381023 research outputs found
Sort by
Erysipelothrix rhusiopathiae occurrence, epidemiology and vaccine reactions in cetaceans : a thirty-year retrospective based on two global surveys
Erysipelas, an infection caused by Erysipelothrix rhusiopathiae, has always been a threat to marine mammal collections. A first global survey (1989-2000) about erysipelas occurrences, covering 1384 animals, reported 69 cases of erysipelas (5%). To better understand the disease epidemiology and vaccine-related reactions, a second survey (2001-2020) was conducted, reaching a 68.6% response rate (140/204 facilities) and including 2267 cetaceans. It reported 108 cases (4.8%), with more than 5 cases annually and a 50% fatality rate. At least 1 case was reported in 40% of responding facilities, all involving non-vaccinated animals or those vaccinated only once or twice. Most facilities began vaccinating after experiencing a case, while fear of adverse fatal anaphylaxis reaction remains the primary reason for avoiding it. Notably, only 1 fatal vaccine reaction was reported in 1989, though procaine penicillin had been co-administered. Adverse reactions were rare and mostly resembled expected inflammatory reactions post vaccination such as anorexia, local swelling or blood changes. These were more frequent with oil-adjuvanted vaccines containing alpha-tocopherol or Amphigen®, and minimal to absent with aluminum hydroxide-based vaccines. Three facilities using the Amphigen®-adjuvanted ER Bac® Plus vaccine (Zoetis) observed transient lethargy and irregular breathing in 8 animals after several vaccinations, of which 1 had been treated. Regional differences in vaccine availability were observed. This 30 yr retrospective study highlights that cetaceans in human care face a greater risk of dying from erysipelas than from vaccine side effects. Furthermore, regular vaccination appears to offer effective protection against this preventable disease
Integrated effects of crop rotation and organic amendments on soil quality, productivity, and environmental performance in rice-based systems in the Vietnamese Mekong Delta
Effects of gamma irradiation on early age properties of metakaolin-based geopolymer for the immobilization of radioactive waste containing cesium and strontium
Partitionering van stralings- en warmte-afgevend cesium (Cs) en strontium (Sr) wordt beschouwd als een haalbare route voor de veilige berging van verbruikte splijtstof en opwerkingsafval zonder de temperatuurlimieten van geologische berging te overschrijden. Het gepartitioneerde Cs en Sr hebben vergelijkbare fysische eigenschappen en zouden samen kunnen worden geïmmobiliseerd in een geschikte matrix. Geopolymeer is een potentiële kandidaat voor immobilisatie van Cs en Sr, vanwege de goede thermische prestaties en stralingsbestendigheid. Dit doctoraatsonderzoek onderzocht de mogelijkheid voor immobilisatie van Cs en Sr door een metakaolien-gebaseerde geopolymeermatrix. De resultaten tonen aan dat co-immobilisatie van Cs en Sr, zelfs bij een hogere afvalbelading (4 gew.% Cs en 4 gew.% Sr) in één matrix haalbaar is. Gamma-ioniserende straling en vervalwarmte hebben echter een negatieve invloed op de sterkteontwikkeling en de poriënstructuur. Desondanks vertoonde het geopolymeer op basis van metakaolien, waarin Cs en Sr zijn verwerkt, een bevredigende mechanische sterkte en vertoonde de bindingsfase (N-A-S-H-gel) chemische stabiliteit bij blootstelling aan een hoge gammadosis van 4032 kGy bij een stralingsintensiteit van 6 kGy/u en een temperatuur van 75 °C. Op basis van deze bevindingen lijkt metakaolien-gebaseerd geopolymeer veelbelovend voor de immobilisatie van Cs- en Sr-houdend afval
Unraveling the role of oceanographic forcing on a small-scale contourite drift : onset, evolution and present-day sedimentary processes of the Belgica Mound Drift
