WODC Repository
Not a member yet
    3500 research outputs found

    From words to actions - An exploration and critical review of the concept of ‘stochastic terrorism’ (full text only available in Dutch)

    No full text
    Stochastisch terrorisme verwijst naar vijandige, denigrerende of dehumaniserende uitspraken door invloedrijke personen, gericht op een politieke, sociale, etnische of religieuze groep of een individu. Dit kan via interactie op sociale media en nieuwsmedia een klimaat van vijandigheid creëren, waardoor de kans toeneemt dat iemand tot geweld overgaat, zonder expliciete oproep tot dat geweld. Omdat deze uitingen vaak impliciet zijn, kunnen degenen die dit discours verspreiden of versterken niet, of niet eenvoudig, worden vervolgd. Bovendien ontbreekt een juridische definitie of een eenduidige interpretatie van dit concept. Dit onderzoek beoogt het begrip ‘stochastisch terrorisme’ kritisch te onderzoeken en bij te dragen aan een beter begrip van dit complexe en ietwat ongrijpbare fenomeen. Dit onderzoek had als doel het concept stochastisch terrorisme te definiëren, inzicht in het fenomeen te verkrijgen en mogelijke handelingsperspectieven voor de overheid te verkennen om maatschappelijk ontwrichtende ontwikkelingen beter te begrijpen en aan te pakken. Het onderzoek bestond uit verschillende onderdelen: een literatuuronderzoek, interviews met deskundigen uit uiteenlopende vakgebieden (zoals sociale psychologie, radicalisering en mediastudies), drie casestudies van incidenten die als ‘stochastisch terrorisme’ worden aangemerkt en een expertsessie waarbij de onderzoekers de voorlopige bevindingen presenteerden aan een multidisciplinaire groep deskundigen. INHOUD Inleiding Het begrip ‘stochastisch terrorisme’ Casestudies De casestudies als illustratie van stochastisch terrorisme Kritische reflectie op het concept ‘stochastisch terrorisme’ ConclusieStochastic terrorism' refers to hostile, derogatory and/or dehumanising language by influential individuals towards a political, social, ethnic or religious group or individual. Through interaction on social media and traditional media, this language may lead to a climate of fear, which in turn increases the likelihood of someone turning to violence, even if the initial message does not explicitly call for it. Due to the implicit nature of these expressions, individuals responsible for (reinforcing) inflammatory discourse cannot straightforwardly be prosecuted, if at all. However, there is currently no legal definition or even a unified understanding of this somewhat elusive concept. This study aims to review the concept of stochastic terrorism critically and contribute to its further understanding.'Stochastic terrorism' refers to hostile, derogatory and/or dehumanising language by influential individuals towards a political, social, ethnic or religious group or individual. Through interaction on social media and traditional media, this language may lead to a climate of fear, which in turn increases the likelihood of someone turning to violence, even if the initial message does not explicitly call for it. Due to the implicit nature of these expressions, individuals responsible for (reinforcing) inflammatory discourse cannot straightforwardly be prosecuted, if at all. However, there is currently no legal definition or even a unified understanding of this somewhat elusive concept. This study aims to review the concept of stochastic terrorism critically and contribute to its further understanding

    Een onderzoek naar daders en prevalentie van geweld tegen LHBTQ-personen

    Get PDF
    Dit onderzoek heeft als doel om een beeld te krijgen van a) de daders van geweld tegen LHBTQ-personen en b) de context waarbinnen deze incidenten plaatsvinden. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke kenmerken en motieven hebben daders van geweld gericht tegen LHBTQ-personen en wat is de aard en omvang van dit geweld? Om deze vraag te beantwoorden hebben wij ons gericht op de volgende deelvragen: Wat is er bekend over de prevalentie van geweld tegen LHBTQ-personen in Nederland? Welke vormen van geweld tegen LHBTQ-personen kunnen worden onderscheiden? Welke groepen binnen de LHBTQ-gemeenschap zijn het meest kwetsbaar voor geweld? In hoeverre doen LHBTQ-personen aangifte van verschillende geweldsincidenten en welke factoren zijn hierop van invloed? Welke regionale verschillen bestaan er met betrekking tot geweld tegen LHBTQ-personen? Wat zijn de achtergrondkenmerken van daders die betrokken zijn bij de verschillende categorieën van geweld tegen LHBTQ-personen? Welke motieven kunnen aan de verschillende dadertypes worden toegeschreven? Welke maatregelen zouden mogelijk effectief kunnen zijn in het voorkomen en bestrijden van geweld tegen LHBTQ-personen?INHOUD Inleiding Wat is er bekend over LHBTQ-gerelateerd geweld? Onderzoeksmethoden en -verantwoording LHBTQ-discriminatie in politieregistraties Over de slachtoffers en context van de geweldsincidenten Over de daders Daderprofielen Reflectie van LBTIQ-belangenverenigingen en slachtoffers Conclusi

