WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Spotlights on the Street; On the approach of the Van Wou group and other criminal youth groups (full text only available in Dutch)

    No full text
    In this study, we have examined the integrated approach to the ‘Van Wou group’ from the Amsterdam Diamantbuurt. To put the choices made within the Van Wou approach into broader perspective, we also looked at two other integrated approaches to criminal youth groups, namely the Utrecht Kopstukkenaanpak and the Tilburg approach Mate(n) van de straat. We did this bearing in mind that criminal youth groups are an important breeding ground for organized crime and with the expectation that our research could benefit tackling criminal youth groups in the future. The central question of this research is: What lessons can we learn from the application of integrated approaches to criminal youth groups, and in particular the approach to the Van Wou group, in the past ten to fifteen years and what are implications of these lessons for current and future approaches?In dit onderzoek hebben we de integrale aanpak van de Van Wougroep uit de Amsterdamse Diamantbuurt bestudeerd. Daarnaast hebben we – om de keuzes die binnen de Van Wou-aanpak zijn gemaakt in een breder perspectief te kunnen plaatsen – gekeken naar twee andere integrale aanpakken van criminele jeugdgroepen, te weten de Utrechtse Kopstukkenaanpak en de Tilburgse aanpak Mate(n) van de straat. We deden dit met in het achterhoofd dat criminele jeugdgroepen een belangrijke kweekvijver zijn voor de georganiseerde misdaad. En met de verwachting dat ons onderzoek ten goede zou kunnen komen aan aanpakken van criminele jeugdgroepen in de toekomst. De vraag die centraal heeft gestaan is: Welke lessen volgen uit de toepassing in de afgelopen tien à vijftien jaar van integrale aanpakken van criminele jeugdgroepen, en in het bijzonder de aanpak van de Van Wougroep, en wat betekenen deze lessen voor de huidige en toekomstige aanpak? INHOUD: 1. Introductie 2. Stoppen met criminaliteit 3. De Van Wougroep 4. De Van Wou-aanpak 5. De uitvoering 6. Een voormalig Van Woujongere aan het woord 7. De resultaten van de aanpak 8. De lessen van de aanpa

    Ontwikkelingen en samenhangen

    Get PDF
    C&R 2021 betreft de twintigste editie in de reeks. De inhoud van C&R 2021 is groten-deels vergelijkbaar met de voorgaande uitgave. De hoofdstukken zijn kort en bondig en bestaan uit teksten, kerncijfers en enkele figuren. Daarnaast zijn aparte Excel-tabellen met de onderliggende cijfers beschikbaar bij deze publicatie. De publicatie richt zich op de ontwikkelingen op hoofdlijnen en betreft de periode 2011 tot en met 2021. C&R 2021 omvat de strafrechtsketencijfers inclusief het eerste en tweede jaar van de COVID-19-pandemie, 2020 en 2021. COVID-19 en de maatregelen om COVID-19 te beheersen hadden voor het eerst in 2020 en ook in het daaropvolgende jaar grote maatschappelijke impact, en daarmee ook gevolgen voor de strafrechtsketen. De in C&R 2021 gepresenteerde cijfers over 2020 en 2021 moeten dus worden bezien tegen de achtergrond van de COVID-19-maatregelen. Deze worden hier onderscheiden in algemene maatregelen (zoals de 1,5 meter afstandsregel, zoveel mogelijk thuiswerken en lockdown) en de gevolgen van deze maatregelen specifiek voor de strafrechtsketen (zoals opschorting van de handhaving van de leerplichtwet, tijdelijke gedeeltelijke sluiting van de gerechtsgebouwen, ontstaan van voorraden op diverse plaatsen in de strafrechtsketen door de sluitingen, beperkingen en opschortingen). Een uitgebreid overzicht van algemene COVID-19-maatregelen is opgenomen in bijlage 8. Paragraaf 1.4 geeft het overzicht van de belangrijkste gevolgen voor de strafrechtsketen. C&R beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers, die slechts beperkt zicht geven op mogelijke COVID-19-effecten. Wat zich qua ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. Mogelijke verbanden met COVID-19 komen alleen aan de orde, voorzover daar op basis van andere bronnen voldoende aanwijzingen voor zijn. Een aparte publicatie die parallel aan de vorige editie – C&R 2020 – is verschenen gaat meer in detail in op het effect van de COVID-19-pandemie op de criminaliteit en de strafrechtsketen in dat jaar. Een link naar die publicatie kunt u vinden onder het kopje Externe Link, in de linker marge van deze pagina. INHOUD: Inleiding Het Nederlandse strafrechtsysteem Criminaliteit en slachtofferschap Misdrijven en opsporing Vervolging Berechting Tenuitvoerlegging van sancties De strafrechtsketen voor misdrijven in samenhang Overtredingen Uitgaven aan sociale veilighei

