University of Groningen

Theologische Universiteiten: Repository
Not a member yet
    726 research outputs found

    Waar zijn wij bang voor? : een religieus-theologische benadering van veiligheid

    Get PDF
    Rede ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar 2014-2015 op 29 augustus 2014 te Utrech

    Wederwaardigheden & methoden : zaligsprekingen als zoekrichtingen in seizoenen van ziekte, zinvragen & zorg

    Get PDF
    Rede ter gelegenheid van de inauguratie van dr. M.N. Walton als bijzonder hoogleraar geestelijke verzorging op 7 oktober 2014 te Groningen

    Vernieuwing en verwarring : de Gereformeerde Gemeenten 1946-1950

    Get PDF
    Samenvatting Deze studie geeft een helder beeld van de geschiedenis der Gereformeerde Gemeenten van 1946-1950. Op basis van grotendeels onbekende bronnen beschrijft de auteur allereerst een tiental nieuwe ontwikkelingen, zoals de landelijke verspreiding van de brochure De Jeugd in nood, de verschijning van het jongerenblad Daniël, het ontstaan van een drietal nieuwe landelijke organisaties, alsmede de uitgave van het kinderblad De Kleine Gids en de prekenserie Uit den Schat des Woords. De schrijver plaatst de onderzoeksgegevens tegen de achtergrond van het tijdsbeeld van die jaren: de wederopbouw, de doorbraakgedachte, de militaire inzet in Indonesië, de migratie naar Canada. Bij de vele activiteiten – opvallend met name was de uitbouw van het verenigingsleven – ontbraken spanningen niet geheel. Alle lijnen kwamen samen op de vergadering van de classis Barneveld, gehouden op 1 juni 1948. Een confrontatie daar tussen ds. G.H. Kersten en ds. R. Kok eindigde in een verzoening. In Veenendaal, de gemeente die Kok diende, bleef een tegenstelling bestaan over leer en prediking, die begin 1949 leidde tot een breuk. De studie biedt een analyse van de problemen, die bijdraagt tot de vergroting van het inzicht in kerkelijke conflicten. De minderheid in de gemeente Veenendaal ging over tot het beleggen van eigen kerkdiensten aan de Kegelbaan. De kwestie beheerste de Generale Synode in de zomer van dat jaar. De situatie werd nog complexer toen een predikant tegen het besluit van de Synode in een tweede gemeente te Veenendaal institueerde. Het Curatorium nam vervolgens het initiatief om een buitengewone generale synode bijeen te roepen, die op 11 en 12 januari 1950 bijeenkwam. Dit onderzoek biedt een uitvoerige, zorgvuldige reconstructie van deze Synode, gegrond op nieuwe bronnen. De behandeling van een door de classis Dordrecht ingediende klacht over leer en prediking van ds. Kok leidde tot de schorsing van de predikant. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan de ‘vereenzelviging van de beloften met het aanbod van genade’. In het slothoofdstuk van deze studie vergelijkt de auteur de commentaren op deze uitspraak van de zijde van de Generale Synode en die van de Veenendaalse predikant. Hij constateert dat er sprake was van een betreurenswaardig misverstand

    Gewoon goddelijk : Theosis als oecumenisch zoekontwerp voor een inclusief denken over verlossing

    Get PDF
    Rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van persoonlijk hoogleraar voor de leerstoel Systematische Theologie met bijzondere aandacht voor genderstudies aan de Protestantse Theologische Universiteit op 30 oktober 2014 te Amsterdam

    Andere mensenrechten? : de waardigheid van de mens in het perspectief van de Oosters-christelijke theologie

    Get PDF
    Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Orthodoxie en vredesopbouw in Europa, vanwege de Stichting VredesWetenschappen en de Stichting Instituut voor Oosters Christendom, bij de Faculteit der Godgeleerdheid van de VU Amsterdam en van de PThU op 24 januari 2013

    Trinitarische Theologie bij Guilielmus Bucanus († 1603)

    Get PDF
    Het onderzoek is gewijd aan de systematische theologie van Guilielmus Bucanus (overl. 1603), te vinden in zijn hoofdwerk Institutiones Theologicae, dat met zijn theologische principes is verworteld in de augustiniaanse trinitarische traditie. Bucanus’ theologische inzet hierin bij de notitia Dei is opvallend. Vanuit de kennis van God en het doel daarvan wordt de samenhang tussen God en Zijn openbaring in Bucanus’ systematische theologie zichtbaar. De loci en leerstellingen worden onderling verbonden volgens het syntagma-systeem. Met deze systematische benadering, gepaard aan een praktisch motief, wilde Bucanus zijn studenten oefenen leerstellingen niet onsamenhangend, maar als organisch geheel (hypotyposin integram) te begrijpen. Het onderzoek gaat vooral in op de functie van de twee fundamentele theologische principes, het trinitarisch principium constitutionis en de Heilige Schrift als het principium notitiae van de theologie. In de uitwerking hiervan wordt bij Bucanus scherp zichtbaar hoe hij staat in de augustiniaanse trinitarische traditie. Bij het eerste principium handelt hij over de drie-eenheid zoals Die is op zichzelf (a se) en volgens de onderlinge relaties (secundum relativum). Bij het tweede over de drie-enige God in de relatie tot de schepping (ad creaturam). Door de nauwe verbinding van de principia wordt duidelijk dat de drie-enige God niet kan worden gekend zonder Zijn openbaring. In de openbaring, voor Bucanus de Schrift, hebben wij immers geen norma van de theologie los van God als haar ware Auteur. Beide kunnen niet zonder elkaar gezien worden. Er is sprake van synthese. De analyse richt zich ook op Bucanus’ verdere uitwerking van de theologische onderdelen. De partes in zijn Institutiones sluiten zich bij de augustiniaanse trinitarische principia aan, zodat daartussen in Bucanus’ systematische theologie een innerlijke logica bestaat. De augustiniaanse regel opera Trinitatis ad extra sunt indivisa is bij Bucanus van groot belang voor het verstaan van niet alleen de principia theologiae, maar ook het handelen van de drie-enige God. Alle geschiedenissen Gods zijn toe te schrijven aan dezelfde werken ad extra van de Drie-eenheid. Hierin ligt de eenheid van de oeconomie van de Triniteit. Wij kunnen dit beschouwen als de manier waarop Bucanus de geschiedenis ziet verlopen onder het bestuur van de Triniteit. Hierbij is op te merken dat deze eenheid bijdraagt tot de synthetische visie van zijn theologische uitgangspunten, maar dat die ook consequenties heeft. Deze eenheid biedt echter ook de grondslag voor het bezien van het gehele systeem van zijn systematische theologie als organische eenheid en dus als een systematisch geheel. Het is in het gehele theologische systeem van Bucanus te herkennen dat alle loci op deze organische eenheid worden gericht door één en dezelfde drie-enige God en door Zijn wil, zodat alle werken – de schepping, de regering, het heil, het laatste oordeel enz. – tot de eenheidsoeconomie van dezelfde Triniteit worden gerekend met betrekking tot het geschapene. Een van de conclusies van het onderzoek is dat de augustiniaanse synthetische tendens kenmerkend is voor de trinitarische grondslag in de theologie van Bucanus. Bij Bucanus wordt hierbij de oeconomie van de Triniteit niet opgeofferd. In een slotbeschouwing wordt dit gegeven kritisch betrokken op een recente tendens in het trinitarisch onderzoek, waarin een tegenstelling tussen de triniteitsleer van de Cappadociërs en die van Augustinus wordt geconstrueerd

    Providentiae divinae pars & evangelii materia

    Get PDF
    Hoewel Gomarus tot dusver als radicale supralapsariër werd gezien, is het supralapsarisme in zijn theologie op geen enkele wijze een hoofdthema. Een analyse van zijn theologie laat zien dat daarin de leer van het genadeverbond het centrale thema is. Gomarus ziet het Evangelie zoals dat in het verbond tot uitdrukking komt als de kern van de Bijbelse heilsgeschiedenis. Met deze kern is de leer van de predestinatie verbonden omdat die leer de oorzaak van het Evangelie openbaart, namelijk de heilsgenade van God. De predestinatieleer heeft bij Gomarus de ecclesiologische communio cum Christo als focus. De verkiezing is het middel mensen in de gemeenschap met Christus te brengen. Daarmee is de predestinatie het teken van Gods onvoorwaardelijke genade jegens de kerk, en roept die leer de kerk op God als “Verlosser in Christus” te prijzen. Aangaande de scholastieke vorm van Gomarus´ theologie spelen zijn op Aristoteles teruggaande ´Intentio-Begrip´ en zijn scotistisch-voluntaristische Godsbeeld een fundamentele rol in de ontwikkeling van zijn predestinatieleer. Het gebruik dat Gomarus maakt van filosofische begrippen in de ontwikkeling van zijn theologie moet gezien worden in de scholastieke context van de theologie van de zestiende en zeventiende eeuw. Daarmee conflicteert niet het feit dat zijn predestinatieleer in de continuïteit van de Reformatie staat in die zin dat ook in deze leer de onvoorwaardelijke genade van God en de afwijzing van elke verdienste van de mens centraal staat. Opvallend is dat de theologie van Gomarus berust op een eclectisch verstaan van de zestiende-eeuwse theologen uit Genève en uit het Duitse gereformeerde protestantisme. Doordat Gomarus zowel scholastieke als calvinistische invloed heeft ondergaan, heeft hij ook in de zeventiende eeuw het sola gratia weten te bewaren

    Pionieren en lekepreken : een praktisch-theologische analyse van de nieuwe missionaire dynamiek in de Nederlandse kerken, met name de Protestantse Kerk in Nederland

    Get PDF
    Diesrede Protestantse Theologische Universiteit, gehouden op 6 december 2013 te Groningen

    Herderlijke regel of inburgeringscursus? Een bijdrage aan het onderzoek naar de ethische richtlijnen in 1 Timoteüs & Titus

    Get PDF
    Within the debate about Paul’s authorship, Klinker concentrates on one specific point of debate: the question whether the Pastoral Epistles are intended as “pastoral instruction” of Paul to his collaborators Timothy and Titus, or as documents arising at a later time that promote a kind of “assimilated” lifestyle for Christians. “Because of the delay of Christ’s return, the need arose for a more permanent place for Christians in society—that is the currently reigning opinion. The Pastoral Epistles are then a collection of advice to believers so that they, among other things, assimilate respectably into the social conventions prevailing in that time—a kind of ‘lesson about integration.’ Until the nineteenth century people assumed that the Pastoral Epistles were a ‘pastoral rule’ and it was general accepted that Paul was the author. Subsequently the notion of the ‘lesson about integration’ gained ground and it was accepted that later Christians had Paul’s name affixed to their letters in order to lend authority to those documents.” In contemporary discussions, the “ancient” view hardly counts any longer. Nevertheless, according to Klinker, precisely this view contains much that helps explain the differences between the “conventional” advice in the Pastoral Epistles, and the advice we find in the undisputed letters of Paul. She attempts to demonstrate this by comparing the prescriptions about the man-woman relationship in 1 Timothy and Titus with those in 1 Corinthians

    The sons of God in Genesis 6:1-4

    Get PDF
    The Sons of God in Genesis 6:1–4 studies the meaning and function of the narrative in Genesis 6:1–4 about the ‘sons of God’ who beget offspring with the ‘daughters of men’. In the exegesis of this passage, the expression ‘sons of God’ constitutes the axis around which the whole story turns: is the narrative referring to heavenly beings or to earthly beings, who, for one reason or another, can be qualified as ‘sons of God’? These two main lines of exegesis split into four approaches: the so called ‘angels-interpretation’, the ‘mighty ones-interpretation’, the ‘Sethites-interpretation’, and the ‘divine beings-interpretation’. The study concludes that there is insufficient grounds to argue in favour of approaches which consider the ‘sons of God’ to be human beings, be it potentates or Sethites. The angels-interpretation appears to be a too specific solution. The best solution is the exegesis which explains the expression ‘sons of God’ as referring to heavenly beings not otherwise specified, a wording that might refer to ‘other gods’, as well. This interpretation presents the theological difficulty that it appears to be in conflict with a mainstream of monotheism in the Old Testament, which does not accept other gods next to YHWH. Comparison with other texts within the Old Testament results in the observation that the ‘sons of God’ in almost all other occurrences function as a ‘contrasting device’ to emphasise the uncomparable greatness of YHWH. Read in such a way, Genesis 6:1–4 offers a narrative which uses contemporary motives in a polemic sense. In accordance with a part of the history of exegesis of this passage, it is suggested that Genesis 6:1–4 alludes to the origin of idolatry, which is depicted as an illegitimate means to make a connection between heaven and earth

    592

    full texts

    726

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Theologische Universiteiten: Repository is based in Netherlands
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Theologische Universiteiten: Repository? Access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard!