3685 research outputs found
Sort by
Lack of meaning, purpose and direction in life in personality disorder: A comparative quantitative approach using Livesley's General Assessment of Personality Disorder
Prevalence of religious and spiritual experiences and the perceived lasting influence thereof in patients with bipolar disorder in a Dutch specialist out-patient center
Reflecties op ‘instellingsfeiten’: hoe denken rechters over strafbare feiten gepleegd in de GGZ?
ACHTERGROND Verschillende maatregelen stimuleren strafrechtelijke vervolging van geweld en agressie tegen
hulpverleners in de psychiatrie. Gezien de mogelijke toename van (intramurale) incidenten in de
ggz via de schakelbepaling in de Wet Forensische Zorg (wfz) beschouwen wij dit als een wenselijke
ontwikkeling. In de praktijk bestaan spanningen tussen ggz en justitie over de vraag of de nadruk op
zorg of straf moet liggen in de afhandeling van ‘instellingsfeiten’.
DOEL De overwegingen van rechters aangaande instellingsfeiten inzichtelijk maken, beschrijven welke
obstakels strafoplegging naast een lopend zorgkader bemoeilijken en suggesties aandragen voor een
optimale afstemming tussen straf en zorg.
METHODE Een kwalitatieve thematische analyse op basis van semigestructureerde interviews met acht rechters.
De gespreksonderwerpen werden gebaseerd op vooraf verricht literatuuronderzoek en bespreking van
casuïstiek.
RESULTATEN De meerderheid van de rechters vond het berechten van (intramurale) incidenten problematisch,
vanwege de moeilijk te bepalen schulduitsluitingsgrond, vraagtekens rondom recidivevermindering
en de impact op het slachtoffer. Rechters wilden voorkómen dat straf leidt tot discontinuïteit van zorg,
waardoor het psychiatrisch toestandsbeeld mogelijk kan verergeren. Het om zou rechters vollediger
moeten informeren.
CONCLUSIE Straf kan een lopende (klinische) behandeling in de ggz ondersteunen. Met de komst van de ‘Bopzbrigades’
bij het om wordt de relevante informatie vanuit ggz, politie en om idealiter gebundeld aan
rechters gepresenteerd via de strafeis, leidend tot een vonnis waarin straf en zorg elkaar optimaal
aanvullen
Biografische verhalen als bron van zingeving. Op weg naar een biografische methodiek voor Humanistisch Geestelijke Verzorging.
Binnen humanistisch geestelijke verzorging vanuit een narratieve insteek staat de begeleiding van de cliënt bij het vertellen van biografische verhalen centraal. In deze verhalen wordt gezocht naar samenhang en een (her)oriëntatie op dat wat voor de cliënt van wezenlijk belang is in het leven. Hoewel er binnen deze begeleiding drie centrale processen te onderscheiden zijn waar de geestelijk verzorger zich op richt (de (her)oriëntatie op wat van waarde is, het openen van nieuwe perspectieven en het zoeken naar samenhang), bestaat er geen methodiek die het werk met biografische verhalen voor de humanistisch geestelijk verzorger theoretisch kan onderbouwen en handvatten biedt voor het maken van keuzes in deze professionele praktijk.
Dit onderzoek begint met een theoretische verkenning van de verbinding tussen biografische verhalen, identiteit en zingeving. Vervolgens biedt het onderzoek een eerste exploratie voor de ontwikkeling van een biografische methodiek voor humanistisch geestelijke verzorging. Hierbij worden de narratieve therapie en life review als mogelijke inspiratiebronnen gebruikt, omdat beide methodieken vanuit het biografische verhaal werken, gericht op zingeving. Daarbij sluiten beiden aan bij een of meer van de drie genoemde processen die centraal staan in de narratieve benadering van humanistisch geestelijke verzorging. In de narratieve therapie is dit de (her)oriëntatie en het openen van nieuwe perspectieven en bij de life review staat het creëren van samenhang in het verhaal centraal.
Om te onderzoeken of de achtergrond van de narratieve therapie en life review wel voldoende verenigbaar is met die van de humanistisch geestelijk verzorging, worden in dit onderzoek de verhoudingen tussen het achterliggende theoretische referentiekader, de doelstellingen en het contract dat begeleider en cliënt met elkaar aangaan met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt dat zowel de narratieve therapie als de life review overeenkomsten, maar ook botsingen vertoont met betrekking tot de achtergrond van de humanistisch geestelijke verzorging. Bij de uiteindelijke ontwikkeling van een biografische methodiek zal met deze overeenkomsten en verschillen rekening moeten worden gehouden.
Met deze uitkomst in gedachten worden er in dit onderzoek een aantal methodische elementen uit de narratieve therapie en de life review benoemd die ter inspiratie kunnen worden gebruikt. Deze methodische elementen spelen elk in op een of meer van de drie centrale processen van humanistisch geestelijke verzorging vanuit een narratieve insteek en kunnen helpen om de methode voor deze processen in een methodiek te verhelderen
De taal van het lichaam verstaan. Een exploratief kwalitatief onderzoek naar de invulling en betekenis van lichamelijkheid bij existentieel lijden door geestelijk verzorgers in het ziekenhuis.
Deze scriptie belicht vanuit de ervaring van existentieel lijden van ziekenhuispatiënten, de manieren waarop geestelijk verzorgers in hun begeleiding bij dit existentiële lijden, lichamelijkheid invullen en welke betekenissen zij daaraan toekennen. Dertien geestelijk verzorgers van de oncologieafdeling van het ziekenhuis zijn geïnterviewd. Met behulp van de IPA methode en het continuüm van lichamelijkheid van Leijssen (2006) is de data geanalyseerd.
De manieren waarop invulling wordt gegeven aan lichamelijkheid, kan met dit continuüm van Leijssen (2006) onderverdeeld worden met behulp van verschillende aspecten van het lichaam, namelijk: het ervarende lichaam, lichaamstaal, het lichaam in beweging en aanraking.
Uit dit onderzoek is gebleken dat lichamelijkheid vooral betekenis kreeg in relatie tot iets anders, gethematiseerd als betekenisdimensies relationaliteit, spiritualiteit en contextualiteit. De betekenissen dienen gelezen worden als mogelijke betekenissen die kunnen ontstaan; niet als een doel dat rechtstreeks behaald en gecontroleerd kan worden
The Paths of Genealogy. The Use of History for Life in Friedrich Nietzsche, Michel Foucault and Giorgio Agamben.
Genealogy is a form of philosophical investigation, that reconstructs the formation of concepts and practices and makes visible the power struggles that shaped them but have become obscured. The genealogical method is mostly associated with Friedrich Nietzsche and Michel Foucault but has become common throughout the field of philosophy and beyond. It often functions as a form of ‘negative critique’: it unmasks and problematizes certain notions, without itself making a normative commitment or formulating alternatives. Genealogy as negative critique runs the risk of becoming formulaic and superfluous: once one recognizes that history is filled with struggles for power and concepts have hidden beginnings, there seems little point in further genealogical research. I argue that the genealogical method has to become affirmative; which is to say, it has to offer some potential solutions rather than merely remaining descriptive. An affirmative genealogy would need some explicit normative orientation, which I argue could be found in the concept of life as developed by Giorgio Agamben.
This thesis attempts to find the uses and limits of genealogy for life, by reconstructing the genealogical path through Nietzsche, Foucault and Agamben, and connecting it to their concepts of life. The concept of life as a normative orientation is present but underdeveloped in Nietzsche; seemingly absent in Foucault and at the centre of Agamben’s genealogy. Each chapter focuses upon one author; within each chapter, I ask what type of genealogy the respective author stands for. In the last chapter, I synthesize the findings in order to further conceptualize affirmative genealogy, one that in the final instant has an ethical orientation. I characterize Nietzsche’s genealogy as ‘agonistic’, Foucault’s as ‘critically descriptive’, and Agamben’s as ‘affirmative’. Further affirmative genealogies need to find a balance between their critical origins and affirmativity: the discovery of life as a normative orientation is a crucial step in this regard