in 2020 beschreven. In dat jaar is de GVM 46 keer opgelegd. Dit is een flinke stijging ten opzichte van de 16 GVM’s die in de eerste twee jaren na de introductie van deze maatregel zijn opgelegd (2018-2019). De door de wetgever aangemerkte doelgroepen van de GVM zijn daarmee in 2020 ook vaker bereikt: personen veroordeeld voor een terroristisch misdrijf (6 keer), verdachten die het pro Justitia-onderzoek (deels) weigeren (13 keer) en potentieel uitreizende zedendelinquenten (10 keer). De GVM is het vaakst gecombineerd met de tbs met voorwaarden, hoewel een combinatie met andere tbs-modaliteiten en de combinatie met alleen onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en/of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf ook voorkomt. Het WODC monitort tevens de opleggingen van de GVM in 2021 en 2022, waarna een eindevaluatie volgt
The development of conscience (full text only available in Dutch)
ARTIKELEN: Inleiding, Frans Schalkwijk - De relatie tussen een vloeibaar geweten en een stabiele identiteit, Minet de Wied - Over empathie en disruptieve gedragsstoornissen, Evelyn Heynen, Eveline van Vugt, Mark Assink en Geert-Jan Stams - De effectiviteit van morele gedragsinterventies bij jeugdige delinquenten: Een overzichtsstudie, Julia Tiemersma - Het perspectief van de expert en de diagnostiek van het geweten, Laura van Oploo - Etniciteit en cultuur in gedragsdeskundige adviezen aan de rechter. SAMENVATTING: Het geweten en de ontwikkeling daarvan. Wat is het geweten nu precies? En wat verstaan we dan onder ‘gewetensontwikkeling’? Er bestaan vele definities en vele invalshoeken, van waaruit het geweten wordt bekeken. De ontwikkeling ervan en de aspecten die hiervoor van belang zijn, worden vervolgens vanuit veel disciplines ook weer net anders bekeken en benoemd. Het belang is groot om hier nader op in te zoomen en onderzoek naar te doen. Zo blijken jeugdige delinquenten bij sociaalpsychiatrische screenings vaak gediagnosticeerd te worden als kampend met een ‘gebrekkige gewetensontwikkeling’. Een onderzoek van de GGD Amsterdam komt zelfs tot de conclusie dat die diagnose voor vrijwel de gehele onderzochte groep jongvolwassenen in de zogeheten Top600-criminelen geldt. Bij bijna een derde van die groep werd hun geweten als ‘ernstig verstoord’ aangemerkt. De gewetensfunctie blijkt in de rechtbank een belangrijk aspect. Niet alleen bij de bepaling van een vonnis, maar ook voor de mate waarin over behandeling beslist wordt. Dit themanummer van Justitiële verkenningen zoomt in 5 artikelen in op verschillend wetenschappelijk onderzoek naar het geweten. Wat weten we inmiddels? Wat zijn de functies van het geweten, en welke domeinen kunnen worden onderscheiden? Is ontwikkeling ervan mogelijk? Welke aspecten zijn daarbij van belang? En, wat weten we over de relatie tussen de ontwikkeling van het geweten en delinquent gedrag van jeugdigen? Ook wordt de andere kant van de medaille belicht: de diagnostische praktijk. Hoe wordt beoordeeld in welke mate een jeugdige delinquent een ontwikkeld geweten heeft? Ten slotte richten we onze blik op strafrechtzaken en is onderzocht in hoeverre etnische en culturele aspecten meewegen bij rechtspraak van jonge verdachten
The charging of a court fee for complaints filed during detention (full text only available in Dutch)
The Council for the Administration of Criminal Justice and Protection of Juveniles, Advisory Division (RSJ) notes in its advisory report ‘Spanning in detentie’ (tensions in detention) that the number of complaints and appeals being lodged by detainees is steadily increasing. The RSJ has recommended that a pilot project be carried during which court fees will be charged for the filing of complaints while in detention.2 In the policy reaction to the RSJ's recommendation, the Minister for Legal Protection indicated that he wanted to investigate whether the levying of a court fee could be of added value 'to reduce the influx of (futile) cases into the bogged down complaints and appeals system'. This research investigates whether the levying of a court fee is possible and what the expected positive and/or negative effects of the introduction of this financial incentive are. This report describes the findings of our investigation.De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, afdeling advisering (RSJ) constateert in het advies ‘Spanning in detentie’ dat het aantal beklag- en beroepszaken van gedetineerden gestaag toeneemt. De RSJ heeft aanbevolen een pilot uit te voeren met griffierecht bij beklag in detentie. In de beleidsreactie op het advies van de RSJ heeft de minister voor Rechtsbescherming aangegeven te willen laten verkennen of het heffen van een griffierecht van toegevoegde waarde kan zijn ‘om de instroom van (futiele) zaken in het dichtgeslibde stelsel van beklag en beroep te doen verminderen.’ In dit onderzoek wordt gekeken of het heffen van een griffierecht mogelijk is en wat de te verwachten positieve en/of negatieve effecten van het invoeren van deze financiële prikkel zijn. INHOUD: Inleiding 2. Achtergrond beklagrecht 3. Invoering van griffierecht in het buitenland 4. Vergelijking griffierecht in het tuchtrecht 5. Mogelijkheden voor het invoeren van een griffierecht 6. Analyse en conclusi
Use of DNA databases as part of a root search by adoptees (full text only available in Dutch)
