726 research outputs found
Sort by
De troost van een heerlijke toekomst
In deze scriptie wordt onderzoek gedaan naar de vraag hoe de visie op het laatste oordeel, de wederopstanding van het vlees, het eeuwige leven en het Koninkrijk van God zich in de vier catechismusverklaringen van Z. Ursinus, W. Teellinck, P. van der Hagen en T. van der Groe in de periode van de 16e tot en met de 18e eeuw ontwikkelt en hoe deze ontwikkeling te beoordelen is in het licht van de HC zelf. In deze scriptie wordt de conclusie van R.A.B. van Beek getoetst. Hij heeft over hetzelfde onderwerp een scriptie geschreven en komt tot de conclusie dat er geen sprake is van ontwikkelingen in de eschatologie die terug te voeren zijn op de ontwikkelingen in de tijd.
In het eerste hoofdstuk van dit onderzoek wordt de historische context van de 16e tot en met de 18e eeuw geschetst. Daarbij wordt aandacht geschonken aan het ontstaan van de HC, de beweging van de Nadere Reformatie en de universiteit Leiden van de 16e tot en met de 18e eeuw, waar W. Teellinck, P. van der Hagen en T. van der Groe hun theologische opleiding hebben genoten. Vervolgens wordt in ieder hoofdstuk een vergelijking gemaakt van de vier verschillende catechismusverklaringen over een eschatologisch thema. Het tweede hoofdstuk gaat over het laatste oordeel. Het derde hoofdstuk over de wederopstanding van het vlees. Hoofdstuk vier handelt over het eeuwige leven en hoofdstuk 5 over het Koninkrijk van God.
Uit dit onderzoek blijkt dat er in de visies op de verschillende eschatologische thema’s sprake is van een grote mate van overeenkomst. Zij belijden alle vier dat Christus eens terug zal komen in heerlijkheid en majesteit om te oordelen de levenden en de doden. Op de jongste dag zullen de doden uit het graf worden opgewekt in hetzelfde lichaam. Degenen die dan nog leven, zullen veranderd worden. De godzaligen zullen dan in hetzelfde lichaam het eeuwige leven ingaan om voor altijd bij de HEERE te zijn in de hemelse vreugde en volmaaktheid. De goddelozen zullen in hetzelfde lichaam eeuwige straf ondergaan. Gods Koninkrijk, dat nu al gestalte krijgt in harten van de gelovigen, zal in het eeuwige leven ook haar volmaking krijgen. Gods Koninkrijk is één, maar heeft tweeërlei bediening, te weten het Koninkrijk der genade en het Koninkrijk der heerlijkheid. Toch is er ook sprake van een drietal ontwikkelingen in de periode van de 16e tot en met de 18e eeuw. In de eerste plaats neemt onder invloed van de gereformeerde scholastiek aan de Nederlandse theologische faculteiten het gebruik van onderscheidingen en het aristotelische begrippenapparaat in de uiteenzettingen toe. De rede krijgt in de onderzochte catechismusverklaringen een steeds belangrijkere rol. Dit gebeurt onder invloed van het opkomende verlichtingsdenken aan het einde van de 17e eeuw en het begin van de 18e eeuw. In de tweede plaats wordt het theocentrische uitgangspunt van de HC en de catechismusverklaring van Z. Ursinus geleidelijk steeds meer een antropocentrisch uitgangspunt. Terwijl Z. Ursinus stelt dat Gods eer het doel is van de eschatologie, wordt bij de latere verklaarders het heil van de mens steeds meer het doel van de eschatologie. In de derde plaats wordt aan het einde van de 17e eeuw een tendens naar subjectivering zichtbaar. De nadruk op de innerlijke geloofsbeleving, wedergeboorte en bekering wordt allesbeheersend, m.n. bij T. van der Groe. De conclusie van R.A.B. van de Beek vraag dus om nuancering. De verschillen in catechismusverklaringen uit de periode van tweede helft van de 16e eeuw tot de 18e eeuw zijn wel degelijk terug te voeren op theologische ontwikkelingen in de tijd waarin de desbetreffende catechismusverklaarders leefden
The Pillars and the Cornerstone : Jesus Tradition Parallels in the Catholic Epistles
Abstract : Jesus Tradition – early Christian traditions from and about Jesus - plays an important role in New Testament letters, not only in the Gospels and Corpus Paulinum, but also in the seven Catholic Epistles. This dissertation revolves around the relationship between the Catholic Epistles and the traditions about Jesus that have informed the Gospels. Based on the research, two important observations can be made.