    Incidents and crimes at and around COA (Central Agency for the Reception of Asylum Seekers) locations (full text only available in Dutch)

    No full text
    The reason for the research presented here are the substantive findings as described in the publication Incidentenoverzicht 2019 [Incident Overview 2019]. This includes the numbers of incidents at COA locations [Central Agency for the Reception of Asylum Seekers - hereinafter ‘COA’] and the number of crimes of which asylum seekers are suspected. This overview shows, among other things, that the number of registered incidents at COA locations increased by 30 percent in 2019 compared to 2018. The central question to be answered by this research is as follows: How may the increase in the period 2018-2019 in the number of incidents at COA locations and the persons suspected of crimes who stayed at a COA location at any time during the reference year be interpreted? To answer this question, an analysis was made of the incidents at COA locations and of the crime of which COA residents are suspected. It also zoomed in on the quality of the registered data. The characteristics of the asylum seekers and COA locations are also described.De centrale vraag die met dit onderzoek wordt beantwoord, luidt als volgt: Hoe kan de stijging in de periode 2018-2019 van het aantal incidenten op COA-locaties en de van misdrijven verdachte personen die op enig moment in het peiljaar op een COA-locatie verbleven worden geduid? Voor het beantwoorden van deze vraag is een analyse gemaakt van de incidenten op COA-locaties en van de criminaliteit waarvan COA-bewoners zijn verdacht. Hierbij is ook ingezoomd op kwaliteit van de geregistreerde data. Tevens zijn de kenmerken van de asielzoekers en COA-locaties beschreven. Voor het onderzoek waarbij het Incidentenoverzicht 2019 het uitgangspunt vormt, zijn drie onderzoeksmethoden gebruikt, namelijk: deskresearch, bestandsanalyse en een interviewronde. De databestanden zoals gebruikt voor het maken van het Incidentenoverzicht 2019 zijn opnieuw samengesteld, en waar mogelijk aangevuld met relevante extra variabelen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opvang van asielzoekers in vogelvlucht 3. COA-incidenten 4. Misdrijven 5. Conclusie

    (Im)possible methods available to get a reliable and valid estimate of the prevalence of child abuse in the Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    The background for this methodological assignment is a motion passed in the Dutch House of Representatives (Tweede Kamer), asking the Government to carry out an independent study on the nature and prevalence of organized and sadistic child abuse (October 2020). WODC decided to broaden the scope of the study, and to also include other forms of child abuse. The objective of this assignment was to consult experts to determine if there are any methods available to get a reliable and valid estimate of the prevalence of child abuse (related to ideology, or belief) in the Netherlands.Het doel van het onderzoek is om middels een expertmeeting te verkennen of het mogelijk is om valide en betrouwbare schattingen te maken van de omvang van kindermishandeling in gesloten gemeenschappen in Nederland. Binnen de scope van het onderzoek valt niet het uitvoeren van een schatting, evenmin als het onderzoeken van de benodigde databronnen. Deze onderdelen zullen tot mogelijk uitvoering worden gebracht in een volgende fase van het onderzoek, afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek. De probleemstelling van dit onderzoek vloeit voort uit de doelstelling en luidt als volgt: “Is het mogelijk om middels wetenschappelijke schattingsmethoden te weten te komen wat de omvang van kindermishandeling gerelateerd aan geloof of ideologie in Nederland is? Indien Ja: Hoe zou een dergelijk onderzoek vorm gegeven moeten worden? Indien Nee: Tegen welke problemen en beperkingen loopt een dergelijk onderzoek aan?” INHOUD: 1. Inleiding en aanpak 2. Onderzochte vormen van kindermishandeling 3. Schatten met dark-number methoden 4. Conclusie

    Flexible camera surveillance by Dutch municipalities (full text only available in Dutch)

    No full text
    Since 2006, the Dutch ‘Gemeentewet’ (municipal code) provides municipalities with a legal basis to deploy surveillance cameras to maintain public order. Article 151c of this municipal code has been modified in 2016 to enable a more flexible use of these cameras. Five years on, the Scientific Research and Documentation Center of the Ministry of Justice and Security has commissioned this evaluation to study the effectiveness and the practical consequences of flexible camera surveillance.Gemeenten kunnen sinds 2006 op grond van artikel 151c van de Gemeentewet cameratoezicht inzetten voor handhaving van de openbare orde. Dat wetsartikel is aangepast in 2016 om flexibel cameratoezicht mogelijk te maken. Vijf jaar na de wetswijziging is in opdracht van het WODC een evaluatie uitgevoerd om de doeltreffendheid en effecten van flexibel cameratoezicht in de praktijk vast te stellen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetsgeschiedenis 3. Aard en omvang van cameratoezicht 4. Besluitvorming privacy en kenbaarheid 5. Rechtstreeks toezicht, opsporing en technologie 6. Effectiviteit van cameratoezicht 7. Conclusies met betrekking tot de wetswijziging

