726 research outputs found
Sort by
Religie, staat en samenleving : kerken en christendom in de samenleving van vandaag
Rede ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar 2013-2014 van de PThU op 30 augustus 2013 te Utrecht
Geen verbond, geen genade : analyse en evaluatie van het gebod om de Kanaänieten uit te roeien (Deuteronomium 7)
Dit proefschrift geeft een analyse en evaluatie van de de opdracht van JHWH aan Israël om de volken die in het land Kanaän wonen, uit te roeien (Deut. 7). Dit onderzoek is van groot belang, omdat de thematiek van (religieus) geweld zeer actueel is en omdat Deut. 7 indringende vragen oproept bij veel Bijbellezers. Allereerst wordt een uitvoerige exegese geboden van het centrale hoofdstuk, Deuteronomium 7. Vervolgens worden de historische achtergronden, mogelijke motieven en de plaats van de Kanaänitische volken in het hele Oude Testament onderzocht. Het zogenaamde uitroeiingsbevel bedoelt de daadwerkelijke vernietiging van de volken van Kanaän. Dit betreft een unieke situatie, die uitsluitend verbonden wordt aan de vestiging van Israël in het land Kanaän. Als motieven voor dit gebod worden genoemd de bedreigde religieuze identiteit van Israël en de zonden van de Kanaänitische volken. Het onderzoek loopt uit op een bijbels-theologische interpretatie van het uitroeiingsbevel. Het uitroeiingsbevel roept twee vragen op, namelijk naar het Godsbeeld van het Oude Testament en naar het geweldspotentieel van deze teksten. Met betrekking tot het Godsbeeld dat uit Deut. 7 naar voren komt, zijn twee aspecten van belang. Ten eerste klinkt de oproep om de volken van Kanaän uit te roeien in een volstrekt unieke situatie. Alleen met het oog op deze volken en voor een beperkte tijd wordt Israël hiertoe opgeroepen. Ten tweede komen in deze teksten centrale aspecten van het beeld van God dat ons in het Oude Testament gegeven wordt naar voren, namelijk Gods heiligheid en zijn afkeer van de zonde. Gods gericht is huiveringwekkend, maar niet willekeurig, zoals blijkt uit de herhaalde motivering van de (opdracht tot) uitroeiing en uit de aankondiging van hetzelfde oordeel over Gods eigen volk Israël. De teksten over de uitroeiing van de Kanaänitische volken zijn in de geschiedenis soms gebruikt om geweld te legitimeren. Wanneer Deut. 7 echter gelezen wordt in het grote verband van Oude en Nieuwe Testament, bevat het geen aanknopingspunt om enige vorm van geweld in het heden te legitimeren
Preken tussen de verhalen: een homiletische doordenking van narrativiteit
(Nederlands)
Verhalen staan op vele manieren in de belangstelling. Narratief onderzoek van mens en wereld vormt een brede stroom in de sociale wetenschappen. In de preekleer is aandacht voor het vertellen nooit helemaal weggeweest, maar in de laatste decennia steeds sterker naar voren gebracht. Deze studie beantwoordt de vraag welke waarde een narratief perspectief heeft voor de gereformeerde homiletiek. Na een brede exploratie van narrativiteit als hermeneutisch paradigma volgt een diepgaand gesprek met de gereformeerde theologie over het narratieve karakter van Gods openbaring en van de menselijke identiteit. De conclusie luidt dat het narratieve perspectief de gereformeerde prediking onder vruchtbare kritiek stelt. In de prediking gaat het Verhaal van God door. Elke preek verandert het levensverhaal van de hoorders. Het onderzoek loopt uit op een schets van de prediker als verteller van Gods Verhaal in een wereld vol verhalen en vertellers. Het boek bevat verder een viertal meditaties, geschreven vanuit een gereformeerd en narratief perspectief.
---
(English)
For many reasons there is a widespread interest in narratives. Narrative research into man and his world constitutes a strong movement in social sciences. In homiletics an interest in stories has never been absent, but has grown considerably over the last decades. This study answers the question what value a narrative perspective holds for Reformed homiletics. After a wide-ranging exploration of narrative as a hermeneutical paradigm, the author begins an in-depth discussion with Reformed theology about the narrative character of God's revelation and human identity. His conclusion is that the narrative perspective leads to a fruitful critique of Reformed homiletics. In preaching God’s Narrative continues. Every sermon changes the story of the lives of its hearers. The study ends with a sketch of the preacher as the narrator of God's Narrative in a world full of stories and storytellers. The book also contains four meditations, written from a Reformed and narrative perspective
Deze is een en enig : over de taak de singulariteit van de Naam te respecteren
Inaugurele rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar voor de Bijzondere leerstoel Miskotte/Breukelman voor de theologische hermeneutiek van de Bijbel vanwege de Miskotte/Breukelman-Stichting voor de theologische hermeneutiek van de Bijbelse grondwoorden aan de Protestantse Theologische Universiteit op 5 oktober 2012 te Amsterdam
De universiteit en profile en en face
Rede ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar van de Protestantse Theologische Universiteit op 31 augustus 2012 te Utrecht
Missie op de grens tussen 'volk' en 'elite'
Diesrede Protestantse Theologische Universiteit gehouden op 6 december 2012 te Amsterdam
The Christian art scene in Yogyakarta
Afscheidsrede Protestantse Theologische Universiteit (Kampen) gehouden op 27 juni 2012 te Kampen
In andermans handen : over flow en grenzen in de zorg
Diesrede Protestantse Theologische Universiteit (Kampen) d.d. 6 december 2011.
