Radboud Educational Repository (Radboud Univ.)
Not a member yet
18924 research outputs found
Sort by
Samen sterker
Deze masterthesis richt zich op de condities voor een effectief zelfregulerend netwerk bij de ondersteunende diensten van Riwis Zorg & Welzijn (verder: Riwis). De vraag die in deze thesis centraal staat is: Wat is bij Riwis het uitgangsniveau van de belangrijkste condities voor een effectief zelfregulerend netwerk en waar belemmert en/of bevordert dit een beoogde samenwerking in een zelfregulerend netwerk? Om deze vraag te beantwoorden is een opinieonderzoek uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde interviews. De onderzoeksresultaten uit komen voort uit de interviews die zijn gevoerd met enerzijds de medewerkers van de ondersteunende diensten en anderzijds de MT-leden van Riwis.
Wanneer Riwis daadwerkelijk overgaat tot het realiseren van een zelfregulerend netwerk. Dan laten de onderzoeksresultaten zien dat er nog het nodige werk aan de winkel is om de effectiviteit en daarmee het potentiële succes van een dergelijk netwerk te vergroten. Hiervoor zijn drie aanbevelingen geformuleerd
Een onderzoek naar de invloed van centraliserende interventies op de perceptie van middelgrote steden
Dit onderzoek onderzoekt in hoeverre het centraliseren van voorzieningen bijdraagt aan de sociaaleconomische vitaliteit van middelgrote Nederlandse steden. De theoretische basis is gelegd met inzichten van Jane Jacobs, aangevuld met werk van Florida (2002), Klinenberg (2018) en Moreno et al. (2021). Empirische data zijn verzameld via enquêtes in diverse steden, uitgevoerd in samenwerking met adviesbureau DTNP en medestudenten. Daarbij is onder meer gekeken naar bereikbaarheid, gezelligheid, uitgaven, verblijfsduur en tevredenheid. Ook is gebruikgemaakt van bestaande gegevens voor een meerjarige analyse.
Voor de analyse is een kwantitatieve Difference-in-Difference methode toegepast om effecten van centraliserende maatregelen te vergelijken tussen steden mét en zonder dergelijke ingrepen. De resultaten tonen geen breed significant effect op economische vitaliteit, met uitzondering van Hengelo, waar een stijging in bestedingen werd geconstateerd. Op sociaal vlak zijn in onder andere Weert en Hengelo positieve ontwikkelingen zichtbaar in bezoekerswaardering.
De conclusie is dat centralisering niet overal dezelfde uitwerking heeft, maar in bepaalde contexten wel degelijk positief kan bijdragen aan de sociale beleving van steden. De effecten zijn daarmee contextafhankelijk en vooral zichtbaar in de sociale dimensie van stedelijke vitaliteit
Gebiedstransformaties in middelgrote centra
Medium-sized city centers in the Netherlands are under pressure due to societal developments such as the covid oubreak, online shopping, remote working, and demographic shifts. These trends contribute to declining visitor numbers and a decrease in economic vitality of the inner cities. This research investigates the extent to which inner-city redevelopment in seven Dutch medium-sized cities contributes to improving economic vitality. Using a mixed-methods approach, the cities are compared. The economic vitality was measured though visitor appreciation, spending behaviour and visitor data. The findings suggest that spatial interventions positively effect a few aspects of the economic vitality. This study underscores the need for tailored approaches and continuous evaluation to create resilient and future-proof urban centers
Burgerparticipatie bij beleid van klimaatadaptatie in Nijmegen
Klimaatverandering zorgt voor extremer weer, bijvoorbeeld langere droogte of extreme buien. Het is dan ook verstandig om klimaatadaptatie toe te passen. De gemeente bepaald als er maatregelen genomen moeten worden. Als er zomaar iets verandert vinden burgers het fijn om hier iets over te kunnen zeggen. Het gaat er om dat burgers meegenomen worden in de besluiten en in het proces ernaartoe. De mate van interpretatie van burgerparticipatie volgens bijvoorbeeld de gemeente kan verschillen met hoe de burgers ernaar kijken. In dit onderzoek is gekeken naar het verschil in ervaringen van de gemeente en de burgers. Dit is gedaan in de buurt Hof van Holland in de gemeente Nijmegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de beleidsarrangementen-benadering en de drie generaties van burgerparticipatie.
