Web-based Archive of RIVM Publications
Not a member yet
    15852 research outputs found

    Validation of super-emitter analysis

    No full text
    Met de landelijke aanpak piekbelasting wil het kabinet stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden terugdringen. Onder de aanpak piekbelasting vallen verschillende regelingen, waaronder de ‘landelijke regeling om veehouderijen met piekbelasting te beëindigen’ (Lbv-plus). Voor de Lbv-plus liet het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV(Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)) eerder vijf varianten doorrekenen om te bepalen onder welke voorwaarden bedrijven voor de regeling in aanmerking kunnen komen. Gekozen is voor de variant met bedrijven die de hoogste vracht aan stikstofdepositie veroorzaken op de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, binnen een straal van 25 kilometer rond het bedrijf. Er wordt dan ingegrepen op zo min mogelijk bedrijven om de grootste daling in de stikstofdepositie te bereiken. Op verzoek van LNV heeft het RIVM nu deze vijf varianten gecontroleerd. Het RIVM heeft dit met eigen berekeningen gedaan en hiervoor actuelere gegevens gebruikt. Hieruit blijkt dat de gekozen variant inderdaad de grootste stikstofwinst geeft. LNV verwacht dat 20 procent van de bedrijven die voor de aanpak piekbelasting in aanmerking komen, meedoen met de Lbv-plus. Dit zijn ongeveer 600 bedrijven. Als dat gebeurt, dan daalt de gemiddelde stikstofdepositie in de kwetsbare natuur naar schatting met ongeveer 40 mol stikstof per hectare per jaar, op een gemiddelde overbelasting van de kritische depositiewaarde (KDW) van 385 mol stikstof per hectare per jaar. Het werkelijke effect kan pas berekend worden als bekend is welke bedrijven er meedoen. Hun emissie en ligging ten opzichte van de natuur zijn hierbij bepalend en geven een marge van tientallen procenten op het resultaat. Daarnaast is natuurlijk het aantal deelnemers bepalend. LNV gaat uit van 600 bedrijven maar een range van 100 tot 700 bedrijven levert een depositiereductie van 7 tot 47 mol stikstof per hectare per jaar. Met de door het RIVM gebruikte actuelere gegevens daalde de geschatte depositie iets meer dan LNV eerder had laten berekenen. Dit heeft verschillende oorzaken. Het RIVM gebruikte bijvoorbeeld de emissiefactoren uit de Emissieregistratie om de depositie te bepalen, terwijl LNV eerder emissiefactoren uit de wettelijke ‘Rav-richtlijn’ gebruikte. Emissiefactoren uit de dagelijkse praktijk zijn hoger dan die in de Ravrichtlijn. Ook was in de nieuwere cijfers het aantal dieren hoger omdat het aantal dieren per bedrijf gemiddeld toeneemt.The government has adopted a national action plan to combat peak loads for the purpose of reducing nitrogen deposition in vulnerable nature conservation areas. The national action plan to combat peak loads comprises a number of schemes, including a national scheme (Lbv-plus) to close down livestock farms classified as nitrogen ‘superemitters’. Previously, the Ministry of Agriculture, Nature & Food Quality (LNV) commissioned an analysis to determine the conditions that businesses must meet in order to qualify for the Lbv-plus scheme. This yielded five possible variants. The government has opted for the variant that involves closing down the businesses that deposit the most nitrogen on overburdened and delicate Natura 2000 areas within a 25-kilometre radius. This variant strikes a balance between affecting the fewest possible businesses and achieving the greatest possible nitrogen deposition reduction. At LNV’s request, RIVM has now validated all five variants. To this end, RIVM performed its own calculations using more up-to-date data. Its conclusion is that the chosen variant is indeed the most efficient. LNV expects that 20 per cent of the businesses that qualify for the national action plan to combat peak loads will take part. This amounts to around 600 businesses. In this scenario, the average nitrogen deposition in vulnerable nature is estimated to fall by around 40 mol nitrogen per hectare per year, related to an average access of the critical level of 269 mol nitrogen per hectare per year. The actual effect will be calculated when it is known which businesses will take part. Using the more up-to-date data, the estimated nitrogen deposition reduction is slightly greater than the figure LNV had previously calculated. There are several possible reasons for this. For instance, RIVM used the emission factors from the Netherlands’ Emissions Registration, while the earlier analysis commissioned by LNV used the emission factors from the statutory Ammonia and Livestock Farming Guideline (Richtlijn Ammoniak en Veehouderij, RAV). Emission factors from everyday practice are slightly higher than those from the RAV. Moreover, the latest data assumed a greater number of animals, given the average rise in the number of animals per livestock farm. Participation in the national action plan to combat peak loads is voluntary. Around 3,000 super-emitters, i.e., the businesses that deposit the most nitrogen in Natura 2000 areas, qualify to take part. These are mainly livestock farms and several industrial businesses. They have various options at their disposal to reduce nitrogen deposition, such as keeping fewer animals, innovating, relocating, or closing down

    Ondersteuning geïntegreerde aanpak voor kleinschalige drinkwater en sanitaire voorzieningen

