WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
International developments in cannabis policy for recreational use (full text only available in Dutch)
Hoewel Nederland met zijn coffeeshops en gedoogbeleid in Europa nog steeds een unieke positie heeft, opereert het niet in een vacuüm. De ervaringen in het buitenland met wijzigingen van het cannabisbeleid kunnen relevante en interessante inzichten en aandachtspunten voor Nederland opleveren. Dit onderzoek probeert deze inzichtelijk te maken. In Deel I (hoofdstuk 3 en 4) van dit onderzoek geven we een zo duidelijk mogelijk beeld van de internationale ontwikkelingen op het gebied van cannabisbeleid sinds 2010. Hierbij gaat de aandacht uit naar (geplande of uitgevoerde) wijzigingen in het cannabisbeleid van jurisdicties1, waaronder het opheffen van het verbod op de teelt, verkoop en/of gebruik van cannabis, en de regulering van de niet-medische cannabismarkt. In het Deel II (hoofdstuk 5 tot en met 10) van het onderzoek analyseren we het cannabisbeleid in enkele geselecteerde landen of subnationale jurisdicties: Vermont (VS), Californië (VS), Quebec (Canada), Uruguay, Duitsland en Zwitserland. Ten slotte bespreken we in Deel III (hoofdstuk 11 en 12) welke mogelijke inzichten de ontwikkelingen in het cannabisbeleid in de onderzochte oplevert voor het huidige en/of toekomstige Nederlandse cannabisbeleid. INHOUD Inventarisatie van recente ontwikkelingen Verdiepende casestudies Aandachtspunten voor Nederlan
National Risk Assessment on Terrorist Financing for the Netherlands 2023
The Dutch policy for the prevention and combat1 of terrorist financing is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and regulations of the European Union (EU). As a member of the FATF, the Netherlands is bound by the recommendations of this intergovernmental body aimed at taking preventive and repressive measures against money laundering and terrorist financing, measures with regard to national legal systems and international cooperation. For the EU member states, most of the FATF recommendations have been converted into several successive Anti-Money Laundering Directives. Based on these directives, the EU member states must implement a risk-oriented policy against money laundering and terrorist financing and establish a National Risk Assessment (NRA). For the Netherlands, the implementation of the NRA is laid down in the Money Laundering and Terrorist Financing Prevention Act (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft). The risk analysis carried out for the NRA covers the period January 2020 to June 2023.The NRA has a fivefold purpose: identifying the terrorist financing threats with the greatest potential impact (i.e. the greatest terrorist financing threats); determining the level of potential impact of the greatest terrorist financing threats; determining the level of resilience of the policy instruments for the prevention and/or repression of the greatest terrorist financing threats; providing insight into the nature and mechanisms of the greatest terrorist financing threats; and determining the risk level of the greatest terrorist financing threats by comparing the potential impact of the threats and the resilience of the policy instruments. CONTENT Introduction Research methodology What makes the Netherlands vulnerable to terrorist financing? Greatest terrorist financing threats Resilience of the policy instruments Conclusion
Three Years of Legal Online Gambling - Evaluation of the Remote Gambling Act (Full text only available in Dutch)
Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in een aantal aspecten van de Wet Kansspelen op afstand (Wet Koa). Hierbij gaat het om: De mate en wijze van uitvoering van maatregelen die in de Wet Koa staan. De bedoelde en onbedoelde effecten van de Wet Koa. De attitude van verschillende stakeholdergroepen ten aanzien van de Wet Koa en de uitvoering en effecten daarvan. De mogelijkheden om de huidige wet- en regelgeving en uitvoeringspraktijk te verbeteren. INHOUD Introductie van de evaluatie Beleidsgeschiedenis online kansspelen De beleidslogica van de Wet KOA De Nederlandse online kansspelmarkt De uitvoeringspraktijk van de Wet KOA Toezicht en handhaving De beoogde en neveneffecten van de Wet KOA Conclusies, lessen en aanknopingspunten om te verbeterenThis evaluation aims to provide insight into the regulation and functioning of the new online gambling market following the implementation of the Wet Koa. It focusses on: The extent and manner of the implementation of measures outlined in the Wet Koa. The intended and unintended effects of the Wet Koa. The attitudes of various stakeholder groups regarding the Wet Koa and its imple-mentation and effects. The possibilities for improving the current legislation and regulatory practices