Dit onderzoek toont aan dat de gemeente vindt dat burgerparticipatie goed gaat. Sommige burgers zijn het hier mee eens, en andere niet. Dit deel vind dat er niet echt geluisterd wordt naar wat ze inbrengen en als er geluisterd wordt er ook vaak niks mee gedaan wordt. Ze hebben dan ook behoefte aan meer betrokkenheid en inspraak. Burgers, gemeente en andere binnen de lokale (semi) overheid zouden hierin samen over moeten afstemmen in hoe ze dit willen doen
THE DARK SIDE OF OFFHSORING: CSIR ACCUSATIONS IN THE EU MANUFACTURING INDUSTRY
This study examines whether offshoring production activities to emerging economies increases the likelihood of Corporate Social Irresponsibility (CSIR) accusations among the top 200 listed EU-based manufacturing Multinational Organisations (MNOs) from 2010 to 2018. Using zero-inflated negative binomial (ZINB) regression models with and without a one-year time lag, the analysis found no significant relationship between offshoring and CSIR accusations. These findings challenge existing literature on CSIR accusations caused by a misalignment of a MNO’s efficiency-seeking strategy and stakeholder expectations, suggesting either limited engagement in CSIR or emphasize the low stakeholder visibility of emerging economies. Counterintuitively, MNOs with higher ESG scores were more likely to face CSIR accusations, potentially caused by higher stakeholder expectations. A MNO’s size was positively associated with CSIR accusations, though the interaction with offshoring was not significant. Additional results showed that older MNOs and those with a higher return on assets (ROA) were less likely to receive CSIR accusations. Overall, the study contributes to the debates on stakeholder legitimacy, strategic visibility and the paradox of ESG performance
Digitale dienstverlening voor ondernemers in gemeente Beesel Een onderzoek naar het verbeteren en het zichtbaarder maken van de digitale dienstverlening voor ondernemers in gemeente Beesel
Dit onderzoek richt zich op de digitale dienstverlening in de gemeente Beesel en hoe deze verbeterd kan worden. Op dit moment is de digitale dienstverlening niet functioneel, onvolledig en moeilijk vindbaar. Vanuit de theorie is een conceptueel model ontwikkeld waarbij digitale dienstverlening positief beïnvloed kan worden via: levensgebeurtenissen, digitale inclusie en interactie tussen ondernemer & gemeente en one-stop governance. One-stop governance houdt in dat digitale dienstverlening vanuit één beginpunt start en dat vanuit dit beginpunt alle digitale diensten kunnen worden bereikt. Vanuit wetenschappelijke literatuur zijn theoretische ontwerpprincipes geformuleerd. Om dit in de praktijk te onderzoeken is er een kwantitatief onderzoek gedaan naar de ondernemers in de vorm van een survey en een kwalitatief onderzoek naar de medewerkers van de gemeente in de vorm van een interview. Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat ondernemers veiligheid & vertrouwen het belangrijkste onderdeel vinden en vormgeving van dienstverlening het minst belangrijk onderdeel. De onderdelen die ondernemers belangrijk vinden waren toegankelijkheid, hulp & ondersteuning en vormgeving van dienstverlening. Vanuit deze onderzoeken zijn praktijkgerichte ontwerpprincipes geformuleerd. Door vervolgens de theoretische en praktijkgerichte ontwerpprincipes met elkaar te vergelijken en verschillen te verklaren zijn er uiteindelijk een vijftal aanbevelingen geformuleerd die de digitale dienstverlening kunnen verbeteren: 1. Introduceer een dienstverlening vormgegeven door levensgebeurtenissen op basis van one-stop governance 2. Verbeter zichtbaarheid en toegankelijkheid voor de ondernemerswebsite, via zowel de algemene website en via de algemene zoekmachines 3. Zorg voor een veilige basis van de website en ben hier transparant over 4. Wees digitaal inclusief, maar behoud het persoonlijke contact 5. Creëer interactie tussen ondernemer en gemeente
Determining the effectiveness of P+R as sustainable development action in The Hague
This research investigates the effectiveness of Park and Ride (P+R) systems as a form of Sustainable Development Action (SDA), with a focus on The Hague. P+R facilities are designed to reduce private car use in city centres by encouraging travellers to switch to public transportation for the final part of their journey, which can help address various urban sustainability challenges.
This study combines a policy- and literature review, a cost-benefit analysis (CBA), and supplementary interviews to evaluate the potential of P+R systems to contribute to the Sustainable Development Goals (SDGs).
Results show that P+R can contribute to multiple SDGs through system dynamics and multisolving. The success of such systems, however, depends on a combination of factors. Additionally, this thesis proposes reclassifying P+R as Sustainable Development Action (SDA). Moreover, a novel presentation method is proposed to help evaluate, compare and communicate SDA initiatives and their contributions to the SDGs.