First of all, there is a fundamental unity in the witness of the Catholic Epistles regarding their reliance upon and appropriation of Jesus Tradition. The same Jesus can be recognized throughout all Catholic Epistles (with the possible exception of Jude, since its brevity does not supply enough information for clarity about its relation to Jesus Tradition), and this Jesus is not merely a theological construct, but a historical person, very much in line with the Jesus from historical Jesus-research.
Second, a fundamental unity is observable between the canonical Gospels, Corpus Paulinum and the Catholic Epistles. All three corpora are consciously witnessing to Jesus. Each corpus has its own distinct way of doing this, and the Catholic Epistles can be seen as witnessing Jesus from an apostolic perspective.
Samenvatting : Jesus Tradition – de vroegchristelijke overleveringen van en over Jezus - speelt een belangrijke rol in de brieven van het Nieuwe Testament. Niet alleen in de evangeliën en het Corpus Paulinum, maar ook in de zeven Katholieke Brieven. Deze dissertatie gaat over de relatie tussen de Katholieke Brieven en de tradities over Jezus die ook ten grondslag liggen aan de evangeliën. Twee belangrijke observaties kunnen gemaakt worden naar aanleiding van dit onderzoek.
Ten eerste is er een fundamentele overeenstemming in de Katholieke Brieven, wat betreft de afhankelijkheid van Jesus Tradition en de manier waarop dit traditiemateriaal wordt verwerkt. Dezelfde Jezus kan worden herkend in alle Katholieke Brieven (met de mogelijke uitzondering van Judas, een briefje dat te kort is om voldoende informatie te bieden over de verhouding tot Jesus Tradition) en deze Jezus is niet een theologisch construct, maar een historisch persoon, in lijn met de Jezus die we kennen van het historische Jezus-onderzoek.
Ten tweede kan er een fundamentele overeenstemming worden vastgesteld tussen de canonieke Evangeliën, het Corpus Paulinum en de Katholieke Brieven. Voor ieder van deze groepen geldt, dat zij bewust getuigen van Jezus. Iedere groep heeft zijn eigen specifieke manier om dit te doen. Voor de Katholieke Brieven geldt dat zij van Jezus getuigen vanuit een apostolisch perspectief
‘Disclaimer: ik heb in een tbs-kliniek gezeten’ : een onderzoek naar mogelijke effecten van een ontmoeting met tbs-patiënten op de toe-eigening van het begrip zonde
Masterthesis Praktische theologie ; Justitiepastoraa
Intratextual and intertextual meaning-building in the vineyard parables of the Gospel of Matthew : the parable of the evil vinedressers as a case study (21:33-46)
International Master of Theology ; Nieuewe Testamen
Het gevaarlijkste geloof van allemaal : dogmatiek als profetie
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Amsterdam op 23 februari 201
Op zoek naar vaste grond : een onderzoek naar vieren bij pioniersplek Spoorzoeken in Slangenburg
Masterscriptie Gemeentepredikan
Viva vox Dei = de levende stem van God : een evaluatief onderzoek naar het theocentrische karakter van de prediking in de Christelijke Gereformeerde Kerken aan de hand van een jaargang van de prekenserie Uit de Levensbron
In deze scriptie staat de vraag centraal in hoeverre de prediking binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken in een jaargang van Uit de Levensbron theocentrisch is.
