WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    Perspectives on the area ban - Legal (im)possibilities, numbers and experiences (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het overkoepelende doel van dit onderzoek is na te gaan in hoeverre gebiedsverboden onder de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking (Wlt) toereikend zijn om een fysieke ontmoeting tussen slachtoffers of nabestaanden en daders te voorkomen. Er zijn zeven onderzoeksvragen geformuleerd. Vraag 1: Welke onderdelen van de Wlt kunnen worden ingezet om de situatie te voorkomen dat slachtoffers of nabestaanden in hun woonomgeving worden geconfronteerd met de dader en welke verschillen bestaan daarbinnen naargelang het type delict en type slachtoffer? Vraag 2: Bestaan er andere wettelijke grondslagen dan de grondslagen onder de Wlt, die kunnen worden ingezet om te voorkomen dat slachtoffers of nabestaanden in hun woonomgeving worden geconfronteerd met hun dader en zo ja, hoe verhouden deze zich tot de mogelijkheden onder de Wlt? Vraag 3, 4 en 5 zijn samengenomen: Hoe vaak en op welke wijze zijn de verschillende onderdelen van de Wlt ingezet om te voorkomen dat het slachtoffer of de nabestaande in zijn woonomgeving wordt geconfronteerd met zijn dader? Hoe vaak en op welke wijze zijn de mogelijkheden op grond van een andere wettelijke basis dan de Wlt ingezet om te voorkomen dat een slachtoffer of de nabestaande in zijn woonomgeving wordt geconfronteerd met de dader? Hoe verhouden de mogelijkheden zich tot elkaar? Vraag 6: Welke mensenrechten van het slachtoffer of de nabestaande en de dader spelen een rol bij de oplegging, tenuitvoerlegging en handhaving van een langdurig gebiedsverbod? Vraag 7: Zijn de mogelijkheden die de wet biedt om te voorkomen dat het slachtoffer of de nabestaande in zijn woonomgeving wordt geconfronteerd met zijn dader toereikend? A. Hoe oordelen slachtoffers en nabestaanden over de mogelijkheden tot gebieds-verboden binnen de Wlt? B. Hoe oordelen bij de tenuitvoerlegging en handhaving betrokken instanties en personen over de mogelijkheden tot gebiedsverboden binnen de Wlt? C. Hoe oordelen slachtoffers en/of nabestaanden en bij de tenuitvoerlegging en handhaving betrokken partijen over de aanvullende mogelijkheden tot een gebiedsverbod? D. Hoe vaak worden de verschillende gebiedsverboden geschonden? INHOUD Inleiding Wettelijke mogelijkheden tot een gebiedsverbod binnen de Wlt Wettelijke mogelijkheden tot een gebiedsverbod buiten de Wlt Mensenrechten van slachtoffers of nabestaanden en daders Gebiedsverboden in de praktijk Ervaringen met gebiedsverboden ConclusieThe goal of the present study was to examine if long-term area bans for (mentally ill) sex and violent offenders under the Long-Term Supervision Act (LTSA; Wet langdurig toezicht) are sufficient to prevent confrontations between victims or their next-of-kin of serious crimes and perpetrators. With ‘confrontations’ we mean physical encounters in the (living) environment of the victims or their next-of-kin that could be prevented by area bans. With ‘area bans’ we mean orders that prohibit the perpetrator to go to certain geographical areas around a certain radius, usually of 5 kilometres around an address. With ‘sufficient’ we mean to indicate the degree to which the imposition, execution and enforcement of area bans contributes to the prevention of confrontations between victims or their next-of-kin and perpetrators in their living and/or work environment. With enforcement, we mean supervision as well as responses to potential violations of the area bans by probation services as well as by police and/or municipalities

    Evaluation of Source Protection in Criminal Matters Act (full text only available in Dutch)

