726 research outputs found
Sort by
Marktwerking en publieke belangen: een analyse vanuit het neoliberale denken en de beginselen van subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring
Marktwerking en publieke belangen: Een analyse vanuit het neoliberale denken en de beginselen van subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring
In de politiek van de afgelopen decennia is veel aandacht besteed aan het bevorderen van marktwerking. Marktwerking werd tevens beschouwd als een belangrijk instrument voor het behartigen van publieke belangen. Het neoliberale denken van onder meer Friedrich von Hayek en Milton Friedman is hiervoor een belangrijke voedingsbodem geweest, met noties van individuele en economische vrijheid en een spontane marktordening van de samenleving. Publieke belangen worden in deze visie het beste behartigd als individuen hun eigen belangen nastreven in een spontane marktordening. Wanneer publieke belangen echter niet behartigd worden vanuit de marktordening van de samenleving, ontstaat er een vacante verantwoordelijkheid voor publieke belangen.
In dit proefschrift wordt het neoliberale denken vergeleken met de beginselen van subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring, die elk op eigen wijze een alternatief bieden voor de duiding van en verantwoordelijkheid voor publieke belangen. Subsidiariteit betekent dat verantwoordelijkheden van lagere gemeenschappen niet door hogere gemeenschappen mogen worden overgenomen. Het betekent ook dat hogere gemeenschappen ondersteuning moeten bieden aan lagere gemeenschappen bij hun gerichtheid op het gemeenschappelijk goede, met als doel de gemeenschap weer zelfvoorzienend te maken. Vanuit het beginsel van soevereiniteit in eigen kring wordt benadrukt dat de werkelijkheid bestaat uit verschillende aspecten (sociaal, ethisch, economisch enz.) die niet herleidbaar zijn tot elkaar, maar ook in relatie tot elkaar functioneren. Sociale verbanden fungeren in alle aspecten van de werkelijkheid en hebben hun eigen verantwoordelijkheden die voortvloeien uit hun structuurprincipe en hun kwalificerende functie. Elke verband is soeverein in eigen kring en moet de soevereiniteit in eigen kring van andere sociale verbanden respecteren. Vanuit deze beginselen worden oplossingsrichtingen geformuleerd voor de invulling van de verantwoordelijkheid van overheden en bedrijven voor publieke belangen.
De implicaties van het neoliberale denken en de beginselen van subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring voor de verantwoordelijkheden van overheden en bedrijven voor publieke belangen worden samengevat in een onderzoeksmodel, dat wordt getoetst in een casestudy over het behartigen van publieke belangen in de farmaceutische sector.
The market and public interests: an analysis from the perspective of neo-liberal thought and the principles of subsidiarity and sphere sovereignty
The market has been promoted as an important coordination mechanism in the economy in politics of the last decennia. The market was also considered a good mechanism to serve the public interest of society. This development has been propagated by neoliberal thought of amongst others Friedrich von Hayek and Milton Friedman. They advocated economic freedom and individual freedom in a spontaneous market order of society. In neo-liberal thought the interest of society will be best promoted when individuals pursuit their self-interest in a spontaneous market order. However, if the market order does not serve the public interests, then a vacant responsibility for public interests arises.
In this thesis, the neo-liberal perspective is compared with the principles of subsidiarity and sphere sovereignty, each of which offers an alternative view on public interests and responsibilities of governments and companies. Subsidiarity means that responsibilities of lower communities should not be taken on by higher communities. It also means that higher communities should offer support to lower communities in their pursuit of the common good, with the aim of making the community self-supportive again. Sphere sovereignty emphasizes that reality consists of different aspects (social, ethical, economical etc.) that are irreducible to each other, but also function in relation to each other. Social structures function in all aspects of reality and have their own responsibilities arising from their structural principle and their qualifying function. Each social structure has its sphere sovereignty and has to respect the sphere sovereignty of other social structures. Based on these principles, solutions are formulated for describing the responsibility of governments and companies for the public interest.