Allereerst is gekeken naar de historisch-theologische achtergrond van de vraagstelling. Omdat door de eeuwen heen een grote verschuiving heeft plaatsgevonden van een theocentrisch karakter van de christelijke geloofsbeleving, naar een antropocentrisch karakter. Eerst wordt gekeken op welke wijze het heil van God wordt ‘toegepast’. De CD en de BGD beschrijven hoe in de gereformeerde theologie ten aanzien van de verwerkelijking van het heil strikt theocentrisch gedacht wordt, het gaat steeds om wat God, door Zijn Geest, doet in de mens. Zowel de BGD als de CD benadrukken het theocentrische in de orde van het heil en daarmee wijzen ze er ten aanzien van het karakter van de prediking ook op dat het theocentrische naar voren moet komen. De prediker brengt niet God ter sprake, maar God spreekt Zelf. Aan de hand van de gedachten die prof. Van den Belt heeft over de positie van het objectieve en het subjectieve, is naar voren gekomen dat in de prediking het voorwerpelijke verbonden moet zijn aan het onderwerpelijke. Het gaat om de prediking die de grote werken van God verkondigt en het Evangelie van Jezus Christus aan het hart legt. Het is belangrijk om te zien hoe de mens tegenover God wordt geplaatst.
Als laatste onderdeel van de historisch-theologische achtergrond van de vraagstelling, wordt nog gekeken naar ‘Schrift en bevinding’. Daaruit blijken vier dingen. Als eerste komt naar voren dat de reformatoren een nauwe verbondenheid tussen het Woord van God en de geloofservaring zien. In de geloofservaring wordt bevonden dat het Woord waarachtig en betrouwbaar is. Als tweede laat de Schrift zien dat de geloofservaring het werk is van de Heilige Geest. Ten derde wordt verwezen naar het gegeven dat in de ervaring van het geloof de werken van de Drie-enige God zichtbaar worden. Als laatste komt het pastorale kader naar voren dat in de Reformatie en de Nadere Reformatie een grote rol speelt. Door de Heilige Geest wordt met het Woord de geloofservaring gewerkt.
Aan d
De Dordtse Kerkorde 1619
De Dordtse Kerkorde 1619 is nog steeds de basis voor de kerkelijke orde voor gereformeerde kerken wereldwijd. Inzicht in de ontwikkeling, context en theologie van deze kerkorde kan behulpzaam zijn bij het toepassen van deze kerkorde in andere tijden en situaties.
De Dordtse Kerkorde is een stadium in de ontwikkeling van het gereformeerde kerkrecht die formeel begon in 1571 in Emden. Het blijkt dat de basis van deze kerkorde nog steeds goed bruikbaar is: een ‘format van formaat’.
De besluiten van de Synode van Dordrecht zijn consistent; er is ook geen discrepantie tussen de kerkorde en overige besluiten. De kerkorde is in harmonie met de Belijdenis, die door deze synode werd bevestigd als basis voor leer en leven. Alleen de positie van de diaken ten opzichte van de kerkenraad vertoont een afwijking, die te wijten kan zijn aan de invloed van de overheid op het kerkelijk leven.
De positie van de overheid ten opzichte van de Kerk was een belangrijk onderwerp. De verschillende Staten vaardigden gecommitteerden af naar de Synode van Dordrecht. Een van hun taken was toezien dat niemand in zijn rechten werd aangetast. Deze gecommitteerden waren betrokken kerkleden, die eveneens het welzijn van de Kerk op het oog hadden.
In de loop van ruim dertig jaren waren er veel vragen die vanuit de kerken op een antwoord wachtten. Deze vragen zijn grotendeels door middel van de Dordtse Kerkorde beantwoord. Het grondpatroon van de kerkorde is niet veranderd door de ingediende instructies en gevoerde discussies
Waarom kerkelijke participatie nodig is : Stanley Hauerwas’ beschrijvingen van de christelijke gemeenschap
Masterthesis Ethiek (Systematische theologie