University of Humanistic Studies

UVH Repository
Not a member yet
    3685 research outputs found

    Het humanisme en het toekomstbeeld van Harari

    No full text

    Ontstaan en ontwikkeling van humanistische bijzondere leerstoelen 1951-2019

    No full text

    From sharing to caring: Een zorgethisch onderzoek naar de ervaringen van stellen met vruchtbaarheidsproblemen met betrekking tot eigen regievoering in de spreekkamer van de arts

    Get PDF
    Eigen regie en veerkracht zijn dominante begrippen in de huidige participatiesamenleving. In zorg en beleid wordt dan ook steeds meer aandacht besteed aan ‘de actieve patiënt’. Tegelijkertijd zijn er een heleboel mensen die moeite hebben met het voeren van eigen regie over gezondheid, ziekte en zorg (Nivel, 2016). Uit onderzoek van Movisie (2017) blijkt dat mensen die de regie over het eigen leven kwijt zijn of dreigen te verliezen, geregeld ook de intrinsieke motivatie kwijtraken om over zichzelf te beschikken. Dit onderzoek focust zich op stellen met vruchtbaarheidsproblemen. Ondanks de gedegen psychologische en sociologische kennis over de impact en de gevolgen van vruchtbaarheidsproblemen, is er nog niet veel bekend over hoe deze stellen eigen regievoering in de spreekkamer van de arts ervaren. In dit onderzoek staan conceptueel en empirisch onderzoek in een dialectische relatie tot elkaar. Dit houdt in dat de nadruk ligt op het bij elkaar brengen van theoretisch ethische - en kwalitatief empirische inzichten. In het conceptuele onderzoek zijn de concepten ‘kwetsbaarheid’ en ‘relationaliteit’ uitgediept aan de hand van (zorgethische) literatuur. Daarnaast is een fenomenologisch, empirisch onderzoek uitgevoerd, waarbij er vijf stellen met vruchtbaarheidsproblemen zijn geïnterviewd. Tevens hebben observaties plaatsgevonden in de spreekkamer van de arts. Uit de bevindingen blijkt dat het realiteitsgehalte van het morele en politieke ideaal ‘eigen regievoering’ niet zo gemakkelijk te bewerkstelligen is. Stellen met vruchtbaarheidsproblemen ervoeren verschillende belemmeringen die ervoor zorgen dat zij (een deel van) de eigen regie uit handen moeten geven. Het is daarom van belang dat er niet alleen gericht wordt op eigen regie en onafhankelijkheid van patiënten, maar ook op het begeleiden van deze stellen in het proces van gezamenlijke besluitvorming. Een mensgerichte benadering kan helpen om ter sprake te brengen wat als goed en zinvol wordt ervaren

    Het broze geluid van 'de werkvloer'. Een zorgethisch literatuuronderzoek met als referentiekader de residentiële gehandicaptenzorg.

    Get PDF
    Om afscheid te kunnen nemen van de systeemgerichtheid in de Nederlandse langdurige zorg voor burger met een verstandelijke beperking zijn in 2015 en 2017 op landelijk niveau beleidswijzigingen aangebracht. Doelstelling is het de persoonsgerichtheid van de zorg te borgen. De vermaatschappelijking van zorgtaken is een tweede beleidsvoornemen. Voor de beleidsuitvoering wordt formeel de positie van de zorgprofessional opgewaardeerd, opdat hij /zij met praktijkinzichten en vanuit de nabijheid van de zorgontvanger inspraak kan leveren bij beleidsdwaalsporen of belemmerende systeemgerichtheid. In de praktijk is het (tegen)geluid van de zorgwerkvloer weinig te horen, ook spelen machtsvraagstukken binnen een impliciet krachtenveld. Ook vanuit zorgethische inzichten kan om meer zorgprofessionele inspraakmogelijkheden en vlakkere hiërarchieën gevraagd worden. Een maatschappelijke context met neoliberale tendensen evoceert echter een meer subtiele, complexe machtsdynamiek, die de historicus en filosoof Foucault analyseert. De socioloog Bröckling onderzoekt op basis daarvan hedendaagse maatschappelijke praktijken. Moraliteit is bij beiden geen analytische uitgangspunt, in tegenstelling met zorgethische inzichten. Door beide stromingen met elkaar in gesprek te brengen worden de perspectieven wederzijds aangevuld, om internaliserende machtswerkingen ook zorgethisch te kunnen verkennen. Dit geeft zicht op complexe dynamieken die niet alleen de inspraakmogelijkheden van de zorgprofessional belemmeren, maar ook de zorginstelling zelf, zonder dat dit zichtbaar wordt. Met de Foucaultiaanse zienswijze kan de maatschappelijke context specifieker in verband gebracht worden met de subtiele werkingswijzen van machtsdynamieken op micro-, meso- en macroniveau

