University of Groningen

Theologische Universiteiten: Repository
Not a member yet
    726 research outputs found

    Godsdienstpedagogiek van de twijfel?

    Get PDF
    In dit godsdienstpedagogisch onderzoek in opdracht van de godsdienstsectie van de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad (GSR), staat allereerst de vraag centraal welke rol geloofstwijfel van havo/vwo-leerlingen speelt binnen het vak godsdienst op de GSR in Rotterdam. Hoewel het een school is voor en door christenen, laat onderzoek zien dat een meerderheid van de havo-4- en vwo-5- leerlingen geloofstwijfels heeft. Eerst wordt vanuit theologische literatuur aangegeven wat kan worden verstaan onder geloofstwijfel. Dat kan namelijk worden gedefinieerd als een toestand van onzekerheid of innerlijke tweestrijd in het verstand, de wil of het gevoel met betrekking tot christelijke geloofsinhouden en geloofsdaden die bepalend zijn voor het hele bestaan. Het onderscheid in objectieve en subjectieve geloofstwijfel biedt daarbij inzicht of de geloofstwijfel zich richt op de geloofsinhoud en openbaring van God of op de geloofsdaden en de gelovige zelf. Als mogelijke oorzaken wordt er gewezen op de invloed van de post-seculiere samenleving, maar ook de persoonlijke geloofsontwikkeling en geloofscontext. Bepalend zijn daarbij de ontwikkelingen in de 20e eeuw die worden geschetst, waarbij geloofstwijfels steeds normaler worden. Dat blijkt ook te gelden voor de gereformeerd kerk vrijgemaakt waar de GSR uit voortgekomen is, hoewel die ontwikkeling aanvankelijk door de herzuiling werd tegengehouden. De verheldering van de verschillende theologische posities levert inzicht op hoe men omgaat met geloofstwijfel. Zo kan geloofstwijfel aan de ene kant uitsluitend als zondig worden geduid en aan de andere kant als onmisbaar voor het geloof. Onderzoek naar de identeitsontwikkeling van de GSR laat zien dat men in verbondenheid aan de gereformeerde kerk vrijgemaakt stond voor verbondsonderwijs vanuit de Bijbel en de gereformeerde leer. Mogelijke twijfels en levensvragen van de leerlingen worden echter niet genoemd in de verschillende identiteitsdocumenten. Vervolgens laten we de ontwikkeling zien naar een meer inductieve beleefde-identiteit, waarbij er geen directe binding meer is met de gereformeerde kerk vrijgemaakt. Het zorgt er onder andere voor dat er meer aandacht komt voor de leerling zelf en het christen zijn in een seculiere context. De resultaten van het kwantitatieve survey-onderzoek onder havo-4- en vwo-5- leerlingen op de GSR laten echter zien dat de leerlingen niet veel ruimte ervaren om hun geloofstwijfels op school en in de godsdienstles te delen. De meeste leerlingen willen dan ook dat geloofstwijfel vaker ter sprake komt in godsdienstles. Daarom staat in het vervolg van het onderzoek de vraag centraal op welke manier het ruimte bieden aan geloofstwijfel door de godsdienstdocenten kan bijdragen aan hun godsdienstige vorming. Vanuit godsdienstpedagogische literatuur wordt er vervolgens gekeken op welke manier het vak godsdienst op de GSR gepositioneerd kan worden. Daarbij worden allereerst de godsdienstpedagogische visies en doelstellingen geschetst. De indeling mono-, multi- en interreligieus, die verbonden kunnen worden aan normatieve, informatieve en pedagogische godsdienstonderwijs, levert daarbij inzicht op hoe het subject, de leerling met zijn of haar ervaringen en het object, de religie(s) en geloofsinhoud(en) zich tot elkaar verhouden. Ook wordt er weergegeven wat kan worden verstaan onder godsdienstige vorming en welke verschillende rollen een godsdienstdocent kan aannemen in de godsdienstles. Door middel van kwalitatieve diepte-interviews met de godsdienstdocenten van de GSR wordt vervolgens gekeken welke rol geloofstwijfel speelt in hun lessen en hoe zich dat verhoudt tot de identiteit van de school. De identiteitsdocumenten en het vakleerplan laten zien dat men kiest voor een deductieve benadering, waarbij de leerlingen de boodschap van de Bijbel kunnen toepassen in hun eigen leven, hun gedrag kunnen baseren op Bijbelse normen en waarden en christelijke antwoorden kunnen geven op levensvragen. Daarnaast geven de resultaten van het onderzoek aan dat het sterk van de godsdienstdocent afhangt, op welke manier geloofstwijfel een rol speelt in de godsdienstles. De godsdienstdocenten die een grotere voorkeur hebben voor hermeneutisch-communicatieve elementen creëren over het algemeen meer ruimte voor het uiten van geloofstwijfel en het behandelen van levensvragen, waarbij ze geloofstwijfel ook positiever waarderen. Daarom wordt er gepleit voor het aanbieden van zowel een normatief als hermeneutisch interpretatiekader in de godsdienst. Daarbij moet een weg gevonden worden tussen het idealiseren en veroordelen van geloofstwijfel. Gesteld wordt dat leerlingen een realistische beeld krijgen van wat geloven inhoudt, als ze ruimte ontvangen om hun geloofstwijfels te delen in de godsdienstles. Het is voor hen immers vaak onderdeel van een zoektocht en kan een weg zijn om te groeien naar een eigen of volwassen geloof. Het vak godsdienst wordt daarbij in navolging van de godsdienstpedagoog Bert Roebben gezien als narthex waar ruimte wordt geboden voor de levensvragen en geloofstwijfels van jongeren, waarbij ze aan de ene kant worden voorbereid op een plek in de samenleving en aan de andere kant worden uitgenodigd om het christelijk geloof als bepalend perspectief in hun leven te laten gelden. Dit onderzoek laat dan ook zien dat hermeneutische reflectie op de geloofstwijfel en -vragen vanuit een normatief interpretatiekader bij kan dragen aan de godsdienstige vorming van de leerling. Hierdoor ontstaat er namelijk een bewustwordingsproces, waarbij de leerlingen verbanden gaan zien tussen hun eigen geloofstwijfels en de vragen die vanuit de cultuur en samenleving op hen af zullen komen om het vervolgens te kunnen interpreteren vanuit het christelijke kader wat wordt geboden. De godsdienstdocent wordt daarbij geadviseerd om niet alleen te getuigen van de hoop de er is in Christus, maar ook om open te zijn over de eigen geloofstwijfel en hoe daarmee wordt omgegaan. Dit onderzoek kan dan ook gezien worden als aanzet tot een professioneel gesprek over de implicaties voor de lespraktijk, het vakleerplan en de rol van de godsdienstdocent op de GSR in Rotterdam, hoewel mogelijk ook andere verwante scholen profijt kunnen hebben van dit onderzoek. Joan den Beste

    De tovenaar en de dominee : een werk van Vreekamp: punt erachter of streep eronder?

    Get PDF
    Masterthesis Bijbelse & historische theologi

    Dic ecclesiae

    Get PDF
    Mattheüs 18:15-17 is ons bekend als de tekst om de kerkelijke tucht uit te leggen omdat in vers 17 ‘Dic Ecclesiae’ (zeg het aan de gemeente) staat. De tekst beschrijft hoe de kerk moet handelen als de zondaar zondigt. Maar de zondaar wordt oorspronkelijk door de overheid behandeld omdat de overheid de wet heeft om zondaren te bestraffen. Toch richt deze scriptie zich niet op de verhouding tussen de overheid en de kerk. In deze scriptie wordt de uitleg van Mattheüs 18:15-17 bij Luther, Calvijn en Cajetanus in de 16de eeuw beschreven in relatie tot hun exegetische methode. Zowel hun methodes en uitleg worden met elkaar vergeleken en zijn weergegeven in overzichtstabellen, om de overeenkomsten en verschillen goed te begrijpen. Zo kunnen we leren hoe de Bijbel hier en nu uitgelegd kan worden, hoe de tekst van Mattheüs 18:15-17 toegepast kan worden op onze kerken en wat de opbrengst voor het kerkrecht is. Hiervoor richt deze scriptie zich eerst op de exegetische methode van drie theologen. Uit de beschrijving en vergelijking blijkt dat ze alle drie de Bijbel oorspronkelijk letterlijk hebben uitgelegd en dat ze hun eigen exegetische methode hebben gehad en dat ze hebben geprobeerd de Bijbel uit te leggen als Gods Woord. Daarmee hebben ze uitgelegd dat er drie manieren (persoonlijke vermaning, de vermaning met getuigen en die door de kerk) in Mattheüs 18:15-17 voor de kerkelijke tucht beschreven zijn en dat de kerkelijke tucht door de kerk uitgevoerd moet worden. Maar ze zien verschillende betekenissen van wat de kerk is. Dit komt vooral tot uitdrukking in vers 17, waar de excommunicatie, het belangrijkste middel om de zondaar te behandelen, beschreven wordt. Om die reden wordt dit onderzoek toegespitst op de kerkelijke tucht en de excommunicatie. Daarmee wordt de toepassing van resultaten op onze kerken en mijn hoop voor onze kerken beschreven

    Onder welke voorwaarden kan Jes. 7:14 christologisch worden uitgelegd?

    Get PDF
    Masterthesis Bijbelse & Historische theologi

    Opbrengsten van jongerencatechese : een kwalitatief empirisch onderzoek in vier protestantse geloofsgemeenschappen in Nederland

    Get PDF
    Deze studie geeft een actueel beeld van de catechese in protestantse kerken in Nederland en de verwerking van de inhoud van de christelijke traditie door kerkelijke jongeren. Proefschrift Protestantse Theologische Universiteit (Amsterdam) d.d. 5 november 2018

    Een ondoordringbaar mysterie : wedergeboorte volgens Herman Bavinck

    Get PDF
    Deze studie analyseert Bavincks denken over de wedergeboorte. Proefschrift Protestantse Theologische Universiteit (Groningen) d.d. 13 september 2018

    Meaningful in the margins : churches and quality of life in the Dutch countryside

    Get PDF
    Proefschrift Protestantse Theologische Universiteit (Groningen) 2018. Over de betekenis van kerken voor de leefbaarheid op het Nederlandse platteland

    592

    full texts

    726

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Theologische Universiteiten: Repository is based in Netherlands
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Theologische Universiteiten: Repository? Access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard!