726 research outputs found
Sort by
The uses of Yoruba proverbs in developing a theology that addresses environmental crisis in western Nigeria.
Masterthesis Interculturele Theologi
'Reverse mission': een lege belofte?
In de achterliggende decennia hebben tal van wetenschappers zich verdiept in het missionaire paradigma van reverse mission. Dit paradigma is herhaaldelijk onderwerp van discussie geweest en heeft daardoor een controversieel karakter gekregen. Er bestaan verschillende interpretaties, terminologieën en nuances met betrekking tot het concept. Hoewel reverse mission in veel gevallen kan functioneren als een theoretisch discours of bemoedigende retoriek, is er sprake van een daadwerkelijke missionaire realiteit die onderzocht kan worden. Er heeft in de afgelopen decennia vanuit het mondiale Zuiden een aanzienlijke migratiestroom van zowel christelijke zendelingen, voorgangers als gewone gelovigen plaatsgevonden, waarvan velen een sterk verlangen hebben om missionair actief te zijn in het Westen. Het feit dat er door een culturele, theologische en sociaaleconomische kloof in de praktijk weinig van deze missionaire intenties tot uitvoering komt, doet niets af aan de realiteit van een massale omgekeerde missionaire beweging en het bestaan van concrete voorbeelden van missionaire resultaten op kleine schaal.
In westerse wetenschappelijke literatuur wordt de impact van reverse mission in West-Europa en Nederland als minimaal beoordeeld aan de hand van voornamelijk numerieke criteria. Het blijkt moeilijk, zo niet onmogelijk, om autochtone Europeanen te betrekken bij niet-westerse kerkelijke gemeenschappen. Missionaire activiteiten van Afrikaanse kerken zijn meestal gericht op de eigen etnische of taalkundige groepen en tonen weinig betrokkenheid bij het christendom in het gastland, wat kan leiden tot sociale en religieuze segregatie. De weinige autochtone Europeanen die wel worden bereikt door reverse mission-activiteiten en lid worden van niet-westerse kerken, komen uit lagere sociaaleconomische klassen en zijn meestal betrokken geraakt via huwelijksrelaties of vanwege hun zoektocht naar nieuwe liturgie, gemeenschapszin of theologie.
Afrikaanse auteurs die zich specifiek bezighouden met het onderwerp van reverse mission herkennen de definitiekwesties, de belemmeringen en de mono-etnische focus. Toch blijven zij de definitie hanteren en zien zij de impact van reverse mission breder dan alleen numerieke toename van westerse bekeerlingen. Als het gaat om missionaire obstakels schrijven zij vanuit een marginale positie en benadrukken zij raciale discriminatie, stigmatisering en ongelijkheid op basis van klasse of status. Zij geven meer positieve voorbeelden van effectieve missionaire arbeid in het Westen en leggen sterk de nadruk op de positieve impact van reverse mission vanuit Afrika. Zo schrijven zij uitgebreid en rooskleurig over een langverwachte en impactvolle reflexbeweging, de ‘blessed reflex’, waarbij Afrikanen het evangelie teruggeven aan Europa en het continent her-evangeliseren. Tenslotte benadrukken zij het missionaire bewustzijn van Afrikaanse christenen, de gaven en inzichten die zij met zich meebrengen en de toekomstige kansen van jonge Afrikaanse generaties.
Westerse onderzoeksliteratuur is in veel opzichten te herkennen in de Afrikaanse missionaire realiteit in Dordrecht, maar heeft te weinig oog voor het Afrikaanse perspectief dat sterk gelooft in de kracht en impact van het holistische, missionair-gerichte Afrikaanse geloof, dat zich op bredere wijze manifesteert dan alleen evangelisatie onder westerlingen. Er is onvoldoende aandacht voor de doorwerking van het koloniale verleden, de marginale positie van Afrikaanse christenen, verschillen tussen Afrikaanse kerken, praktische belemmeringen en de rol die een dualistisch wereldbeeld speelt. Anderzijds schrijven Afrikaanse auteurs positiever en concreter over de impact van Afrikaanse kerken dan zichtbaar is in de weerbarstige praktijk in Dordrecht. Onder andere hun bevindingen over Afrikaanse bijdragen aan zending en evangelisatie, multiculturele bedieningen en samenwerkingsvormen, toenemende missionaire contextualisering, het invullen van geestelijke en bestuurlijke vacuüms, en de sterke Afrikaanse betrokkenheid bij sociale projecten worden nauwelijks zichtbaar in de stad Dordrecht
"Vengeance is Mine" : the meaning and function of divine vengeance in the New Testament
Veel Westerse lezers hebben in de loop van de geschiedenis moeite gehad met de notie van de wraak van God in de Bijbel. God associëren met geweld ligt gevoelig, vooral omdat God door Johannes gekarakteriseerd wordt als liefde (1 Joh. 4,8). Wat betekent Gods wraak en hoe functioneert deze wraak in de nieuwtestamentische geschriften? Deze vraag is de hoofdvraag van deze studie.
