8,891 research outputs found

    Van de grond af opgebouwd

    No full text
    Bundeling van de lezingen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van prof. Agema, naast de lezingen staan er twee interviews met prof. Agema in deze publicatie. De bijdragen van de overige sprekers zijn: Rijkswaterstaat: de (te) grote opdrachtgever in de GWW (Struik), De fundamenten onder het ontwerp (vd Meer), Buitenland en waterbouw (Zanetti), Uitvoeren met verstand (Beerda), Techniek en grote projecten (Korf)Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Taluds van losgestorte materialen: Golfneerloop op statisch stabiele stortsteen taluds onder golfaanval

    No full text
    In dit verslag worden neerloopmetingen gepresenteerd en geanalyseerd welke zijn verkregen uit onderzoeken naar de statische stabiliteit van stortsteen taluds onder golfaanval. De analyse van deze proeven heeft geleid tot de relatie voor de relatieve neerloop die door 2% van de neerlopen wordt overschreden. Deze empirische relatie wordt beschreven aan de hand van dimensieloze parameters, welke zijn afgeleid van de in de onderzoeken gevarieerde grootheden. De relatieve neerloop wordt belnvloed door de volgende dimensieloze parameters : \u95 golfsteilheid (sm) \u95 taludhelling (cot alpha) \u95 doorlatendheid van de constructie (P) \u95 spectrumvorm (K) \u95 relatieve waterdiepte (h/Hs)Applied Geophysics and PetrophysicsHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Anemia and erythropoietin in heart failure

    No full text
    Na een hartinfact krijgen veel patiënten te maken met hartfalen; een verminderde pompfunctie van het hart. Peter van der Meer ontdekte dat EPO de hartfunctie van patiënten kan verbeteren. Verder blijkt de prognose duidelijk slechter te zijn wanneer patiënten naast hartfalen ook bloedarmoede hebben. Voor sporters is EPO (erythropoëtine) aantrekkelijk, omdat het de hoeveelheid rode bloedcellen en daarmee de zuurstofopname verhoogt. EPO is vooral vanuit het wielrennen bekend. Van der Meer laat zien dat EPO bij hartproblemen kan zorgen voor een kleiner infarct en een verbeterde hartfunctie: bij ratten verbetert de knijpkracht van het hart en ontstaan er meer bloedvaatjes in de hartspier, waardoor er waarschijnlijk een betere zuurstofuitwisseling plaatsvindt. De promovendus verwacht een snelle toepassing bij patiënten omdat EPO veilig is; het wordt al decennia lang aan patiënten met bloedarmoede gegeven. Om bloedarmoede bij hartfalenpatiënten te kunnen voorkomen, zocht Van der Meer naar de oorzaak. Hij laat zien dat de beenmergcellen minder goed delen en dat dit te maken heeft met het eiwit Ac-SDKP. Wanneer dit eiwit bij patiënten verhoogd is, kan dit leiden tot bloedarmoede. Opvallend is dat een medicamenteuze behandeling met ACE-remmers juist bloedarmoede kan opwekken. De promovendus verwacht dat dit gevolgen kan hebben voor de huidige behandeling van hartpatiënten

    Verslag van de Staatscommissie met de opdracht een onderzoek in te stellen van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916: voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg

    No full text
    Rapport met een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916 waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland net zo hoog was als bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was. De commissie heeft zeer uitgebreid gerapporteerd, en daarbij onderzoek gedaan naar de wiskunde van de doordringing van stormvloeden in de benedenrivieren. Het rapport bevat tevens een bijlage van 62 blz met een Historisch Overzicht van de hoge vloeden en overstromingen tot en met 1868

    Veerse Meer aan de Oosterschelde: Toestand ecosysteem Veerse Meer vóór ingebruikname doorlaatmiddel

