WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Volunteering valued - Costs and benefits of police volunteers
Binnen de politie wordt een toenemende druk op de capaciteit ervaren die naar verwachting de komende jaren blijft bestaan en tot knelpunten blijft leiden. Politievrijwilligers ondersteunen de politie bij verschillende taken. Verschillende ministers hebben de ambitie uitgesproken om het aantal politievrijwilligers te laten stijgen tot 10% van het beroepspersoneel. Dit doel is nog niet gehaald. Daarom is een werkplan opgesteld dat zich richt op het vergroten van de instroom van de verschillende aanstellingsvormen binnen de politie, die verschillen in wat ze aan opleiding en begeleiding vragen en de werkzaamheden waarvoor ze kunnen worden ingezet. Erratum 22 april 2025: Ten opzichte van de oorspronkelijk gepubliceerde versie (op 4 maart 2025) is in de volledige tekst in de tweede alinea van pag. 47 het getal "24" vervangen door "72", consistent met het getal 72 in de vijfde kolom van tabel 2.7 en de bespreking verderop in het rapport. Dezelfde tekstuele correctie is ook doorgevoerd in de infographic, op pag. 7 van de samenvatting (pag. 9 van de volledige tekst) en op pag. 7 van de summary (pag. 23 van de volledige tekst). INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Kwalitatieve inventarisatie Kwantitatieve inventarisatie Conclusie
Dutch National Risk Assessment on Terrorist Financing 2023 (full text only available in Dutch)
Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). Nederland is als lid van de FATF gebonden aan de aanbevelingen van dit intergouvernementeel orgaan gericht op het nemen van preventieve en repressieve maatregelen gericht op witwassen en terrorismefinanciering, maatregelen ten aanzien van nationale rechtsstelsels en internationale samenwerking. Voor de EU-lidstaten is het grootste deel van de FATF-aanbevelingen omgezet naar verschillende opeenvolgende anti-witwasrichtlijnen. Op grond van deze richtlijnen dienen de EU-lidstaten risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren en een National Risk Assessment (NRA) vast te stellen. Voor Nederland is de uitvoering van de NRA vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De uitgevoerde risicoanalyse voor de NRA betreft de periode januari 20202 tot en met juni 2023. De NRA heeft een vijfledig doel: het identificeren van de terrorismefinanciering-dreigingen met de grootste potentiële impact (ofwel de grootste tf-dreigingen); het vaststellen van de hoogte van de potentiële impact van de grootste tf-dreigingen; het bepalen van de hoogte van de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste tf-dreigingen; het bieden van inzicht in de aard en mechanismen van de grootste tf-dreigingen; en het bepalen van het risiconiveau van de grootste tf-dreigingen door de potentiële impact van de dreigingen af te zetten tegen de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium.INHOUD Inleiding Onderzoeksmethode Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering? Grootste dreigingen terrorismefinanciering Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ConclusiesThe Research and Data Center (WODC) carried out a third NRA on terrorist financing for the European Netherlands in the period June 2022 to December 2023.1 The risk analysis carried out for the NRA covers the period January 2020 to June 2023.The NRA has a fivefold purpose: identifying the terrorist financing threats with the greatest potential impact (i.e. the greatest terrorist financing threats); determining the level of potential impact of the greatest terrorist financing threats; determining the level of resilience of the policy instruments for the prevention and/or repression of the greatest terrorist financing threats; providing insight into the nature and mechanisms of the greatest terrorist financing threats; and determining the risk level of the greatest terrorist financing threats by comparing the potential impact of the threats and the resilience of the policy instruments
Victim-offender mediation during the criminal justice process in the Netherlands; an examination of policy design and implementation (full text only available in Dutch)
