WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Aantal zaken, gronden en uitkomsten in geschillen tussen bestuursorganen en burgers

    Get PDF
    Deze factsheet geeft een cijfermatig overzicht van hoger beroepsprocedures in zaken tussen bestuursorganen en burgers. Het maakt onderdeel uit van onderzoek dat in december 2021 is toegezegd door de Minister voor Rechtsbescherming in het kader van het deelprogramma Burgergerichte overheid. De beantwoording van de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe vaak en waarom gaan bestuursorganen in hoger beroep in zaken tussen bestuursorganen en burgers

    Setting course - lessons from strengthening the approach to organised drug crime (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2018 werd met de Toekomstagenda Ondermijning de urgentie uitgesproken om de aanpak van ondermijnende criminaliteit acuut te versterken. Een jaar later werd eenmalig 100 miljoen euro en structureel per jaar 10 miljoen euro aan de Toekomstagenda verbonden met als doel een meerjarig versterkingsprogramma (2019-2021) op te zetten waarin verschillende partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau samenwerken aan de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Een centraal element van deze versterkingsbeweging was dat aansluiting werd gezocht bij de beginselen van lerende organisaties. Dat betekende dat gestreefd werd naar het actief benutten en internaliseren van succes- en faalfactoren door betrokken actoren; niet alleen na afloop van de implementatieperiode, maar ook al gedurende de drie jaar (2019-2021) waarin de versterkingsplannen dienden te worden gerealiseerd. Sinds medio 2019 heeft een onderzoeksteam van de Universiteit Maastricht (UM)/ Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), in opdracht van het WODC, de ontwikkelingen in het kader van deze versterking van de aanpak van ondermijnende criminaliteit op de voet gevolgd. Onderzoeksvragen: Wat zijn de ervaringen (good en bad practices) met en de ervaren impact van de in 2019 met behulp van de toegekende extra financiële middelen ingezette versterking van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit door regionale en landelijke partijen in de periode van 2019 tot en met 2021? Welke leerervaringen en lessen uit deze brede versterkingsbeweging kunnen al tijdens de implementatieperiode worden geformuleerd ten behoeve van de ketenpartners en het ministerie van Justitie en Veiligheid?INHOUD Inleiding Verantwoording Het fundament van de aanpak Draagvlak Grensbewakers en grensverleggers Integraal samenwerken Manoevreren in de Nederlandse overlegcultuur De lerende overheid SlotbeschouwingIn 2018, the Toekomstagenda Ondermijning (Future Outlook Subversive Crime) stressed the urgency of strengthening policies against subversive crime1 in the Netherlands. One year later, a one-off 100 million euros and structurally 10 million euros per year were allocated to this Future Outlook. This resulted in a multi-year reinforcement programme (2019-2021) in which relevant actors at the local, regional and national level collaborated to address the problem of subversive crime. This reinforcement movement was built on the principles of learning organisations. It aimed for project partners to actively internalise success factors and bottlenecks; not only at the end but also during the three-year implementation period of the reinforcement plans (2019-2021). The research questions were: (1) What are the experiences (good and bad practices) with and the perceived impact of the strengthening of the approach to organised, subversive crime by local, regional and national parties in the period 2019-2021, based on the financial resources allocated in 2019? (2) What learning experiences can be crafted and which lessons can be drawn from this general reinforcement movement during the implementation period for the benefit of the governance partners and the Ministry of Justice and Security

    Public authorities’ compliance with the AVG - Exploratory analysis (full text only available in Dutch)

