726 research outputs found
Sort by
The exorcisms of Jesus in Mark as symbolic actions for political liberation : a case study on Mark 5:1-20
Masterthesis Sources, Nieuwe Testamen
Heinrich Alting (1583−1644)
De biografie van Heinrich Alting geeft ons een beeld van het leven van academici in de vroegmoderne tijd: net als bij velen van zijn tijd- en geloofsgenoten werd het leven van Alting gekenmerkt door spanningen en kritieke situaties. Hij dankte zijn sociale positie en zijn omgang met leidende personen van de internationale gereformeerde wereld aan het keurvorstelijke huis Wittelsbach, in Heidelberg. Alting zegt zelf dat zijn leerling Friedrich V, de “Winterkoning”, één van de belangrijkste figuren was, als het gaat om de opkomst en het verval van deze religieus-politiek gemotiveerde wereld en zijn expansie en implosie. Voor de Friese domineeszoon en gereformeerde geleerde ging het om een res publica lit[t]eraria in opkomst, die hem toegang verschafte tot gerenommeerde universiteiten en tot adellijke kringen, maar het kon ook een grote bedreiging vormen voor hem en zijn onderdanen. Het uitbreken van de zogenaamde Dertigjarige Oorlog en de inname van Heidelberg door Tilly vormt een belangrijk overgangspunt in zijn leven. Alting werd verbannen naar Nederland. Zijn ballingschap in Nederland was literair een vruchtbare tijd en zijn colleges waren succesvol. Totdat Altings ziekelijke toestand de overhand nam. In dit breekbare klimaat trad Alting op als opvoeder van prinsen, schoolhoofd, vakman, afgevaardigde, professor in de Loci en schrijver van talrijke boeken.
Onder deze boeken vallen in het historiografische genre vooral de Historia Ecclesiae Palatinae (1701) en de Theologia Historica (1664) op. De Paltische kerkgeschiedenis richt zich op de veranderingen en wisselingen op religieus gebied, die in de Palts bijzonder vaak hebben plaatsgevonden. Centraal staan de “vrome”, reformatiegezinde keurvorsten en bestuurders, met name Friedrich III, als primus inter pares. De geschiedenis van zijn moederkerk biedt ook heden ten dage nog allerlei interessante details op nog weinig onderzochte gebieden in de territoriale reformatiegeschiedschrijving. Veel ervan is echter inmiddels achterhaald en ook gecorrigeerd. In zijn nooit voltooide hoofdwerk, de Theologia Historica, gebuikt Alting het schema van de wereldgeschiedenis voor de klassieke dogmatische loci. Hij begint diachroon bij Adam, tot aan zijn eigen tijd (1635), met een eigen accentuering en hij volgt daarbij Melanchthons gereformeerde dogmatiek. Alting was door zijn onderwijs in Emden, Groningen, Herborn en Heidelberg zeer vertrouwd met de Loci. Hij komt materieel-dogmatisch en conceptueel op veel punten overeen met Augustinus, die hij herhaaldelijk noemt. Augustinus had de wereld- en kerkgeschiedenis ingedeeld in zes tijdsdelen, overeenkomend met de zes scheppingsdagen. Alting volgt het humanistisch-reformatorische geschiedbeeld en deelt de geschiedenis, aan de hand van opvallende historische cesuren en veranderingen (“mutationes”), in vijf periodes in, die hij weer in drieën verdeelt. Zijn leerling Georg Horn nam deze periodisering over en breidde het, in het geval van het Nieuwe Testament, uit tot een driedeling. De indeling van tijdperken in Oudheid, Middeleeuwen in Nieuwe Tijd, die een belangrijke Wirkungsgeschichte heeft gekregen, vindt onder andere hier zijn oorsprong. Zo vond Altings nieuwe inzet via allerlei omwegen waardering en werd het ook opgenomen in de historiografie van de zeventiende eeuw en verder. Voor Alting blijft echter vooral het pedagogische doel bepalend: de veranderingen en de wisselingen in de loop van de kerk- en dogmageschiedenis die Alting beschrijft zijn slechts toevalligheden en raken nog niet aan het wezen, namelijk de “reine” leer. Daarom is het ook misplaatst en anachronistisch om Alting als één van de vaders van de moderne, historisch-kritische dogmageschiedschrijving te bestempelen
Making see : a grounded theory of the prophetic dimension in preaching
Met samenvattingen in het Nederlands en Duits
Kerk en euthanasie : een systematisch theologische doordenking van Nederlandse kerkelijke protestantse documenten over euthanasie sinds 1972
Masterthesis Praktische theologie ; Ethie
Het opdiepen van parels : de betekenis van geestelijke verzorging vanuit de perceptie van intramuraal wonende ouderen
Masterthesis Praktische theologie ; Geestelijke verzorgin
The most dangerous faith of all : dogmatics as prophecy
Engelse vertaling van inaugurele rede "Het gevaarlijkste geloof van allemaal : dogmatiek als profetie", gehouden op 23 februari 2018 te Amsterda
Verharding & verantwoordelijkheid : een exegetisch en Bijbels-theologisch onderzoek naar Jesaja 6:9-10 en het thema ‘verharding’ in Oude en Nieuwe Testament
Predikantsmaster Amsterda
Mission in the hands of everyday people : een missiologische analyse van de 3DM-cultuur
Masterscriptie Missiologie (Gemeentepredikant
Efraïm, een fase die voorbij ging?