    Forecasting for the justice system - an exploration of different algorithms (full text only available in Dutch)

    No full text
    Beleidsmakers willen graag meer inzicht in de (maatschappelijke) kosten van criminaliteit, rechtshandhaving en conflictbeslechting. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de toekomstige trends op dit gebied, zodat de best mogelijke beleidsmatige en financiële beslissingen kunnen worden genomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van prognosemodellen. Voor het beleidsterrein van Justitie is reeds enige tijd geleden het Prognosemodel Justiele Ketens (PMJ) ontwikkeld. In dit rapport wordt onderzocht in hoeverre het haalbaar en nuttig is om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van data en algoritmen toe te passen in het PMJ. INHOUD Inleiding Huidige Prognosemodel Justitiële Ketens Aanscherping van het huidige PMJ Alternatieve specificaties| Benutting van de steekproef Combineren van prognoses Conclusie en aanbevelingenPolicymakers would like more insight into the demand for and (social) costs of crime, law enforcement and conflict resolution. It is therefore important to understand future trends in this area so that the best possible policy and financial decisions can be made. Forecasting models can be used for this purpose. Many years ago, the Forecasting Model for the Justice System (PMJ) was developed for the ministry of Justice and Security. This report examines the feasibility and usefulness of modernizing the PMJ using new developments in data and algorithms

    Gambling participation in the Netherlands: survey 2024 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het Nederlandse kansspelbeleid heeft drie doelstellingen: 1) consumentenbescherming, 2) het tegengaan van kansspelgerelateerde fraude en criminaliteit en 3) verslavingspreventie. Met betrekking tot de derde doelstelling heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven de trend in het aantal spelers van kansspelers en het aantal risico- en probleemspelers in de gaten te willen houden. Sinds oktober 2021 is het namelijk mogelijk om legaal online te gokken bij vergunde aanbieders door een wijziging van de Wet op de kansspelen. Dit heeft geleid tot zorgen in de samenleving over een toename in het aantal spelers en probleemspelers. De laatst bekende cijfers hierover dateren van vóór oktober 2021 (zie link hiernaast). Het doel van het voorliggende onderzoek is om inzicht te bieden in: het aandeel en aantal Nederlanders dat deelneemt aan verschillende soorten kansspelen (op een fysieke locatie en online) en de mate waarin zij risicovol speelgedrag vertonen; de ontwikkeling van het speelgedrag van Nederlanders ten opzichte van de meting uit 2021.INHOUD Inleiding Deelname aan kansspelen Vergelijking met prevalentie in 2021 Risicovol gokgedrag Online kansspelen Casino en speelhallen Reclame voor kansspelen Conclusie en beschouwingThe Dutch policy on gambling has three objectives: 1) consumer protection; 2) combating gambling-related fraud and crime; and 3) preventing addiction. With regard to the latter objective, the Minister for Legal Protection has expressed the intention to monitor the trend in the number of people gambling and the number of at-risk and problem gamblers. After all, an amendment to the Gambling Act (Wok) made it legal to gamble online via licensed providers from October 2021 onwards. This has given rise to concerns regarding an increase in the number of gamblers and problem gamblers. The most recent figures on this stem from prior to October 2021. The aim of the present study was to provide insight into: the proportion and number of residents of the Netherlands participating in various forms of gambling (at a physical location and online) and the extent to which they are exhibiting at risk gambling behaviour; the development of Dutch people's gambling behaviour compared to a survey from 2021