Deze studie onderzoekt een belangrijk thema omtrent de complexiteit van kleine contourietafzettingen in diverse oceanische omgevingen. In tegenstelling tot grote contourietdrifts, die vaak een weerspiegeling zijn van regionale oceanografische processen, bieden kleine drifts, zoals de Belgica Mound Drift, de mogelijkheid om lokale hydrodynamische processen en hun invloed op een contourietdrift beter te begrijpen. In de eerste plaats onderlijnt deze studie de waarde van een multidisciplinaire aanpak. Moorings, ADCP- en CTD-data van gliders, AUV- en ROV-beelden (en beeldvorming) worden gebruikt om de huidige oceanografische omstandigheden, evenals de morfologie van de zeebodem te karakteriseren. Aan de hand van seismische profielen werd de laterale evolutie van deze drift doorheen de tijd in kaart gebracht. Daarnaast benadrukt dit onderzoek de belangrijke rol van secundaire hydrodynamische processen, zoals “trapped diurnal baroclinic motion” en Ekman-transport. Deze spelen een cruciale rol bij kleinschalig sedimenttransport en de ontwikkeling van contourietdrifts. Evenals de relatie tussen drift, moat en bijbehorende sedimentaire structuren bieden waardevolle inzichten in de lokale sedimentdynamiek en variabiliteit van bodemstromingen, waarbij signalen van zowel recente- als paleo-stromingsdynamiek worden bewaard.This research presents a crucial paradigm for advancing our knowledge of elucidating the
complexities of small-scale contourite drifts in diverse oceanic environments. Unlike largescale
contourite drifts that tend to reflect regional-scale oceanographic processes, small-scale
drifts like the Belgica Mound Drift offer an opportunity to improve comprehension of local
hydrodynamic processes and their influence on a contourite drift. This study demonstrates in
the first place the value of a multi-disciplinary approach combining moorings, glider-based
ADCP and CTD data, AUV and ROV imagery, and seismic data. It clearly highlights the
importance of secondary hydrodynamic processes, particularly trapped baroclinic motions and
Ekman transport, in controlling small-scale sediment transport and drift evolution. Also drift,
moats and associated bedforms offer valuable insights into local sediment dynamics and
bottom-current variability, preserving signals of both recent and paleo bottom-current
dynamics
How do older adults sit? An exploration of profiles, correlates, and settings of prolonged sedentary behavior
Causal inference for vaccine trials : methods for recurrent events with dependent censoring and efficient use of external controls
In deze thesis staan gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCTs) centraal. Dit zijn studies waarbij individuen willekeurig worden toegewezen aan ofwel een nieuwe behandeling ofwel een standaardbehandeling. Omwille van de randomisatie kan een (significant) verschil in de gemiddelde uitkomst tussen beide groepen toegewezen worden aan een verschil in behandeling.
In het eerste deel van de thesis tonen we aan dat een eenvoudige methode voor het schatten van het effect van een behandeling op een recurrent gebeurtenisproces vertekende resultaten kan geven wanneer het recurrent gebeurtenisproces onderhevig is aan informatieve censurering. We passen deze methode aan om de vertekening in de schatter voor het behandelingseffect te elimineren. We bestuderen de performantie van deze nieuwe methode en vergelijken deze met drie bestaande methoden uit de literatuur.
In het tweede deel van de thesis streven we ernaar om het behandelingseffect in een RCT te schatten door de controle arm van de RCT aan te vullen met individuen die in een andere studie dezelfde standaardbehandeling gekregen hebben. Dergelijke individuen worden externe controles genoemd. Het gebruik van externe controles wordt o.m. overwogen in situaties waar men niet beschikt over voldoende informatie om een behandelingseffect te detecteren (e.g. zeldzame ziekten). Het benutten van externe controles kan desalniettemin vertekening introduceren in het geschatte behandelingseffect, maar kan ook helpen om het behandelingseffect nauwkeuriger in te schatten. Om de externe controles optimaal te benutten hebben we eerst drie bestaande methoden bestudeerd en vervolgens de meest optimale onder deze drie verbeterd door één nieuwe methode voor te stellen die asymptotische statistiek verbindt met (partiële) differentiaalvergelijkingen.
In het derde deel van de thesis stellen we een nieuwe methode voor die toelaat te begrijpen in welke mate het effect van een behandeling op een recurrent gebeurtenisproces verschilt naargelang de patiëntkarakteristieken. Ook deze methode corrigeert voor informatieve censurering