De positie van Oekraïense vluchtelingen in Nederland
Dankzij de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) krijgen Oekraïense vluchtelingen toegang tot niet alleen opvang en zorg, maar ook werk. Dat beleid werpt zijn vruchten af: ruim de helft van de Oekraïense vluchtelingen is aan het werk. Zij werken echter meestal aan de onderkant van de arbeidsmarkt en (ver) onder hun opleidingsniveau. Verder ervaren veel van deze vluchtelingen mentale problemen en stress. Ook spreken de meesten geen Nederlands, mede omdat de RTB niet voorziet in structurele participatiemogelijkheden zoals taalles. De tijdelijkheid van de opvang biedt hen dus enerzijds kansen, maar belemmert hen ook om volwaardig deel te gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Terwijl de meeste Oekraïners ondertussen wel al sterk gericht zijn op Nederland en mogelijk besluiten te blijven. Er zijn momenteel meer dan 117.000 Oekraïense vluchtelingen geregistreerd in Nederland. Zij worden opgevangen onder de RTB, en doorlopen niet de reguliere asielprocedure. In dit onderzoek is in kaart gebracht hoe zij hun weg vinden in Nederland. INHOUD Tijdelijk thuis? Schets van de context, beschrijvende resultaten en conclusies Demografie Vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties Wonen Arbeidsmarkt Gezondheid Sociale contacten en taal Discriminatie en institutioneel vertrouwe
Prison and beyond (Full text only available in Dutch)
Jaarlijks stromen in Nederland ongeveer 27.000 personen in en uit detentie. De Kans op herhaling van delinquent gedrag na detentie is groot: de afgelopen jaren komt bijna de helft van de ex-gedetineerde personen binnen twee jaar weer met justitie in aanraking en bijna 27 procent komt weer in detentie terecht. Om de recidviecijfers te verlagen, wordt al geruime tijd ingezet op het bevorderen van re-integratie van ex-gedetineerde personen. Het is belangrijk deze inzet te evalueren en waar nodig te verbeteren. Dit onderzoek levert daar een bijdrage aan. INHOUD Inleiding Methoden Planevaluatie van het re-integratiebeleid in Nederland Ervaringen van (ex-)gedetineerde personen met materiële re-integratie Ervaringen van (ex-)gedetineerde personen met sociale, formele en persoonlijke re-integratie Het re-integratieproces vanuit het perspectief van ketenpartners en professionals Conclusie en discussiethis study focuses on the experiences of (formerly) imprisoned individuals – their reintegration process during and after their stay in prison – and the experience of reintegration professionals. The following research question was central to this study: How does the reintegration process of (formerly) imprisoned individuals in the Netherlands works in practice after the implementation of the Governance Agreement of July 1, 2019, what are the experiences of (formerly) imprisoned individuals, and what are points of improvement
Verslag kennistafels beoordelen en monitoren van de psychische gesteldheid van particuliere wapenbezitters
In de kennistafels stond de volgende probleemstelling centraal: ’Hoe kan de psychische gesteldheid van particuliere wapenbezitters bij de aanvraag van een vergunning en gedurende de looptijd van een vergunning worden vastgesteld en gemonitord om risico’s van legaal wapenbezit tot een minimum te beperken?’ Die probleemstelling heeft geleid tot de volgende vier algemene onderzoeksvragen: Welke aspecten van de psychische gesteldheid van (aspirant)wapenbezitters moeten worden beoordeeld om de risico’s van legaal wapenbezit tot een minimum te beperken? Hoe kunnen deze aspecten van de psychische gesteldheid zo goed mogelijk worden beoordeeld? Wat is er nodig om een optimale beoordelingssystematiek voor de beoordeling en monitoring van de psychische gesteldheid van (aspirant)wapenbezitters in de praktijk vorm te geven? 4. Hoe reflecteren partijen die al eerder betrokken zijn geweest bij het ontwikkelen en evalueren van instrumenten om de psychische gesteldheid van (aspirant) wapenbezitters te beoordelen op de uitkomsten van de bovenstaande onderzoeksvragen? Hoe reflecteren partijen die al eerder betrokken zijn geweest bij het ontwikkelen en evalueren van instrumenten om de psychische gesteldheid van (aspirant) wapenbezitters te beoordelen op de uitkomsten van de eerder genoemde onderzoeksvragen? INHOUD Introductie Resultaten kennistafel