    Opportunities and Risks of the Application of Neurotechnology in Criminal Law (full text only available in Dutch)

    No full text
    In recent years, neurotechnology has received significant attention. Neurotechnology concerns techniques that contribute to knowledge about the brain and/or that interact with the brain. The attention for these techniques partly results from continuous technological progress. Because neurotechnology (also) has relevance for application within the justice and security domain, the Scientific Research and Documentation Center (WODC) of the Ministry of Justice and Security has commissioned research into the opportunities and risks of such application of neurotechnology. This report is the result of that research. This report focuses on the following research question: 'What opportunities and threats can be expected from neurotechnology for the domain of the Ministry of Justice and Security and what impact (legal, ethical and social) can neurotechnology have for policy?'De laatste jaren is er veel aandacht voor neurotechnologie. Het gaat hierbij om technieken die bijdragen aan kennis over de hersenen en/of die interacteren met de hersenen. De aandacht voor neurotechnologie wordt onder andere veroorzaakt door de voortdurende technologische vooruitgang. Omdat neurotechnologie (ook) potentie heeft voor toepassing binnen het justitie- en veiligheidsdomein heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de kansen en risico’s van dergelijke toepassing van neurotechnologie. Dit rapport is het resultaat van dat onderzoek. In dit rapport staat de volgende onderzoeksvraag centraal: ‘Welke kansen en bedreigingen kunnen worden verwacht van neurotechnologie voor het domein van ministerie van Justitie en Veiligheid en welke impact (juridisch, ethisch en maatschappelijk) kan neurotechnologie hebben voor beleid?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Interactie en beeldvorming 4. Neurotechnologieën 5. Neurotechnologie in de justitie- en veiligheidsdomeinen 6. Mogelijke toekomstige doorontwikkelingen 7. Besluit sectie 1 8. Opsporing en waarheidsvinding 9. Risicotaxatie 10. Interventie 11. Ethie

    Sentencing and sentencing goals in serious criminal cases of youth and young adults (full text only available in Dutch)

    No full text
    De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: “In hoeverre ervaren magistraten, zowel staand als zittend, dat het huidige wettelijke jeugdsanctiestelsel het mogelijk maakt om bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven gepleegd door 16- tot 23-jarigen een sanctie op te leggen die is afgestemd op de ernst van het misdrijf (vergelding) en op de overige in acht te nemen factoren en strafdoelen, maken deze ervaringen aanpassing van het wettelijke kader wenselijk, en zo ja, op welke wijze?” Deze onderzoeksvraag is beantwoord aan de hand van zes deelvragen. Voor de beantwoording hiervan is, naast juridisch-theoretisch onderzoek, gebruik gemaakt van twee empirische onderzoeksmethoden (1) een survey-onderzoek onder leden van het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht (ZM) die (jeugd)strafzaken en strafzaken tegen adolescenten behandelen, gevolgd door (2) verdiepende interviews. De bevindingen zijn vervolgens tijdens een focusgroep-bijeenkomst met vertegenwoordigers van het OM en de ZM uitgebreid besproken. INHOUD: Inleiding, Sanctioneren in het (jeugd)strafrecht, Ervaringen van magistraten - een surveyonderzoek, Ervaringen van magistraten - een interviewstudie, Conclusies, implicaties en aandachtspunten.The central research question of this study was: "To what extent do judges and prosecutors experience that the current statutory youth sentencing system makes it possible to impose a sentence on serious violent and sexual offences committed by 16- to 23-year-olds that is tailored to the seriousness of the offence (retribution) and to other factors and purposes of sentencing to be taken into account, do these experiences make adjustment of the legal framework desirable, and if so, in what way?