    No full text
    Overheden dienen bij de verwerking van de persoonsgegevens de normen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht te nemen: de verwerking moet plaatsvinden op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is, gebonden zijn aan specifieke doelen en mag niet verder gaan dan voor het betreffende doel noodzakelijk is. De verwerkingsverantwoordelijke – degene die het doel en de middelen van de gegevensverwerking bepaalt – moet ervoor zorgen dat de gegevens juist zijn, passende organisatorische en technische maatregelen nemen voor de beveiliging daarvan en kunnen aantonen dat de gegevens zorgvuldig worden verwerkt. De overheid heeft een voorbeeldfunctie bij de naleving van wettelijke en verdragsrechtelijke normen en burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens goed zijn beschermd. De centrale vraag luidt als volgt: Wat zijn de meest voorkomende onduidelijkheden en problemen binnen overheidsorganisaties bij naleving van de AVG en welke oorzaken vallen daarvoor aan te wijzen? INHOUD Inleiding Onderzoeksaanpak Bestaand beeld Casestudy's Vergelijkende analyse ConclusiePublic authorities must comply with the standards of the General Data Protection Regulation (in Dutch: AVG) when processing personal data: the processing must be carried out in a way that is lawful, proper and transparent in relation to the data subject, be bound to specific pur poses and not go beyond what is necessary for the purpose concerned. The data controller - the party who determines the purpose and means of data processing - must ensure that the data are accurate, implement appropriate organisational and technical measures for data se curity and be able to demonstrate that the data are processed with due care. The government has an exemplary role in complying with legal and treaty standards, and citizens must be able to trust that their data are properly protected. The main research question reads as follows: What are the most frequently encountered ambiguities and problems within government organisations in terms of AVG compliance and what causes can be identified

    Een verkennend beeld uit de jurisprudentie januari 2020 tot juli 2021

    Get PDF
    Artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) biedt de strafrechter de mogelijkheid een civiele machtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg af te geven. In deze factsheet onderzoeken wij hoe de strafrechter die mogelijkheid in strafzaken in eerste aanleg toepast en kijken daarbij met name naar kenmerken van personen bij wie het artikel wordt toegepast

    State of affairs governance structure Emergency Control Rooms (full text only available in Dutch)

    No full text
    Since July 2020 the Dutch Emergency Control Rooms (ECRs) have a new governance structure On July 1, 2020 the ECR Amendment Act came into force. This Act determines that the Dutch national police is responsible for the maintenance of the ECRs. Previously, the Safety Regions (Veiligheidsregio’s) were responsible for this. The Landelijke Meldkamer Samenwerking (National Emergency Control Room Cooperation, or LMS) performs this task within the police organisation. The new governance structure has come into effect with new outlines for policy and management of the ECRs. The goal of this research is to report on the progress of the implementation of the governance and to make clear whether the new structure functions in practice as it was intended. The following research questions are answered in this report: 1. What is the current situation regarding the implementation of the (multi) governance? 2. Does the (multi) governance for the maintenance of the ECRs function as intended? 3. If not, when is the governance expected to function as intended? 4. Are stakeholders sufficiently able to influence the maintenance? 5. Are there elements of the functioning of the governance that can be improved?Sinds juli 2020 is er sprake van een nieuwe governancestructuur in het meldkamerveld Op 1 juli 2020 is de Wijzigingswet meldkamers van kracht geworden. Die regelt dat de nationale politie verantwoordelijk is voor het beheer van de 112-meldkamers, terwijl die taak hiervoor bij de besturen van Veiligheidsregio’s lag. De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) voert deze taak uit binnen de politieorganisatie. Deze verandering is gepaard gegaan met een nieuw besturingsmodel voor de hoofdlijnen van beleid en beheer van de meldkamers. Het doel van dit onderzoek is om in beeld te brengen hoe de implementatie van de governance is gevorderd, en of de besturing in de praktijk functioneert zoals bedoeld. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit rapport: 1. Wat is de stand van zaken van de implementatie van de (multi-)governance in het meldkamerveld? 2. Werkt de (multi-)governance voor het beheer van de meldkamers zoals bedoeld in de ministeriële regeling? 3. Zo nee, in hoeverre is de verwachting dat dit binnen afzienbare tijd het geval zal kunnen zijn? 4. Kunnen de partijen invloed uitoefenen op het beheer? 5. Zijn er mogelijke aandachtspunten voor verbetering in de werking van de (multi-)governance? INHOUD: 1. Inleiding 2. De meldkamer: taken en achtergrond 3. Vormgeving van de governance 4. Implementatie van de governance 5. Praktijkwerking van de governance 6. Conclusies en aanbevelinge

