WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    EU-wide and bilateral return frameworks between EU+ and non EU+ countries and their effects on enforced return

    Get PDF
    Each year the Member States of the European Union issue around 500,000 return decisions to persons who do not, or no longer, have legal stay. A return decision requires the person to leave the territory of the state issuing the return decision and to go to a country where he/she does have legal stay, usually his/her country of citizenship. If persons do not leave themselves, they risk being returned by force. The implementation of assisted and forced return often requires cooperation by the countries of citizenship of the person receiving the return decision, and thus partially depends on the intergovernmental relations between EU+ (EU Member States plus Norway, Switzerland, and the United Kingdom) and non-EU+ countries. The WODC has conducted three interrelated studies on the influence of these relations on return. Having developed a fitting analytical strategy, and with awareness of the data’s limitations, Part 2 (Leerkes, Maliepaard and Van der Meer, 2022) set about answering the main research questions of the project. We employed advanced quantitative analysis to estimate the effects of different intergovernmental return frameworks on the rate of enforced return from EU+ countries to non-EU+ countries. The term intergovernmental return framework pertains to all texts in which states describe how they will cooperate on enforced return (examples are ‘Readmission Agreement’, ‘Memorandum of Understanding’, ‘Mobility Partnership’, ‘Exchange of letters’, and so forth). CONTENT Introduction Return frameworks and plausible effects on enforced return Methods Results Conclusion See External links for Part 1 and 3 of this reserch

    Neighbourhoods where juvenile crime occurs and juvenile suspects reside (full text only available in Dutch)

    No full text
    In dit onderzoek is onderzocht of en waar op buurtniveau de door de politie geregistreerde jeugdcriminaliteit zich concentreert, welke veranderingen zich daarin voordoen over de tijd en welke buurtkenmerken samenhangen met een dergelijke concentratie. Het gaat hierbij zowel om de buurten waar delicten door jongeren worden gepleegd, als de buurten waar jeugdige verdachten wonen. Onderzoek op buurtniveau sluit het dichtst aan bij wat in de criminologie bekend staat als analyses van hotspots. Er is specifiek ingegaan op de buurten in Nederland waar de geregistreerde jeugdcriminaliteit het meest voorkomt, namelijk de top-1% van buurten waar jeugdcriminaliteit zich concentreert. Tevens is onderzocht welke buurtkenmerken samenhangen met verschillen tussen buurten in geregistreerde jeugdcriminaliteit en jeugdige verdachten. Ook is nagegaan welke samenhang er is met veranderingen in buurtkenmerken die zich over de tijd voordoen. Het onderzoek richt zich op 12- tot en met 22-jarigen. Dit is de leeftijdsgroep waarop ook het jeugdstrafrecht van toepassing kan zijn (regulier voor 12 tot 18 jaar en conditioneel volgens artikel 77c Sr. voor 18 tot 23 jaar). INHOUD: 1. Inleiding, 2. Methode, 3. Resultaten, 4. Slot.Juveniles aged 12 to 23 years are overrepresented in crime statistics in the Netherlands. Nationwide, the number of recorded crimes involving a juvenile suspect decreased by a quarter in six years. In 2014, there were more than 70,200 police records nationwide of one or more crimes involving a juvenile. In 2019, this number had fallen to 53,200. The number of juvenile suspects also decreased from 62,800 in 2014 to 46,200 in 2019. This nationwide downward trend is not always reflected by developments at the local level. For example, in some neighbourhoods, there was no decrease in the number of police-recorded crimes involving a juvenile suspect, and in some neighbourhoods there was even a significant increase. This study examined the following at the neighbourhood level: (i) whether police-recorded juvenile crime is concentrated in certain neighbourhoods, and if so, which; (ii) what changes occur over time; and (iii) which neighbourhood characteristics are associated with such a concentration. This concerns both the neighbourhoods where juveniles commit crimes (‘crime scene neighbourhoods’) and the neighbourhoods where juvenile suspects reside (‘residential neighbourhoods’). Neighbourhood-level research closely resembles what is known in criminology as hotspot analysis

