3685 research outputs found
Sort by
Research priorities for health care chaplaincy in The Netherlands - A Delphi study among Dutch chaplains
Zingeving als oriëntatieproces. Een empirisch onderzoek naar verschuivingen in oriëntatie op het ‘goede’ door behandeling van personen met een persoonlijkheidsstoornis.
Volgens Charles Taylor (1989) is de oriëntatie in de morele ruimte de meest kenmerkende eigenschap van het menselijk bestaan. De oriëntatie op het ‘goede’ bepaalt hoe we ons levensverhaal vormgeven. Levensverhalen zijn een articulatie van waardeoordelen en overtuigingen over dat wat het leven zin en inhoud geeft. Voor personen met een persoonlijkheidsstoornis kan zingeving een complex en kwetsbaar thema vormen. Het doel is te onderzoeken in hoeverre en hoe personen met de diagnose persoonlijkheidsstoornis zich oriënteren op visies van het ‘goede’ voor en na psychotherapeutische behandeling. De respondenten schrijven tweemaal hun levensverhaal op, voor én na de behandeling (r=19). De verhalen zijn onderzocht volgens de holistische contentanalyse (Lieblich, 1991). De bevindingen laten zien dat de oriëntatie op het ‘goede’ in het tweede verhaal op verschillende manieren is verschoven. Op sommige thema’s neemt de oriëntatie op het ‘goede’ toe, op andere thema’s komt het gebrek aan het ‘goede’ meer naar voren. Sommige bronnen van zinvol leven worden in het tweede verhaal niet meer genoemd. Tevens wordt het gebrek aan zinvol leven sterker beschreven. De verschuivingen lijken goed te passen bij therapeutische doelstellingen: kwetsbaarheid, reflectie en verbondenheid met anderen. Dat sommige gebreken aan het ‘goede’ meer worden beschreven kan voortkomen uit de bekwaamheid die de respondenten ontwikkelen in reflecteren. Ze leren beter zien wanneer het ‘goede’ niet lukt. Het wegvallen van bepaalde bronnen van zinvol leven en toename van beschrijvingen schuld en schaamte zijn opmerkelijk. Dit biedt eventueel mogelijkheden voor verbetering van de geestelijke gezondheidszorg door het bieden van meer aandacht op deze thema’s in vormen van existentiële begeleiding. Hier schuilt een mogelijke complementaire rol van de geestelijke verzorger in de behandeling
Gender and cultural understandings in medical nonindicated interventions: A critical discussion of attitudes toward nontherapeutic male circumcision and hymen (re) construction.
De zwarte stem aan het woord: over het humanisme van James Baldwin.
Titel: De zwarte stem aan het woord: over het humanisme van James Baldwin
Hoofdvraag: Kan de zwarte schrijver James Baldwin op basis van zijn geschreven (non-fictie)werk over racisme gezien worden als een humanistische voorbeeldfiguur?
Opzet: Met kwalitatieve thematische analyse zijn de essays van de Amerikaanse zwarte schrijver James Baldwin (1924-1987) geanalyseerd op de aanwezigheid van humanistische kernwaarden, met als doel om te onderzoeken of James Baldwin als humanistische voorbeeldfiguur zou kunnen fungeren.
Aanleiding: Het binnen het humanisme ontbreken van niet-witte voorbeeldfiguren en gebrek aan aandacht voor racisme.
Resultaten: Uit de essays van James Baldwin blijken in ruime mate de humanistische kernwaarden vrijheid, verantwoordelijkheid, menselijke (gelijk)waardigheid, zelfontwikkeling, dialoog en kritiek te spreken. Baldwins humanisme onderscheidt zich vooral van het gangbare humanistische discours door zijn grote nadruk op het negatieve: het ontbreken, de schending en/of (al dan niet moedwillige) ontkenning en ontwijking van humanistische waarden. Baldwins werk toont de grote negatieve impact van racisme en raciale ongelijkheid op alle humanistische waarden, maar het meest op zelfontwikkeling, zowel bij slachtoffers (negatief zelfbeeld) als bij daders (witte onschuld). Tegelijkertijd presenteert Baldwin zelfontwikkeling – in het bijzonder zelfonderzoek, zowel voor individu als maatschappij – als belangrijkste middel om racisme en raciale ongelijkheid te bestrijden.
Conclusie: James Baldwin kan – in de traditie van kritisch humanisme – zeker als humanistische voorbeeldfiguur gezien worden