WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Playing with advertising; The use of promotional games of chance by licenced gambling providers (full text only available in Dutch)
Een promotioneel kansspel is een kansspel ter promotie van een product of dienst. Of, andersom geformuleerd: een promotionele actie waarbij de consument kans maakt op een prijs. Denk aan acties waarmee de consument bij elk gekocht pak melk kans maakt op een Playstation, of bij elke reep chocola kans maakt op een rondleiding in de chocoladefabriek. Promotionele kansspelen moeten gratis zijn, in de zin dat het niets éxtra kost om aan het kansspel mee te doen. De consument betaalt bijvoorbeeld wel voor het pak melk, maar kan dan zonder extra kosten meespelen en kans maken op de Playstation. Aanleiding voor dit onderzoek zijn vragen over het gebruik van promotionele kansspelen door kansspelaanbieders en over hoe dit zich verhoudt tot het bredere kansspelbeleid. De hoofdvraag in dit onderzoek is tweeledig en luidt: Wat is de aard en omvang van het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders in Nederland? In hoeverre is de inzet van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders consistent met het Nederlandse kansspelbeleid?INHOUD Inleiding Afbakening en typologie van promotionele acties Analyse van het beleid Gebruik van promotionele kansspelen volgens de kansspelaanbieders Analyse van de praktijk ConclusiesA promotional game of chance is a game of chance aimed at promoting a product or service. Or, formulated differently: a promotional campaign in which the consumer has a chance to win a prize. Think of campaigns where the consumer has a chance to win a Playstation with every purchased pack of milk, or a guided tour in the chocolate factory with every chocolate bar purchased. Promotional games of chance must be free, in the sense that it does not cost anything extra to participate. For example, the consumer pays for the pack of milk, but can then participate in the game of chance at no extra cost and have a chance to win the Playstation. The main question in this research is twofold and reads as follows: What is the nature and extent of the use of promotional games of chance by licensed (online) gambling providers in the Netherlands? To what extent is the use of promotional games of chance by licensed (online) gambling providers consistent with Dutch gambling policy
Incidents and Crimes by Residents of COA and Emergency Reception Centres 2017-2023 (Full text only available in Dutch)
Er is veel aandacht voor overlastgevend gedrag onder asielmigranten, zowel in het publieke en politieke debat als onder organisaties in de migratieketen en de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Hoewel eerdere edities van het incidenten- en misdrijvenoverzicht herhaaldelijk hebben aangetoond dat de groep overlastgevers slechts een kleine minderheid beslaat van de tienduizenden asielmigranten die jaarlijks worden opgevangen, kan het gedrag van deze kleine groep veel impact hebben. Overlastgevend gedrag heeft zijn weerslag op de leefbaarheid op opvanglocaties voor andere bewoners, de werkomstandigheden van medewerkers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de leefbaarheid voor inwoners van gemeenten waar opvanglocaties gevestigd zijn en uiteindelijk ook het draagvlak voor asielopvang in Nederland. Om effectief beleid te kunnen maken om overlastgevend gedrag te bestrijden en het debat over overlast zuiver te kunnen voeren, is feitelijke informatie essentieel. Het incidenten- en misdrijvenoverzicht draagt hieraan bij. De centrale probleemstelling: Wat is de aard van de incidenten op COA-locaties en misdrijven gepleegd door COA-bewoners in Nederland en welke ontwikkelingen door de tijd heen zijn er op dit gebied te zien? Het doel van de onderhavige rapportage is tweeledig. Ten eerste worden incidenten op COA- en CNO-locaties beschreven en wordt daarmee een algemeen beeld geschetst van de frequentie van incidenten en de trend hierin door de jaren heen. Daarnaast geeft de rapportage een overzicht van de misdrijven waarvan bewoners tijdens hun verblijf op COA- of CNO-locaties verdacht werden en de afhandeling hiervan door OM en Rechtspraak. INHOUD Inleiding Vreemdelingen op COA- en CNO-locaties Incidenten waarbij COA- en CNO-bewoners