Sinds 2017 kunnen slachtoffers en verdachten landelijk worden doorverwezen naar mediation in strafzaken (MiS). Mediation in strafzaken is een voorziening waarbij slachtoffers en verdachten tijdens de strafprocedure in gesprek kunnen over het strafbare feit, begeleid door twee mediators. Gemaakte afspraken worden door de officier van justitie of de rechter meegewogen bij het nemen van een beslissing over de zaak. De vraagstelling van dit onderzoek is tweeledig, waarbij deel I betrekking heeft op de planevaluatie en deel II op de procesevaluatie. Welke beleidsdoelstellingen liggen ten grondslag aan mediation in strafzaken en hoe verhouden deze beleidsdoelstellingen en de opzet van de voorziening zich tot de (internationale) literatuur aangaande herstelrecht? Hoe verloopt de toepassing van mediation in strafzaken in de praktijk?INHOUD Inleiding Planevaluatie Procesevaluatie SlothoofdstukSince 2017, victims and defendants in criminal cases in the Netherlands can be referred to victim-offender mediation during the criminal justice process (in Dutch: mediation in strafzaken). During victim-offender mediation (VOM), victims and defendants discuss the offence under the guidance of two professionally trained mediators. Arrangements that are agreed upon during the mediation encounter – for example in relation to compensation of damages – are taken into account by the public prosecutor or the judge during the remainder of the criminal justice process. In this study, we conducted an evaluation of the policy design and implementation of VOM in the Netherlands. We looked at policy objectives in relation to existing national and international research on VOM and studied the implementation of the policy. We did not look at the effects of VOM on victims and defendants, this will be part of a future study. In this study, the following research questions were answered. What policy objectives underlie the adoption of VOM in the Netherlands and how do these relate to the (international) literature on restorative justice? How is VOM implemented in practice
Evaluation of the approach to reduce the problem of defendants refusing pre-trial forensic psychiatric assessment; prevalence rates of assessment refusal, the extent to which the courts’ questions about mental health issues can be answered and sentences imposed (full text only available in Dutch)
Als bij een verdachte van een strafbaar feit vermoedens zijn van een psychische stoornis, kan een gedragskundig onderzoek worden aangevraagd. Dit onderzoek, een pro Justitia(pJ)-onderzoek, wordt gedaan om te bepalen of er behandeling moet plaatsvinden in justitieel kader. Sommige verdachten van een strafbaar feit weigeren hun medewerking te verlenen aan het pJ-onderzoek. In een deel van die zaken levert het pJ-onderzoek te weinig informatie op over de psychische gesteldheid van de verdachte. In andere zaken is er vanuit eerdere en/of andere bronnen genoeg bekend over eventuele stoornissen. Als onbekend blijft of er stoornissen zijn, kan de onwenselijke situatie ontstaan dat de verdachte geen verplichte zorg wordt opgelegd, terwijl dit wel nodig is om de kans op recidive te verminderen en de veiligheid van de maatschappij te vergroten. Dit wordt de weigerproblematiek genoemd. De meest bekende vorm van dergelijke verplichte zorg is de maatregel terbeschikkingstelling (tbs). Om de weigerproblematiek terug te dringen is een weigeraanpak ingezet die in dit rapport is geëvalueerd. Het huidige deelonderzoek heeft drie doelstellingen: het bepalen van het aantal weigerende observandi en de doorwerking van weigeren op de beantwoording van de pJ-vragen sinds 2018; het vastleggen van de sancties (straffen en maatregelen) die de rechter aan weigerende observandi oplegt; het beschrijven van de ontwikkelingen in het beleid over weigerende observandi in het Pieter Baan Centrum (PBC) na april 2018.INHOUD Inleiding Prevalentie weigeren en doorwerking in pJ-vragen Opgelegde sancties aan weigerende observandi Voortzetting aangepast weigerbeleid Conclusie en discussieIf a suspect of a criminal offence is suspected of having a mental disorder, a behavioural assessment may be requested. This assessment, a pre-trial forensic psychiatric assessment, is conducted to determine whether treatment should take place in a judicial setting. Some suspects of a criminal offence refuse to cooperate with this assessment. In some of these cases, this assessment does not provide enough information about the defendant’s mental state. In other cases, enough information is already available about possible disorders from previous and/or other sources. If it remains unknown whether there are any disorders, the undesirable situation may arise of not being able to impose mandatory treatment on the defendant, even though this is necessary to reduce the likelihood of recidivism and increase the safety of society.f In order to reduce the problem of defendants refusing to participate in pre-trial forensic psychiatric assessment, certain measures have been implemented by the Dutch government, referred to here as the ‘refusal approach’. This refusal approach was evaluated in this report
