2,521 research outputs found

    Stability of rock on slopes under wave attack: Comparison and analysis of datasets Van der Meer [1988] and Van Gent [2003]

    No full text
    In VAN GENT [2004] graphs were presented in which the datasets of VAN DER MEER [1988] and VAN GENT ET AL. [2003] were compared, but in this comparison a number of parameters were not correctly transformed into a comparable format. In this M.Sc. thesis after an extensive analysis to the datasets all parameters of the datasets of Van der Meer were transformed into the same format as the parameters used by Van Gent. In the same way the dataset of THOMPSON & SHUTTLER [1975], which formed the basis of the work of Van der Meer, was treated. The inclusion of correction factors for the effects of stone roundness from LATHAM ET AL. [1988] gave remarkable effects on a certain part of the dataset of Van der Meer which showed more damage than average. After this still differences could be seen between the datasets of Van der Meer and Van Gent. Using the statistical T-test these differences are approved. Explanations for the differences found between the datasets of Van der Meer and Van Gent can be found in the fact that most of the tests of Van Gent. were done with shallow foreshores where Van der Meer did most tests with deep water conditions. Tests by a number of M.Sc. students at Delft University of Technology showed that tests with identical spectra, but with different foreshore slope angles show different damage patterns. In the dataset of Van Gent also the 1:30 foreshore slopes on average show more damage than the 1:100 slopes. In further research the influence of the foreshore should be incorporated in the stability formulae by a foreshore Iribarren parameter. Also a detailed investigation to the effects of wave breaking on shallow foreshores is needed. For this the complete dataset of Van Gent needs to be available and accessible.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Regions, places and cities in the mental maps of Italian entrepreneurs: the territorial attractiveness of Italy

    No full text
    The ability to attract investments, firms, human capital, workers entrepreneurs, talented people, and so on, is a territorial asset more and more decisive nowadays. Toghether with territorial competitiveness it is likely to become a key of dimension that can contribute to explain the economic development of regions and cities. In the chapter is presented the main result of a web questionnaire survey conducted in the context of this research line, aimed at studying the mental maps of Italian entrepreneurs and represents the Italian case study of an international research project

    Transformatiepotentiemeter

    No full text
    Om op een efficiënte en systematische manier te kunnen vaststellen of een leegstaand of leegkomend kantoorgebouw voldoende potentie heeft om te worden omgebouwd tot woningen, is de zogenaamde Transformatiepotentiemeter ontwikkeld (Geraedts en Van der Voordt, 2000, 2003). Kort gezegd is dit een checklist met vetocriteria en graduele criteria, waarmee kan worden bepaald welke kenmerken van de locatie en het gebouw gunstig of ongunstig zijn voor succesvolle transformatie. Snel en globaal (Quick Scan) of meer gedegen en gedetailleerd (Haalbaarheidscan). De meter is door verschillende marktpartijen in de praktijk toegepast. Ook afstuderende bouwkundestudenten hebben er veelvuldig gebruik van gemaakt. Zoals het goede studenten betaamt, hebben zij het instrument kritisch tegen het licht gehouden. Zie hiervoor onder meer de afstudeerscripties van Nicole de Vrij, Klaas Jan Boer, John Magielsen, Kawai Pang en Niels Jongeling. Op basis van de toetsing in de praktijk is de oorspronkelijke Transformatiepotentiemeter geëvalueerd en verbeterd. Toegevoegd zijn twee nieuwe stappen: Scan financiële haalbaarheid en Checklijst risico’s planvorming. Hiermee kan de haalbaarheid van een transformatieproject verder onderzocht worden. In dit hoofdstuk beschrijven we de nieuwe Transformatiepotentiemeter en positioneren we dit instrument in de besluitvorming over een GO/NO GO in de initiatieffase. Voor deze bijdrage zijn interviews gehouden met bij transformatie betrokken partijen in Nederland. Aan hen is onder meer de vraag voorgelegd, welke aspecten zij op locatie- en gebouwniveau het meest belangrijk vinden voor een kansrijke transformatie. Verder is gebruik gemaakt van uitkomsten uit onderzoek naar woonwensen in relatie tot locatie- en gebouwkenmerken.Accepted manuscriptDesign & Construction ManagementReal Estate Managemen

    Weil pairing and the Drinfeld modular curve

    No full text
    In 1974 verscheen er van de hand van de Oekraïnse wiskundige Vladimir Gershonovich Drinfeld een baanbrekend artikel getiteld 'Elliptic modules'. Met deze elliptische modulen, die tegenwoordig Drinfeld modulen worden genoemd, voegde de toen 19-jarige Drinfeld een nieuwe en belangwekkend onderwerp toe aan de arithmetische theorie van functielichamen. Eén van de mooiste resultaten binnen deze theorie is voor een groot deel verkregen dankzij Drinfelds werk. Samen met de resultaten verkregen in zijn artikel uit 1974 weet hij in 1977 een bewijs te geven van een speciaal geval van het zogenaamde Langlands' vermoeden. ... Zie: Samenvatting

    Verkenning naar de wenselijkheid en mogelijkheid van selectie op geschiktheid voor het beroep van leraar en van verzwaring van vakinhoudelijke eisen voor de tweedegraads lerarenopleidingen: eindrapportage