zijn betrokken Misdrijven waarvan COA- en CNO-bewoners worden verdacht Conclusie en discussieA great deal of attention has been given to nuisance behaviour of asylum migrants – in public and political debate as well as within organisations dedicated to migrant issues, the police and the Netherlands Public Prosecution Service (Openbaar Ministerie). Although previous editions of the incident and crime report have repeatedly demonstrated that the group showing nuisance behaviour is only a tiny minority of the tens of thousands of asylum migrants who are given reception each year in the Netherlands, the behaviour of this small group has an outsized impact. Nuisance behaviour can have a damaging effect on the daily life of other residents of reception centres, the working conditions of Central Agency for the Reception of Asylum Seekers (COA) staff, the daily life of local inhabitants of cities and towns where reception centres are located, and ultimately public support for the reception of asylum seekers in the Netherlands. In order to devise effective policy capable of combatting nuisance behaviour, and in order to support constructive public debates about it in all fairness, factual information is essential. The incident and crime report contributes to this goal
Evaluation pilot small-scale detention facility in Middelburg (full text only available in Dutch)
De Kleinschalige Voorziening Middelburg (KVM) is een pilot die in 2020 operationeel geworden is. Het is een detentievoorziening voor mannelijke zelfmelders met een straf(restant) van maximaal één jaar. De detentievoorziening is gericht op zelfmelders die voorafgaand aan de detentie werkten aan een delictvrij en geïntegreerd leven en gemotiveerd zijn dat tijdens detentie te blijven doen. In de KVM wordt het strafdoel vergelding gecombineerd met behoud van positieve leefgebieden. Daartoe krijgen zelfmelders de mogelijkheid om hun werk of andere zinvolle (gestructureerde) dagbesteding tijdens detentie voort te zetten. Het onderzoek heeft als doel om de populatie, de uitvoering en ervaringen en de lessen die hieruit te trekken zijn in kaart te brengen. Daarvoor zijn de werkzame mechanismen van de kleinschalige, regionale en open detentievorm van KVM inzichtelijk gemaakt, de kenmerken en de leefsituatie van de gedetineerden in de KVM onderzocht, de ervaringen van professionals, (ex-)gedetineerden en overige betrokkenen verzameld, ontwikkelingen sinds 2021 verkend en mogelijkheden voor verbetering en continuering van de KVM geïnventariseerd. De evaluatie beantwoordt de volgende onderzoeksvragen: Wat is er in de wetenschappelijke literatuur bekend over de werkzame mechanismen van kleinschalige, regionale en open vormen van detentie? En in hoeverre worden die inzichten toegepast in de pilot KVM? Hoe zien de populatie en het verloop van gedetineerden in de KVM eruit? Wat was de ontwikkeling in de leefsituatie (werk/inkomen/huisvesting/zorg etc.) en de DJI-leefgebieden van de zelfmelders in de KVM, tussen het moment van in- en uitstroom? Wat zijn de ervaringen van professionals met de KVM? Wat zijn de ervaringen van gedetineerden met de KVM? Wat zijn de ervaringen van andere betrokkenen met de KVM? Hoe verhouden de leefsituatie en ervaringen zoals bedoeld in vraag 3, 4, 5 en 6 zich tot de populatie en het verloop van gedetineerden van de KVM uit vraag 2? Welke ontwikkelingen zijn er gelet op de hindernissen, succesvolle onderdelen en leerpunten, zoals genoemd in de plan- en procesevaluatie uit 2021? Welke veranderingen zijn nodig voor het verbeteren of continueren van de werkwijze van de KVM? INHOUD Inleiding Achtergrond en opzet KVM Werkzame mechanismen Kenmerken en ontwikkelingen populatie Uitvoering en ervaringen Samenvatting en conclusieThe small-scale detention facility in Middelburg (Kleinschalige Voorziening Middelburg, KVM) is a pilot project that became operational in 2020. It is a detention facility for male self-reporters with a sentence of no more than one year, or with no more than one year remaining of their sentence. The detention facility is aimed at self-reporters who, prior to detention, were working toward full integration in society without offending, and who are motivated to continue doing so during their detention. At KVM, retribution - as an aim of punishment - is combined with retention of positive life domains. s. To ensure this is the case, self-reporters are given the option to continue their work or other meaningful and structured daily activities during their detention. The objective of the study was to create a picture of the population at KVM, how the project was imple mented, people's experiences with it, and the lessons that can be taken from it. To do so, we gained in sight into the effective mechanisms of the small-scale, regional and open form of detention at KVM, we studied the demographics and living situation of the prisoners at KVM, we researched the experiences of professionals, current and former prisoners and other people involved in the project, we explored the evolution of KVM since 2021 and we took stock of any opportunities for KVM to improve and be continued
Evaluation of the Squatting Ban Enforcement Act (full text only available in Dutch)
De Wet handhaving kraakverbod is op 1 juli 2022 in werking getreden. Belangrijkste doel van de nieuwe wet is om de doorlooptijd bij een strafrechtelijke ontruiming van een kraakpand te verkorten. Waar de krakers voorheen de mogelijkheid hadden een kort geding aan te spannen tegen de voorgenomen ontruiming bij de voorzieningenrechter, is het nu de rechter-commissaris die binnen drie dagen beslist over de eis tot ontruiming. Op deze wijze wil de wetgever het ‘woonmodel’-gedrag bij het kraken voorkomen. De evaluatie bestaat uit drie deelonderzoeken: de nul-meting, de één-meting en de eindevaluatie. Het hier voorliggende onderzoeksverslag beschrijft de uitkomsten van de één-meting waarmee de situatie anno 2023 – dus na het inwerkingtreden van de nieuwe wet – in kaart is gebracht. De tweeledige probleemstelling voor de één-meting luidt als volgt: Wat is de situatie met betrekking tot de aard en omvang van kraken alsmede de handhaving van het kraakverbod in het eerste jaar na de inwerkingtreding van de wet? En welke veranderingen zijn er opgetreden ten opzichte van de uitgangssituatie in het jaar voorafgaand aan de wetswijziging? Wat zijn de eerste gevolgen van de nieuwe wet voor enerzijds (de werkprocessen van en administratieve last voor) politie, OM en rechterlijke macht en anderzijds de rechtsbescherming van krakers, met name rond de toepassing van de ontruimingsmogelijkheid uit de wet? INHOUD Inleiding Kraakincidenten 2023: aard en omgeving Kraakincidenten 2023: procedures rond ontruimingen Veranderingen voor de nieuwe wet Strafrechtelijke vervolging van krakers ConclusiesOn 1 July 2022, the Squatting Ban Enforcement Act came into force. The main purpose of the new law is to shorten the turnaround time in the event of a criminal eviction of a squatted prop erty. Whereas the squatters previously had the option of filing summary proceedings against the intended eviction with the preliminary relief judge, it is now the examining magistrate who de cides on the eviction claim within three days. In this way, the legislator wants to prevent the ‘housing model’ for squatters. The evaluation consists of three studies: the situation before the new act came into force, the situation after and the final evaluation. The present research report describes the results of the situation after the new act came into force, which maps the situation in 2023. The central question for this study consists of the parts: What is the situation regarding the nature and extent of squatting as well as the enforce ment of the squatting ban in the first year after the entry into force of the law? And what changes have occurred compared to the baseline situation in the year prior to the amend ment of the law? What are the initial consequences of the new law for (the work processes of and admin istrative burden on) the police, prosecutors and judiciary on the one hand, and the legal protection of squatters on the other hand, in particular around the application of the eviction option under the law
Getting a grip or being in the grip? (full text only available in Dutch)