    No full text
    In de wet is het recht op bronbescherming, dat eerder reeds voortvloeide uit rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de Hoge Raad en uit een OM-Aanwijzing, gecodificeerd. Op grond van de wet mag een journalist/publicist de identiteit van een bron die informatie heeft verschaft, verborgen houden. De invoering van de wet heeft geleid tot wijziging van andere, reeds bestaande wetten. De kernbepaling is artikel 218a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), waarin een verschoningsrecht wordt toegekend aan journalisten en publicisten. Dit verschoningsrecht kan worden doorbroken wanneer een rechter van oordeel is dat sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang dat moet prevaleren boven het belang van bronbescherming. Het verschoningsrecht werkt door bij de toepassing van dwangmiddelen ten aanzien van journalisten/publicisten. De onderzoeksvragen luiden als volgt: Wat waren de doelstellingen van de Wet bronbescherming in strafzaken? Hoe vaak wordt sinds de inwerkingtreding van de Wet bronbescherming in strafzaken een beroep gedaan op het verschoningsrecht van artikel 218a Sv, hoe vaak en om welke redenen wordt dit toe- en afgewezen en wat is de door de rechter gemaakte belangenafweging? Hoe vaak komt het voor dat dwangmiddelen worden toegepast ten aanzien waarvan het Wetboek van Strafvordering bijzondere regels kent wanneer het een persoon betreft die aanspraak kan maken op het verschoningsrecht van artikel 218a Sv en op grond van welke overwegingen wordt bepaald of de inzet van deze dwangmiddelen toelaatbaar is? Zijn de doelstellingen van de Wet bronbescherming in strafzaken behaald? INHOUD Inleiding Context: het recht op bronbescherming volgens het EHRM Totstandkoming, doelstellingen en inhoud van de wet De wet in de praktijk Conclusies en aanbevelingenThe purpose of the study was to evaluate the Wet bronbescherming in strafzaken (Source Protection in Criminal Matters Act), which came into force on October 1, 2018. The reason for the study was a motion passed by the Tweede Kamer (House of Representatives), calling for evaluation of the law. The Act codified the right to protect journalistic sources, which had previously resulted from case-law of the European Court of Human Rights and the Supreme Court, and from Guidelines of the Public Prosecution service. The Act allows a journalist/publicist to conceal the identity of a source who has provided information. The introduction of the Act led to the amendment of other pre-existing laws. The core provision is Article 218a of the Code of Criminal Procedure (CCP), which grants a right to refuse to testify to journalists and publicists. This right can be set aside if a judge is of the opinion that there is an overriding public interest that outweighs the interest of source protection. The right to refuse to testify has an effect on the application of coercive measures against journalists/publicists

    Evaluation of the Dutch counterterrorism laws (full text only available in Dutch)

    No full text
    Als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten ontstond ook in Nederland de behoefte om wetgeving tot stand te brengen, specifiek met het oog op het voorkomen en bestrijden van terrorisme. Mede naar aanleiding van internationale verdragen en besluiten en nationale behoeften zijn sinds 2004 in Nederland verschillende contraterrorisme-wetten (hierna: CT-wetten) ingevoerd. De meeste van deze wetten zijn na verloop van tijd aan een evaluatie onderworpen. Aan een algehele of integrale evaluatie van alle CT-wetten die sinds 2004 zijn tot stand gebracht, heeft het tot nu toe echter ontbroken. De doelstelling van het onderhavige onderzoek is om, in navolging van reeds uitgevoerde evaluaties van afzonderlijke CT-wetten en de motie Bikker c.s., deze wetgeving in samenhang te evalueren en daarbij niet alleen stil te staan bij het centrale (nationale) niveau, maar ook het decentrale (lokale) niveau te betrekken. Deze doelstelling is vertaald in een drieledige probleemstelling: Hoe wordt de CT-wetgeving, in onderlinge samenhang bezien, geacht bij te dragen aan de aanpak van terrorisme en extremisme? Is de Nederlandse CT-wetgeving voldoende samenhangend bezien vanuit de (decentrale) (uitvoerings)praktijk? Zijn er neveneffecten van de CT-wetgeving, expliciet bij een beoordeling van de samenhang van deze wetgeving? INHOUD Inleiding Terrorisme- en terrorismebestrijding in Nederland Juridische analyse inzake de samenhang van de Nederlandse CT-wetgeving Ervaringen met CT-wetgeving en oordelen uit de praktijk, aandachtspunten in de 'law in action' Ervaringen met de CT-wetgeving op lokaal niveau ConclusiesAs a result of the attacks of September 11, 2001, in the United States, the need also arose in the Neth-erlands to enact legislation to prevent and combat terrorism. Since 2004, various counterterrorism laws (hereinafter: CT laws) have been introduced in the Netherlands, partly in response to international treaties and decisions and national needs. Most of these laws have been subject to evaluation over time. However, a comprehensive review of all CT laws enacted since 2004 has been lacking so far. the aim of the present study is to evaluate the CT legislation in conjunction and to consider not only the central (national) level, but also the decentralized (local) level. This objective has been translated into a three-pronged problem statement: How is CT legislation, when assessed in conjunction, considered to contribute to tackling ter-rorism and extremism? Is Dutch CT legislation sufficiently coherent from the point of view of (decentralized) (implementation) practice? Are there side effects of the CT legislation, explicitly when assessing the coherence of this leg-islation