    No full text
    Wereldwijd halen veel kleine dorpen en gemeenschappen hun drinkwater uit verschillende waterbronnen. Het is niet zeker dat het drinkwater dan schoon is. Verder zijn hier sanitaire voorzieningen die vaak minder goed worden beheerd, waardoor ziekteverwekkers in drinkwaterbronnen of de omgeving kunnen terechtkomen. Dat kan ook in Nederland of Europa het geval zijn. Mensen kunnen ziek worden als zij bijvoorbeeld via drinkwater, of gewassen in contact komen met deze ziekteverwekkers Goed en veilig beheer is dan ook belangrijk om de kans via water ziek te worden zo klein mogelijk te maken. Daarom hebben het RIVM en de Duitse organisatie UBA in 2021 een werkwijze ontwikkeld die veilig beheer van kleinschalig drinkwater en sanitaire voorzieningen combineert. Deze werkwijze, integrated Water and Sanitation Safety Planning (iWSSP) geheten, brengt besmettingsroutes van drinkwater in kaart. Zo kunnen maatregelen worden genomen om besmettingen te voorkomen. Deze aanpak draagt bij aan zowel schoon drinkwater als veilige sanitaire voorzieningen. In dit rapport geven het RIVM en UBA handvatten voor mensen die werken met kleine systemen en de werkwijze voor hun gemeenschap willen invoeren. De gecombineerde werkwijze is vooral gewenst wanneer dorpen of gemeenschappen weinig geld of kennis hebben. De aanpak kan wereldwijd worden gebruikt. Voor de iWSSP zijn de aanpakken samengevoegd die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor beide systemen apart heeft ontwikkeld. iWSSP bestaat uit zes stappen om de mogelijke risico's van drinkwater en sanitaire voorzieningen te herkennen en te beperken. De zes stappen van iWSSP worden kort uitgelegd. Verder geeft het rapport ondersteunen praktische tips en kant-en-klare documenten de invoering van de aanpak in kleine drinkwater- en sanitaire systemen. Alle zes stappen moeten worden doorlopen om iWSSP in kleine systemen in te voeren.Globally, many small villages and communities receive their drinking water from various water sources. It is not certain that the drinking water will be clean. Furthermore, sanitation facilities are often less well managed in these places, which may lead to microbial contamination of the drinking water sources or the environment. This can also happen in Europe. People can become ill if they come into contact with these pathogens, for example through drinking water or contaminated crops. Safe management is important to minimise the risk of becoming ill via drinking water and sanitation. In 2021, the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM, the Netherlands) and the German Environment Agency (UBA) developed an approach that integrates safe management of small-scale drinking water supply and sanitation services. This method, called integrated Water and Sanitation Safety Planning (iWSSP), identifies contamination routes of drinking water and sanitation. In this way, measures can be taken to prevent infections. This approach contributes to clean drinking water and safe sanitation. In this report, RIVM and UBA provide tools for people who are operating within small rural systems and seeking to implement iWSSP for the benefit of their communities. The combined method is particularly desirable when villages or communities have limited resources. The approach can be used worldwide. For iWSSP, the approaches developed separately by the World Health Organization (WHO) for both drinking water and sanitation systems have been merged. iWSSP consists of six steps to assess and manage potential risks of drinking water and sanitation. The six steps of iWSSP are briefly explained. Further, the report provides practical tips and ready-to-use documents to support implementing the approach in small drinking water and sanitation systems. All six steps must be completed to implement iWSSP fully in small systems

    Calculating the impact of the National Prevention Agreement – subagreement on overweight. Will the 2040 ambitions be reached?

    No full text
    De Nederlandse overheid wil dat er minder mensen roken, overgewicht hebben of te veel alcohol drinken. Om dat te bereiken, is in 2018 het Nationaal Preventieakkoord afgesloten met doelen voor 2040. Hiervoor heeft de overheid met meer dan zeventig partijen afspraken gemaakt. Het RIVM heeft berekend of de doelen in 2040 worden gehaald met de afspraken zoals ze nu worden uitgevoerd. Het RIVM heeft daarvoor berekend hoe de situatie in 2040 zal zijn met én zonder afspraken. Uit de berekening blijkt dat de doelen niet worden gehaald met de afspraken. Ondanks de afspraken zal het aantal mensen met overgewicht blijven stijgen. Door de afspraken neemt het aantal mensen met overgewicht wel iets minder sterk toe dan zonder de afspraken. Extra en stevigere maatregelen zijn nodig om de doelen te bereiken. Dit zijn bijvoorbeeld: gezond voedsel goedkoper maken, ongezond voedsel duurder maken, of reclame voor ongezond voedsel verder beperken. Het doel is dat in 2040 maximaal 38 procent van de volwassenen en 9,1 procent van de kinderen (4 t/m 17 jaar) overgewicht heeft. Volgens de berekeningen zal met de huidige afspraken ongeveer 56 procent van de volwassenen overgewicht hebben. Zonder afspraken zou dat 58 procent zijn. Het aantal kinderen met overgewicht zal ongeveer 14 procent zijn in plaats van 15 procent.The Dutch government wants to reduce the number of people who smoke, are overweight or consume excessive amounts of alcohol. To this end, the National Prevention Agreement was drawn up in 2018, with goals for 2040. In this context, the government made agreements with over 70 different parties. RIVM has calculated whether the agreements, as they are currently being implemented, will be enough to reach the goals for 2040. RIVM has calculated what the situation will look like in 2040 both with and without agreements. The calculations show that the agreements will not result in the goals being met. Despite the agreements, the number of people who are overweight will continue to rise. The agreements will, however, result in this number going up slightly less. More and stricter measures will be necessary to meet the goals. Examples include making healthy food cheaper, making unhealthy food more expensive and limiting the amount of advertising for unhealthy food. The goal is to limit the number of people who are overweight in 2040 to 38 per cent of adults and 9.1 per cent of children (between 4 and 17 years old). According to the calculations, the agreements will result in 56 per cent of adults being overweight. Without agreements, this would be 58 per cent. For children, this would be 14 per cent with the agreements and 15 per cent without

    821

    full texts

    15,852

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Web-based Archive of RIVM Publications
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