This thesis provides practical insights for urban policymakers aiming to balance economic, environmental, and social goals. It also serves as a model for other sub-state actors considering similar strategies. The research contributes to broader discourse on sustainable urban mobility, municipal climate leadership, and the operationalisation of the SDGs at the local level
Eenrichtingsverkeer op de digitale snelweg. Een onderzoek naar de legitimiteitsstrategieën van Nederlandse gemeenten op sociale media
Dit artikel gaat in op de strategie die Nederlandse gemeenten hanteren omtrent organisatielegitimiteit. Centrale vraag daarbij is: ‘welke redenen hebben lokale overheden om sociale media te gebruiken ten behoeve van hun legitimiteit?’ Organisatielegitimiteit richt zich op het aansluiten van het handelen van een organisatie met maatschappelijk geaccepteerde normen en waarden. Specifiek richt dit onderzoek zich op de relatie tussen het gebruik van sociale media door gemeenten (X) en de legitimiteitsstrategie die gemeenten hanteren (Y). Enerzijds zijn 217 sociale mediaberichten van gemeenten op Facebook en X geanalyseerd over de periode 27 oktober 2023 tot en met 3 juli 2024. Hiermee is achterhaald hoe gemeenten sociale media inzetten. Anderzijds zijn halfgestructureerde interviews gehouden met sociale mediaexperts bij gemeenten om meer te weten te komen over de legitimiteitsstrategie die gemeenten op sociale media hanteren. Deze twee dataverzamelingen geven samen inzicht in de redenen die lokale overheden hebben om sociale media te gebruiken ten behoeve van hun legitimiteit. Gemeenten zetten sociale media vooral in om hun burgers te informeren. Gemeenten laten graag zien wat hun werkzaamheden zijn. Daarnaast worden ook democratische processen gedeeld ten behoeve van transparantie. Dit zorgt voor cognitieve legitimiteit. Gemeenten worden begrijpelijker voor burgers. Daarnaast wordt het handelen van gemeenten voorspelbaarder. Het verzamelen van meningen via sociale media is lastiger, net als het gesprek met burgers aangaan. Burgers op sociale media zijn niet representatief voor alle inwoners van de gemeente. Ook zorgt anonimiteit via sociale media voor ongenuanceerde input. De nationale overheid of gemeenten onderling kunnen zich inzetten om één lijn te trekken op sociale media. Zo weten burgers wat ze van hun gemeente op sociale media kunnen verwachten
Understanding the acceptance and resistance of Explainable AI in financial auditing and accounting
This study explores the psychological and organizational factors that influence the acceptance and resistance of Explainable Artificial Intelligence (XAI) in a financial auditing and accounting context. A mixed-methods approach combined semi-structured interviews with a quantitative survey. The survey was based on established models such as TAM, UTAUT, Status Quo Bias, Psychological Reactance and Algorithm Aversion. Most hypothesized predictors were not statistically significant after correction for multiple comparisons. However, trust in the system and prior experience with AI emerged as key factors that influence both acceptance and resistance. Interview insights helped to explain these quantitative results. They also revealed additional factors not captured in the research models that could influence user attitudes towards XAI such as privacy, legal and ethical risks, and environmental impact. These findings suggest that traditional technology acceptance frameworks may need to be extended when they are applied to newer systems like XAI. Practically, organizations should not only focus on the technical functionality of the system but also on building user trust, offering learning opportunities in practice and address broader professional concerns. This study contributes to the growing body of knowledge on human-centred AI adoption and also gives concrete suggestions for future research and organizational implementation
Bibliotheek: meer dan boeken?
In deze scriptie wordt onderzocht in hoeverre Bibliotheek Utrecht Neude functioneert als een third place, een concept van Ray Oldenburg dat verwijst naar een ontmoetingsplek buiten huis (first place) en werk (second place). Door haar maatschappelijke rol fungeert de bibliotheek als plek voor informatie, uitwisseling en ontmoeting. Via kwalitatief onderzoek, waaronder observaties, semigestructureerde interviews met bezoekers en medewerkers en de Place Game van het Project for Public Spaces, wordt de bibliotheek beoordeeld op de karakteristieken die Oldenburg aan de third place koppelt, waaronder toegankelijkheid, sfeer en reguliere gasten.
Zowel bezoekers als medewerkers herkennen kenmerken van de third place in de bibliotheek, maar met nuances en verschillen. Bezoekers ervaren de bibliotheek overwegend als een third place, dankzij de vrije toegang, speelse sfeer en reguliere bezoeken. Ze maken kanttekeningen bij de fysieke toegankelijkheid, zoals de bewegwijzering. Medewerkers ervaren de bibliotheek minder als een third place. Ze beschouwen het als een second place, omdat ze er werken en door hun werktijden voelen ze verplichtingen, waardoor ze de plek niet als neutraal ervaren. Wel zien ze bezoekers vaak terugkeren, wat aansluit bij het karakteristiek van reguliere gasten. De bibliotheek is daarmee een belangrijke plek in het hart van de bezoeker en medewerker