    Right-wing extremist radicalisation on social media platforms? Action perspectives and Development pathways (full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit onderzoek is uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingspaden voor het optreden van rechtsextremistische radicalisering, met daarin centraal de rol van online sociale media platforms, aanbevelingsalgoritmen en de wisselwerking tussen de online- en offline contexten. De doelstellingen van het onderzoek waren de volgende: Wat zijn de ontwikkelingspaden voor het optreden van rechtsextremistische radicalisering en wat is daarbij de rol van online sociale mediaplatforms? Welke invloed hebben de aanbevelingsalgoritmen die op sociale mediaplatforms worden toegepast (nog) op rechtsextremistische radicalisering van gebruikers van deze platforms? Vindt er naast online radicalisering ook offline rekrutering plaats bij rechtsextremistische radicalisering (wisselwerking online en offline contexten)? Welke haalbare handelingsperspectieven zijn er om rechtsextremistische radicalisering via online sociale mediaplatforms tegen te gaan?INHOUD Introductie Radicaliseringsprocessen Rechtsextremistische content Aanbevelingsalgoritmen als sociale mediafuik Trials op Youtube en TikTok Online en offline radicalisering? Nieuwe regelgeving en handelingsperspectieven ConclusiesThis research has mapped different development paths of right-wing extremist radicalisation and the role played in these processes by social media platforms, with a specific focus on the workings of recommendation algorithms. We also examined the role of the offline context in development paths of right-wing extremist radicalisation. Based on the findings, possible viable action perspectives have been described for the government, to prevent right-wing extremist radicalisation via online platforms

    Assessment of the Law on passing on the costs of supervision and disciplinary law to legal professions (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in de bedoelde en onbedoelde gevolgen van de Wet doorberekening voor elk van de drie betrokken beroepsgroepen (gerechtsdeurwaarders, notarissen en advocaten). Daarnaast moest het onderzoek inzichten bieden in de mogelijkheden om de werking en de gevolgen van de wet te verbeteren, dat wil zeggen hoe positieve gevolgen kunnen worden vergroot en negatieve gevolgen kunnen worden verkleind of weggenomen. Inzicht diende te worden verkregen in de mate waarin de – door middel van een reconstructie van de beleidslogica in kaart te brengen – doelstellingen van de wet, zijn behaald en in hoeverre voorziene of niet voorziene neveneffecten zijn opgetreden. De centrale probleemstelling voor het onderzoek luidde: Wat zijn de bedoelde en onbedoelde gevolgen van de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen voor betrokken de beroepsgroepen? In hoeverre worden de doelstellingen van de wet behaald? Hoe zouden de werking en de gevolgen van de wet kunnen worden verbeterd?INHOUD Inleiding Reconstructie beleidslogica Procedures kostendoorberekening Gerechtsdeurwaarders Notarissen Advocaten Perspectief ministerie Conclusies AanbevelingenThis is a study into the intended and unintended consequences of the Law on passing on the costs of supervision and disciplinary proceedings to legal professions (Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen), hereinafter referred to as the ‘legislation’. This study has resulted in an understanding of the extent to which the objectives of the legislation have been achieved and side effects produced. On the basis of the study’s findings, recommendations have also been made to improve the effect and impact of the legislation. The legislation governs the handling of the costs incurred by the State for supervision and disciplinary proceedings with regard to the three legal professions: judicial officers, notaries, and advocates