The implications of neo-liberal thought and the principles of subsidiarity and sphere sovereignty for the responsibilities of governments and companies for public interests are summarized in a research model, that is tested in a case study about serving the public interest in the pharmaceutical sector
Plaatsbereiding
Niets is zo kostbaar als echte verzoening, schrijft Hans Joachim Iwand (1899–1960). Hij weet waar hij het over heeft, als theoloog en predikant in het verscheurde Duitsland rond de Tweede Wereldoorlog. Een generatie later spreekt ook de toonaangevende theoloog Eberhard Jüngel (1934) indringend over verzoening, dit keer middenin de godsleer, terwijl in het herstellend Europa verhoudingen normaliseren maar het atheïsme terrein wint. Beide theologen geloven hartstochtelijk dat vrede en verzoening alleen te vinden zijn door een diepgaande confrontatie met de waarheid van het kruis van Christus.
De auteur onderzoekt hoe Iwand en Jüngel spreken over grote vragen rond de verzoeningsleer. Het zijn vragen die ook in de Nederlandse context telkens weer opspelen. Hoe kan het sterven van Christus, lang geleden, ons verzoenen met God? Wat is de ‘logica’ van de weg van kruis en opstanding? En raakt de verzoening alleen de kerk of ook de wereld?
Het denken van Iwand en Jüngel blijkt te cirkelen om wat de auteur benoemt als ‘plaatsbereiding’. Al in Genesis 3 klonk de vraag aan Adam: ‘Waar ben je?’ Sindsdien hebben verzoening en vergeving alles te maken met de eigenaardige notie van onze plaats. Waar het woord ‘plaatsvervanging’ niet expliciet in de Bijbel voorkomt, spreekt Johannes 14:3 wel over een plaats die door Christus ‘bereid’ is. Dat blijkt bij Iwand en Jüngel aanknopingspunten te bieden voor een theologie die enerzijds diep verworteld is in de Reformatie (Luther) en anderzijds voluit het gesprek aangaat met de moderniteit. Het verzoenend werk van Christus komt ons ook nu nog nader dan we onszelf nabij zijn
Een parabel over een slaaf, een wijngaard en een maaltijd : een onderzoek naar de betekenis en het functioneren van de parabel van de slaaf, de wijngaard en de maaltijd in de Herder van Hermas.
Masterthesis Sources, Gemeentepredikan
Een leven lang liefhebben : en studie naar Hauerwas' visie op huwelijk, gezin en seksualiteit
Dit onderzoek is bedoeld voor de visievorming op huwelijk, gezin en seksualiteit in de kerk in Nederland. Hauerwas biedt verrassend waardevolle perspectieven, maar vanuit de Schrift kan er meer over de onderwerpen gezegd worden. Hij keert zich sterk tegen het liberalisme. Hoewel in de samenleving individuele vrijheid het hoogste ideaal is, is de kerk geroepen om in liefde met de naaste te leven. Deze liefde kan ook gestalte krijgen binnen het huwelijk en gezin. Hauerwas’ pacifisme raakt ook deze thematiek. Hij ziet de trouw aan huwelijkspartner en kinderen als het beantwoorden aan de roeping om te leven als burger van het Koninkrijk van God. Niet iedereen is geroepen om te trouwen. Het leven van de single is ook van grote betekenis voor het Koninkrijk van God. Voorop staat dat de christen bereid is alle (ingebeelde) controle over het eigen leven uit handen te geven aan Jezus Christus. Wandelen overeenkomstig Gods roeping houdt in dat we als christenen ons karakter door Hem laten vormen. Dit impliceert dat we erkennen dat we contingente wezens zijn, dat ons leven voor een groot deel wordt bepaald door factoren die buiten onze invloed staan. Mensen houden aan hun trouwbelofte is onderdeel van de ‘politiek’ van de kerk. De seculiere samenleving promoot een open huwelijk waarbij seks met derden niet is uitgesloten. Het huwelijk als instelling heeft dan weinig met kinderen te maken. Binnen de kerk is dat anders, omdat het huwelijk daar de basis is voor liefde. Het huwelijk is er dan tot dienst van anderen (met name de kinderen) en niet omwille van het (getrouwde) individu. Hauerwas noemt het huwelijk een geschenk van God aan de kerk, maar daarmee doet hij tekort aan het feit dat het eerste huwelijk bij de schepping is gegeven. Het is jammer dat Hauerwas weinig zegt over de man- vrouwverhouding binnen het huwelijk. Het is te waarderen dat hij aan het licht brengt dat seksuele trouw een belangrijk thema is voor de hele gemeenschap en niet enkel voor de getrouwde.