De Grieks-Romeinse context (hoofdstuk 1) en de oudtestamentische en vroegjoodse achtergrond (hoofdstuk 2) tonen grote gelijkenissen. Wraak was een vaak emotionele reactie op de aantasting van eer en reinheid, het negeren of verwerpen van een gave (χάρις). Het was een algemeen aanvaarde juridische handeling die door de οἶκος uitgevoerd moest worden. Het Oude Testament voegt daarbij toe dat de wraak God toekomt en dat het verbond een grote (maar niet exclusieve) rol speelt. De vroegjoodse literatuur ziet wraak soms ook als eschatologisch fenomeen.
Hoofdstuk 3 is een belangrijke tussenstap waarin geschetst wordt hoe het verschil tussen de antieke opvatting van wraak en de huidige Westerse opvatting is ontstaan. Aan de ene kant wordt wraak principieel beschouwd als een vorm van eigenrichting buiten de rechtsorde om. Aan de andere kant wordt bij bepaalde misdaden geroepen om wraak, terwijl het verlangen naar wraak tevens een sterke emotie is. Drie grote ontwikkelingen hebben in de geschiedenis gezorgd voor een ontwikkeling van het wraakbegrip: centralisering van de macht, secularisatie en de opkomst van mensenrechten.
Hoofdstuk 4 behandelt allereerst de wraakteksten in Lukas-Handelingen. In het evangelie van Lukas is een macrostructuur van reciprociteit te ontdekken. In Jezus’ openingswoorden in Nazareth (Lk, 4,18-19) worden de woorden van Jesaja 61,2b over de wraak bewust weggelaten: de bediening van Jezus draait om de inauguratie van het jaar van Gods welbehagen. Een groot deel van Israël weigert zich echter te bekeren. Daarom wordt in het evangelie de val van Jeruzalem geprofeteerd als ‘de dag van wraak’ (Lk. 21,22): een antwoord op de weigering om zich tot God te bekeren. Lukas laat in zijn evangelie, maar meer in Handelingen zien dat Gods wraak ook historisch aanwijsbaar is. Verschillende individuen vallen onder zijn wraak. Paulus’ geschriften worden in hoofdstuk 5 behandeld. Paulus gebruikt het motief van Gods wraak enerzijds als element in zijn parenese. Gods wraak is een middel tot aansporing: de gemeente moet niet uit de status van geroepene vallen in de handen van de wrekende God. Anderzijds gebruikt Paulus de wraak om de verdrukte gemeenteleden te troosten. God heeft oog voor hun lijden en Hij zal recht doen. De wraakteksten in Hebreeën en Openbaring vormen de inhoud van hoofdstuk 6. In Hebreeën staat de notie van Gods wraak ook in dienst van de parenese. De schrijver van de Hebreeënbrief maakt duidelijk wat afval betekent en veroorzaakt in Gods ogen: het schenden van de eer van Vader, Zoon en Geest en het verschrikkelijke oordeel van Gods wraak. In Openbaring draait het om troost voor verdrukte gemeenteleden. De roep van de martelaren bij het altaar om wraak (Op. 6,9-11) wordt beantwoord in de ontvouwing van het oordeel over de verdrukkers en satanische machten in de volgende hoofdstukken. Daarom kan en zal er in de hemel gejubeld worden over Gods wraak: er is recht gedaan, God is volkomen overwinnaar.