    International approaches to police performance measurement

    Get PDF
    The study had two main goals: To gather insights into how different police jurisdictions have approached performance measurement. To assess what lessons these approaches can offer for improving police performance measurement in the Netherlands.. A series of research questions were developed to meet these goals. These questions focused on the methods and indicators used to measure performance in a selection of ten policing jurisdictions, including the Netherlands; the stated purposes of the performance measurement; the reliability of the approaches; identified or potential adverse side effects of measuring performance; and examples of good or innovative practice in these areas. In addition, several research questions focused on the methods and indicators used to gain insight into the performance of the Dutch police; the aspects of policing not currently captured in this framework; the lessons that approaches to performance measurement in other jurisdictions may offer the Netherlands; and the transferability of these approaches to the Netherlands. To address these research questions, the study team conducted a targeted literature review and expert and stakeholder interviews in each of these jurisdictions, including the Netherlands. The team then selected five case study jurisdictions for more in-depth data collection and analysis: England and Wales, Israel, North Rhine-Westphalia (Germany), Seattle (United States) and Sweden. CONTENTS Introduction Methodological approach Police performance measurement in the Netherlands Case study 1: England and Wales Case study 2: Israel Case study 3: North Rhine-Westphalia Case study 4: Seatle Case study 5: Sweden Cross-cutting themes in police performance measurement Lessons for the Netherland

    Background and objective of the process evaluation of civil registry electronic services (full text only available in Dutcch)

    No full text
    Bij de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand (Stb. 2019, 419) is toegezegd om deze wet te evalueren. Doel van deze procesevaluatie is om de Tweede Kamer te kunnen informeren over de stand van zaken rond de in- en uitvoering van de mogelijkheid tot elektronische aangifte van geboorte en overlijden en de melding voorgenomen huwelijk/geregistreerd partnerschap. Een tweede doel is te bezien hoe de ervaringen die hierbij zijn opgedaan, kunnen bijdragen aan de verdere inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand. Achterliggende gedachte is dat inzicht in de ervaringen die zijn opgedaan met de in- en uitvoering van elektronische aangifte aan de frontoffice van gemeenten, tevens behulpzaam kan zijn bij de verdere inwerkingtreding van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand voor wat betreft de verdere digitalisering van de backoffice van gemeenten. INHOUD Inleiding Beleidstheorie en wettelijk kader Overzicht aanbod elektronische dienstverlening burgerlijke stand Ervaringen met implementatie en uitvoering Beschouwing ConclusiesWhen the Civil Registry (Electronic Services) Act (Bulletin of Acts, Orders and Decrees 2019, 419) came partially into effect, an undertaking was given to evaluate the Act. This process evaluation aims to allow the Lower House of Parliament to be informed of the state of affairs concerning the introduction and implementation of the option for electronic registration of births and deaths and reporting intended marriages and registered partnerships. A second aim is to consider how to learn from these experiences in the further implementation of the Civil Registry (Electronic Services) Act. The idea here is that information about the experiences when introducing and implementing electronic registration in municipalities’ front offices could also be useful information in implementing the Civil Registry (Electronic Services) Act with regard to the further digitalisation of municipal back offices

    Player limits in online gambling; a study on players’ experiences and needs (full text only available in Dutch)

    No full text
    Op 1 april 2021 werd het Besluit kansspelen op afstand van kracht, waardoor het voor volwassenen (18 jaar en ouder) mogelijk werd om legaal online te gokken bij aanbieders die in het bezit zijn van een vergunning van de Kansspelautoriteit. Met de invoering van de wet zijn maatregelen genomen ter preventie van kansspelverslaving, onmatig gokgedrag en schade door online gokken. Eén van deze maatregelen is dat spelers speellimieten moeten instellen voordat zij toegang krijgen tot een platform voor online kansspelen. De doelstelling van het onderzoek is het bieden van inzicht in: hoe deelnemers aan online kansspelen de huidige praktijk van het instellen van speellimieten ervaren en benutten; de wensen en behoeften van deelnemers aan online kansspelen bij het instellen en bewaken van speellimieten; de waardering van deelnemers aan online kansspelen ten aanzien van bestaande ideeën voor aanpassing van de huidige praktijk rond het instellen en bewaken van speellimieten. INHOUD Inleiding Achtergrond: doelen en beoogde werking van speellimieten Het instellen van speellimieten Omgang met speellimieten Houding en perceptie van effectiviteit Behoefte aan informatie en ondersteuning Profiel van online kansspeler

    Fraud Helpdesk evaluation (full text only available in Dutch)