    Research regarding the Dutch market for incidental lotteries (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in de aard en de omvang van de markt voor incidentele loterijen, in het bijzonder de rol van white label platforms in deze markt. Een tweede doelstelling is om de mogelijkheden te inventariseren die er zijn voor toezicht op de markt voor incidentele loterijen, evenals het nut en de noodzaak om deze mogelijkheden in de huidige markt in te zetten. Het onderzoek richt zich dus op drie gebieden: de markt voor incidentele loterijen, de rol van white label platforms hierin, en het toezicht en de regulering van de sector. Binnen de markt wordt gekeken naar de structuur en trends van 2017-2023. Voor white label platforms worden hun aanwezigheid, organisatie, kostenstructuur, en voor- en nadelen voor goede doelen onderzocht. Voor wet- en regelgeving wordt eerst een overzicht gegeven van de Nederlandse regelgeving, toezicht en handhaving. Vervolgens wordt een beschrijving gegeven van de vormgeving van (incidentele) loterijen en het toezicht en regulering daarop in het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Frankrijk. INHOUD Introductie Wet- en regelgeving over incidentele loterijen De markt voor incidentele loterijen White label platforms Internationale context Conclusies en aanbevelingenThe Betting and Gaming Act (Wet op de kansspelen) provides the legal framework for games of chance in the Netherlands. The main structure within this act is that games of chance are not allowed unless they are explicitly permitted (the “no, unless” regime). Article 3 of the Betting and Gaming Act stipulates that lotteries can be organized. A distinction is made between incidental and non-incidental lotteries ('incidentele loterijen' and 'niet-incidentele loterijen'), each with their own characteristics and conditions. The aim of this research is to provide insight into the nature and size of the market for incidental lotteries, particularly the role of white label platforms in this market. A secondary objective is to inventory the possibilities for oversight of the market for incidental lotteries, as well as the utility and necessity of employing these possibilities in the current market. The research focuses on three areas: the market for incidental lotteries, the role of white label platforms within it, and the oversight and regulation of the sector

    Evaluation of pilots Innovation Act Criminal Procedure – Preliminary questions and Mediation in criminal cases (full text only available in Dutch)

    No full text
    Met de Innovatiewet Strafvordering zijn voor de strafrechtspraak twee innovaties ingevoerd. De eerste innovatie betreft de mogelijkheid voor de feitenrechter om in een strafzaak een prejudiciële vraag te stellen aan de Hoge Raad over een rechtsvraag waaraan een bijzonder gewicht toekomt en die een zaaksoverstijgend belang heeft, met het oog op het nemen van een beslissing in die strafzaak. De tweede innovatie ziet op de wijze van het afdoen van een strafzaak, namelijk via mediation onder toezicht van de strafrechter. Indien de mediation succesvol is, kan de rechtbank afzien van een inhoudelijke behandeling van de strafzaak en verklaren dat de strafzaak is geëindigd met de zgn. eindezaakverklaring. Met beide innovaties wordt vooruitgelopen op de modernisering van het Wetboek van Strafvordering, een lopende omvangrijke wetgevingsoperatie die moet leiden tot de inwerkingtreding van een nieuw Wetboek van Strafvordering in 2029. In het onderzoek staat een drietal algemene onderzoeksvragen centraal die zijn gebaseerd op de eerdergenoemde evaluatiecriteria. Het gaat om de volgende drie algemene onderzoeksvragen: Wat kan op basis van het onderzoek naar de pilots prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in strafzaken en mediation in strafzaken worden vastgesteld over de mate waarin de wettelijke regeling van de prejudiciële procedure van artikelen 553-555 Sv en die van mediation in strafzaken van artikelen 571-574 Sv volstaan dan wel aanpassing behoeven? Zijn flankerende maatregelen nodig, bijvoorbeeld in de zin van aanpassing van werkprocessen of aanvullende investeringen? Wat op basis van het onderzoek naar de pilots prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in strafzaken en mediation in strafzaken worden gezegd over financiële uitvoeringsconsequenties die voortvloeien uit de wettelijke regelingen van artikelen 553-555 Sv en van artikelen 571-574 Sv? INNHOUD Aanleiding en onderzoeksvragen Methodologie De pilot prejudiciële vragen De pilot Mediation in strafzaken Beantwoording onderzoeksvragen en aanbevelingenThe present study provides the evaluation of the pilots preliminary questions and mediation in criminal cases. The study focuses on three overarching main research questions that are based on the already mentioned evaluation criteria. These are the following three overarching main research questions: 1) What can be established on the basis of the study into the pilots preliminary questions to the Supreme Court in criminal cases and mediation in criminal cases about the extent to which the statutory regulation of the preliminary ruling procedure of Articles 553-555 Code of Criminal Procedure (CCP) and that of mediation in criminal cases of Articles 571-574 CCP are sufficient or require adjustment? 2) Are accompanying measures necessary, for example adjusting work processes or additional investments? 3) What can be said on the basis of the study into the pilots preliminary questions to the Supreme Court in criminal cases and mediation in criminal cases about the financial consequences that follow from the statutory regulations of Articles 553-555 CCP and of Articles 571-574 CCP