De aanpak van georganiseerde criminaliteit brengt voor Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in de praktijk nieuwe uitdagingen met zich mee, in het bijzonder om te voorkomen dat gedetineerden tijdens hun berechting en detentie hun criminele activiteiten voortzetten. Dit onderzoek concentreert zich op recente ontwikkelingen in de gedetineerdenpopulatie, met het accent op (zorgen over) de aanwezigheid van een zwaardere categorie van hoogrisico-gedetineerden in het Nederlandse gevangeniswezen, alsook naar wat hiervan de gevolgen zijn voor DJI. De volgende onderzoeksvraag stond in dit onderzoek centraal: Welke ontwikkelingen doen zich voor in de in- en uitstroom van verschillende typen gedetineerden, hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot de instroom van personen betrokken bij vormen van ondermijnende criminaliteit en welke gevolgen hebben deze ontwikkelingen voor DJI als verantwoordelijke organisatie voor de detentie van justitiabelen in Nederland? Deze centrale onderzoeksvraag hebben de onderzoekers geoperationaliseerd in de volgende vier deelvragen: Wat leert bestaand (internationaal) onderzoek over de aard en aanpak van (georganiseerde) criminaliteit in of vanuit detentie? Welke ontwikkelingen doen zich voor in de gedetineerdenpopulatie in Nederland en hoe verhoudt dit zich tot de instroom van gedetineerden die betrokken zijn bij vormen van ondermijnende criminaliteit? Wat is de aard en ontwikkeling van ondermijnende criminaliteit binnen DJI? Wat zijn de gevolgen van aard en ontwikkelingen op het gebied van ondermijnende criminaliteit voor (de diensten van) DJI? INHOUD Inleiding Beschikbare wetenschappelijke inzichten over de aard en aanpak van georganiseerde criminaliteit in en vanuit detentie Ontwikkelingen in de gedetineerdenpopulatie Het wat en wie van ondermijning bij DJI Selectie en plaatsing van de hoogrisico-doelgroep Afstand en nabijheid in de alledaagse omgang met de hoogrisico-doelgroep Het spanningsveld rondom veiligheid bij DJI: resocialisatie, risico's en humaniteit ConclusieWhen suspects in high-profile cases are arrested, the Dutch Custodial Institutions Agency (hereinafter: DJI) is responsible for the daily care of prisoners. For DJI, the approach to organized crime brings new challenges, specifically when it comes to prevent detainees from continuing their criminal activities from within prison. In this study, we focus on recent developments in the prisoner population in the Netherlands, with an emphasis on (concerns about) the presence of a more serious category of detainees that are involved in organized crime. The following research question was central to this study: What developments are seen in the inflow and outflow of different types of prisoners, how do these developments relate to the inflow of persons involved in subversive crime1 and what consequences do these developments have for DJI as the organisation responsible for the detention of prisoners in the Netherlands
Drug-related corruption at Schiphol Airport and the Port of Rotterdam - An analysis of corruption threats, impact and policy instruments based on the methodology for National Risk Assessment (full text only available in Dutch)
Dit onderzoek richt zich specifiek op corruptie in relatie tot drugscriminaliteit en niet in relatie tot andere vormen van criminaliteit die kunnen worden bevorderd door corruptie, zoals fraude, witwassen en terrorisme. Er wordt vooral gericht op de corruptie die tot doel heeft drugshandel te faciliteren (bijvoorbeeld wat de waargenomen kwetsbaarheden zijn voor publieke en private actoren om te worden gecorrumpeerd om drugshandelactiviteiten te vergemakkelijken). Onderzoeksvragen: Welke kenmerken maken de luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven aantrekkelijk of juist onaantrekkelijk voor het optreden van ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie in relatie tot drugsgerelateerde criminaliteit? Wat zijn de belangrijkste corruptiedreigingen in de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven in relatie tot de drugsgerelateerde criminaliteit en de bedrijven of individuen die deze faciliteren? Hoe schatten experts de potentiële impact in van de grootste corruptiedreigingen voor de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven? Waaruit bestaat het beleidsinstrumentarium voor de preventie en repressie van corruptie in de twee mainports? Hoe beoordelen experts de weerbaarheid van het beschikbare beleidsinstrumentarium ter preventie en repressie van de grootste corruptiedreigingen op de luchthaven Schiphol en in de Rotterdamse