    Samen eten. Een zorgethische studie naar de geleefde ervaring van samen eten onder alleenstaande thuiswonende ouderen.

    Get PDF
    Sinds de hervormingen van de langdurige zorg worden ouderen gestimuleerd om zolang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Hierdoor is er een toename van ouderen die alleen thuis wonen. Onder deze thuiswonende ouderen is ondervoeding een groeiend probleem en vormt een bedreiging voor de zelfredzaamheid en kwaliteit van leven. Met de toenemende vergrijzing zal het aantal kwetsbare thuiswonende mensen toenemen en is dit een maatschappelijk probleem. Er zijn diverse buurtinitiatieven en verzorgingstehuizen die gezamenlijke maaltijden aanbieden. Er zijn aanwijzingen dat deze maaltijden een positief effect hebben op de voedselinname en het welzijn en welbevinden van mensen. Deze zijn echter nog niet wetenschappelijk onderzocht. In deze studie is de geleefde ervaring van alleenstaande thuiswonende ouderen die samen eten onderzocht. Het doel hiervan is meer inzicht in deze ervaringen generen en hiermee een bijdrage kunnen leveren aan goede zorg voor zelfstandig thuiswonende ouderen. Aan de hand van een literatuurstudie en een empirisch onderzoek, is er onderzoek gedaan naar de geleefde ervaring van alleenstaande thuiswonende ouderen die samen eten. In het theoretische kader zijn er eerst zorgethische concepten rondom relationaliteit verkend, gevolgd door fenomenologisch onderzoek om zicht te krijgen in de geleefde ervaringen. Dit leverde de volgende essentie op: Alleenstaande thuiswonende ouderen ervaren samen eten is gezelligheid ervaren door het alleen zijn te doorbreken en jezelf kunnen ervaren door de ander. Gezelligheid blijkt een gelaagd thema te zijn die in verschillende elementen is uitgewerkt in deze studie. Buurtinitiatieven en verzorgingstehuizen die gezamenlijke maaltijden organiseren vervullen een belangrijke maatschappelijk functie als het gaat om het bieden van gezelligheid tijdens een maaltijd en de mogelijkheid om het alleen zijn te doorbreken. Samen eten lijkt een drager voor betekenisvolle afstemming om zorg te geven en te ontvangen. Het biedt de mogelijkheid om in gelijkwaardigheid te vinden aan tafel door in wederkerige afhankelijkheidsrelaties te verhouden. De afstemming met de ander waarin sprake is van geven en ontvangen, is een betekenisvolle wisselwerking die gevoelens van voldoening kunnen geven en het gevoel erbij te horen. Door samen te eten kan is er de mogelijkheid om even ‘je ei kwijt’ te kunnen, waardoor je even jezelf kan ervaren en jezelf verstaan in relatie tot een ander. Wat niet meer zo vanzelfsprekend is voor alleenwonende ouder. Rituelen rondom het eten zijn belangrijk in de vormgeving van een gezamenlijke maaltijden. Ze dragen bij in de mogelijkheid jezelf te herkennen in de ander als gelijke door rituelen. Daarnaast dragen ze bij aan de sfeer aan tafel. Samen zijn, je ei kwijt kunnen, verhouden in wederkerige afhankelijkheid relaties en de aandacht voor rituelen, worden tezamen als gezellig tijdens het eten. Het onderzoek naar ervaringen van samen eten gaf een bijvangst die inzicht gaf in de positie van alleenstaande thuiswonende ouderen ten aanzien van zelfredzaamheid. De respondenten lijken zich te moeten te verhouden in spanningsveld van enerzijds acceptatie van toenemende afhankelijkheid en anderzijds de drang om zolang mogelijk zelfstandig te blijven. Door confrontatie met meer-afhankelijke in eigen omgeving en de herhaaldelijk boodschap voor zelfredzaamheid van de overheid, lijkt er weinig ruimte te worden ervaren voor meer-afhankelijk. Je wilt niet voor ‘spek en bonen’ meedoen lijkt ervaring . Dit kan onbedoeld de druk opvoeren naar het streven naar het ideaal van zelfredzaamheid