    Application of Section 2.3 of the Forensic Care Act; exploratory case law investigation January 2020 to July 2021 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het op 1 januari 2020 in werking getreden artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) geeft de strafrechter de bevoegdheid een civiele machtiging voor verplichte zorg af te geven. Adequate toeleiding vanuit de strafrechtketen naar zorg van personen die dit nodig hebben is het hoofddoel artikel 2.3 Wfz. Onderdeel daarvan is tevens het bevorderen van continuïteit van zorg aan betrokkenen. Het zogeheten schakelartikel 2.3 Wfz is gelijktijdig met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) van kracht geworden. Met de afgifte van een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging ex artikel 2.3 Wfz, machtigt de strafrechter een zorgaanbieder om verplichte zorg op basis van respec-tievelijke de Wvggz of Wzd aan de betrokkene te verlenen. Het artikel biedt de straf-rechter daartoe een brede basis. Het doel van dit onderzoek is om een beeld te geven van de toepassing van artikel 2.3 Wfz door de strafrechter in de eerste anderhalf jaar na inwerkingtreding. Daartoe is de beschikbare jurisprudentie onderzocht. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Hoe werd artikel 2.3 Wfz toegepast blijkens jurisprudentie? Voor het onderzoek zijn de volgende deelvragen geformuleerd: Welke kenmerken zagen wij bij de betrokkenen voor wie een machtiging via artikel 2.3 Wfz werd overwogen en respectievelijk wel of niet werd afgegeven? Welke kenmerken zagen wij bij de zaken waarin een machtiging via artikel 2.3 Wfz werd overwogen en respectievelijk wel of niet werd afgegeven? Welke overwegingen van de strafrechter speelden een rol bij het besluit om wel of geen machtiging af te geven?INHOUD Inleiding Methoden De verzamelde artikel 2.3 Wfz-zaken Bij wie werd een zorgmachtiging via artikel 2.3 Wfz toegepast? Kenmerken artikel 2.3 Wfz-zorgmachtigingszaken Overwegingen strafrechter bij verlenen zorgmachtiging Overwegingen strafrechter bij niet-verlenen zorgmachtiging De zorgmachtiging bij verlengingszaken Rechterlijke machtiging via artikel 2.3 WfzSection 2.3 of the Forensic Care Act (Dutch: Wet forensische zorg or Wfz, hereafter called Section 2.3 Wfz) came into effect on January 1st 2020, one year after the other parts of the Wfz came into effect and simultaneously with the implementation of the Compulsory Mental Health Care Act (Dutch: Wet verplichte geestelijke gezondheids-zorg or Wvggz) and the Care and Compulsion Act (Dutch: Wet zorg en dwang or Wzd). The aim of section 2.3 Wfz is to improve the connection between the criminal justice system and the civil mental healthcare system, with the goal of improving the continuity of mental health care during and after patients’ trajectories within the criminal justice system. The aim of this study is to provide an overview of the considerations and applications of section 2.3 Wfz in the first eighteen months after it came into effect. To this end, we have examined the available case law of section 2.3 Wfz. The main research question of this study is as follows: How was section 2.3 Wfz applied, based on the available case law

    Forecasting the demand on the Dutch justice system until 2027 (full text only available in Dutch)

    No full text
    In this report, the forecasts of the ‘demand’ for services of the police, prosecutors, courts and prisons until the end of 2027 are described. The forecasts were obtained by applying the so-called forecasting model PMJ that is developed for the Dutch criminal justice system and the civil and administrative justice systems. The base year for our forecasts was 2020. Any changes in legislation or policy later than 2020 could therefore not be incorporated.Dit rapport beschrijft de ramingen van de capaciteitsbehoefte van de justitiële ketens tot en met 2027. Het gaat daarbij om ramingen van de instroom en uitstroom van diverse ketenpartners binnen de justitiële ketens (aantallen te behandelen zaken e.d.) en de capaciteitsbehoefte bij intramurale voorzieningen (aantal plaatsen in justitiële inrichtingen). De ramingen voor de civielrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtspraak zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en de Raad voor de rechtspraak. De ramingen voor forensisch-psychiatrische centra (voorheen tbs-klinieken) zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het WODC en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Voor de overige ramingen is het WODC verantwoordelijk. De ramingen zijn ‘beleidsneutraal’. Dat wil zeggen dat de ramingen uitgaan van gelijk-blijvend beleid. De ramingen zijn gemaakt met het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). Het PMJ bestaat uit twee onderdelen, namelijk een model voor de veiligheidsketen en een model voor het civiel- en bestuursrechtelijke deel van de justitiële keten