haven? En wat verwachten experts over de mate waarin het huidige beleidsinstrumentarium de mogelijke impact van deze dreigingen daadwerkelijk tegengaat? Missen zij bij de uitvoering van de opsporing, handhaving en toezicht ook beleidsinstrumenten? Welke risico’s ten aanzien van de mainports blijven er over wanneer de potentiële impact van de corruptiedreigingen wordt afgezet tegen de weerbaarheid van het in Nederland beschikbare beleidsinstrumentarium ter preventie en repressie van corruptie? Welke corruptierisico’s zijn in de twee mainports nog niet gesignaleerd maar zouden in de toekomst actueel kunnen worden? Welke nog niet geïmplementeerde beleidsinstrumenten zouden kunnen bijdragen aan de repressie van ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie of van de corruptie die mogelijk in de nabije toekomst gaat spelen ten aanzien van drugsgerelateerde criminaliteit op de luchthaven Schiphol en in de Rotterdamse haven? Is er casuïstiek bekend van verschuivingen in corruptiedreigingen als gevolg van het optreden van een verplaatsingseffect (‘waterbedeffect’), waarbij een verhoogde weerbaarheid tegen een dreiging (door versterking van het beleidsinstrumentarium) heeft geleid tot het actueel worden van een andere dreiging? Wat kan worden geconcludeerd over de toepasbaarheid en de meerwaarde van de methodiek voor nationale risicobeoordeling (NRA) op het gebied van corruptiedreigingen op specifieke locaties zoals de twee onderzochte mainports? INHOUD Inleiding en achtergrond Methodologie Contextkenmerken die de twee mainports aantrekkelijk of juist onaantrekkelijk maken voor corruptie Bevindingen voor Schiphol Bevindingen voor de haven van Rotterdam Conclusies en discussie BronnenGiven the recent focus on corruption in the ports of Rotterdam and Schiphol, and the concern that there is no overall picture of corruption risks and available policy tools to counter this threat, the House of Representatives requested the government to set up a new and independent scientific study into the possible vulnerabilities in the integrity policies of organisations involved in supervision, enforcement, detection and regulation/licensing (the so-called ‘THOR organisations’) in the two main ports. One of the main objectives of this study is to test whether the methodology can meaningfully contribute to identifying potential corruption threats at the Netherlands’ largest main ports. Additionally, the study aims to accomplish the following objectives: a) contextualise potential characteristics of the main ports that may make them vulnerable to corruption; b) identify the greatest risks for each port; c) assess the potential impact of these risks and develop policies to prevent and suppress corruption; and d) identify potential risks that may become reality in the future and explore policy tools to mitigate these future risks. This research has focused exclusively on corruption in the context of drug-related crime. We have defined corruption as 'the abuse of [...]conferred powers for personal gain'
A suitable place for status holders? Experiences with the living environment and housing policy of Syrian and Eritrean status holders (full text only available in Dutch)
Het huidige onderzoek heeft het doel meer inzicht te bieden in welke aan huisvesting en de woonomgeving gerelateerde zaken voor mensen afkomstig uit Syrië en Eritrea belangrijk zijn geweest voor het opbouwen van hun leven in Nederland, nadat zij een woning in een gemeente toegewezen hebben gekregen. Daarnaast wordt beoogd meer kennis te verkrijgen over ervaringen met het huisvestingsproces en opvattingen over het huisvestingsbeleid. Daartoe zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Welke factoren gerelateerd aan huisvesting en de woonomgeving zijn volgens mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea zelf van belang voor het opbouwen van hun leven in Nederland? a Verandert het belang van deze factoren over de tijd? Hoe hebben mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea het huisvestingsproces ervaren? Hoe kijken mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea aan tegen het huidige huisvestingsbeleid (in algemene zin)? INHOUD Inleiding Verkenning van de literatuur Methodologische verantwoording Belangrijke factoren voor het opbouwen van een leven in Nederland Ervaringen met het huisvestingsproces en opvattingen over het huisvestingsbeleid Conclusies en discussieThis report describes the findings of a study into the experiences of status holders with the Dutch housing policy, and into factors in the initial living environment that they believe contribute to building a new life in the Netherlands. By surveying respondents of Syrian and Eritrean origin who came to the Netherlands between 2014-2017, we can not only compare the experiences of different origin groups, but also include changes in the importance of different factors over time