Hauerwas merkt op dat in de Amerikaanse samenleving een ambivalente houding is ten opzichte van het gezin. Enerzijds wordt het gezin verheerlijkt, anderzijds heeft het gezin een marginale positie in het maatschappelijke leven. Het gezin wordt als privé beschouwd, wat volgens Hauerwas een onmogelijkheid is. De kerkelijke gemeenschap is geroepen het op te nemen voor de zwakkeren, nl. vrouwen en kinderen. Dat doet ze door de mannen en vaders te stimuleren trouw voor hun gezin te zorgen. Ouders zijn door de kerk geroepen om hun kinderen groot te brengen in het geloof. Het gezin is dé plek waar traditie wordt overgedragen. Abortus is een praktijk van wanhoop en angst voor de toekomst. Wie zijn eigen kinderen vermoordt zegt daarmee dat hij niets heeft om door te geven. De kerk gelooft dat toewijding aan het gezin het algemeen goede dient, omdat onze echtgen(o)t(e) en kinderen onze naasten zijn. Kinderen die zorg nodig hebben dragen bij aan de morele groei van de kerk. God geeft de tijd om kinderen activiteiten te leren die ons eigen leven overstijgen, zoals samen aanbidden. Het gezin is een instelling die generaties aan elkaar verbindt
Celebrating the Lord's Supper in the Netherlands: a study of liturgical ritual practice in Dutch Reformed churches
Tot op heden is er weinig empirisch onderzoek gedaan naar het avondmaal in de gereformeerde traditie en in de Nederlandse context in het bijzonder. Dit onderzoek probeert deze leemte te vullen door de uitvoering, beleving en waardering van het avondmaal binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te beschrijven en te analyseren vanuit vier verschillende perspectieven. Deze perspectieven zijn afgeleid van het “theologie in vier stemmen”-model (Theology in Four Voices), een onderzoeksinstrument dat ontwikkeld is in Groot-Brittannië.
Het doel van dit onderzoek is om vanuit een empirisch perspectief bij te dragen aan het verstaan van wat er gebeurt in het avondmaal. Bovendien wil dit onderzoek de waardering van concrete, liturgisch-rituele praktijken stimuleren, zowel binnen als buiten de Nederlandse gereformeerde context, door lokale kerken in de gelegenheid te stellen om de beleving van het avondmaal te onderzoeken en te bevorderen.
Het avondmaal wordt in deze dissertatie omschreven vanuit de volgende perspectieven: de operante stem (wat er wordt gedaan en gezegd in de kerkdiensten waarin het avondmaal wordt bediend), de “aangehangen” stem (de beleving van de gemeenteleden), de formele stem (de beleving en visie van respectievelijk CGK- en GKV-theologen) en de normatieve stem (wat er over het avondmaal is geschreven in de officiële belijdenissen, formulieren en regelingen). Na beschrijving van deze vier perspectieven is een “gesprek” tussen de vier stemmen geconstrueerd. In een afzonderlijk slothoofdstuk zijn tenslotte drie conclusies geformuleerd: (1) Beleving is belangrijk met betrekking tot het avondmaal; (2) Gemeenschap is een kernpunt in de perceptie van het avondmaal; (3) In het avondmaal worden zowel zonde als genade, zowel feest als gedenken, gesymboliseerd. Aanvullend zijn diverse praktische aanbevelingen geformuleerd om anderen te inspireren om antwoorden te vinden die toegepast zijn op hun eigen lokale, kerkelijke situatie
Receiving the gifts of every member: a practical ecclesiological case study on inclusion and the church
Helder spreken over de hel : een exegetisch onderzoek naar de eigenheid van- en samenhang tussen de termen γέεννα, ὁ κλαυθμὸς καὶ ὁ βρυγμὸς τῶν ὀδόντων, ᾅδης en αἰώνιος κόλασις in het evangelie naar Mattheüs
Deze scriptie beschrijft een exegetisch onderzoek naar het spreken over de hel in het Bijbelboek Mattheüs. Twintig keer schrijft Mattheüs over het oordeel of de hel. In het onderwijs van Jezus is deze notie niet een kanttekening, maar een rode draad. Jezus gebruikt hierbij vier verschillende termen.