    Gestructureerde standaard trefwoordenclassificatie

    Get PDF
    Dit is de tiende editie (2020-2021) van de Justitiethesaurus, die door de Directie Informatisering (DI) als standaard trefwoordenclassificatie is vastgesteld voor het toegankelijk maken en terugvinden van Justitiële informatie in catalogi, documentatiebestanden en Justitiewebsites. Vanaf februari 2016 is de Justitiethesaurus ook als open dataset in xml-format beschikbaar gesteld op het dataportaal van de overheid (data.overheid.nl - sectie: Recht). Deze editie is grondig herzien. Veel niet gebruikte en verouderde termen en verwijzingen zijn verwijderd. Vanwege de omvang van het aantal vervallen termen zijn ze niet in de mutatielijst opgenomen. De overige wijzigingen ten opzicht van de vorige editie van de Justitiethesaurus zijn terug te vinden in de mutatielijst 2020-2021. Het gaat dan om nieuwe voorkeurstermen, verwijstermen, wijzigingen van schrijfwijze en wijzigingen van relaties. De Justitiethesaurus kan zowel in pdf als in xml gedownloaded worden (zie: link

    The Potential application of behavioural insights in Dutch migration policy

    Get PDF
    How can Dutch policymakers manage migration more effectively? Migration policymakers are confronted with issues that prove hard to solve using traditional policy tools. Against the background of an increasing interest in behavioural policy interventions within the Ministry of Justice, the present study asked whether behavioural insights could be of relevance to the field of migration policy as well. Based on a combination of reviews of literature and policy documents as well as an original survey of European migration services and an expert interview, the study set out to answer three main questions: 1 How are behavioural insights applied in Dutch public policy and what lessons can we draw from this? 2 Does the nature of migrant decision-making lend itself to the application of behavioural insights and is this done already in migration policy abroad? 3 Is Dutch migration policy suited to the application of behavioural insights?Hoe kunnen Nederlandse beleidsmakers migratie beter managen? Het Nederlandse migratiebeleid kent verschillende issues die moeilijk aan te pakken zijn door de inzet van traditionele beleidsinstrumenten. Binnen het Ministerie van Justitie speelt een groeiende interesse in beleidsinterventies gestoeld op gedragsinzichten. Tegen deze achtergrond richt dit onderzoek zich op de vraag of gedragsinzichten ook relevant kunnen zijn op het terrein van migratiebeleid. Het onderzoek stelde de volgende drie onderzoeksvragen centraal: 1 Hoe worden gedragsinzichten toegepast in Nederlands beleid en wat kunnen we hiervan leren? 2 Leent de aard van besluitvorming onder migranten zich voor het toepassen van gedragsinzichten en wordt dit al gedaan in migratiebeleid in het buitenland? 3 Leent de Nederlandse migratiebeleidscontext zich voor het toepassen van gedragsinzichten? CONTENT: 1. Introduction 2. Behavioural insight in Dutch public policy 3. Behavioural insights and migration policy 4. Is Dutch migration policy EAST? 5. Discussion and conclusion

    An exploration of Dutch and Norwegian intergovernmental strategies to implement enforced return to Afghanistan, Iran, and Iraq