    Gerechtelijke procedures en gesubsidieerde rechtsbijstand

    Get PDF
    In 2021 hebben rechters ongeveer 27.000 scheidingsprocedures afgehandeld; ruim 4.500 minder dan in 2020 en ruim 7.000 minder dan in 2019. Bij 14% is een verweerschrift ingediend. Bij 2.800 scheidingsverzoeken werden voorlopige voorzieningen aangevraagd; dit is minder dan in 2020 en 2019. In 2020 waren bij 15.600 echtscheidingen een of meer minderjarige kinderen betrokken; in totaal ging het om 28.200 kinderen (in 2019 29.200). De meeste scheidingsgerelateerde procedures, zoals afzonderlijke procedures omtrent levensonderhoud, gezag en omgang, en verdeling gemeenschap, blijven in aantal ongeveer gelijk of laten een daling zien ten opzichte van 2019, behalve omgangsregelingen en verdeling gemeenschap. Daar is sprake van een stijging. Het totale aantal hoger beroepsprocedures in scheidingsprocedures en scheidingsgerelateerde procedures is ten opzichte van 2019 met bijna 100 zaken gestegen en bedraagt in 2021 bijna 3.200 zaken. Het aantal familierechtzaken dat via de rechtspraak naar mediation is verwezen laat, na een daling in 2019/2020, nu weer een lichte stijging zien. In 2021 zijn bijna 1.200 zaken verwezen. Bij 56% van de afgeronde mediations is (gedeeltelijke) overeenstemming bereikt. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in 2021 voor circa 4.850 kinderen een Gezag- en Omgangonderzoek uitgevoerd: 200 minder dan in 2019. In 2021 is het onderzoek bij 24% van de kinderen uitgebreid tot een beschermingsonderzoek en voor 17% is een ondertoezichtstelling (ots) gevraagd. Het totale aantal toevoegingen dat in 2021 is vastgesteld voor rechtsbijstand bij zaken rond scheidingen, alimentatie, omgang, gezag en boedel is ten opzichte van 2019 met bijna 10.300 toevoegingen gedaald. Een deel van die daling betreft de mediationtoevoegingen voor scheidingen en scheidingsgerelateerde zaken

    An assessment of the validity and reliability of EU data on orders to leave and the return of third country nationals

    Get PDF
    Each year the Member States of the European Union issue around 500,000 return decisions to persons who do not, or no longer, have legal stay. A return decision requires the person to leave the territory of the state issuing the return decision and to go to a country where he/she does have legal stay, usually his/her country of citizenship. If persons do not leave themselves, they risk being returned by force. The implementation of assisted and forced return often requires cooperation by the countries of citizenship of the person receiving the return decision, and thus partially depends on the intergovernmental relations between EU+ (EU Member States plus Norway, Switzerland, and the United Kingdom) and non-EU+ countries. The WODC has conducted three interrelated studies on the influence of these relations on return. In Part 1 of the study, the results of which are reported here, we explore the validity and reliability of Eurostat return data. The aim is to investigate whether and how Eurostat return data can be used to answer research questions on factors influencing return rates across EU Member States and across third countries. We pose two research questions: What can be said about the validity and reliability of the EU data on returns and return decisions? If there are issues pertaining to the validity and reliability of EU data on returns and return decisions, what methodologies are suitable to research the effects of return frameworks on return outcomes and/or to identify differences between comparable corridors in the level and/or type (e.g., forced vs. voluntary) of return? CONTENT Introduction Return frameworks and plausible effects on enforced return Methods Results Conclusion See External links for Part 2 and 3 of this reserch

    Foreign Fines - Traffic fines from other European member states imposed on and paid by holders of Dutch license plates (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de inningspercentages van buitenlandse boetes voor houders van Nederlandse kentekens. In dit hoofdonderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: Hoeveel boetes en welke boetebedragen worden in het buitenland opgelegd aan Nederlandse kentekenhouders voor de acht soorten verkeersovertredingen onder de CBE-richtlijn, zo mogelijk per land over een reeks van recente jaren? Wat zijn de inningspercentages van deze buitenlandse boetes en boetebedragen aan Nederlandse kentekenhouders, zo mogelijk per land over een reeks van recente jaren? Hoe betrouwbaar zijn de beschikbare gegevens en wat betekent dit voor de rapportage of de conclusies van het onderzoek? INHOUD Introductie Transnationaal innen van verkeersboetes Resultaten per land Antwoord op de onderzoeksvragen ReflectiesThis project investigated what proportion of traffic fines imposed on Dutch motorists abroad was ultimately paid by these offenders. The collection of traffic fines lies primarily with the member states themselves. As a result, there is no insight into the number of traffic fines imposed and paid by Dutch nationals abroad. At the start of the study, it was unclear what relevant data was available in other member states, which organisations within those member states had the data and whether they were willing to share it. The first part of the study - the preliminary investigation - therefore took stock of what the relevant organisations were, and to what extent they were willing to provide data on traffic fines to Dutch citizens