    Evaluation Criminal Procedure Innovation Act Pilots Data after Seizure (GNB), Audiovisual Regis tration (AVR), Assistant Public Prosecutor (hOvJ) (full text only available in Dutch)

    No full text
    Op 1 oktober 2022 is de Innovatiewet Strafvordering in werking getreden. Deze wet, waarbij onder andere de artikelen 556-570 Sv zijn ingevoerd, heeft als doel om mogelijk te maken dat ervaring wordt opgedaan met bevoegdheden en werkwijzen ten aanzien waarvan het voornemen bestaat om deze in het nieuwe wetboek van strafvordering te regelen. In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van het onderzoek naar drie van de pilotprojecten, te weten de pilots Gegevens na beslag (GNB), Audiovisuele registratie (AVR) en Hulpofficier van Justitie (hOvJ). Binnen de pilots kunnen in totaal acht subpilots worden onderscheiden. Ten aanzien van de drie onderzochte pilotprojecten zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: Wat is de inhoud van het geldende recht, het recht op grond van de Innovatiewet Strafvordering en het voorgestelde Wetboek van Strafvordering ten aanzien van de onderzochte pilots? Met welke doelen is de wettelijke regeling waarbinnen de pilot plaatsvindt, gecreëerd? Met welke doelen is de pilot uitgevoerd? Op welke manier(en) is de pilot uitgevoerd? In hoeverre is daarbij voldaan aan de randvoorwaarden voor invoering van de pilot zoals omschreven in het evaluatiekader? Welke bijstellingen hebben tijdens de pilot plaatsgevonden? Hoe wordt het uitvoeringsproces van de pilot, inclusief de samenwerking tussen organisaties, door betrokken partijen gewaardeerd? Wat gaat goed en wat kan nog worden verbeterd? Welke resultaten en effecten zijn tijdens de uitvoering van de pilot waargenomen ten aanzien van de evaluatie-indicatoren die per pilotproject zijn geformuleerd en hoe verhouden deze zich tot de werkwijze die vóór aanvang van de pilot werd gevolgd? Levert de werkwijze van de pilot op grond van de uitvoering, de behaalde resultaten en waargenomen effecten een verbetering van de strafvordering op? Verdient het aanbeveling om de werkwijze van de pilot aan te passen? Is het aan te bevelen om de wettelijke regeling toe te passen in andere gevallen dan waarop de pilotprojecten betrekking hebben en, zo ja, binnen welke randvoorwaar-den en met welke uitvoeringsconsequenties? Verdient het aanbeveling om de equivalenten van de bepalingen uit de Innovatiewet Strafvordering in het concept-Wetboek van Strafvordering aan te vullen of aan te passen? Is flankerend beleid noodzakelijk of wenselijk wanneer de werkwijze van de pilot wordt voortgezet? Wat kan op basis van de bevindingen uit de pilot worden gezegd over te verwachten – structurele en incidentele – financiële uitvoeringsconsequenties die voortvloeien uit eventuele invoering van de wettelijke regeling?INHOUD Pilot Gegevens na beslag (GNB) Pilot Audiovisuele registratie (AVR) Pilot Hulpofficieren van Justitie (hOvJ)On the 1st of October 2022, the Criminal Procedure Innovation Act (in Dutch: Innovatiewet Strafvordering) came into effect. This law, which introduced Articles 556-570 of the Code of Criminal Procedure (in Dutch: Wetboek van Strafvordering, or Sv), aims to allow for the acquisition of experience with powers and methods that are intended to be regulated in the new Criminal Procedure Code. The Criminal Procedure Innovation Act has led to five pilot projects, which have been evaluated on behalf of the WODC (Scientific Research and Docu mentation Centre). This report presents the results of the study on three of the pilot projects, namely the Data after Seizure (in Dutch: Gegevens na beslaglegging, or GNB), Audiovisual Recording (in Dutch: audiovisuele registratie, or AVR), and Assistant Public Prosecutor (in Dutch: hulpofficier van justitie, or hOvJ) pilots

    Moving forward with policy? What does the reception, civic integration and dispersal policy mean for developments in the position and living situation of status holders? (Full text only available in Dutch)