Seventh edition of the aftercare monitor for formerly incarcerated individuals; problems concerning the basic conditions necessary to reintegration and their relation to imprisonment length and recidivism (full text only available in Dutch)
Net als in eerdere metingen van de monitor nazorg bekijken we de situatie op het gebied van werk en inkomen en onderdak. Daarbij bekijken we niet alleen of mensen werk, inkomen en onderdak hebben, maar ook kenmerken en stabiliteit van deze basisvoorwaarden. Vervolgens bekijken we of het bezitten van deze basisvoorwaarden en de kenmerken en stabiliteit van deze basisvoorwaarden samenhangen met recidive. 1.1. Wat is de situatie op werk, inkomen en onderdak van ex-gedetineerde personen voor detentie tot één jaar na detentie? 1.2. In hoeverre hangen (kenmerken en stabiliteit van) werk, inkomen en onderdak samen met recidive? In deze monitor nazorg is nieuwe informatie beschikbaar over problematische schulden. Hiermee kunnen we, beter dan in eerdere metingen in kaart brengen of nazorgkandidaten voor en na detentie problematische schulden hebben en of deze schulden samenhangen met recidive. 2.1. In hoeverre hebben nazorgkandidaten problematische schulden? 2.2. In hoeverre hangen problematische schulden samen met recidive? Vanwege actuele maatschappelijke, politieke en wetenschappelijke discussies over de sociale en economische gevolgen van de (korte) gevangenisstraf bekijken we in dit onderzoek ook de verschillen tussen kort en langer gedetineerde personen in de situatie op de basisvoorwaarden na detentie en het effect van detentieduur op de basisvoorwaarden. 3.1. Wat is het effect van detentieduur op de basisvoorwaarden werk, inkomen, onderdak en problematische schulden? INHOUD Inleiding Methode Werk, inkomen en onderdak Problematische schulden Het effect van detentieduur op de situatie op de basisvoorwaarden Discussie en conclusieApproximately 23,000 adults are released from a correctional institution in the Netherlands every year. Since recidivism rates are high in the period immediately after release, individuals receive help with five basic conditions generally known to be important for a successful reintegration during their imprisonment and after release. These five basic conditions (valid ID, work and income, housing, help with debts, and suitable healthcare) have been a central part of aftercare policies in the Netherlands since 2004. To monitor these aftercare policies, the Dutch Research and Data Centre (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, WODC) conducts the aftercare monitor every two years. Each monitor describes the extent to which (formerly) incarcerated individuals meet the five basic conditions necessary for reintegration before and after their time in prison. The current aftercare monitor (7th edition) describes the situation of all (formerly) incarcerated adults who were released from a Dutch prison in 2017, 2018 and 2019. Following prior monitors, a description of the basic conditions is given, as well as, the extent to which meeting these conditions relates to recidivism using large administrative datasets. Additionally, we investigate how imprisonment length impacts individuals’ prospects on meeting these basic conditions after release
National Risk Assessment on Money Laundering for the Netherlands 2023
The Dutch policy for the prevention and repression of money laundering is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and regulations of the European Union (EU). As a member of the FATF, the Netherlands is bound by the recommendations of this intergovernmental body aimed at taking preventive and repressive measures against money laundering and terrorist financing, measures with regard to national legal systems and international cooperation. For the EU member states, most of the FATF recommendations have been converted into several successive Anti-Money Laundering Directives. Based on these directives, the EU member states must implement a risk-oriented policy against money laundering and terrorist financing and establish a National Risk Assessment (NRA). For the Netherlands, the implementation of the NRA is laid down in the Money Laundering and Terrorist Financing Prevention Act (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft). The risk analysis carried out for the NRA covers the period January 2020 to June 2023. The NRA has a fivefold purpose: identifying the money laundering threats with the greatest potential impact (i.e. the greatest money laundering threats); determining the level of potential impact of the greatest money laundering threats; determining the level of resilience of the policy instruments for the prevention and/or repression of the greatest money laundering threats; providing insight into the nature and mechanisms of the greatest money laundering threats; and determining the risk level of the greatest money laundering threats by comparing the potential impact of the threats and the resilience of the policy instruments. CONTENT Introduction Research methodology What makes the Netherlands vulnerable to money laundering? Greatest money laundering threats Resilience of the policy instruments Conclusion