    Insights into the effectiveness of preventive instruments tackling organised crime (full text only available in Dutch)

    No full text
    Georganiseerde criminaliteit vormt een bedreiging voor de veiligheid van de maatschappij en de integriteit van het openbaar bestuur. Hoewel preventieve maatregelen doeltreffend kunnen zijn bij de preventie van bepaalde soorten criminaliteit, is weinig bekend over de daadwerkelijke effectiviteit van de instrumenten die georganiseerde criminaliteit zouden moeten voorkomen. Er is daarom behoefte aan meer inzicht in wat binnen- en buitenlandse wetenschappelijke literatuur rapporteert over de effectiviteit van preventieve instrumenten tegen georganiseerde criminaliteit. Dit onderzoek richt zich op de preventie van georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder op de volgende drie aan georganiseerde criminaliteit verbonden activiteiten: 1) drugsproductie en -handel, 2) wapenhandel en -smokkel, en 3) mensenhandel en -smokkel. Bovendien zijn alleen studies meegenomen waarin duidelijk wordt aangegeven dat de daarin beschreven instrumenten een beoogd preventief doel hebben, ook als de maatregelen daarnaast nog een ander doel dienen. Daarnaast willen we met deze studie in de eerste plaats de beschikbare literatuur over de effectiviteit van de toepassing van preventieve instrumenten in kaart brengen. Het onderzoek is dan ook uitsluitend gericht op studies die de effectiviteit van de preventieve instrumenten op dit gebied (en met betrekking tot de belangrijkste criminele activiteiten in kwestie) trachtten te evalueren of te bestuderen. INHOUD Introductie De aanpak van georganiseerde criminaliteit in Nederland Theoretische onderbouwing van de preventie van georganiseerde criminaliteit Methodische aanpak van het onderzoek De geëvalueerde preventieve instrumenten in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit: bevindingen van de literatuurstudie Uitdagingen bij de evaluatie van de preventieve aanpak van georganiseerde criminaliteit ConclusiesOrganised crime poses a threat to the security of our societies and the integrity of public administration. While preventive measures may be effective in thwarting certain types of crime, little is known about the types of instruments that can effectively help preventing organised crime. There is thus a need to better understand what has been reported in both the domestic and international scientific literature in terms of the effectiveness of preventive instruments with a focus on organised crime. This study responds to a call from the Research and Documentation Centre (WODC) to gather insights into the effectiveness of preventative instruments in the field of organised crime

    Differences in recidivism trends among juveniles - Insight in the development of recidivism among different groups of juvenile offenders and persons released from juvenile detention (full text only available in Dutch)

    No full text
    This study aims to explain the trends in reconviction rates over time and to describe group differences in reconviction rates. Is the increasing reconviction rate explained by higher shares of high risk juveniles or is there a real increase in reconviction rates within (high or low risk) groups? How do reconviction rates and trends differ between groups defined by demographic, socioeconomic, criminal and neighbourhood characteristics? And which societal trends are the most probable explanation of these (unequal) trends in reconviction rates? To answer these questions, this study describes and explains trends in reconviction rates among juveniles and links these empirical outcomes to theory and earlier research.Het doel van de onderhavige studie was om verklaringen te bieden voor de ontwikkelingen in de recidive van jeugdige justitiabelen in Nederland, alsmede om mogelijke verschillen in recidivetrends tussen groepen jeugdigen in kaart te brengen. Recidiveren (bepaalde groepen) jeugdige justitiabelen werkelijk meer dan voorheen? Of is de recidive gestegen omdat het aandeel jeugdige justitiabelen met een hoog recidiverisico toeneemt? En welke maatschappelijke trends zijn de meest waarschijnlijke veroorzakers van deze ontwikkelingen in recidive? Om hier meer inzicht in te geven, beschrijven en verklaren we in dit onderzoek trends in de recidive van jeugdige justitiabelen en verbinden we deze empirische uitkomsten met theorie en eerder onderzoek. De onderzoeksvragen luiden als volgt: 1. Hoe heeft de tweejarige recidiveprevalentie en -frequentie zich ontwikkeld tussen de cohorten 2008 en 2017 voor de complete groep jeugdige daders en voor verschillende groepen jeugdige daders uitgesplitst naar strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken? 2. Hoe heeft de tweejarige recidiveprevalentie en -frequentie zich ontwikkeld tussen de cohorten 2008 en 2017 voor de complete groep ex-JJI-pupillen en voor verschillende groepen ex-JJI-pupillen uitgesplitst naar strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken? 3a. Hoe is de samenstelling van de groep jeugdige daders en ex-JJI-pupillen tussen de cohorten 2008 en 2017 veranderd wat betreft strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken, en in hoeverre kan dit de ontwikkelingen in het recidiverisico verklaren? 3b. Welke strafrechtelijke, demografische, sociaaleconomische en buurtkenmerken hangen samen met een hoger recidiverisico onder jeugdige daders en ex-JJI-pupillen, en in hoeverre is de invloed van deze kenmerken veranderd in de periode van 2008 tot 2017? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Theorie, 3. Methoden, 4. Ontwikkelingen in de recidiveprevalentie en -frequentie van jeugdige justitiabelen: verschillen tussen subgroepen, 5. Verklarend model recidive jeugdige daders en ex-JJI-pupillen, 6. Conclusie en discussie

