1,721,082 research outputs found
Radiologic assessment of osteoporotic vertebral fractures: diagnosis and prognostic implications.
Measurement of BMD at the spine and proximal femur by volumetric QCT and DXA in elderly women with and without vertebral fractures.
Effect of spinal degenerative changes on volumetric bone mineral density of the central skeleton as measured by quantitative computed tomography.
Influence of anthropometric parameters and bone size on bone mineral density using volumetric quantitative computed tomography and dual X-ray absorptiometry at the hip
Vertebral morphometry: current methods and recent advances.
Vertebral fractures are the hallmark of osteoporosis and are associated with increased morbility
and mortality. Because a majority of vertebral fractures often occur in absence of specific trauma and are asymptomatic, their identification is radiographic. The two most widely used methods to determine the severity of vertebral fractures are the visual semiquantitative (SQ) assessment and the morphometric quantitative approach, involving the measurements of vertebral body heights. The measurements may be made on conventional spinal radiographs (MRX: morphometric X-ray radiography) or on images obtained from dual X-ray absorptiometry (DXA) scans (MXA: morphometric X-ray absorptiometry). The availability of a rapid, low-dose method for assessment of vertebral fractures, using advanced fan-beam DXA devices, provides a practical method for integrated assessment of BMD and vertebral fracture status. The visual or morphometric assessment of lateral DXA spine images may have a potential role for use as a prescreening tool, excluding normal subjects prior to performing conventional radiographs.
Keywords: Osteoporosis. Vertebral fractures. Vertebral heights. Semiquantitative vertebral assessment. Quantitative vertebral morphometry. Morphometric X-ray radiography. Dual X-ray absorptiometry. Morphometric X-ray absorptiometr
Kleizakken: Constructie van onderwaterdammen in de Mary River Wetlands met behulp van kleizakken
Om het benedenstroomse gebied van de Mary River te Australite beschermen tegen verdere zoutindringing, zijn er door "Australian Marine and Offshore Group", een Australisch ingenieursbureau, verschillende oplossingen aangedragen die deze zoutindringing reduceren of zelfs compleet tegen gaan. Vervolgens zijn de gevolgen van de gekozen oplossingen bekeken door "International Institute for Infrastructural, Hydraulic and Environmental Engineering" (IHE DELFT), tegenwoordig UNESCO-IHE. Zij zijn tot een alternatieve oplossing gekomen wat de bouw van twee dammen inhield, een aantal kilometers stroomopwaarts vanaf de mondingen van de Mary River. Deze dammen zullen worden gebouwd met behulp van zakken gevuld met klei die ter plaatse wordt gewonnen. Dit rapport gaat vooral in op de vraag of het mogelijk is zakken te fabriceren die kunnen worden gevuld met klei en ook kunnen fungeren als bouwstenen van dammen. In eerste instantie is bepaald aan welke eisen de geokunststof moet voldoen om te kunnen fungeren als materiaal om zakken van te stikken zonder dat deze later, nadat ze zijn gevuld met klei, kunnen uitspoelen. Hieruit blijkt, uit de vele mogelijkheden die er zijn wat geokunststoffen betreft, dat er zeker een materiaal is te vinden dat kan voldoen aan de te stellen eisen. Een van de belastingen op een dam opgebouwd uit kleizakken is de stroming in een watergang. Om te kunnen bepalen wat de maximale stroomsnelheid is waarbij de zakken nog net blijven liggen, is in eerste instantie onderzocht wat de wrijvingsweerstand van de zakken op elkaar is. Dit is in het Laboratorium voor Vloeistofmechanica bepaald aan de hand van eenvoudige doch toereikende proeven. Nadat deze eigenschap van het geotextiel is bepaald, is aan de hand van de door Izbash opgestelde formules berekend bij welke stroomsnelheid de zakken kunnen bezwijken. Na bepaling welke stroomsnelheid de zakken nog kunnen verdragen, is een terugkoppeling gemaakt naar het gebied waar men de dammen bestaande uit kleizakken wil bouwen om zodoende het achterliggende gebied te ontlasten van zoutindringing vanaf zee. Er is een systeem gedestilleerd uit bovenstaande figuur en ter plaatse van Dead Fish Billabong en Roonees Lagoon zijn dammen geplaatst. De stroomsnelheid die ter plaatse van de geconstrueerde dammen ontstaat, is, afhankelijk van de gekozen afmeting en na bepaling van de juiste factor ?' (afhankelijk van de vorm van het lichaam), waarschijnlijk opneembaar. Er moet worden opgemerkt dat er in deze berekeningen geen rekening is gehouden met turbulentie als gevolg van het ontstaan van een overlaat. Ook de invloed van de sterk varinde waterstand in dit gebied is buiten beschouwing gelaten. Voor een nauwkeurigere uitspraak dient er verder onderzoek plaats te vinden naar de factor ?' en de effecten van turbulentie en de fluctuerende waterstanden. Als alternatief bestaat de mogelijkheid om de kern van de dammen op te bouwen uit zakken gevuld met klei en vervolgens deze kern te beschermen door een laag van stenen te storten over de kern. Door het gebruik van de klei die plaatselijk gewonnen kan worden, in het specifieke geval van de Mary River, kan een groot deel van de dam eenvoudig worden geconstrueerd. De laagopbouw van stenen die over de kern wordt gestort kan vervolgens ook minder gecompliceerd van aard zijn.Civil Engineering and Geoscience
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
- …