    No full text
    Wat is het effect van het inburgeringsbeleid op integratie van Syrische vluchtelingen die hier nu al 7 tot 10 jaar wonen? Het blijkt dat een inburgeringtijd met veel participatie, zoals taallessen en (vrijwilligers)werk, leidt tot betere beheersing van de Nederlandste taal. En als gevolg daarvan: het vinden van een betaalde baan. Het spreidingsbeleid zorgt dat statushouders niet onnodig langer in de opvang hoeven blijven. Wat zou leiden tot een lager taalniveau, net als veel verhuizingen in die periode. Wel zorgt de spreidingswet voor verschil in kansen op een betaalde baan, omdat niet in elke regio evenveel (geschikte) banen te vinden zijn. INHOUD Inleiding Ontwikkelingen in de taalverwerving van Syrische Nederlanders (Niet) langer afhankelijk? De effecten van opvang- en inburgeringsbeleid op de uitstroom uit de bijstand naar werk onder statushouders De invloed van (on)succesvolle inburgering op de positie op de arbeidsmarkt De ontwikkeling van psychische gezondheid van Syrische oorlogsvluchtelingen in Nederland Ervaren uitsluiting en de invloed van beleidsfactoren Ongelijke baankansen als gevolg van spreidingsbeleid: welke ontwikkelingen zijn er over de tijd? De invloed van de plaatsingsgemeente op sociale contacten van Syrische statushouder

    The parallel economy (full text only available in Dutch)

    No full text
    In de parallelle economie vinden (financieel-)economische activiteiten plaats die geheel of gedeeltelijk buiten overheidsregulering om gaan. Dat kan gebeuren om ideologische redenen, zoals afwijzing of verzet tegen de bestaande (economische) maatschappij. Maar er zijn ook minder verheven motieven te onderkennen, zoals simpelweg het willen vermijden van het reguliere betalingsverkeer en het bijbehorende toezicht, omdat er crimineel geld in het spel is. In dit nummer van Justitiële verkenningen wordt toegelicht welke verschijningsvormen er zijn van parallelle economische activiteiten en worden een aantal aspecten ervan nader besproken. INHOUD Inleiding Edwin Kruisbergen en Melvin Soudijn - Parallelle economie: Over ontwijken van en verzet tegen regulier financieel-economisch verkeer – een introductie Sjoerd Hooijmaaijers en Sander IJmker - De illegale economie en nationaal inkomen Melvin Soudijn - Waarom de groothandel in verdovende middelen niet zonder ondergrondse bankiers kan Adriaan van Veldhuizen en Eline Darmont - Los van het geld: soevereinen en het financiële systeem Michael Schmitz - Trade Based Money Laundering: uitdagingen en ontwikkelingen binnen de opsporing Madelijne Gorsira - Geconstrueerd vertrouwen: Een dossieronderzoek naar crimineel misbruik van de trustsector Thijmen Verburgh en Jocelyn van Rijs - De vermenging van ideologie en criminaliteit bij cryptovaluta SummariesIn the parallel economy, (financial) economic activities take place partly or wholly outside government regulation. This may happen for ideological reasons, such as rejection or opposition to the existing (economic) society. But less lofty motives can also be identified, such as simply wanting to avoid the regular payment system and its supervision, because criminal money is involved. This issue of 'Justitiële Verkenningen' explains the manifestations of parallel economic activity and discusses some of its aspects in more detail

    Tussenrapportage

    Get PDF
    Sinds 2019 is er sprake van een landelijke daling in het volume van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajecten. Dit onderzoek heeft tot doel om zowel een landelijk als regionaal beeld te schetsen van deze volumedalingen en om te identificeren welke factoren de daling mogelijk kunnen verklaren. Daarbij staat de volgende onderzoeksvraag centraal: welke factoren verklaren de volumeontwikkeling van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajecten en zijn bruikbaar voor verdere beleidsvorming en het mogelijk kunnen anticiperen op toekomstige volumeontwikkelingen? Het onderzoek bestaat uit vier delen: een eerste verkenning van de verklarende factoren van de volumedalingen (deel A), een kwantitatieve (deel B) en kwalitatieve (deel C) verdieping in de omvang en ontwikkeling van het volume van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajecten in de afgelopen drie jaar op landelijk en regionaal niveau en een overkoepelende, verklarende analyse van de gevonden verklarende factoren en ontwikkelingen, gevolgd door een of meerdere scenario’s voor de ontwikkelingen in de komende drie jaar (deel D). In deze tussenrapportage worden de bevindingen van deelonderzoek A weergegeven. In dit deelonderzoek is verkennend en in de breedte onderzocht welke bevorderende en beperkende factoren volgens professionals werkzaam in de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsketen mogelijk van invloed zijn op de volumedalingen in die ketens. INHOUD Inleiding en onderzoeksopzet Cijfermatige analyse Bevindingen vragenlijsten en focusgroep Tussenconclusi

    2,605

    full texts

    3,500

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