Web-based Archive of RIVM Publications
Not a member yet
    15852 research outputs found

    Requests for advice following Greenpeace summons

    No full text
    Greenpeace Nederland eist een beter stikstofbeleid en heeft daarvoor in juli 2023 de Nederlandse staat gedagvaard(externe link)Als voorbereiding op deze rechtszaak heeft het RIVM de belangrijkste kennis over stikstof overzichtelijk op een rij gezet. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV(Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)) heeft het RIVM daarom gevraagd. Die kennis gaat onder andere over hoeveel stikstof in Nederland wordt uitgestoten: nu, in het verleden en in de toekomst. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid stikstof die hierdoor op de natuur terechtkomt (depositie). Ook beschrijft het RIVM door welke maatregelen die Nederland en de omliggende landen sinds 1990 hebben genomen, de uitstoot en depositie lager zijn geworden. De depositie in Nederland is hierdoor sterk gedaald. De reductie is nog onvoldoende om de depositie voor het gewenste oppervlak van de Natura2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Het RIVM heeft voor het overzicht met name gebruikgemaakt van de laatste onderzoeken en data die het heeft gepubliceerd. De verwachte stikstofdepositie voor de toekomst is berekend met maatregelen die tot 1 mei 2022 zijn uitgewerkt. De effecten van stikstofmaatregelen die daarna zijn ingevoerd, zoals het afbouwen van de derogatieregeling en de maatregelen voor piekbelasters, zijn nu nog niet bekend. Daarom zijn ze niet in deze berekeningen meegenomen. Nieuw in dit overzicht zijn berekeningen van de mate waarin ‘zeer urgente’ en ‘urgente’ habitattypen met stikstof worden belast. Dat zijn stukken land en water in Natura2000-gebieden waar veel stikstof op terechtkomt én die heel gevoelig zijn voor stikstof. Hiervoor is berekend hoeveel minder stikstof er moet worden uitgestoten om ervoor te zorgen dat de natuur niet te veel wordt belast (kritische depositiewaarde). Deze waarden zijn sinds 2023 vanwege de nieuwste internationale inzichten strenger geworden.In July 2023, Greenpeace Nederland sent a summons to the State of the Netherlands to press home its demand for an improved nitrogen policy. In anticipation of the upcoming legal proceedings, RIVM has prepared a handy overview of the salient knowledge on nitrogen at the request of the Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality (LNV). Among other things, this knowledge relates to the amount of nitrogen emitted in the Netherlands – past, present and future – and the amount of nitrogen that ends up in nature (through deposition). RIVM has also described the measures taken by the Netherlands and neighbouring countries since 1990 that have resulted in lower emissions and depositions. These have drastically reduced the amount of nitrogen deposited in the Netherlands, but not enough to meet the standards. RIVM based the overview mainly on its own latest published research and data. It calculated the future nitrogen deposition forecast on the basis of the measures introduced up to 1 May 2022. The effects of the nitrogen measures introduced after that date – such as the phasing out of the derogation scheme and the measures affecting super-emitters – are still unknown, hence they were not used for the calculation. New in the overview are calculations of the extent to which ‘high priority’ and ‘priority’ habitat types are affected by nitrogen. These are tracts of land and water in Natura 2000 areas on which large amounts of nitrogen are being deposited and that are also highly vulnerable to nitrogen. For these habitat types, RIVM calculated by how much the amount of nitrogen emitted would have to be reduced in order to ensure that nature would not become overburdened (critical deposition value). As a consequence of the latest international insights, these values have become more stringent since 2023