    Get PDF
    Each year the Member States of the European Union issue around 500,000 return decisions to persons who do not, or no longer, have legal stay. A return decision requires the person to leave the territory of the state issuing the return decision and to go to a country where he/she does have legal stay, usually his/her country of citizenship. If persons do not leave themselves, they risk being returned by force. The implementation of assisted and forced return often requires cooperation by the countries of citizenship of the person receiving the return decision, and thus partially depends on the intergovernmental relations between EU+ (EU Member States plus Norway, Switzerland, and the United Kingdom) and non-EU+ countries. The WODC has conducted three interrelated studies on the influence of these relations on return. this study explores whether or not the Netherlands and Norway can learn from the experiences and strategies of one another by comparing the experiences and strategies of the two countries in relation to enforced return to Afghanistan3, Iran, and Iraq. Such comparisons may lead to useful new insights as different EU+ countries – despite the EU’s attempts at harmonisation – have developed somewhat different approaches to enforced return (cf. Leerkes & Van Houte, 2020). This raises the question of how different EU+ states strive to accomplish enforced return to the same origin states, and with what ‘quantitative’ and ‘qualitative’ outcomes (e.g., what rates of enforced return do they achieve, and do states enforce returns within the norms that matter in liberal democracies, including migrants’ fundamental rights and a commitment to accepted principles of sound administration?). This exploratory study was thus guided by two research questions: What are the experiences of the Netherlands and Norway with regards to enforced return (forced and assisted return) to Afghanistan, Iran, and Iraq? What (inter)governmental strategies have the Netherlands and Norway developed with a view to effecting enforced return to Afghanistan, Iran, and Iraq? CONTENT Introduction Enforced return from the Netherlands Enforced return from Norway Conclusion See External links for Part 1 and 2 of this reserch

    Simple adoption – the needs of foster children and original parents (full text only available in Dutch)

    No full text
    Eenvoudige adoptie is een vorm van adoptie waarbij het juridisch ouderschap van de oorspronkelijke ouders in stand blijft, terwijl tegelijkertijd juridisch ouderschap voor de adoptieouders ontstaat. n dit onderzoek is door middel van literatuuronderzoek de huidige (juridische) positie van pleegkinderen en oorspronkelijke ouders geschetst. Daarnaast zijn voor- en nadelen van eenvoudige adoptie voor pleegkinderen en oorspronkelijke ouders die uit het eerdere WODC-onderzoek (zie link hiernaast) naar voren komen, beschreven. Door middel van empirisch onderzoek op basis van vragenlijsten en interviews is vervolgens nagegaan wat huidige pleegkinderen, voormalige pleegkinderen, geadopteerde pleegkinderen en oorspronkelijke ouders vinden van eenvoudige adoptie. INHOUD Inleiding Literatuurstudie deel I - De huidige positie van pleegkinderen en oorspronkelijke ouders Literatuurstudie deel II - voor- en nadelen van eenvoudige adoptie voor pleegkinderen en oorspronkelijke ouders op basis van WODC-onderzoek uit 2019 Empirische studie naar eenvoudige adoptie vanuit pleegzorg: vragenlijstonderzoek onder en interviews met (voormalige) pleegkinderen en oorspronkelijke ouders. ConclusiesIn 2019 a study was conducted at the instigation of the Research and Documentation Centre of the Dutch ministry of justice (WODC) into the advantages and disadvantages of simple adoption were examined. In this study professionals, foster children and foster parents were asked what they thought of simple adoption as an option for long term foster children and a comparative legal study was conducted. It follows from this research that the introduction of (a form of) simple adoption is worth considering, because it meets some of the needs and wishes of some of the foster parents and foster children. However, the needs and interests of (current, former and adopted) foster children and original parents have not yet been mapped out. This is the reason the current research was conducted. In this study, the current (legal) position of foster children and original parents has been outlined by means of a literature review. In addition, advantages and disadvantages of simple adoption for foster children and original parents that emerge from the previous WODC research are described. Empirical research based on questionnaires and interviews was then used to determine what current foster children, former foster children, adopted foster children and original parents think of simple adoption

    'Faulty tenants' - A Research Project about the Possibilities and added Value of Intelligence sharing regarding the Criminal Exploitation of Real Estate (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van het onderzoek is enerzijds om inzicht te bieden in de mogelijkheden tot en de meerwaarde van deling van informatie over crimineel pand-gebruik tussen verhuurders van vastgoed, zoals woningcorporaties, recreatie- en vakantieparken, verhuurmakelaars en andere verhuurders van meerdere panden. Anderzijds is het doel om inzicht te bieden in de mogelijkheden tot en de meerwaarde van het verstrekken van deze informatie door verhuurders aan opsporingsdiensten zoals de politie en/of de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Bij crimineel pandgebruik gaat het om productie, handel en opslag van illegale goederen, zoals drugs, maar het omvat ook het exploiteren van ogenschijnlijk legale diensten (met als doel het witwassen van crimineel vermogen) alsmede illegale diensten zoals illegale prostitutie, andere vormen van mensenhandel of illegale kansspelen. Tot slot wordt ook het onder de radar willen blijven van de (opsporings)autoriteiten door illegaal verblijf in een woon- of bedrijfsruimte geschaard onder het begrip crimineel pandgebruik. Onderzoeksvragen: Over welk soort informatie rond crimineel pandgebruik beschikken verhuurders? In hoeverre zijn verhuurders bereid om informatie rond crimineel pandgebruik te delen met (1) andere verhuurders en (2) opsporingsdiensten? In hoeverre, en op welke wijze draagt het delen van informatie naar verwachting bij aan (1) de preventie van slachtofferschap van andere verhuurders, en (2) het voorkomen en/of tegengaan van criminaliteit (waaronder ondermijning)? En, welke verschillen bestaan er tussen informatiedeling door verhuurders onderling en door verhuurders aan opsporingsdiensten? Welke praktische en juridische knelpunten en risico’s bestaan er ten aanzien van het delen van informatie rond crimineel pandgebruik? (a) Welke verschillen er bestaan tussen informatiedeling door verhuurders onderling en informatiedeling door verhuurders met opsporingsdiensten? En (b) in hoeverre, en op welke wijze kunnen deze knelpunten en risico’s worden voorkomen dan wel tegengegaan? Ofwel, wat zijn de alternatieven voor een ‘foute huurders’-systeem? Welke randvoorwaarden (zowel juridische als niet-juridische) kunnen worden gesteld aan het delen van informatie rond crimineel pandgebruik door verhuurders? En welke verschillen bestaan er op dit punt tussen informatiedeling door verhuurders onderling en door verhuurders aan opsporingsdiensten? INHOUD Inleiding De informatiepositie van verhuurders Bereidheid tot het delen van informatie Mogelijke effecten van informatiedeling rond 'foute huurders' Knelpunten en risico's bij het delen van informatie rond crimineel pandgebruik Juridische randvoorwaarden bij het delen van informatie over crimineel pandgebruik ConclusiesIn countering undermining crime, the real estate sector plays an important role. In 2019, an estimated 50,000 homes and business premises were used to facilitate undermining crime in the Netherlands (Kruize and Gruter, 2020).1 Given this relatively large number, the Ministry of Justice and Security (JenV) asked the Research and Documentation Centre (WODC) for a study on the possibilities of, and the added value of sharing intelligence on criminal premises use. The aim of the study is, on the one hand, to provide insight into the possibilities and added value of sharing intelligence on criminal property use between landlords of real estate, such as housing corporations, recreational and holiday parks, letting agents and other landlords of multiple properties. On the other hand, the aim is to offer insight into the possibilities and added value of providing this intelligence by landlords to investiga-tive services such as the police and/or the Fiscal Intelligence and Investigation Service (FIOD). Criminal use of premises involves the production, trade and storage of illegal goods, such as drugs, but it also includes the operation of apparently legal services (with the aim of laundering criminal assets) as well as illegal services such as illegal prostitution, other forms of human trafficking or illegal gambling. Finally, wanting to stay under the radar of the (investigative) authorities by illegally staying in a residential or business premises is also subsumed under the concept of criminal use of premises

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