A plan and process evaluation of the Action Plan for Safety of Lgbti 2019-2022 (full text only available in Dutch)
Het Actieplan Veiligheid Lhbti is in 2018 opgesteld nadat de motie Sjoerdsma en Van den Hul met ruime meerderheid was aangenomen door de Tweede Kamer. Het doel van het actieplan luidt: ‘Het bevorderen van de veiligheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen en intersekse personen (lhbti). De maatregelen richten zich met name op de strafrechtelijke aanpak van discriminatie en het bevorderen van het gevoel van fysieke veiligheid bij de doelgroep, maar zijn wel ingebed in een geheel van maatregelen die zien op de sociale veiligheid’. In totaal zijn er 38 acties opgenomen in het actieplan, onderverdeeld in vier pijlers. Het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 is geëvalueerd door middel van een plan- en procesevaluatie. De evaluatie beoogt inzicht te bieden in de kwaliteit van de beleidslogica van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 en het bijbehorende totstandkomingsproces. Daarnaast is met deze evaluatie het verloop van het uitvoeringsproces in kaart gebracht en zijn de voorlopige resultaten en vijf verdiepende casestudies gepresenteerd. Het doel hiervan is om aandachtspunten die voortkomen uit het onderzoek mee te nemen in verdere beleidsontwikkelingen. Het onderzoek is uitgevoerd tussen mei 2023 en maart 2024.The action plan was drawn up after the Sjoerdsma and Van den Hul motion was adopted by a large majority of the House of Representatives. The goal of the action plan reads, "To promote the safety of lesbian women, gay men, bisexual persons, transgender persons and intersex persons (lgbti). The measures focus primarily on the criminal justice approach to discrimination and promoting the target group's sense of physical safety but are embedded in a body of measures that see to social safety. The evaluation aims to provide insight into the quality of the policy logic of the action plan and the related drafting process. In addition, this evaluation charts the course of the implementation process and presents preliminary results and five in-depth case studies. The purpose is to incorporate areas of concern arising from the research into further policy developments. The research was conducted between May 2023 and March 2024
Sustainably united; evaluation of the Act on improving the functioning of HOAs (full text only available in Dutch)
Een wezenlijk deel van de in totaal 8,2 miljoen woningen in Nederland begin 2024 bestaat uit gebouwen die door middel van een splitsingsakte opgedeeld zijn in verschillende appartementsrechten. Deze appartementsrechten kunnen los verkocht worden, waarmee sinds 1972 simultaan een vereniging van eigenaars (hierna: VvE) wordt opgericht. Er waren op 1 januari 2022 ruim 135 duizend VvE’s met in totaal bijna 1,4 miljoen woningen. Op 1 januari 2018 trad de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars (hierna en waar dat geen verwarring kan opleveren: de Wet) in werking, met als doel om te stimuleren dat VvE’s jaarlijks een minimumbedrag reserveren voor groot onderhoud en dat ze overgaan tot (verdere) verduurzaming van het gebouw. Er zijn echter aanwijzingen dat VvE’s niet of te weinig reserveren, wat leidt tot achterstallig onderhoud en een te beperkte verduurzaming. VvE’s bestaande uit minimaal één woning moeten voldoende geld beschikbaar hebben voor noodzakelijk onderhoud en herstel van hun gebouwen. Dit kunnen zij in principe op twee manieren doen: conform de uiteengezette plannen in het opgestelde meerjarenonderhoudsplan (hierna: MJOP) of door elk jaar minimaal 0,5 procent van de herbouwwaarde van het VvE-gebouw te reserveren. De probleemstelling