Gestructureerde standaard trefwoordenclassificatie
Dit is de twaalfde editie (2023) van de Justitiethesaurus, die door de Directie Informatisering (DI) als standaard trefwoordenclassificatie is vastgesteld voor het toegankelijk maken en terugvinden van Justitiële informatie in catalogi, documentatiebestanden en Justitiewebsites. Deze editie is grondig herzien. Veel niet gebruikte en verouderde termen en verwijzingen zijn verwijderd. De wijzigingen ten opzicht van de vorige editie van de Justitiethesaurus zijn terug te vinden in de mutatielijst 2023. Het gaat dan om nieuwe voorkeurstermen, verwijstermen, wijzigingen van schrijfwijze, wijzigingen van relaties en verwijderde voorkeurstermen en verwijzingen. De Justitiethesaurus kan alleen in pdf gedownload worden (zie: link
The claims management professional in personal injury cases; on promoting quality and countering troubling practices in the personal injury claims management and litigation services market (full text only available in Dutch)
Deze studie gaat over de kwaliteit van belangenbehartiging op de Nederlandse markt voor belangenbehartigingsdienstverlening bij letselschadegevallen. De benadeelde die door letsel schade lijdt en daarvoor via het aansprakelijkheidsrecht compensatie wenst te verkrijgen van de aansprakelijke c.q. diens aansprakelijkheidsverzekeraar, wendt zich vaak tot een belangenbehartiger om dit te bewerkstelligen. Onder belangenbehartiging verstaan we dus het bijstaan door de belangenbehartiger van de benadeelde op grond van een contractuele opdracht van die benadeelde. Deze studie heeft als doelstelling het verkrijgen van inzicht in de samenstelling van de markt voor dienstverlening door belangenbehartigers, het verkrijgen van inzicht in kwaliteit van die belangenbehartiging en de factoren die deze kwaliteit bevorderen en belemmeren, en het verkrijgen van inzicht in mogelijke verbeteringen in die kwaliteit. INHOUD Inleiding Een eerste schets van de markt van belangenbehartiging Kostenverhaal voor de beloningsstructuren Welke zorgen over de praktijk zijn er? Kwaliteit van belangenbehartiging: drie perspectieven Bevordering van belemmering van kwaliteit: factoren en denkrichtingen Antwoorden op de ondezoeksvragen Bijlage 1 - Verantwoording algemeen Bijlage 2 - Verantwoording deskresearch Bijlage 3 - Interviews Bijlage 4 - Expertbijeenkomst Verkort aangehaalde bronnen en vindplaatsenThis study deals with the quality of services provided to victims of personal injury in the Dutch market for personal injury claims management and litigation services. The injured party who suffers damage due to injury and wishes to obtain compensation from the liable party or his liability insurer through liability law, often turns to a service provider – a lawyer or other service provider – to achieve this. The objective of this study is to gain an understanding of the composition of the management and litigation services market, to gain an understanding of the quality of such services and the factors that promote and hinder that quality, and to gain an understanding of possible improvements in that quality. Among the reasons for the study were recent reports about malpractices in the personal injury sector and a parliamentary motion calling on the government to investigate alleged malpractices by rogue service providers who are not affiliated with the Dutch Personal Injury Quality Mark (NKL)
En route to better legal assistance - Insights and opportunities derived from 34 pilots under the Subsidised Legal Aid System Renewal Programme
In 2018 is het ‘Programma stelselvernieuwing rechtsbijstand’ opgezet. Een belangrijk onderdeel van dit programma is een verkennende aanpak in de vorm van pilots. Het idee achter het werken met pilots is dat mogelijke onderdelen van een gewijzigd stelsel eerst op kleine schaal in de praktijk kunnen worden uitgeprobeerd. Deze zogenoemde pilotfase (lopend vanaf eind 2019 tot en met 31 december 2022) is afgesloten met een evaluatie van elke pilot. Met het oog op de verdere uitwerking van de stelselwijziging gesubsidieerde rechtsbijstand bestaat behoefte aan een overzicht van wat de pilotfase heeft opgeleverd in termen van effectieve pilotelementen. Ook is er behoefte aan een overzicht van wat