    "Laten we ons meer om elkaar bekommeren."

    No full text

    (Aan)raken. De rol van lichamelijke interactie in partnerdans: inzichten voor het bewerkstelligen van verbinding in geestelijke begeleiding.

    Get PDF
    Een centraal element in humanistisch geestelijk raadswerk is de verbinding tussen de geestelijk begeleider en de cliënt. Deze verbinding is gebaseerd op de therapeutische relatie uit de rogeriaanse methodiek, bestaande uit congruentie, onvoorwaardelijke acceptatie en empathie. Ondanks de grote rol van lichamelijke interactie in het tot stand brengen van verbinding tussen begeleider en cliënt, ontbreekt een theoretische uitwerking van de toepassing van lichamelijkheid binnen geestelijk raadswerk. Deze thesis onderzoekt aan de hand van partnerdans – een vorm van contact gebaseerd op lichamelijke interactie – de mogelijkheden met betrekking tot de inzet van lichamelijke interactie voor het bewerkstelligen van verbinding in geestelijke begeleiding. Dit kwalitatieve, exploratieve onderzoek tracht middels negen diepteinterviews en zes participerende observaties binnen de setting van een danspaleis inzicht te vergaren in de lichamelijke invulling van de rogeriaanse kernaspecten van verbinding. De onderzoeksvraag is: Welke rol speelt lichamelijke interactie in het tot stand komen van verbinding in partnerdans? De resultaten laten zien dat congruentie, onvoorwaardelijke acceptatie en empathie in partnerdans een lichamelijke invulling kennen, die geestelijk begeleiders handvatten kan bieden voor het inzetten van lichamelijke interactie in contact met cliënten. Lichamelijke congruentie bestaat uit lijfelijke reflectie: hoe reageert het eigen lichaam op wat er gebeurt? En lukt het om daar trouw aan te blijven? Lichamelijke onvoorwaardelijk acceptatie gaat over fysieke nabijheid, ongeacht hoe iemand ruikt, beweegt, eruit ziet of mentaal functioneert. De lichamelijke invulling van empathie bestaat uit lichamelijke volgzaamheid: het inleven in en aansluiten bij de belevingswereld van de ander, door diens lichamelijke signalen af te lezen en daar fysiek dan wel verbaal op af te stemmen. Non-verbale afstemming bestaat hoofdzakelijk uit het overnemen van de bewegingen (spiegelen) en aanraking. Het inleven in de ander vergt moed en (zintuigelijke) inspanning. In het maken van verbinding wisselen leiden (een directieve houding) en volgen (een non-directieve houding) elkaar af. Een focus op de lichamelijke mogelijkheden van de ander kan eraan bijdragen dat iemand zich comfortabeler voelt in zijn eigen lichaam

    662

    full texts

    3,685

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    UVH Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