Dit onderzoek gaat over de volgende onderzoeksvraag:
Is er op basis van de theologie van het boek Rechters en specifiek in de vier teksten waarin de stam Efraïm expliciet wordt gepresenteerd (1,22-36; 5,13-18; 7,23-8,3 en 12,1-7), ondersteuning te vinden voor de hypothese van een aflopende Efraïmitische fase in Israëls Bijbelse geschiedenis, zoals Henk de Jong die presenteert in zijn boek Efraïm - Gods eerste liefde?
In hoofdstuk twee is vastgesteld dat de naam Efraïm in de Bijbel voorkomt als naam voor de zoon van Jozef en Asnat, als één van de stammen van Israël, als geografische aanduiding en als synoniem voor het tienstammenrijk. Efraïm als naam voor het tienstammenrijk wordt vaak gebruikt in contrast met het tweestammenrijk. Op basis van recent onderzoek lijkt Efraïm een dominante stam geweest te zijn in de vroege geschiedenis van Israël, maar zeker ook ten tijd van het tienstammenrijk. Dit onderzoek is echter beperkt. Bijbels-theologisch lijkt Efraïm binnen het geheel van stammen van Israël naast en tegenover Juda te staan.
In de theologie van Rechters is sprake van een neerwaartse spiraal van verval en afval van JHWH waarin alle stammen deelnemen. Deze spiraal van afval lijkt bij de noordelijke stammen zijn dieptepunt te vinden. De kanaänisering van het volk is daarbij de kern. Tevens wordt duidelijk dat de onderlinge broederschap, die zijn basis vindt in het verbond met JHWH, duidelijk onder druk staat en uit elkaar valt. Er zijn aanwijzingen dat Juda een bijzondere plek krijgt binnen het geheel van de stammen.
Dit komt het duidelijkst tot uiting in de proloog, Rechters 1, waar het Huis van Juda tegenover het Huis van Jozef wordt gezet. Het onvermogen om de inwoners te verdrijven uit de proloog wordt gekoppeld aan het sluiten van een verbond met de inwoners van het land door het Huis van Jozef. Efraïm heeft in deze perikoop echter niet dezelfde betekenis als het Huis van Jozef. In Rechters 1 valt Efraïm niet bijzonder op ten opzichte van de andere stammen van het noordelijke rijk.
Vanuit Rechters 5 kunnen geen concrete signalen worden afgeleid die van belang zijn voor het onderzoek. Efraïm lijkt niet bijzonder negatief of positie te worden afgeschilderd.
In Rechters 7,23-8-3 en Rechters 12,1-7 wordt Efraïm afgeschilderd als een twistzieke stam die verhaal komt halen omdat hij meent dat er geen recht is gedaan aan zijn positie. Efraïm fungeert hier als verbindend element binnen de neerwaartse spiraal. Aan het slot van deze verhalen wordt Efraïm getekend als één van de buitenlandse volken die Israël aanvallen.
Binnen het onderzoek is gebleken dat op de elementen verbond, broederschap en de neerwaartse spiraal er signalen zijn voor een aflopende fase in de Bijbelse geschiedenis van het volk Israël. Deze stuiten echter allen op het methodologisch bezwaar dat Efraïm en het tienstammenrijk c.q. het Huis van Jozef in Rechters niet zonder meer aan elkaar gelijk gesteld kunnen worden. De conclusie van dit onderzoek is derhalve dat er te weinig ondersteuning te vinden is in Rechters voor de hypothese van een aflopende Efraïmitische fase.
Nader systematisch onderzoek zou nodig zijn om vast te stellen in hoeverre Efraïm in het hele Oude Testament bijbels-theologisch als beeld voor heel Israël fungeert. Daarnaast is het aan te bevelen om nader onderzoek te doen naar de positie van Efraïm in de beginfase van Israëls Bijbelse geschiedenis