nodig is voor een succesvolle doorwerking in het stelsel van de met de pilots behaalde resultaten. Deze overkoepelende studie beoogt in beide behoeftes te voorzien. Hiervoor is een vierdelige algemene vraagstelling opgesteld: Welke doelstelling ligt ten grondslag aan de stelselwijziging gesubsidieerde rechtsbijstand en in hoeverre sluiten de individuele pilots aan bij die doelstelling? In welke mate bieden de beschikbare empirische bevindingen ondersteuning voor de effectiviteit van de werkwijzen en instrumenten uit de pilots? In hoeverre kunnen de werkwijzen en instrumenten bijdragen aan het realiseren van de doelstelling van de stelselwijziging rechtsbijstand? Wat is nodig voor een succesvolle doorwerking of opschaling van pilotresultaten en uiteindelijk een duurzame wijziging van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? INHOUD Overkoepelend onderzoek van 34 pilotevaluaties in het kader van de stelselwijziging rechtsbijstand Aansluiting tussen pilots en doelstelling van de stelselwijziging rechtsbijstand Opbrengsten van de pilotfase van de stelselwijziging rechtsbijstand Aandachtspunten voor implementatie EindconclusieThe ‘Subsidised Legal Aid System Renewal Programme’ was established in 2018. A central element of this programme is its exploratory approach, in the form of using multiple pilots. The idea is to test potential components of a reformed system on a smaller scale before wider implementation. The pilot phase, which run from the late 2019 until 31 December 2022, concluded with an evaluation of each pilot. To support further development of the subsidised legal aid system, a comprehensive overview of the results from the pilot phase is needed, in particular in terms of the elements that proved to be effective. Additionally, it is essential to identify the requirements for successfully integrating these results into the broader legal aid system. This overarching study aims to address both of these needs. To this end, four general research questions have been formulated: What is the underlying objective driving the reform of the subsidised legal aid system, and to what extent are the individual pilots in line with this objective? To what extent do the available empirical findings provide support for the effectiveness of the working methods and instruments used in the pilots? To what extent can the working methods and instruments contribute to the realisation of the objective of the change of the legal aid system? What is required for the successful integration or scaling up of pilot results, and ultimately for a sustainable change to the system of subsidised legal aid
Violent Crime Compensation Fund (Schadefonds Geweldsmisdrijven) target group study
Alle slachtoffers van geweldsmisdrijven, en hun naasten en nabestaanden, die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming vallen in de potentiële doelgroep van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: SF). Het is belangrijk om de kenmerken van de potentiële doelgroep in kaart te brengen en te vergelijken met de bereikte doelgroep van slachtoffers die een aanvraag hebben ingediend bij het SF. Deze inzichten zijn van belang om de organisatie (beter) te positioneren, de dienstverlening te verbeteren en doelgroepen die het SF nu niet of in mindere mate weten te vinden beter te bereiken. Het huidige onderzoek beoogt dan ook zowel de bereikte als de potentiële doelgroep van het SF in kaart te brengen. Centrale onderzoeksvragen: Wat zijn de profielen van de bereikte en potentiële doelgroep van het Schadefonds? In hoeverre komt de bereikte doelgroep overeen met de doelgroep waar het Schadefonds voor bedoeld is? Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om de potentiële doelgroep (beter) te bereiken? INHOUD Inleiding Kenmerken doelgroep Schadefonds Huidige werkwijze en beleid Vergroten bereik Schadefonds Conclusies en aanbevelingenThe potential target group of The Violent Crime Compensation Fund (Schadefonds Geweldsmisdrijven, hereinafter: SF) includes all victims of violent crime, as well as close relatives and surviving relatives of victims, who are eligible for compensation. It is important to identify the characteristics of the potential target group and to compare and contrast them with the group of victims who do submit applications to the SF. This information can help the SF to better position the agency, improve its services and better reach target groups that the agency is currently unable to reach, or does not fully reach. This study covered both the group that the SF does already reach and the potential target group. The study focused on the following key research questions: What are the profiles of the group that the SF currently reaches and the potential target group? To what extent does the group that the SF currently reaches match the target group that the SF is intended to serve? Which recommendations can be made to (better) reach the potential target group