    No full text
    Ons land kent verschillende informatie- en meldpunten waar burgers en bedrijven informatie kunnen inwinnen over (nieuwe) vormen van horizontale fraude, waarbij burgers en bedrijven worden benadeeld en waar fraude en oplichting kunnen worden gemeld. De Fraudehelpdesk is één van die meldpunten en richt zich op alle vormen van fraude. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is op dit moment de enige subsidieverstrekker. Deze evaluatie beoogt de besluitvorming over de subsidiëring, de hoogte van de toe te kennen subsidie, de doelen van de subsidie en daarbij te stellen voorwaarden te ondersteunen. De volgende hoofdvragen staan centraal: In hoeverre kunnen de doelen die de Fraudehelpdesk nastreeft in theorie via de geldende subsidievoorwaarden en het inrichtingsplan van de Fraudehelpdesk worden bereikt? In welke mate volstaat de praktische invulling van het inrichtingsplan van de Fraudehelpdesk in het bereikbaar maken van deze doelen? Welke bijdrage heeft de Fraudehelpdesk geleverd aan de preventie en bestrijding van horizontale fraude? Welke positie bekleedt de Fraudehelpdesk in het veld van de Nederlandse fraudepreventie en -bestrijding? Hoe zou de toekomstige doelbereiking van de Fraudehelpdesk (verder) kunnen worden verbeterd? Zijn er structurele of procesmatige aanpassingen nodig om de toekomstige bijdrage van de Fraudehelpdesk aan fraudepreventie en -bestrijding in Nederland te verbeteren? INHOUD Inleiding Beleidsreconstructie Organisatie, financiën en activiteiten Bekendheid Fraudehelpdesk Waardering van de Fraudehelpdesk Landschapf van fraudemeldpunten Synthese en conclusieThe Netherlands has several information points and hotlines where citizens and businesses can obtain information on (new) forms of horizontal fraud involving harm to citizens and businesses, and where fraud and scams can be reported.1 One such fraud hotline - the one at the centre of this study, which focuses on all forms of fraud - is the Fraud Helpdesk. The Fraud Helpdesk was set up by the SafeCin Foundation after the Ministry of Justice and Security (hereafter: JenV) made funding available for this purpose in late 2010. The Ministry of JenV is currently the sole funder. This evaluation aims to assist in decision-making regarding further funding, the amount of the funding to be awarded, the goals of the funding and conditions to be set thereby

    Process evaluation of the compensation of the damage caused by the significant flooding in the Southern Netherlands (full text only available in Dutch)

    No full text
    In juli 2021 leidden overstromingen en extreme regenval in Limburg en delen van Noord-Brabant tot vele gedupeerden, grote schade en hoge kosten. Van overheidswege werden gedupeerden financieel ondersteund door de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in te zetten. De Wts is bedoeld om getroffenen van rampen van een financiële tegemoetkoming te voorzien. Het gaat dan om tegemoetkoming in schade die redelijkerwijs niet verzekerbaar is. De hoofdvragen van het onderzoek luiden: Op welke wijze is na de wateroverlast in het zuiden van Nederland in juli 2021 het proces verlopen inzake de toepassing van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen? Specifiek valt hieronder het proces van het opstellen van de ministeriële regeling en de daaraan direct en indirect verbonden Quick Scan, beleidsregels en regelingen, inclusief de beantwoording van beleidsmatige vragen vanuit de uitvoering. Hoe hebben betrokken partijen het proces inzake de toepassing van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen ervaren en welke verbetermogelijkheden en leerpunten zien zij?INHOUD Inleiding Context en achtergrond Wts Totstandkoming van de ministeriële regeling Uitvoering van de ministeriële regeling Additionele regelingen naast de ministeriële regeling Conclusies en leerpuntenIn July 2021 large floods and extreme rainfall in Limburg and parts of North Brabant have led to many affected people, extensive damage and high costs. The government chose to activate the Disaster Damage Compensation Act (Wet tegemoetkoming schade bij rampen, henceforth Wts). The Wts is intended to provide those affected by disasters with financial allowance, for damage that is not reasonably insurable or avoidable. The primary research questions are: How did the process regarding the Wts proceed after its application in response to the flooding in the south of the Netherlands in July 2021? Specifically, this includes the process of drafting the ministerial regulation and the Quick Scan, policy rules and regulations directly and indirectly related to it, including the answering of policy questions from the implementation. How did the parties involved experience the process regarding the Wts and which lessons learned or opportunities for improvement do they see

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