    Radionuclides in Dutch wastewater. A pilot study

    No full text
    In Nederland mogen ondernemers onder bepaalde voorwaarden radioactieve stoffen lozen op het openbare riool. Dat zijn vooral ziekenhuizen met een afdeling nucleaire geneeskunde. Via patiënten komen de gebruikte radionucliden in het toilet terecht en dus in de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Maar ook onderzoeksinstellingen en industrie lozen deze stoffen. Radioactieve stoffen die in het afvalwater van bedrijven of industrie zitten, zijn op te sporen in de watermonsters van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's). Dat blijkt uit deze pilot van het RIVM. Dit was tot nu toe niet onderzocht in Nederland. De pilot geeft een eerste indruk welke radionucliden in het rioolwater aantoonbaar zijn. In deze metingen zijn jodium-131 en lutetium-177 gevonden. Deze radionucliden komen van ziekenhuizen met een afdeling nucleaire geneeskunde. Deze informatie geeft handvatten voor meer onderzoek. Bijvoorbeeld of RWZI-medewerkers onbedoeld aan radionucliden blootstaan. En of daarvoor beschermende maatregelen nodig zijn. Verder zou een meetnet kunnen worden opgezet door structureel bij alle RWZI's in Nederland radionucliden in rioolwater te meten. Met dit soort informatie kunnen onverwachte lozingen of een ongeval met straling worden opgespoord. Voor de pilot is het systeem gebruikt dat tijdens de corona-epidemie in Nederland is opgezet om via de rioolwaterzuiveringsinstallaties te volgen hoeveel mensen er besmet zijn met het virus. Op basis van dit beperkte onderzoek is niet bekend in welke hoeveelheden radionucliden in Nederland in het riool te vinden zijn. Het is nuttig om rioolwater op radioactieve stoffen te onderzoeken, omdat de nucleaire geneeskunde groeit en verandert. Dit komt onder andere door technologische ontwikkelingen. Ook zijn andere radionucliden in opkomst voor nieuwe medische behandelingen. Een voorbeeld is de inwendige bestraling van prostaatkanker met lutetium-177. Jodium-131 wordt al lange tijd gebruikt om aandoeningen van de schildklier te behandelen.Certain public bodies and private enterprises are allowed to discharge radioactive substances into the Dutch sewage system under strict conditions. Most of these substances come from hospitals, specifically from patients undergoing a nuclear medicine procedure. Such patients will discharge radioactive substances into the sewage system through toilet use. Ultimately, the radioactivity ends up in a wastewater treatment plant (WWTP). Other sources of the discharge of radioactive substances into the sewage system include research facilities and general industry. In this RIVM pilot study, we show that radioactive substances in wastewater can be detected in the water sampled at the WWTPs. This has not been investigated before in The Netherlands. This study provides an initial insight into the radionuclides that can be measured in wastewater samples. In our preliminary measurements, iodine-131 and lutetium-177 were detected. These radionuclides originate from hospitals with a nuclear medicine department. The provided data offers guidance for further research. Such as, whether employees of a WWTP are exposed to radionuclides and if protection against this exposure is needed. In addition, a measurement network could be set up to gain knowledge on the Dutch radiological background value. This kind of knowledge could be used to identify unexpected discharges or incidents with radioactivity. This research was conducted by using the COVID-19 monitoring infrastructure set up to analyse wastewater samples collected from WWTPs. Given the limitations of this study, the quantities of radionuclides present in the Dutch sewage remain unknown. Research on radionuclides in wastewater is important, as nuclear medicine undergoes constant change. While iodine-131 has been used for decades to treat thyroid disorders, new nuclides are emerging for novel medical treatments. An example is the use of lutetium-177 for a new type of prostate cancer treatment

    PFAS verontreinigingen: een overzicht van beschikbare risicobeoordelingsinstrumenten voor gebruiksfuncties van oppervlaktewater

    Get PDF
    Het RIVM heeft een overzicht gemaakt van de methoden die er zijn om de risico’s van PFAS(Per- en polyfluoralkylstoffen) te beoordelen in oppervlaktewater. Het RIVM beschrijft voor verschillende vormen van gebruik welke methode het meest geschikt is. Met dit overzicht kunnen waterbeheerders in heel Nederland zelf een start maken om vragen hierover te beantwoorden. Bijvoorbeeld of zwemmen in een recreatieplas veilig is. Dit overzicht is een eerste stap. Hierna gaat het RIVM ook voorbeeldberekeningen opstellen