De term die het meest frequent voorkomt is de γέεννα. Deze term is bij het Joodse publiek bekend als de vallei ten zuiden van Jeruzalem. In het verleden vonden in deze vallei vreselijke gebeurtenissen plaats, er werden afgoden vereerd en kindoffers gebracht. God spreekt Zijn vloek hierover uit. Zo wordt deze vallei in het Joodse denken verbonden aan het eschatologische oordeel over goddeloze mensen. Enerzijds sluit Jezus aan bij deze gedachte en spreekt met ernst over het vuur dat wacht voor de goddelozen. Anderzijds geeft Jezus geen levendige schets van de verschrikkingen in de γέεννα, zoals in de Joodse geschriften 1 Henoch en 4 Ezra. In veel preken en commentaren wordt de γέεννα beschreven als de vuilnisbelt van Jeruzalem. Dit onderzoek toont aan dat dit een misvatting is. Jezus denkt bij de γέεννα niet aan een specifieke plaats, maar Hij schetst een beeld van de werkelijkheid van een eschatologisch oordeel dat Zijn hoorders herkenden.
De tweede term die vaak vertaald wordt met hel is ᾅδης. De ᾅδης houdt nauw verband met de dood, maar uit de teksten van Mattheüs blijkt dat de ᾅδης niet wijst naar dezelfde realiteit als de γέεννα.
De achtergrond van de ᾅδης is te vinden in de Hebreeuwse term שְׁאוֹל , waarmee in het Oude Testament verwezen wordt naar het graf of het dodenrijk. Het denken over de שְׁאוֹל / ᾅδης ontwikkelt zich in de intertestamentaire periode. De term ᾅδης wordt dan gebruikt om een plaats mee aan te duiden waar de goddelozen direct na het sterven hun straf ontvangen. Wanneer Jezus in Mattheüs spreekt over de ᾅδης sluit Hij aan bij het oudtestamentische denken over de שְׁאוֹל . De ᾅδης verwijst naar het dodenrijk en heeft een zekere (beperkte) macht, maar God staat hier boven.
Jezus spreekt in Mattheüs vaak in gelijkenissen over het oordeel. Zo spreekt Hij over de buitenste duisternis en over een vurige oven. Met deze (bijna tegenovergestelde) beelden roept Jezus een grotere werkelijkheid op van het missen van de nabijheid van God. Jezus gebruikt hierbij telkens de plaats waar gejammer en tandengeknars is, waarmee Hij doelt op het mislopen van Gods Koninkrijk.
In Zijn laatste onderwijs noemt Jezus de eeuwige straf. Deze term heeft enerzijds verbinding met de γέεννα, vanwege de verbinding met het eeuwige vuur. Anderzijds is er verbinding met de buitenste duisternis. Jezus maakt scheiding tussen rechtvaardigen en goddelozen. Tegen de laatsten zegt Hij: Ga weg van Mij! De eeuwige straf staat tegenover het eeuwige leven. De achtergrond is te vinden in Daniël.
In het grote geheel van Mattheüs is de boodschap van Jezus over het oordeel en de hel een telkens terugkerend thema. Bangmakerij is hierbij niet het doel. Jezus spreekt in beelden over een werkelijkheid die voor mensen niet in te denken is. Uiteindelijk roept Jezus op tot bekering, tot doen van werken van barmhartigheid in het hier en nu en tot het leven in het Licht
Elkaar aanspreken: een onderzoek naar het draagvlak voor tucht in de Unie van Baptistengemeenten in Nederland
This study on the support for church discipline takes place at the intersection of church history, ecclesiastical law and church development. In addition, non-theological disciplines are also involved in the investigation. It concerns an investigation into the workings of the ecclesiological instrument of corrective action of the Christian community towards its members.
The investigation is divided into two main parts and is of a hybrid design: on the one hand it is a literature study of the meaning of discipline in the Bible, theology and tradition, specifically in the Baptist tradition, and of whether the local church can also be the subject of discipline instead of primarily its object, in which case it is primarily a matter of ordained leadership. This immediately explains the title of this study: Accountability to each other.
On the other hand, the second main part is an empirical qualitative study of the motives, attitudes and views of church members in the Union of Baptist Churches in the Netherlands. This part of the study focuses on the ‘support base’ for church discipline, which seems to have disappeared almost entirely.
The aim is to develop insights and make recommendations with regard to strengthening and increasing support for discipline in Baptist churches.
The questions, relevant for the investigation:
1. Which factors determine the existence of a support framework for church discipline?
2. What role do these factors play in Baptist church life?
3. How could these factors be influenced so that support increases