    Improving the BIJ regulation (full text only available in Dutch)

    No full text
    In the past few decades, various information flows have been organised regarding the return of (former) prisoners to society. One of these is the Administrative Information Flows concerning Former Prisoners (BIJ). Since 2009, the BIJ regulation has provided for the mayor's administrative body to be informed about the return of a person who has been irrevocably sentenced to a custodial sentence or measure for an indecency offence or serious violent crime, or to a TBS order1 with compulsory treatment, or an extendable PIJ measure.2 The BIJ regulation aims to enable mayors to counteract public order disturbances, which might occur when particular former prisoners return – and to be able to take measures in case this is deemed necessary and possible. This information flow is kept separate from, for example, the information supply within the framework of after-care, due to the privacy-sensitive aspects of the offence information. The study focuses on the following seven possible adaptations: 1. reporting under the BIJ-regulation in case of sentences that are not yet irrevocable; 2. the possibility to ‘flag up’ certain convicts (i.e., the mayor’s administrative body can indicate whether they want to receive report(s) on a specific convict by ‘flagging up’ this convict in the registration system; 3. stepping up the number of reports; 4. withdrawal of the National Police Force from the process; 5. making sure that Dutch persons sentenced abroad are also reported on; 6. reporting in cases of terrorism, stalking (belaging), and arson; 7. reporting to mayors of more than one municipality if there is reason to do so.Rond de terugkeer van (ex-)gedetineerden in de maatschappij zijn in de afgelopen decennia verschillende informatiestromen ingericht. Eén daarvan is de Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ). De BIJ-regeling voorziet sinds 2009 in het informeren van het bestuursorgaan burgemeester over de terugkeer van een justitiabele die onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel voor een zeden- of ernstig geweldsmisdrijf, of tot een tbs-maatregel met dwangverpleging of een verlengbare PIJ-maatregel. De BIJ-regeling is bedoeld om burgemeesters in staat te stellen om zich voor te bereiden op verstoringen van de openbare orde, die bij de terugkeer van sommige ex-gedetineerden zouden kunnen optreden – en daartegen zo nodig en mogelijk maatregelen te kunnen nemen. Deze informatiestroom is gescheiden van (bijvoorbeeld) de informatievoorziening in het kader van de nazorg, vanwege de privacygevoeligheid van de delictinformatie. In het onderzoek staan zeven mogelijke aanpassingen centraal: 1. het doen van BIJ-meldingen bij nog niet-onherroepelijke veroordelingen; 2. de mogelijkheid om bepaalde veroordeelden te kunnen ‘vlaggen’ (d.w.z. dat het bestuursorgaan burgemeester kan aangeven over een specifieke veroordeelde melding(en) te willen ontvangen door een ‘vlag’ te plaatsen in het registratiesysteem bij een specifieke veroordeelde); 3. het intensiveren van het aantal meldingen; 4. het terugtrekken van de Landelijke Eenheid van de politie uit het proces; 5. zorg dragen dat er ook meldingen komen over terugkeer van in het buitenland veroordeelde Nederlanders; 6. het doen van meldingen ten aanzien van terrorisme, stalking (‘belaging’) en brandstichting; 7. het doen van meldingen aan burgemeesters van meer gemeenten als daartoe aanleiding is. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige BIJ-regeling 3. De aanpassingen beoordeeld 4. Conclusi

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