In deze studie is een afwegingskader opgesteld dat door het Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie kan worden gebruikt om geadopteerden te ondersteunen bij de beslissing of zij gebruik willen maken van commerciële internationale DNA-databanken. In dit afwegingskader zijn alle relevante beoordelingscriteria op technisch, juridisch en sociaal gebied opgenomen die in overweging kunnen of moeten worden genomen bij het bepalen óf en welke DNA-databank gekozen zou moeten worden bij het gebruik van DNA-technologie in een rootszoektocht – de zoektocht naar (naaste) biologische verwanten door een geadopteerde. INHOUD: Introductie Gebruik van DNA-databanken in rootszoektochten Toelichting technische dimensies Toelichting juridische dimensies Toelichting sociale dimensies DNA-databanken vergeleken Conclusies en aanbevelingenIn this study, a weighing framework has been drawn up that can be used by the Expertise Centre for Intercountry Adoption to support adoptees in deciding whether to use commercial international DNA databases. This assessment framework includes all relevant technical, legal and social criteria that can or must be taken into consideration when determining whether and which DNA database should be chosen when using DNA technology in a root search - the search for (close) biological relatives by an adoptee
Time pressure in making immigration detention decisions (full text only available in Dutch)
Doel van het onderzoek is te bezien of het loskoppelen van het moment van aanzegging van bewaring en de uitreiking van het daadwerkelijke besluit (inclusief de motivering voor de bewaring) kan bijdragen aan de terugkeer van vreemdelingen die onrechtmatig in Nederland verblijven door een intensievere inzet van bewaringstelling. De in de uitvoering ervaren tijdsdrempel zou op deze wijze geheel of gedeeltelijk kunnen worden weggenomen. In het onderzoek wordt zowel de juridische haalbaarheid van een knip tussen aanzegging en inbewaringstelling onderzocht, alsmede de inschatting of er alternatieven zijn die zouden kunnen bijdragen aan het verminderen van de gepercipieerde tijdsdruk waaronder bewaringsmaatregelen worden opgelegd. INHOUD Inleiding Aanleiding: de perceptie van te korte tijd Juridische mogelijkheiden tot meer tijd bij inbewaringstelling Conclusies en aanbevelingenThe aim of the research is to determine to what extent the decision in which a foreign national is placed in immigration detention can be split in the announcement and the formal immigration detention decision. The background to this research question is that the Royal Netherlands Marechaussee (Kmar) and the Aliens Police Department (AVIM) find that they have insufficient time to make a well-motivated decision to detain a foreign national. An immigration decision must be taken and motivated within a period of six hours
Five years after #MeToo (full text only available in Dutch)
ARTIKELEN Inleiding Willy van Berlo - #MeToo en de preventie van seksuele grensoverschrijding in Nederland Marjan Olfers en Anton van Wijk - Uit de praktijk: de schaduwkanten van de #MeToo-beweging Eveline Schippers, Larissa Hoogsteder en Nienke Sweers - Wat betekent #MeToo voor de behandeling en positie van plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag? Chantal van den Berg en Marleen Gorissen - Slachtofferschap, e-shaming en #MeToo. Een onderzoek naar de rol van e-shaming tijdens de #MeToo-periode in Nederland Jeroen ten Voorde - #MeToo, seksuele handelingen en functionele afhankelijkheid Manon van der Meer - Herkenning, erkenning en respect voor elkaars grenzen. In gesprek met Mariëtte Hamer en Janine Janssen over seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld SAMENVATTING Seksualiteit is de gewoonste zaak van de wereld: zonder seksueel contact kan de mensheid zichzelf immers niet in stand houden. Maar, desondanks is het geen onderwerp waarover gemakkelijk gesproken wordt. Mensen kunnen zich ook schamen voor aspecten van hun seksualiteit. Normen over wat ‘decent’ seksueel gedrag is en het feitelijke gedrag, komen dan ook lang niet altijd overeen. En hoe we over seksuele grenzen denken, is ook niet in steen gehouwen. Normen veranderen in de loop der tijd. Dat zagen we rondom de opkomst van de hashtag #MeToo. Toen de Amerikaanse actrice Alyssa Milano op 15 oktober 2017 naar aanleiding van het misbruik door de filmproducent Harvey Weinstein de hashtag #MeToo de wereld in slingerde, kon zij niet bevroeden hoe hoog de golven daarna zouden worden. Haar boodschap sprak miljoenen mensen over de hele wereld aan: er moest iets gebeuren tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar, er was ook kritiek. Milano was zich er aanvankelijk niet van bewust dat de zwarte activiste Tarana Burke al eerder van die hashtag gebruik had gemaakt. Vanuit Afro-Amerikaanse hoek kwam dan ook al snel het verwijt dat de #MeToo-beweging die in gang werd gezet, niet inclusief genoeg zou zijn. Want, hoe zat het bijvoorbeeld met het slachtofferschap van sekswerkers? En mannen dan? Konden die niet meer zijn dan plegers? Een ander belangrijk kritiekpunt had te maken met de lang niet altijd zorgvuldige omgang met mensen die beschuldigd werden van grensoverschrijdend gedrag. Met hen werd en wordt online dikwijls verre van zachtzinnig afgerekend, zonder dat aan de basisprincipes van een fair trial is voldaan. Inmiddels ligt het moment dat de hashtag #MeToo wereldberoemd werd, alweer vijf jaar achter ons. Reden voor Justitiële verkenningen om de balans op te maken. Waar staan we in Nederland met de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag