WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    The hacking power in practice: An empirical study into the implementation of the hacking power (Sections 126nba, 126uba, 126zpa of the Dutch Code of Criminal Procedure) (full text only available in Dutch)

    No full text
    In dit rapport is het proces geëvalueerd rondom de uitvoering van de hackbevoegdheid in de eerste twee jaar na inwerkingtreding van de Wet computercriminaliteit III (Wet CCIII). Aan het einde van 2024 volgt een rapport over het tweede deel van de evaluatie waarin de uitvoering van de volledige Wet CCIII centraal zal staan. De hoofdvraag in het huidige onderzoek was: Op welke wijze wordt in de praktijk uitvoering gegeven aan de hackbevoegdheid en welke eventuele knelpunten doen zich daarbij voor in de opsporingspraktijk? Om de onderzoeksvraag te beantwoorden is een combinatie van onderzoeksmethoden gebruikt: documentanalyse, interviewen en dossieranalyse. INHOUD: Inleiding Wettelijk kader van de hackbevoegdheid Voorbereiden en verkenning inzet hackbevoegdheid Binnendringen en onderzoekshandelingen Waarborgen voor controle Afronden inzet en vervolgstappen ConclusieThe Computer Crime Act III (Wet Computercriminaliteit III; hereinafter the Act) came into force on 1 March 2019. The Act sets out a statutory basis for the ‘hacking power’ in the Dutch Code of Criminal Procedure (Sections 126nba, 126uba and 126zpa Sv). The new investigative power allows law enforcement officials ‘to access computerised systems remotely by stealth, under certain conditions, that are used by suspects, with a view to certain investigative objectives in the area of the investigation of serious criminal offences’. The Computer Crime Act III also includes a number of grounds with regard to the use of the hacking power either under or pursuant to an Order in Council, as was the case in the Investigations into Computerised Systems Decree (hereinafter the Decree). The current report consists of an evaluation of the process surrounding the implementation of the hacking power in the first two years after the Act came into force. Another report is to follow at the end of 2024, containing the second part of the evaluation, which will focus on the implementation of the Act in full. The principal question in this study was: How is the hacking power put into practice and are there any particular problems that arise in the application of the hacking power in the investigative practice

    Return and reintegration of former Dutch foreign fighters in Syria (full text only available in Dutch)

    No full text
    ARIKELEN: Inleiding Ruth Kats, Beatrice de Graaf en Pauline Jacobs - Terroristen in detentie. Een overzicht van de ontwikkeling en discussie over de terroristenafdelingen in Nederland, 2004-2022 Ruth Kats, Beatrice de Graaf en Pauline Jacobs - Terroristen voor de rechter. Hoe strafrechters een verblijf op de terroristenafdeling meenemen in hun beslissingen (of niet) Hanne Cuyckens - De repatriëring van Nederlandse Syriëgangers. Een verplichting voor de staat van oorsprong? Tamara Buruma en Frederieke Dölle - Vrouwelijke terugkeerders uit Syrië. Het perspectief van de verdediging Elanie Rodermond - Het leven na een terroristisch misdrijf. Recidive en re-integratie van extremistische ex-gedetineerden Chrisje Sandelowsky-Bosman en Ton Liefaard - Waarom Nederland zijn uitreizigers en hun kinderen in Noord-Syrië moet ophalen SAMENVATTING: Twintig jaar nadat het debat over terrorisme in Nederland juridische gevolgen kreeg in wet- en regelgeving, is het tijd om de balans op te maken. Hoe hebben het recht, de rechtspraak en de omgang met terrorismeverdachten in Nederland zich ontwikkeld? Waar staan we als het gaat om de berechting en detentie van terrorismeverdachten en geradicaliseerden? In dit themanummer van Justitiële verkenningen worden diverse aspecten van dit juridische complex aangesneden. De vraag van dit themanummer is inventariserend (waar staan we?), beschrijvend (hoe zijn de ontwikkelingen verlopen?), analyserend (wat is het effect van detentie?) en gedeeltelijk ook wel normatief/proscriptief (wat zou de wenselijke richting zijn van de ontwikkelingen?). De artikelen behandelen het vraagstuk van detentie, strafmaat, recidive, repatriëring, resocialisatie en rehabilitatie van terrorismeverdachten en -veroordeelden en denken kritisch mee met de doorontwikkeling van deze praktijken. Een rode draad in dit themanummer is, dat er wordt gepleit voor meer maatvoering, minder boude, politiek gekleurde en algemene maatregelen (‘het is nu eenmaal terrorisme’), en voor een perspectief op terrorisme dat boven het strikt strafrechtelijke uitstijgt. Terrorisme is – omdat het vaak over nog niet begane strafdaden, over preventie en risico gaat – een categorie dreiging die soms moeilijk in het binaire koppel van schuldig-onschuldig te vangen is. Terrorisme – en zeker radicalisering – is ook een psychologisch, pedagogisch, en soms sociaaleconomisch fenomeen, dat meer in die bredere context en minder als een strikt strafrechtelijke kwestie kan en moet worden afgedaan

    Social robots in forensic care; an exploratory study on how they can assist the forensic psychiatric field (full text only available in Dutch)

    No full text
    Sociale robotica is een sleuteltechnologie die naar verwachting een grote invloed gaat hebben op de maatschappij en daarmee mogelijk ook op de forensische psychiatrische zorg. Binnen de FPC de Oostvaarderskliniek wordt momenteel een exploratief praktijkonderzoek uitgevoerd naar de inzet van robot Maatje in de forensische zorg. Dit onderzoek is daarop aanvullend en hanteert een brede, inclusieve notie van wat een sociale robot is om niet bij voorbaat veelbelovende sociale interfaces uit te sluiten. In dit exploratieve onderzoek wordt een beeld geschetst van de mogelijke meerwaarde van sociale robots - nu of in de toekomst - in verschillende onderdelen van de forensische zorg en voor specifieke subgroepen van patiënten. Hoofdvraag: Wat is de meerwaarde van sociale robots – nu of in de toekomst – in verschillende onderdelen van de forensische zorg en voor specifieke subgroepen van patiënten? Deelvragen: Wat zijn, op basis van literatuurstudie, de onderdelen van de forensische zorg, het forensisch toezicht en specifieke subgroepen van patiënten waarvoor sociale robots meerwaarde kunnen hebben? Wat zijn, op basis van de literatuur, de mogelijkheden van sociale robots in de geestelijke gezondheidszorg, meer specifiek in de forensische zorg en begeleiding? Wat zijn, volgens experts uit de praktijk en op basis van gepresenteerde prototypes, de kansen en mogelijkheden van sociale robots en wat is de toegevoegde waarde in de forensische zorg en begeleiding van specifieke subgroepen van patiënten idem? Wat zijn de kosten en beperkingen van sociale robots - nu of in de toekomst – voor de forensische zorg? INHOUD Inleiding De forensische zorg: indeling, behandelingen en ervaringen met eHealth Literatuuronderzoek naar sociale robotica Concretiseringsfase: kansen voor sociale robotica in de forensische zorg Resultaten focusgroepen: mogelijkheden, toegevoegde waarde en beperkingen van sociale robotica Conclusie en aanbevelingenSocial robotics is a key technology which is expected to have a major impact on society and, potentially, therefore also on the forensic psychiatric field. At the Forensic Psychiatric Center de Oostvaarderskliniek, currently the added value of robot Maatje in the forensic care practice is evaluated in an exploratory pilot. The research reported in this report is complementary to this pilot. We use a broad and inclusive concept of what a social robot is to avoid excluding potentially promising social interfaces upfront. In the exploratory research reported here, we aim to identify the added value of the use of social robots - now or in the future - in forensic care and whether there is added value specifically for particular patient groups. Main research question: What is the added value of social robots – now or in the future – in forensic care, and which patient groups would particularly benefit from their use

    Influenced violence - Evaluation of the Substance Research Act for Violent Offenders, WMG (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2017 the ‘Wet middelenonderzoek bij geweldplegers’ (Substance Research Act for Violent Offenders, WMG) was implemented. Investigating officers were qualified to test suspects of violent crimes for alcohol- and drug (ab)use. The minister of Security and Justice already promised to do a policy evaluation at the time. The research objective is described as: ‘the evaluation must provide insight in the efficacy and effectiveness of the WMG and contribute to countering committing violence while intoxicated. This evaluation might incentivize new initiatives for effectiveness’. The evaluation consists of a plan and process evaluation and, dependent on the insight from this, possibly an effect evaluation.Het onderzoeksdoel is als volgt omschreven: ‘de evaluatie moet inzicht bieden in de werking en effectiviteit van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) en daarmee bijdragen aan het tegengaan van het plegen van geweld onder invloed. Op basis van de evaluatie kunnen waar nodig initiatieven ter vergroting van de effectiviteit worden genomen’. De evaluatie bestaat minimaal uit een plan- en procesevaluatie en, afhankelijk van de inzichten hieruit, eventueel een effectevaluatie. Voor de planevaluatie is de volgende probleemstelling geformuleerd: ‘Wat heeft de wetgever met de WMG beoogd en op welke wijze wordt verondersteld dat dit doel/deze doelen kunnen worden bereikt?’. Voor de procesevaluatie is de volgende probleemstelling geformuleerd: ‘Hoe verloopt de uitvoering in de praktijk van de in het plan essentieel geachte onderdelen?’ Vervolgens zijn de volgende onderzoeksvragen voor de planevaluatie geformuleerd: 1. Wat heeft de wetgever met de WMG beoogd, zowel als hoofddoel en als eventuele onderliggende doelen? 2. Op welke wijze wordt verondersteld dat dit doel of deze doelen kunnen worden bereikt? 3. Welke mogelijke andere, waaronder mogelijk ‘tegendraadse’, effecten werden voorzien en zijn aangetroffen? 4. Op welke onderdelen en/of in welke mate moet ten minste in de praktijk aan het plan (zie onderzoeksvraag 2) zijn voldaan om doelbereiking in enige mate te kunnen veronderstellen? Voor de procesevaluatie zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 5. Hoe ziet de uitvoering in de praktijk eruit van de voor doelbereiking essentieel geachte onderdelen? 6. Is de uitvoering op essentieel geachte onderdelen in de praktijk voldoende in overeenstemming met het plan (zie vraag 4), zodat de beoogde effecten kunnen optreden? 7. Zijn er in de praktijk aanwijzingen voor het optreden van onvoorziene, zowel positieve als ‘tegendraadse’, effecten? INHOUD: 1. Inleiding, 2. De WMG-procedure, 3. Onderzoeksopzet, 4. De planevaluatie, 5. Procesevaluatie: WMG in cijfers, 6. Procesevaluatie: mening van de hOvJ's, 7. Procesevaluatie: casusanalyse en interviews, 8. Terugblik, onderzoeksvragen en conclusies

    Do or don't; synthesis of existing knowledge focused on ingrowth mechanisms and recruitment processes of youngers in organized crime (full text only available in Dutch)

    No full text
    Om te voorkomen dat jongeren in de georganiseerde criminaliteit terecht komen of hier verder in afglijden hebben de ministers voor Rechtsbescherming en van Justitie en Veiligheid besloten om een preventieve aanpak in te zetten. Deze aanpak krijgt onder andere vorm via projecten in een achttal gemeenten die vallen onder het Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC). Voor de aanpak is het van belang om te weten waarom bepaalde jongeren en jongvolwassenen de georganiseerde criminaliteit in gaan. Wat zijn met andere woorden risico- en beschermende factoren? Op basis van deze kennis kunnen vervolgens zinvolle interventies worden (door)ontwikkeld en worden ingezet. In dit rapport wordt verslag gedaan van een literatuuronderzoek waarin de vraag centraal staat wat in de wetenschappelijke literatuur bekend is over ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde misdaad. INHOUD: Inleiding Ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen Risico- en beschermende factoren Samenvatting en reflectie Deelrapporten gepubliceerd op 10 oktober 2022: Kuppens, J., Kathmann, K. en Ferwerda, H. (2022). Stop de in- en doorgroei: Een praktijkscan op interventies die vanuit BOTOC-gelden zijn opgestart om doorgroei en rekrutering van jongeren in de criminaliteit te stoppen. (Bureau Beke). Bureau Beke en het CCV (2022). Wegwijzer jeugd en veiligheid: Aanpak risicojeugd en jeugdgroepen: Houd jongeren uit de georganiseerde criminaliteit. (Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV))

    In focus out: An evaluation of ‘care conferences’ for long-term residents (15+ years) in forensic mental health care (full text only available in Dutch)

    No full text
    The aim of this study is to evaluate the care conferences held as part of the Project 15-plus, and considered a promising solution to the perceived problem of long-term residents in the TBS-system.Dit onderzoek heeft als doel de gehouden zorgconferenties in het kader van het Project 15-plus, als veelbelovende oplossing voor het ervaren probleem van langverblijvers in de tbs, te evalueren. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Kenmerken van langverblijvers – verslag van een dossierstudie, 3. Waardering van betrokkenen – verslag van een interviewstudie, 4. Buitenlandse inzichten – verslag van een vergelijkend onderzoek, 5. Beleidsimplicaties en vroegsignalering – verslag van expertmeetings, 6. Conclusies, discussie en aanbevelingen

    Evaluation of the national pilot Police Repremand for juvenile first offenders (full text only available in Dutch)

    No full text
    On October 1, 2020, the national Reprimand Pilot was launched in the Netherlands. This Pilot was initiated by the police, the Public Prosecutor's Office (OM) and an organization for diversion sanctions for juvenile offenders (Halt); the Ministry of Justice and Security was also involved. During the pilot project, a new procedure was adopted for juvenile first offenders of minor offenses. The new procedure entails that arrested juveniles are no longer transported to the police station to be brought before the assistant prosecutor, instead this can be done on location by telephone. If the assistant Public Prosecutor feels that the juvenile qualifies to being reprimanded (cautioned), he or she will be released and a ‘reprimand conversation’ will take place shortly thereafter, in which also the parents of the juvenile will be involved. The Pilot was initially scheduled to last one year, until October 1, 2021, but in the meanwhile extended. The report, of which this is the summary, contains the evaluation of procedure. This will be the basis for the decision making about its continuation.Op 1 oktober 2020 werd de landelijke Pilot Reprimande gestart, op initiatief van de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en Halt, en met betrokkenheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid (MJenV). Tijdens de pilot werd een nieuwe werkwijze gehanteerd voor op heterdaad aangehouden minderjarige first offenders van een licht feit. Die nieuwe werkwijze houdt in dat deze aangehouden minderjarigen niet langer worden overgebracht naar het politiebureau om daar te worden voorgeleid aan de hulpofficier van justitie (hOvJ), maar dat dit ter plaatse telefonisch gebeurt. Als de hOvj vindt dat de minderjarige in aanmerking komt voor een reprimande, wordt deze in vrijheid gesteld en zal kort daarna een reprimandegesprek plaatsvinden, waarbij ook de ouders worden betrokken. Het onderzoek bestaat uit drie deelevaluaties: een plan‐, proces‐ en outputevaluatie. Daarnaast is aanvullend juridisch en criminologisch literatuuronderzoek verricht. INHOUD: 1. Inleiding 2. De beoogde doelen, doelgroep en opzet van de nieuwe werkwijze 3. Het doelbereik van de nieuwe werkwijze: landelijke cijfers 4. De uitvoering van de nieuwe werkwijze in drie politie-eenheden 5. De uitvoering van de werkwijze in relatie tot de beoogde doelen 6. De reprimande in een breder juridisch en criminologisch perspectief 7. Conclusies en aanbevelinge

    Exploratory study on risk factors for ransomware attacks (full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit onderzoek heeft als doel het in kaart brengen en kwantificeren van factoren die ransomware-aanvallen beïnvloeden. Een tweede doelstelling is het bieden van inzicht in de mogelijkheden tot bewustwording onder bestuurders van middelgrote en kleine organisaties, zowel in de publieke als private sector. Het onderzoek beantwoordt de volgende onderzoeksvragen: Welke risico’s brengen ransomware-aanvallen met zich mee? Hoe zien ransomware-aanvallen er tegenwoordig uit en welke instrumenten worden hierbij ingezet? Welke soorten partijen zijn bij deze aanvallen betrokken? Welke interne en externe factoren dragen bij aan ransomware-risico’s voor een organisatie? In hoeverre zijn deze factoren kwantificeerbaar? Met welk instrument kunnen beleidsmakers in middelgrote en kleine organisaties bewust worden gemaakt maken van de risico’s van ransomware? Wat zijn belangrijke factoren voor bedrijven en organisaties om met het instrument aan de slag te gaan? Voor de uitvoering van dit onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende methoden: literatuuronderzoek, verkenning van bestaande risicotaxatiemodellen, verkenning van cybersecurityverzekeringen, interviews, casestudies van getroffen organisaties in Nederland en validatiesessies. In dit onderzoek wordt getracht de meest actuele situatie te schetsen van de vraagstukken die hier spelen. INHOUD: Introductie Impact van ransomware-aanvallen Opzet van ransomware-aanvallen Betrokken actoren bij ransomware-aanvallen Risicofactoren voor ransomware-aanvallen Beleidsopties om risico's te verkleinen.Dialogic conducted an exploratory study on risk factors for ransomware attacks. The objective of this research is to identify and quantify factors that influence ransomware attacks. A second objective is to provide insight into the potential for awareness among managers of medium-sized and small organizations, both in the public and private sectors. The study answers the following research questions: What risks do ransomware attacks pose? What do ransomware attacks look like today and what tools are used in the process? What types of parties participate in these attacks? What internal and external factors contribute to ransomware risk for an organization? To what extent are these factors quantifiable? What tool can be used to raise awareness of ransomware risks among decision makers in medium and small organizations? What are key factors for companies and organizations to get started with the tool

    Phenomena of sexual violence in the Netherlands; secondary analyses on data of the Prevalence Monitor Domestic Violence and Sexual Violence 2020 (full text only available in Dutch)

    No full text
    In 2020 voerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld (PHGSG) uit in opdracht van het WODC. Het doel hiervan was om inzicht te krijgen in de aard en omvang van slachtofferschap van o.a. seksuele intimidatie en seksueel geweld. Hieruit bleek dat 11 procent van de bevolking van 16 jaar en ouder (omgerekend 1,6 miljoen personen) in de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van seksueel geweld. De rapportage van de PHGSG bevat jaarprevalentiecijfers voor verschillende vormen van seksueel geweld, namelijk niet-fysieke seksuele intimidatie, fysiek seksueel geweld en online seksuele intimidatie. Wat hierin echter ontbrak waren meer inhoudelijke analyses van vormen van seksuele grensoverschrijding, waarin variabelen betekenisvol aan elkaar gerelateerd werden. Om die reden zijn aanvullende secundaire analyses uitgevoerd met als doel om belangrijke fenomenen met betrekking tot seksuele grensoverschrijding te onderscheiden en slachtoffer-pleger relaties beter in kaart te brengen.In 2020, Statistics Netherlands (CBS) conducted the Prevalence Monitor Domestic Violence and Sexual Violence (PHGSG) commissioned by the Scientific Research and Documentation Centre (WODC). The objective was to gain insight into the nature and prevalence of sexual harassment and sexual violence. The study showed that 11 percent of the population, aged 16 and older (roughly 1.6 million persons) were victims of sexual harassment or violence in the past 12 months. The PHGSG report includes annual prevalence rates for different forms of sexual violence, namely non-physical sexual harassment, physical sexual violence and online sexual harassment. However, these rates were incomplete, as they lacked more substantive analyses of different forms of sexual victimization, in which variables are meaningfully related to each other. Therefore, additional secondary analyses were conducted with the aim of distinguishing important phenomena related to sexual victimization and better mapping victim-perpetrator relationships

    Virtual currencies; actionable perspectives for the identification and attribution of virtual money streams (full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit onderzoek exploreert de mogelijkheden voor het opsporen van criminele gelden middels de nieuwe, virtuele geldstromen. Hiertoe worden verschillende modi operandi geïdentificeerd in de zogeheten last mile – het deel van de criminele waardeketen waar transacties met de ‘eindgebruiker’ plaatsvinden, zoals de afwikkeling van online handel in drugs of cybercrime gereedschap. Deze focus zorgt ervoor dat een breed palet aan modi operandi waar virtuele valuta een rol in spelen, kan worden onderzocht. INHOUD Inleiding Onderzoeksopzet Analytische lens Virtuele valuta en criminaliteit Ondergrondse economie Duiding data-analyse Opsporingspraktijk HandelingsperspectievenThis research explores the possibilities for detecting criminal assets through these new, virtual money streams. To this end, various modi operandi are identified in the so-called last mile – the part of the criminal value chain where transactions with the ’end user’ take place, such as transactions of illegal narcotics or cybercrime tools. This focus ensures that a wide range of modi operandi in which virtual currencies play a role can be explored

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