van het onderzoek is tweeledig: Op welke wijze, met welke doelen en met welke effecten zetten VvE’s het MJOP in, dat is ingevoerd met de Wet? In welke mate zijn er sinds de inwerkingtreding van de Wet meer leningen verstrekt aan VvE’s en, als dat het geval is, in welke mate zijn daarmee onderhouds- en/of verduurzamingsmaatregelen getroffen en in welke mate draagt het bij aan de CO2-doelstellingen? INHOUD Inleiding Deskresearch VvE-vragenlijst Analyse WoON Interviews en focusgroepen ConclusiesA substantial part of the total of 8.2 million homes in the Netherlands in early 2024 consists of buildings divided into several apartment rights by a division deed. These apartment rights can be sold separately, thus simultaneously forming a Homeowners' Association (hereafter: HOA) since 1972. As of January 1, 2022, there were more than 135 thousand owners' associations, together managing almost 1.4 million homes. On January 1, 2018, the Act on Improving the Functioning of Homeowners' Associations (hereafter and where this cannot cause confusion: the Act) came into force, with the aim of encouraging HOAs to reserve a minimum annual amount for major maintenance and to encourage making the HOA buildings more sustainable. However, there are indications that HOAs do not reserve an amount at all or reserve too little, leading to overdue maintenance and not enough sustainability measures. The purpose of the present study is to evaluate the Act, focusing on two aspects in particular: the MJOP and the provision of loans to HOAs. The problem definition of the study is twofold: In what ways, for what purposes and with what effects do HOAs deploy the MJOP introduced by the Act? To what extent have more loans been granted to HOAs since the introduction of the Act, and if so, to what extent have maintenance and/or sustainability measures been included and to what extent does this contribute to CO2 targets
Free choice of lawyer and the access to justice for users of legal expenses insurance change (full text only available in Dutch)
Rechtsbijstandsverzekeraars zijn verplicht om in de verzekeringsovereenkomst uitdrukkelijk te bepalen dat de verzekerde vrij is om zelf een rechtsbijstandverlener te kiezen in een gerechtelijke of administratieve procedure. Dat betekent dat ondernemingen en burgers die een rechtsbijstandsverzekering afsluiten in een gerechtelijke of administratieve procedure vrij zijn om hun eigen advocaat of een andere rechtshulpverlener1 te kiezen. Een verzekerde is dus niet gebonden aan de in-house jurist of een door de rechtsbijstandsverzekeraar gekozen advocaat. Dit recht op een vrije keuze van een rechtsbijstandverlener staat in artikel 201 van Richtlijn 2009/138/EU en is geïmplementeerd in artikel 4:67 van de Wet op het financieel toezicht. Dit verkennend onderzoek geeft antwoord op de volgende hoofdvraag: Op welke wijze en in welke mate kan, gegeven de stand van de jurisprudentie inzake vrije advocaatkeuze, de toegang tot het recht van gebruikers van rechtsbijstandsverzekeringen (in het bijzonder de groep met een middeninkomen) veranderen en hoe kan deze toegang zoveel mogelijk worden behouden? INHOUD Inleiding Methodologie Toegang tot het recht en rechtsbijstandsverzekeringen Reikwijdte van het vrije keuzerecht Gevolgen uitbreiding vrije keuzerecht InterventiesLegal expenses insurers are required to explicitly stipulate in the insurance contract that the insured is free to choose their own legal representative in a judicial or administrative procedure. This means that businesses and citizens who take out legal expenses insurance are free to choose their own lawyer or another legal aid provider in a judicial or administrative procedure. Therefore, the insured is not bound to the in-house lawyer or a lawyer chosen by the legal expenses insurer. This right to freely choose a legal representative is stated in Article 201 of Directive 2009/138/EU and is implemented in Article 4:67 of the Dutch Financial Supervision Act. This exploratory study answers the following question: In what way and to what extent can, given the current case law regarding the free choice of lawyer, the access to justice for users of legal expenses insurance (particularly the middleincome group) change and how can this access be maintained as much as possible