    No full text
    Als het water vanaf mei 2004 wordt ververst, zal er een grote verandering optreden in met name het watersysteem. De waterkwaliteit zal naar verwachting merkbaar verbeteren en die verbetering zal effect hebben op het ecologisch functioneren van het hele gebied. Door de ontwikkelingen in het watersysteem goed in de gaten te houden (te monitoren) kan worden getoetst of het verversen met Oosterscheldewater voldoende is, of dat er nog aanvullende maatregelen nodig zijn om het gewenste streefbeeld te bereiken. De opgetreden verbetering is alleen te kwantificeren als de monitoringsresultaten afgezet kunnen worden tegen de uitgangssituatie (ook wel T0-situatie genoemd) van vóór het doorlaatmiddel. De uitgangssituatie wordt in dit rapport beschreven aan de hand van water- en bodemparameters en aspecten van planten en dieren die al geruime tijd gemeten (gemonitord) worden. Ook over aspecten die heel direct op de waterkwaliteit en het waterpeil reageren of daarvan afhangen, wordt de uitgangssituatie beschreven. Een en ander blijft beperkt tot het waterlichaam van het Veerse Meer, en de oeverdelen die onder directe invloed van het water staan. De verwachte effecten van het doorlaatmiddel op de visserij, recreatie, bewoning en beleving komen in dit rapport niet aan de orde. Aan de functie-eisen van het RBPN (Regionaal Beheerplan Nat) moet nu of op termijn worden voldaan (Anonymus 2002). Het beschrijven van de uitgangssituatie, op basis van onder andere de resultaten van het huidige monitoringsprogramma, was een goede gelegenheid om te toetsen of aan de functie-eisen wordt voldaan en een hypothese op te stellen voor de haalbaarheid in de toekomst. In het water van het Veerse Meer komen de voedingsstoffen stikstof (N) en fosfor (P) en ook enige verontreinigingen nu nog in concentraties voor die hoger zijn dan de MTR (Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau) of de GW (Grenswaarde), gesteld in de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4). Uit de toetsing volgde bovendien dat diverse funstie-eisen aangepast moeten worden aan de nieuwe situatie. Het verversen van water als nieuwe beheersmaatregel zal grote veranderingen van de waterkwaliteit, en daarmee het ecosysteem, tot gevolg hebben. Het monitoringsprogramma dient afgestemd te zijn op de toekomstige ontwikkelingen en veranderende functie-eisen. In dit rapport wordt de uitgangssituatie beschreven en een voorstel gedaan voor de monitoring van de effecten van het doorlaatmiddel op het waterlichaam. In de tabel op de volgende pagina is samengevat op grond van welke kenmerken de ontwikkelingen kunnen worden getoetst, aan welk streefbeeld dit is gerelateerd en in welk monitoringskader dit kan worden ondergebracht

    Getuigen Verhalen, Reis van de Razzia, interview met Wim de Jager

    No full text
    Op de avond van 9 november 1944 werd er een cordon rond Rotterdam en Schiedam gelegd door het Duitse leger. Alle belangrijke bruggen en strategische punten waren afgezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer was geblokkeerd. Op de twee daarop volgende dagen werden ruim 52.000 Rotterdammers en Schiedammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd richting Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten in veelal beroerde omstandigheden. De Razzia van Rotterdam is een van de grootste klopjachten die het Duits Nationaalsocialistische regime heeft gehouden. Het verzetsblad Vrij Nederland reageerde dan ook geschokt, het schreef op 14 december 1944: ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’. Het project Reis van de Razzia is gebaseerd op gefilmde getuigenissen van mannen die de razzia en de daaropvolgende reis hebben meegemaakt, om een hiaat in de geschiedschrijving te vullen en om inzicht te geven in de gebeurtenissen aan de hand van het thema "Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk". Wim (W.J.A.) de Jager Wims vader werd gezocht door de Duitsers en was ondergedoken. Uit angst voor represaillemaatregelen was Wim ondergebracht bij het gezin van zijn vriend Frans Mineur, ook in Schiedam. Op de dag van de razzia besloot de vader van Frans dat hij maar beter mee kon gaan. Hierdoor had Wim ook geen keus meer, hij moest het huis verlaten. Samen met Frans werd hij naar een rijnaak gebracht die over het Amsterdam-Rijnkanaal naar Amsterdam voer. Vandaar met een omgebouwd oorlogsschip over de Zuiderzee naar Kampen en daarna te voet naar Wezep. In Wezep kreeg Wim zware dysenterie. Het Rode Kruis wist de zieken te verzamelen in een school in de buurt van Kampen. Met een boot van het Rode Kruis zijn de zieken naar Amsterdam gebracht. Wim is op die manier samen met vriend Frans aan de deportatie ontsnapt. Wim was intussen enigszins hersteld en samen met een jongen die slecht ter been was, aanvaardde het groepje de terugreis naar Rotterdam. Bij een politiepost voorbij Leiden strandden ze, er was geen transport te vinden. Frans besloot op eigen houtje naar huis te lopen. Wim is daarna ook maar gaan lopen en heeft de jongen die moeilijk liep op sleeptouw genomen. Thuisgekomen bij zijn moeder bleek het gevaar om opgepakt te verminderd te zijn en Wim hoefde niet meer elders te worden ondergebracht. De vriendschap met Frans was over