Study in support of the Controlled Cannabis Supply Chain Experiment - Contaminant analysis baseline report
Het “Experiment Gesloten Coffeeshopketen” (EGC) heeft als doel om te kijken of en hoe telers gedecriminaliseerd op kwaliteit gecontroleerde cannabis aan de coffeeshops in 10 Nederlandse gemeenten kunnen leveren en wat de effecten hiervan zijn. De kwaliteitscontrole wordt uitgevoerd door de telers, onder toezicht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Voor de cannabis die verkocht wordt tijdens het EGC zijn limieten gesteld voor verschillende mogelijke contaminanten: aflatoxines, zware metalen, micro-organismen en gewasbeschermingsmiddelen. Om vast te stellen wat de situatie is ten aanzien van de aanwezigheid van contaminanten voorafgaand aan de beschikbaarheid van legaal geteelde cannabis is een verkennende baselinemeting uitgevoerd. Om die reden zijn in Nederlandse coffeeshops 105 hasj- en wietmonsters aangekocht en geanalyseerd. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met de voor het EGC gestelde limieten. INHOUD Inleiding Methode Resultaten Discussie ConclusiesThe aim of the “Controlled Cannabis Supply Chain Experiment” (Experiment Gesloten Coffeeshopketen, EGC) is to assess whether and how growers can supply decriminalized, qualitycontrolled cannabis to coffeeshops in 10 Dutch municipalities and what the associated effects are. Quality control is carried out by the growers, monitored by the Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA). For the cannabis sold during the EGC, limits have been set for various possible contaminants: aflatoxins, heavy metals, micro-organisms and pesticides. To determine the situation regarding the presence of contaminants prior to the availability of legally grown cannabis, an exploratory baseline measurement was carried out. To this end, 105 cannabis samples (both resin/hashish and inflorescence/ weed) were purchased in Dutch coffeeshops and analyzed. The results were then compared with the limits set for the EGC
Effect evaluation Substance Research Act for Violent Offenders, WMG
Sinds 2017 is de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) van kracht. Op grond hiervan zijn opsporingsambtenaren bevoegd om verdachten van geweldsmisdrijven te testen op het gebruik van alcohol en drugs, mits zij een aanwijzing hebben dat het geweld onder invloed is gepleegd. In 2022 is een plan- en procesevaluatie van de WMG uitgevoerd. In de planevaluatie komt naar voren dat de wet vijf verschillende hoofddoelen met onderliggende subdoelen dient. Uit de procesevaluatie blijkt dat slechts een fractie van de geregistreerde aanhoudingen voor geweldsincidenten tot een WMG-traject leidt. Het doel van de effectevaluatie: Het onderzoek is een vervolg op de plan- en procesevaluatie en moet inzicht bieden in de effectiviteit van de WMG met betrekking tot het bereiken van doelen die relateren aan het strafrechtelijke traject en inzicht bieden in eventuele mogelijkheden om de effectiviteit m.b.t. het strafrechtelijk traject te vergroten. Op grond hiervan zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: In hoeverre heeft de invoering van de WMG geleid tot de beoogde verbetering van de aanpak van geweld onder invloed van alcohol en drugs? In hoeverre heeft de invoering van de WMG ertoe geleid dat middelengebruik wordt toegepast als strafverzwarende factor? In hoeverre heeft de invoering van de WMG het tegendraadse effect gehad dat verdachten en hun verdediging middelengebruik als argument gebruiken om te pleiten voor strafvermindering en in hoeverre zijn dergelijke pogingen succesvol? En in hoeverre zijn hierin verschillen tussen zaken waarin wel en niet een WMG-traject is doorlopen? Hoe beschouwen leden van de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak de bevindingen van deze evaluatie en hoe zouden zij deze bevindingen in het strafproces willen vertalen? Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om het effect van de WMG op het straf-rechtelijke traject te vergroten? INHOUD Inleiding Onderzoeksactiviteiten Analyse van de strafdossiers Enkele respondenten aan het woord Onderzoeksvragen en conclusi