    Onzekerheid in de bepaalde stikstofdepositie in Nederland. Status report 2023

    No full text
    Every year, RIVM produces maps that show how much nitrogen is deposited in the Netherlands. We refer to this as nitrogen deposition. RIVM determines the nitrogen deposition by combining model calculations with measurements. These model calculations are necessary because measurements cannot be performed everywhere in the Netherlands. The deposition is influenced by the weather, the roughness of the terrain and characteristics of the vegetation. These factors give rise to a degree of uncertainty. In this technical report, RIVM describes how the uncertainties in terms of deposition levels are derived. In terms of degree, the uncertainties are similar to earlier estimates in 2004 and 2010, but they are now better underpinned. The uncertainty in a calculated deposition level is expressed as the probability of the calculated level deviating from the actual level. On the national scale, the probability that the calculated level deviates by between less than 20% and up to 30% from the actual level is considerable (95%). For specific areas in the Netherlands, there is a considerable probability (95%) that the calculated level deviates by between less than 60% and up to 70% from the actual level. This latter uncertainty applies when the deposition is calculated for a very small area, such as a hectare or a square kilometre. The degree of uncertainty of to the national nitrogen deposition is lower because uncertainties in the processes affecting deposition average out on the national scale. The results also show the largest contributors to the uncertainties in the overall nitrogen deposition. The most important factor in this regard is the uncertainty in the dry deposition, which entails nitrogen depositing on soil or vegetation directly from the air. There can be considerable variation from area to area and there is insufficient information to quantify this process.Elk jaar maakt het RIVM kaarten die aangeven hoeveel stikstof in Nederland op de bodem neerslaat. Dit noemen we stikstofdepositie. Het RIVM bepaalt de stikstofdepositie door modelberekeningen met metingen te combineren. Modelberekeningen zijn nodig omdat niet overal in Nederland kan worden gemeten. Het weer, de ruwheid van het land en eigenschappen van de begroeiing beïnvloeden de depositie en zorgen voor een bepaalde onzekerheid. In dit technische rapport beschrijft het RIVM hoe de onzekerheden in de depositiewaarden worden bepaald. De grootte van de onzekerheden zijn vergelijkbaar met de eerdere schattingen uit 2004 en 2010, maar zijn nu beter onderbouwd. De onzekerheid in de berekende depositiewaarde drukken we uit in de kans dat de berekende waarde een bepaalde afwijking heeft van de werkelijke waarde. Landelijk gezien is de kans groot (95 procent betrouwbaarheidsinterval) dat de berekende waarde minder dan 30 procent afwijkt van de werkelijke waarde. Op een specifieke locatie in Nederland is de kans groot (95 procent betrouwbaarheidsinterval) dat de berekende waarde minder dan 70 procent afwijkt van de werkelijke waarde. Deze onzekerheid geldt wanneer de depositie wordt berekend voor een heel klein gebied, zoals een hectare of een vierkante kilometer. De kleinere onzekerheid in de landelijke stikstofdepositie komt omdat onzekerheden in processen die invloed hebben op de depositie, op landelijke schaal uitmiddelen. De onzekerheden hebben geen betrekking op berekeningen voor specifieke projecten maar uitsluitend voor de totale depositie. De resultaten laten ook zien waar de grootste onzekerheden in de totale stikstofdepositie door komen. De onzekerheid in de droge depositie is daar het belangrijkste onderdeel van. Bij droge depositie komt stikstof direct via de lucht op de bodem of in de vegetatie terecht. De hoeveelheid kan van plek tot plek sterk verschillen en er is weinig informatie beschikbaar om dit proces te kwantificeren

    821

    full texts

    15,852

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Web-based Archive of RIVM Publications
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