Nationale Drug Monitor - update 2023
FACTSHEET ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag Op basis van de meest recente update van de Nationale Drug Monitor besteedt deze factsheet aandacht aan nieuwe cijfers over drie ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag van de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen en andere trends in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag staan in de update van de NDM (Nationale Drug Monitor) van het Trimbos-instituut en het WODC. Deze update is uitgevoerd door Regioplan. NDM 2023 De Nationale Drug Monitor (NDM) is alleen digitaal te raadplegen op de website van het Trimbos-instituut (zie link hiernaast). INHOUD NDM Middelen per soort (Cannabis, Cocaïne, Opioïden, Ecstasy, Amfetamine, NPS, GHB, Psychedelica, Slaap- en kalmeringsmiddelen, Lachgas, Ketamine, ADHD-medicatie, Alcohol, Tabak) Wetgeving, beleid en preventie Drugscriminaliteit Middelengebruik en strafbaar gedra
Safe countries of origin; an international comparison of the application of the ‘safe countries of origin’ concept in asylum policy (full text only available in Dutch)
Dit onderzoek komt voort uit de wens van de Nederlandse overheid om in kaart te brengen hoe en op welke gronden andere EU-lidstaten een lijst van veilige landen van herkomst hanteren in hun asielbeleid. De onderzoeksvragen luiden als volgt: Hoe selecteren andere lidstaten de te beoordelen landen? Op grond van welke bronnen en criteria voeren andere lidstaten de eerste beoordeling uit en hoe is die procedure vormgegeven? Zijn de beoordelingen en herbeoordelingen openbaar? Op grond van welke bronnen en criteria voeren andere lidstaten de periodieke herbeoordeling uit en hoe vaak verrichten zij die? Worden er groepen en/of gebieden uitgezonderd binnen de aanwijzing veilig land van herkomst? Zo ja, op grond van welke criteria en is er een limiet aan het aantal uitzonderingsgroepen? Hoe ziet de asielprocedure eruit voor personen afkomstig uit een veilig land van herkomst? Veilige landen van herkomst Gelden er andere voorwaarden voor de opvang en terugkeer en hoe verloopt de terugkeer van asielzoekers uit veilige landen ten opzichte van die van andere afgewezen asielzoekers? Is er relevante jurisprudentie beschikbaar, houdt het beleid stand voor de rechter en wat zijn de kwetsbaarheden? Wat zijn de verschillen van deze lidstaten met Nederland waar het gaat om veilige landenbeleid?INHOUD Inleiding Nederland Duitsland Frankrijk Italië Oostenrijk Zweden ConclusieThis study was commissioned by the Research and Data Centre (WODC) and conducted by RAND Europe at the request of the Ministry of Justice and Security. The study stems from the wider desire of the Dutch government to map how and on what grounds other EU Member States use a list of safe countries of origin in their asylum policies. Based on the criteria and in agreement with the steering committee, the following countries were selected: Austria, France, Germany Italy and Sweden. The research questions are: How do other Member States select countries for assessment? Based on what sources and criteria do other Member States carry out the initial assessment, and what does the procedure look like? Are the assessments and reassessments publicly accessible? Based on what sources and criteria do other Member States carry out the reassessment and how often do these take place? Are any groups and/or geographic areas excluded from the safe country of origin designation? If so, based on what criteria and is there a limit to the number of excluded groups for a country to still qualify as a safe country of origin? What does the asylum procedure look like for applicants coming from a safe country of origin? Do different conditions apply to reception and return procedures for asylum seekers from safe countries, and how does the return compare to that of other rejected asylum seekers? Is relevant case law available, does the policy hold up in court and are there any vulnerabilities? What are the differences in other Member States’ safe country of origin policies compared to the Netherlands