Gods wraak in het Nieuwe Testament kan als volgt gedefinieerd worden: de retributieve, eschatologische, juridische en soms emotionele reactie van God op hen die schade toebrengen aan Hem of zijn volk om uiteindelijk zijn eer en/of de eer en reinheid van zijn volk en de balans van het recht te herstellen. De wraak van God wordt op twee manieren in het Nieuwe Testament toegepast: als waarschuwing voor lezers en hoorders om de weg van God te gaan en als troost voor de verdrukte gemeente.
Een constatering van deze studie is dat Gods wraak niet uit de Bijbel geschrapt, maar op waarde geschat dient te worden
Abraham Hellenbroek als prediker:een homiletische analyse
Abraham Hellenbroek (Amsterdam 1658 – Rotterdam 1731) geldt als een spraakmakende prediker binnen de Nederlandse klassiek-gereformeerde traditie. Deze studie richt zich op het karakteristieke van de prediking van Hellenbroek, toegespitst op homiletische en systematisch-theologische aspecten. Als lens voor het onderzoek zijn zowel de Heidelbergse methode van preekanalyse als het lesmateriaal van zijn leermeesters en de door hem ontwikkelde catechisatiemethode gebruikt. Centrale vraag in deze studie was: welke homiletische en systematisch-theologische uitgangspunten blijken uit een analyse van de preken van Hellenbroek, mede in het licht van zijn catechesemethode?
Bij het onderzoek zijn twintig preken van Hellenbroek als uitgangspunt genomen, geselecteerd op representativiteit en mate van waarschijnlijkheid dat ze echt als preek zijn gehouden. In het tweede hoofdstuk is onderzocht welk beeld en welke verwachting Hellenbroek van zijn hoorders had, toegespitst op hun mentaliteit en gedrag. Daarbij is breder gekeken dan de twintig geselecteerde preken. In het derde hoofdstuk is de homiletische vorming van Hellenbroek behandeld. Nagegaan is hoe de praktijk van de prediking van Hellenbroek zich verhoudt tot wat hij van zijn leermeesters Peter Francius, David Knibbe en Petrus van Staveren heeft meegekregen. In het vierde hoofdstuk is met behulp van de Heidelbergse methode voor preekanalyse nagegaan hoe Hellenbroek in de onderzochte preken omgaat met de Naam van God. Omdat het historisch preekmateriaal betreft uit de zeventiende en achttiende eeuw, is het spreken over de Naam in een trinitarisch kader geplaatst. Gebleken is dat Hellenbroek inderdaad vanuit een trinitarische opvatting spreekt over God. De Heidelbergse methode is tevens gebruikt om de plaats van de hoorder en het zelfbeeld van de prediker na te gaan. In het vijfde hoofdstuk is met behulp van kwalitatief dataonderzoek is onderzoek gedaan naar de samenhang in het gebruik van theologische trefwoorden in Hellenbroeks catechisatiemethode en de geanalyseerde preken.
Binnen de beweging van de Nadere Reformatie klinkt de prediking van Hellenbroek als een toonaangevende stem. Op verschillende manieren is zijn geluid van actuele betekenis voor predikers en hoorders van nu. Zijn inzet kan in sommige opzichten tot navolging zijn. Daarbij gaat het er niet om dat predikers zich als getrouwe kopieën van hem zouden manifesteren. De vorming van predikers en hoorders is daarvoor te veel veranderd. Het zou bovendien in strijd zijn met het belang van persoonlijke vorming dat uit de ontwikkeling van Hellenbroek tot prediker spreekt. Wel mag hij vanwege zijn vorming en ontwikkeling als een schoolvoorbeeld voor hedendaagse predikers gelden. Ook in andere opzichten kunnen uit dit onderzoek richtingwijzers worden afgeleid voor nu
Wie 'niet' vraagt, wordt overgeslagen! : een praktisch kwalitatief onderzoek naar de vraaggestuurdheid van geestelijk verzorging in de intramurale gezondheidszorg
Diaconie zijn in de toekomst : de rol die diaconieën kunnen spelen in een geseculariseerde samenleving
Masterthesis Church and Mission in the Wes