726 research outputs found
Sort by
Mattheüs 12:1-14 en Johannes Chrysostomus : een comparatieve analyse van Mattheüs 12:1-14 omtrent de omgang met de sabbat
Masterthesis Bijbelse en historische theologie/Gemeentepredikan
Helder preken over de hel : een praktisch-theologisch onderzoek naar de wijze waarop de hel ter sprake komt in de Christelijke Gereformeerde Kerken en welke homiletische kaders de Schrift hierbij wijst
Deze scriptie bevat een praktisch-theologisch onderzoek naar de wijze waarop de hel ter sprake komt
in de Christelijke Gereformeerde Kerken en welke homiletische kaders de Schrift hierbij wijst. Dit is
onderzocht met het onderzoeksmodel van de praktisch theoloog Osmer. Zijn onderzoeksmethode
heeft vier taken.
Het uitvoeren van de eerste taak maakt duidelijk dat er meer over de hemel en de wederkomst dan
over het laatste oordeel en de hel wordt gepreekt in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Het
spreken over het laatste oordeel en de hel is meestal heel kort, niet beeldend en staat altijd in relatie
tot Gods grote daden, de oproep tot geloof en bekering.
Het uitvoeren van de tweede taak maakt duidelijk dat wanneer predikanten over het laatste oordeel
en de hel spreken, ze dit op een klassieke wijze doen. Van de predikanten denkt 85% dat zijn
hoorders naar de hel kunnen gaan. Dit betekent echter niet dat ze er veelvuldig over spreken. Een
groot deel (45%) spreekt zelfs niet of nauwelijks over de hel. Op grond van de onderzochte theorie
zou men verwachten dat – naast de appellerende en waarschuwende functie – de motiverende
functie vaker zou voorkomen dan de resultaten van de preekanalyse uitwijzen. Daarnaast blijkt dat
het denken over de hel nauw verbonden is aan het godsbeeld dat men heeft.
Het uitvoeren de derde taak levert een aantal homiletische kaders op voor het spreken over het
laatste oordeel en de hel. Zo blijkt uit Hebreeën dat het spreken over het laatste oordeel en de hel in
het kader van de (reeds) verkondigde zaligheid moet staan. Wanneer men dit doet mag men de
hoorders vanuit herderlijke bewogenheid confronteren met het laatste oordeel en de hel. Dit mag
een appellerende, waarschuwende en motiverende functie hebben. Daarnaast mogen predikanten
hun spreken over het laatste oordeel en de hel uitwerken tot een betoog met voorbeelden, citaten
en retorische middelen. In dat betoog mag men wel beeldend, maar niet gedetailleerd spreken over
het laatste oordeel en de hel. Tot slot roept Hebreeën op om de door mensen ervaren spanning
tussen Gods eigenschappen niet glad te strijken.
Het uitvoeren van Osmers vierde taak levert een aantal aanbevelingen op voor het spreken over het
laatste oordeel en de hel. Ten eerste worden predikanten opgeroepen om klassiek te blijven spreken
over het laatste oordeel en de hel en hier ook frequenter over te spreken. Daarnaast krijgen
predikanten de aanbeveling om doelgerichter te spreken over het laatste oordeel en de hel. Daarom
wordt aanbevolen om niet ‘verkondigend’ (louter informatief) te spreken over de hel, maar
waarschuwend, appellerend en motiverend. Tevens klinkt de oproep om meer voorbeelden en
citaten uit de Schrift te gebruiken en beeldender (maar niet gedetailleerder) over het laatste oordeel
en de hel te spreken. Tot slot worden predikanten opgeroepen om het spreken over de Redder en de
Rechter dichter bij elkaar houden. Wanneer ze dat doen, kunnen ze ook – zoals aanbevolen – vaker
over het laatste oordeel en de hel spreke
“Leefplezier en lijden in verpleeghuizen” : een onderzoek naar de bijdrage van theologische en zorgethische perspectieven op de betekenis van het menselijk lijden, in het bijzonder het lijden van mensen aan dementie, aan een visie op verpleeghuiszorg die ruimte biedt voor zowel het leefplezier van mensen als het lijden dat hen kan treffen.