    Verslag van recidive over de periode 2006-2020

    Get PDF
    Het WODC is gevraagd de recidive te meten van de gedetineerden die op een Terroristenafdeling (TA) hebben verbleven volgens de methode van de recidivemonitor. Hierover wordt in dit onderzoek verslag gedaan. Deze factsheet bevat ook de achtergrondkenmerken en de recidiveprevalentie van ex-TA-gedetineerden

    An explorative research on the nationality and residential position of Roma in the Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van dit onderzoek was om een beschrijving te geven van de achtergronden van de in Nederland verblijvende staatloze Roma en Roma van wie de nationaliteit onbekend is en om na te gaan wat hun verblijfspositie is. Daarnaast is gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen voor staatloosheid en nationaliteit onbekend en mogelijke verblijfsproblematiek. De centrale probleemstelling voor dit onderzoek was aanvankelijk als volgt: Wat zijn de kenmerken en achtergronden van de in Nederland verblijvende staatloze Roma en de in Nederland verblijvende Roma van wie de nationaliteit onbekend is, en wat zijn geschikte oplossingsrichtingen voor het verhelpen van de verblijfsproblematiek waar zij mee te maken hebben? Deze hoofdvraag bleek tijdens het onderzoek lastig te beantwoorden, aangezien Roma staatloosheid verschillend interpreteren. Ook bleek, naarmate het onderzoek vorderde, dat naast staatloosheid vooral verblijfsrecht een belangrijke rol speelt, zeker als bij Roma specifiek gevraagd werd naar de gevolgen van het ontbreken van verblijfsrecht. INHOUD: Inleiding Rechtmatig verblijf en staatloosheid 'Staatloosheid' onder respondenten Respondenten en hun verblijf in Nederland Proces om in Nederland te verblijven of Nederlander te worden Gevolgen van 'onrechtmatig verblijf', ontbreken nationaliteit en mogelijke oplossingsrichtingen Conclusies en oplossingsrichtingenThe purpose of this research is to provide a description of the residential position of Roma. Initially, the central problem definition for this research was as follows: What are the characteristics and backgrounds of the stateless Roma residing in the Netherlands and the Roma residing in the Netherlands whose nationality is unknown, and what are suitable directions for resolving the residence problems they face? During the research, this main question turned out to be difficult to answer, as Roma interpret statelessness differently. It also appeared, as the study progressed, that next to statelessness, the right of residence plays an impor tant role, in particular when we asked the Roma specifically about the conse quences of not having the right of residence

    Final Evaluation National Immigration Facilities (full text only available in Dutch)

    No full text
    Eind 2018 hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor het realiseren van een landelijk netwerk van begeleidings- en opvangvoorzieningen voor migranten zonder recht op verblijf of Rijksopvang. Het doel van deze Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) is te komen tot een bestendige oplossing en perspectief voor de betrokkenen in de vorm van vertrek uit Nederland of – indien voldaan aan de juiste voorwaarden – legaliseren van verblijf of doormigratie. Er is gekozen voor een gezamenlijk ontwikkeltraject tussen Rijk en gemeenten, waarbij gestart is met een pilot in de vijf gemeenten Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Rotterdam en Utrecht. De LVV wordt vanuit de praktijk ontwikkeld, eerder opgedane ervaringen met het bieden van onderdak en begeleiding door gemeenten worden versterkt met de inzet van organisaties uit de vreemdelingenketen. De pilotperiode van de LVV loopt eind 2022 ten einde. Dit geeft aanleiding voor de eindevaluatie over deze periode. Het doel van deze eindevaluatie is om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de pilot LVV en daaruit lessen te trekken voor de toekomst. Om effectiviteit te kunnen bepalen is gekeken naar welke resultaten zijn behaald in termen van gerealiseerde in- en uitstroom en naar andere maatschappelijke effecten die ervaren worden sinds de invoering van de LVV. Behalve zicht op effecten gaat deze eindevaluatie ook in op werkzame elementen (gebaseerd op de eerder opgestelde beleidstheorie) en op geleerde lessen voor de landelijke uitrol van de LVV en voor de asiel- en/of terugkeerprocedure rondom de LVV. INHOUD Inleiding Bevindingen tussentijdse evaluaties Populatie Ervaringen met de samenwerking Ervaringen met de opvang en begeleiding Resultaten en effectiviteit ConclusieAt the end of 2018, the Dutch central government and the Association of Netherlands Municipalities (VNG) entered into a cooperation agreement for the realisation of a nationwide network of shelter and counselling facilities for foreign nationals without a right of residence and without entitlement to the central reception facilities (Rijksopvang). The purpose of these National Immigration Facilities (LVV) is to find durable solutions and perspectives for those involved in the form of departure from the Netherlands or – provided that appropriate conditions are met – legalisation of residence or onward migration. A joint development path between central government and municipalities has been chosen, which resulted in the LVV pilot in five pilot municipalities (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, and Groningen). The LVV is developed from practice; previously gained experiences of municipalities with providing shelter and counselling are enhanced by the involvement of organisations from the immigration chain. The LVV pilot period will end at the end of 2022. This is the reason for the final evaluation of this period

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