    Plausibiliteitsdocument STONE 2.0 (Globale verkenning van de plausibiliteit van het model STONE versie 2.0 voor de modellering van uit- en afspoeling van N en P)

    No full text
    The STONE model for N and P emission to groundwater and surface waters has been developed to evaluate the environmental benefits of eutrophication abatement plans. Due to possible severe socio-economic consequences of these abatement plans, it is of importance that the model is well documented, calibrated and tested. This report describes the first phase of the STONE test. STONE results were compared with previously published results and with monitoring data. About 13,000 recent point source observations of nitrate in the upper groundwater were available, along with several hundred of observations showing N and P in local surface water systems. During this phase of the STONE test, the observations were lumped to statistical summaries, such as frequency distributions, means, etc. It was concluded that the STONE results compared quite well with these observed values. These results, however, present only limited information about underlying processes, spatial patterns and temporal dynamics. These issues will be addressed during the second phase of the STONE test. Results from the second phase of the STONE test will be reported in 2002. Full-text (PDF) Available from: A. H. W. Beusen (PDF) Plausibiliteitsdocument STONE 2.0 (Globale verkenning van de plausibiliteit van het model STONE versie 2.0 voor de modellering van uit- en afspoeling van N en P).. Available from: https://www.researchgate.net/publication/40139237_Plausibiliteitsdocument_STONE_20_Globale_verkenning_van_de_plausibiliteit_van_het_model_STONE_versie_20_voor_de_modellering_van_uit-_en_afspoeling_van_N_en_P [accessed Jun 17 2018]

    Plausibiliteitsdocument STONE 2.0 (Globale verkenning van de plausibiliteit van het model STONE versie 2.0 voor de modellering van uit- en afspoeling van N en P)

    No full text
    The STONE model for N and P emission to groundwater and surface waters has been developed to evaluate the environmental benefits of eutrophication abatement plans. Due to possible severe socio-economic consequences of these abatement plans, it is of importance that the model is well documented, calibrated and tested. This report describes the first phase of the STONE test. STONE results were compared with previously published results and with monitoring data. About 13,000 recent point source observations of nitrate in the upper groundwater were available, along with several hundred of observations showing N and P in local surface water systems. During this phase of the STONE test, the observations were lumped to statistical summaries, such as frequency distributions, means, etc. It was concluded that the STONE results compared quite well with these observed values. These results, however, present only limited information about underlying processes, spatial patterns and temporal dynamics. These issues will be addressed during the second phase of the STONE test. Results from the second phase of the STONE test will be reported in 2002. Full-text (PDF) Available from: A. H. W. Beusen (PDF) Plausibiliteitsdocument STONE 2.0 (Globale verkenning van de plausibiliteit van het model STONE versie 2.0 voor de modellering van uit- en afspoeling van N en P).. Available from: https://www.researchgate.net/publication/40139237_Plausibiliteitsdocument_STONE_20_Globale_verkenning_van_de_plausibiliteit_van_het_model_STONE_versie_20_voor_de_modellering_van_uit-_en_afspoeling_van_N_en_P [accessed Jun 17 2018]

    Voetbaldetectie met behulp van radar: de ontwikkeling en evaluatie van software voor een prototype

    No full text
    Deze thesis beschrijft de ontwikkelling van software die op basis van FMCW-radargegevens een voetbal kan detecteren en volgen. De problemen die zich daarbij voordoen zijn onder andere het maken van onderscheid tussen voetballen en andere objecten, het volgen van een voetbal en het omgaan met complexe situaties zoals die zich in het voetbalspel voordoen. De software is opgesplitst in drie delen, namelijk objectdetectie, objecttracking en objectclassificatie. Goede objectdetectie is essentieel voor het kunnen tracken van objecten, en goede tracking is belangrijk om objecten juist te kunnen classificeren. Tot slot vindt er besluitvorming plaats op basis van de door de objecttracking en objectclassificatie verzamelde gegevens. Een studie is gedaan naar deelconcepten die mogelijke oplossingen vormen voor de verschillende delen in het eindontwerp. Tevens zijn er enkele deelconcepten onderzocht en getoetst. Op basis van het gedane onderzoek en de gevonden resultaten is er software voor een prototype in Matlab ontwikkeld en gelueerd. Het prototype is vooral bedoeld om verschillende oplossingen voor de verschillende deelsystemen te kunnen evalueren. Het detecteren van objecten vindt in het prototype plaats door middel van piekdetectie. De drempel die hierbij toegepast wordt, kan vast ingesteld worden maar kan ook adaptief bepaald worden met behulp van een CFAR detector. Voor het volgen van objecten kan gebruik gemaakt worden van zowel de dichtstbijzijnde nabuurmethode als een methode die gebruik maakt van een Kalman filter. Objectclassificatie vindt in het prototype plaats op basis van de mate van constantheid van de reflectie van een object. Andere alternatieven zoals het detecteren van een verschil in reflectie bij verschillende polarisatierichtingen, of het gebruik van RFID-chips zijn niet toegepast, omdat deze niet geschikt leken in de gebruikte opstelling of niet beschikbaar waren. Uit de evaluatie van het prototype blijkt dat in sterk vereenvoudigde spelsituaties het systeem aan van de twee gestelde nauwkeurigheidseisen voldoet. Het beeldverwerkingsysteem wordt in meer dan 75% van de gevallen terecht voor een naderende bal ingeschakeld en niet voor een ander naderend object. Het komt echter te vaak voor dat het beeldverwerkingsysteem niet ingeschakeld wordt terwijl er wel een bal aan komt. De beste combinatie om objecten te volgen bestaat uit het Kalman filter met een CML-CFAR detector. De gebruikte classificatiemethode blijkt niet goed genoeg te zijn om gebruikt te worden in de uiteindelijke implementatie. Het prototype classificeert 80% van de ballen juist in situaties waarin de bal duidelijk voor de radar zichtbaar is. Wanneer de bal zich echter in de buurt van een ander object bevindt, treden er classificatiefouten op.Electrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc

    Uitwisselbaarheid van BIM: Handvat voor de uitwisseling van BIM-modellen

    No full text
    Een veelbelovende innovatie in de bouw is Building Information Modelling (BIM). De ontwikkeling van BIM gaat snel in Nederland en daarbuiten. Meerdere organisaties houden zich bezig met de implementatie of promotie van BIM. Strukton is één van de voorlopers in Nederland die BIM wil toepassen. Theoretisch is BIM deels mogelijk, maar de praktijk blijft achter. De invoering van BIM verloopt moeizaam. De versnippering en projectgestuurde aanpak in een bouwproject maken informatieoverdracht tussen de projectpartners van essentieel belang. In de huidige situatie wordt informatie vastgelegd in 2D technische tekeningen en overgedragen op (digitaal) papier. De traditionele informatieoverdracht is inefficiënt, foutgevoelig en leidt tot waardeverlies. Een betere informatieoverdracht kan worden verkregen door BIM. BIM is het proces van informatie toevoegen aan een digitale objectgeoriënteerde representatie van een bouwproject. Centraal in BIM is het BIM-model waaraan in een ideaal geval alle projectpartners tegelijk werken zodat de partners over de juiste en up-to-date informatie beschikken. Consequenties van wijzigingen zijn dan direct zichtbaar voor alle partners. Het principe van BIM is niet nieuw, maar afgekeken van andere industrieën, zoals de automobiel- en vliegtuigindustrie. Hoewel de bouwsector wezenlijk anders is, kan de technologie uit de meer procesgerichte sectoren ook in de bouw voor verbeteringen zorgen. De implementatie van BIM in de bouw wordt onder andere gestimuleerd door de ontwikkeling van meerdere BIM-software. Met BIM-software is het mogelijk een deel van het BIM-model te modelleren. In de versnipperde bouw zijn voor de diverse projectpartners verschillende BIM-software beschikbaar. De software ondersteunt slechts een deel van het gehele BIM-model. Noodzakelijk is het uitwisselen van gedeeltelijke BIM-modellen tussen de projectpartners. In de praktijk is nauwelijks ervaring met het uitwisselen van gedeeltelijke BIMmodellen. Ook richtlijnen ontbreken. De probleemstelling van het afstudeerproject is: Op welke wijze kunnen (delen van) BIM-modellen worden uitgewisseld tussen projectpartners met verschillende BIM-software? De gedeeltelijke BIM-modellen komen overeen met de nformatiestromen tussen de projectpartners. Op basis van meerdere interviews zijn de taken van vier projectpartners in geïntegreerde samenwerkingsvormen bepaald. De bijbehorende informatiestromen kunnen worden uitgedrukt in bouwobjecten en eigenschappen.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience
    corecore