Masterthesis Systematische theologi
Nochtans mijn God : Leven, theologie en spiritualiteit van Aart Jan Theodorus Jonker
Proefschrift Protestantse Theologische Universiteit Groningen d.d. 25 november 202
The Other and others as heart of the church : a theological study on inclusivity, exemplified by the policy of the Church of South India
Masterthesis Gemeentepredikan
Wanneer profeteerde Obadja? : Een onderzoek naar de datering van de profetie over Edom.
Masterthesis Oude Testament (PThU Amsterdam
These mentioned by name : a form-critical analysis of biblical genealogies, with a special focus on women
Proefschrift Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam d.d. 1 juli 202
Christos Sunthronos : een onderzoek naar de herkomst en het karakter van verwijzingen naar LXXPs 109 in het Nieuwe Testament
Samenvatting
Psalm 110 is de meest geciteerde oudtestamentische tekst in het Nieuwe Testament. Waarom verwijzen nieuwtestamentische auteurs zo frequent naar deze psalm? Welke betekenis geven zij met hun verwijzingen aan deze psalm? En: interpreteren zij allemaal deze psalm op dezelfde manier? Deze drie vragen zijn de aanleiding tot mijn onderzoek naar de oorsprong en het karakter van het gebruik van deze psalm in het Nieuwe Testament. Mijn onderzoek leid ik in met een beschrijving van de stand van het onderzoek. Ik start mijn onderzoek met een literaire analyse (hoofdstuk 1). Op deze inleiding volgt een exegese van deze psalm en een beschrijving van de plaats van deze psalm in Psalmen (hoofdstuk 2). De nieuwtestamentische auteurs verwijzen uitsluitend naar de Griekse weergave van Psalm 110 (LXXPs 109). Om die reden analyseer en exegetiseer ik LXXPs 109 (hoofdstuk 3). Volgens verschillende geleerden verwijzen vroegjoodse geschriften uit de periode vóór het ontstaan van het Nieuwe Testament (de Griekse vertaling van Zacharia, Ezechiël Tragicus, Testament van Levi, 1 Makkabeeën, 11Q5, 11Q13, Testament van Job en Assumptio Moses) naar Psalm 110 of LXXPs 109 (hoofdstuk 4). Deze wetenschappers menen dat de auteurs van deze geschriften Psalm 110 of LXXPs 109 messiaans interpreteren. In dat geval staan de nieuwtestamentische auteurs in een messiaanse traditie. Op grond van mijn onderzoek van deze geschriften concludeer ik dat in geen van deze werken een verwijzing naar Psalm 110 of LXXPs 109 staat. Jezus en zijn volgelingen interpreteren Psalm 110 conform de interpretatie van de vertaler van Ps 110 (LXXPs 109). Dit is opmerkelijk omdat in hun tijd ook andere lezingen circuleren die dichter bij de oorspronkelijke betekenis van Psalm 110 staan dan de interpretatie van de vertaler van Ps 110. In de twee volgende hoofdstukken inventariseer, analyseer en beschrijf ik alle nieuwtestamentische plaatsen waar een verwijzing naar LXXPs 109,1 of 4 voorkomt. Eerst bespreek ik alle verwijzingen in de synoptische evangeliën (hoofdstuk 5) en de brieven van Paulus en Petrus (hoofdstuk 6). Hoofdstuk 7 is in zijn geheel gewijd aan alle verwijzingen naar LXXPs 109,1 en 4 in Hebreeën. De twee belangrijkste conclusies van deze hoofdstukken zijn: Jezus legt Psalm 110,1 met behulp van gangbare en legitieme exegetische regels messiaans uit en past dit vers op zichzelf toe. Vervolgens werken Jezus’ leerlingen de messiaans-christologische interpretatie van hun Meester verder uit. In hoofdstuk acht onderzoek ik het gebruik van LXXPs 109 in het Nieuwe Testament en confronteer mijn bevindingen met de visies van L.W. Hurtado, T. Eskola, A. Chester e.a. In het slothoofdstuk formuleer ik mijn conclusies (hoofdstuk 9). Een van de conclusies luidt dat Jezus en zijn volgelingen alleen dankzij de interpretatie van de vertaler van Psalm 110 in staat zijn geweest om deze psalm messiaans-christologisch te interpreteren
To be reformed, or not to be reformed, that is the question : de zondeval en de erfzonde bij Van den Brink, Dekker en Lamoureux
Masterthesis Systematische theologie/Gemeentepredikan