    No full text
    Verkenning naar de wenselijkheid en mogelijkheid van selectie op geschiktheid voor het beroep van leraar en van verzwaring van vakinhoudelijke eisen voor de tweedegraads lerarenopleidingen. Het rapport 'wenselijkheid en mogelijkheid van selectie op geschiktheid voor het beroep van leraar', is door het ministerie van OCW gebruikt als input voor de voortgangsrapportage voor de Lerarenagenda 2013-2020. Dit rapport is het resultaat van een verkennend onderzoek dat is uitgevoerd door het kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding van de HvA in samenwerking met het ICLON, en dat onder leiding stond van Marco Snoek en Jan van Driel. Op basis van de focusgesprekken constateren de onderzoekers dat veel opleidingen meer mogelijkheden wensen ten aanzien van selectie voor de poort. Niet in alle gevallen ligt daarbij echter de focus op selectie t.a.v. geschiktheid. Bovendien hebben met name de HBO-opleidingen nu reeds diverse maatregelen genomen binnen de huidige regelgeving (zoals de studiekeuzecheck en propedeuse-eisen). Het lijkt verstandig om de effecten van deze en andere maatregelen nader te evalueren alvorens tot een brede instroomselectie over te gaan. Terughoudendheid ten aanzien van grootschalige maatregelen lijkt op zijn plaats. Pilots op kleine schaal kunnen meer zicht geven op mogelijke instrumenten die ingezet kunnen worden en hun effecten op de instroom. De lerarenopleidingen lijken bereid om met dergelijke pilots te experimenteren. In opdracht van NRO is nu een vervolgonderzoek gestart in de vorm van een literatuur review rond de mogelijkheden en voorspelbaarheid van selectie van leraren ten aanzien van hun geschiktheid voor het beroep

    De beteekenis van locale en algemeene invloeden op het ontstaan van het teercarcinoom

    No full text
    Door de onderzoekingen welke in de voorafgaande hoofdstukken werden beschreven, is komen vast te staan, dat de grootte van het geteerde huidgebied een invloed heeft op het aantal tumoren, hetwelk zich in dat huidgebied zal voordoen. Tevens bleek ook het aantal teerapplicaties, dat moet worden toegediend tot het optreden van de gezwelgroei, verband te houden met de grootte van het huidveld dat werd geteerd. De invlod van de grootte van het oppervlak van het teergebied op de tumorvorming uitte zich op de volgende wijze: hoe kleiner het geteerde gebied, hoe meer teerapplicaties noodig zijn tot het optreden van het eerste papilloom, en omgekeerd, hoe grooter het geteerde gebied, hoe mider teerapplicaties noodig zijn tot het veschijnen der papillomen. Anders gezegd: hoe kleiner teerveld, hoe later de papillomen; hoe grooter teerveld, hoe eerder de papillomen. Bij de kleinere huidvelden vormden zich echter per oppervlakte-eenheid aanmerkelijk meer papillomen, dan bij de grootere velden

    De beteekenis van locale en algemeene invloeden op het ontstaan van het teercarcinoom

    No full text
    Door de onderzoekingen welke in de voorafgaande hoofdstukken werden beschreven, is komen vast te staan, dat de grootte van het geteerde huidgebied een invloed heeft op het aantal tumoren, hetwelk zich in dat huidgebied zal voordoen. Tevens bleek ook het aantal teerapplicaties, dat moet worden toegediend tot het optreden van de gezwelgroei, verband te houden met de grootte van het huidveld dat werd geteerd. De invlod van de grootte van het oppervlak van het teergebied op de tumorvorming uitte zich op de volgende wijze: hoe kleiner het geteerde gebied, hoe meer teerapplicaties noodig zijn tot het optreden van het eerste papilloom, en omgekeerd, hoe grooter het geteerde gebied, hoe mider teerapplicaties noodig zijn tot het veschijnen der papillomen. Anders gezegd: hoe kleiner teerveld, hoe later de papillomen; hoe grooter teerveld, hoe eerder de papillomen. Bij de kleinere huidvelden vormden zich echter per oppervlakte-eenheid aanmerkelijk meer papillomen, dan bij de grootere velden

    De beteekenis van locale en algemeene invloeden op het ontstaan van het teercarcinoom

    No full text
    Door de onderzoekingen welke in de voorafgaande hoofdstukken werden beschreven, is komen vast te staan, dat de grootte van het geteerde huidgebied een invloed heeft op het aantal tumoren, hetwelk zich in dat huidgebied zal voordoen. Tevens bleek ook het aantal teerapplicaties, dat moet worden toegediend tot het optreden van de gezwelgroei, verband te houden met de grootte van het huidveld dat werd geteerd. De invlod van de grootte van het oppervlak van het teergebied op de tumorvorming uitte zich op de volgende wijze: hoe kleiner het geteerde gebied, hoe meer teerapplicaties noodig zijn tot het optreden van het eerste papilloom, en omgekeerd, hoe grooter het geteerde gebied, hoe mider teerapplicaties noodig zijn tot het veschijnen der papillomen. Anders gezegd: hoe kleiner teerveld, hoe later de papillomen; hoe grooter teerveld, hoe eerder de papillomen. Bij de kleinere huidvelden vormden zich echter per oppervlakte-eenheid aanmerkelijk meer papillomen, dan bij de grootere velden
    corecore