Zie ook de uitgebreide publicatie: In andermans handen : over flow en grenzen in de zorg (Zoetermeer 2011) 127 p. Filosofisch essay over de aard van de relatie tussen zorgverlener en cliënt met een pleidooi voor (een aangepaste vorm van) zorgethiek
Zin in leven in de gloria?
Afscheidsredes PThU Kampen d.d. 4 november 2011.
Bevat: L.J. van de Brom, God schept ons een zinvolle ruimte : de metafoor van de eigenzinnige tuinman (p. 3-23) en E.R. Jonker, Leren leven in de gloria : vormen, beschaven, geloven (p. 24-47)
Kom en zie ; Dl. II : De pre-existentie van de Zoon belicht vanuit de existentie van Jezus, de Christus
Deze dissertatie wil een systematisch-theologische bijdrage zijn aan de voort-durende christologische bezinning. Met de thematiek van de pre-existentie van de Zoon wordt aangeduid, dat het bestaan van Jezus niet beperkt kan worden tot een leven tussen wieg en graf. Deze studie onderzoekt welke elementen in de christelijke theologie bepalend zijn voor de plaats en betekenis van het spre-ken over de pre-existentie van de Zoon en wat de relevantie van dit aspect van het christologisch dogma is voor de theologie van de 21e eeuw. Een onderzoek naar de Griekse woordenschat die de vroege kerk ter beschikking stond, laat zien dat het begrip pre-existentie wel gebruikt wordt in tal van theologische geschriften, maar niet in het belijdend spreken van de kerk. In de belijdenis van Nicea-Constantinopel (381) wordt de omschrijving ‘vóór alle eeuwen’ gebruikt. Betoogd wordt dat dit een ontkenning is van de ‘Ariaanse slogan’: ‘er was eens (een tijd) dat Hij er niet was’. Van beslissende betekenis voor de interpretatie van de woorden ‘vóór alle eeuwen’ blijken in ieder geval te zijn de visie op de verhouding van Vader en Zoon en op de verhouding van Schepper en schepping. Aan de hand van een Bijbels-theologisch onderzoek wordt aangetoond dat een spreken over pre-existentie uitsluitend in termen van de traditie van de Wijsheid geen recht kan doen aan de reële, persoonlijke pre-existentie van de Zoon. De Zoon blijkt Zijn bestaan reeds te hebben vóór de schepping en Zijn incarnatie. Jezus wordt in het NT geplaatst in een veld van tradities (malak JHWH, kabod JHWH, tempel, Thora en wijsheid) waarbij Hij deze tradities ook te boven blijkt te gaan. Juist in dit ‘te boven gaan’ komt Zijn pre-existentie tot uitdrukking. In het bijzonder geldt dit voor de aanduiding van Jezus Christus als de Zoon van God. Daarbij is de samenhang en het onderscheid tussen Jezus’ messiaanse en ontologische zoonschap van wezenlijk belang. Daarom wordt in deze studie de pre-existentie van de Zoon belicht vanuit de existentie van Jezus, de Christus. Het gaat niet om abstracte bespiegelingen over een ‘tweede per-soon van het goddelijk Wezen’ en evenmin om een ‘niet meer dan menselijke’ Jezus. In het kader van een onderzoek naar de betekenis van het voorvoegsel ‘pre’ wordt een pleidooi gevoerd om filosofische concepten over de relatie tussen eeuwigheid en tijd theologisch ter verwerken in christologische en pneumatologische termen. Het ontologische onderscheid tussen eeuwigheid en tijd dient geïnterpreteerd te worden vanuit het onderscheid tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ tijd. In samenhang hiermee kan methodisch gezien het meest recht gedaan worden aan het spreken over de pre-existentie van de Zoon als gebruik gemaakt wordt van de complementaire benaderingen from within en from ahead. Dit geldt voor de betekenis van de pre-existentie van de Zoon in geheel van de geschiedenis van het heil, het leven van Jezus als de Zoon van God en de theologische bezinning daarop in het heden. In het slothoofdstuk volgen de belangrijkste punten die de relevantie van het belijden van de pre-existentie van de Zoon aantonen binnen de christologie en de theologie als geheel. Daarbij wordt o.a. aandacht gegeven aan de samenhang tussen de pre-existentie en de post-existentie van de Zoon als de Eschatos, de eenheid van OT en NT, typologie als een ‘reeds’ van het ‘nog niet’ en de relatie tussen de lofzang op ‘God is liefde’ en de pre-existentie van de ‘eigen’ Zoon van God. Wanneer de existentie van de Zoon pas in de wereld van de phenoumena realiteit geworden zou zijn, blijven we met een open vraag naar God zitten. De pre-existentie van de Zoon duidt aan dat we binnen de grenzen van ons bestaan God werkelijk kunnen leren kennen, zoals Hij is. De Zoon is immers de ‘afdruk van zijn Wezen’ (Hebr.1:3)